dinsdag 22 november 2011
Smart Phones, a Powerful Tool in the Chemistry Classroom
3 Ways Educators Are Embracing Social Technology
vrijdag 18 november 2011
Goedkope computers of alternatieven voor het onderwijs in ontwikkelingslanden
Er werd bij deze vergelijking vooral rekening gehouden met dit verschil en vooral de hoeveelheid van leerlingen die er gezien de kost gebruik van kunnen maken. Zo wordt het programma van N computing gezien als een low-income characteristic en met als gevolg dat het concept van OLPC als een High-income characteristic.
De conclusie van deze studie is dan ook niet echt onvoorspelbaar en N computing aangeduid als een efficiënter systeem om computers te gebruiken in het onderwijs. Het is natuurlijk wel zo dat de kinderen bij dit systeem telkens in het school moeten zijn om in contact te komen met het World Wide Web, terwijl bij OLPC de kinderen altijd en overal gebruik kunnen maken van hun laptop en kunnen werken aan hun schooltaken. Het verschil tussen beide initiatieven zijn enorm en bijgevolg vind ik niet dat deze in een studie op een correcte manier te vergelijken zijn bij elkaar.
Voordelen:
Het is goed dat er een vergelijkende studie werd uitgevoerd en dat de landen die van deze programma’s/initiatieven gebruik willen maken, verder informatie kunnen inwinnen. Het is ook goed dat er duidelijk in de studie vermeld wordt wat de kost per kind is.
Bedenkingen:
Zoals eerder vermeld vind ik niet dat deze twee initiatieven met elkaar vergeleken kunnen worden. Elk product is zeer goed in zijn doel, dus het hangt er eigenlijk van af wat de school/het land als doel heeft in het onderwijsaanbod. Dus het onderzoek was volgens mij eigenlijk helemaal niet nodig. Het enige dat men nuttig aan dit onderzoek kan vinden is de informatie die er in wordt vermeld over al de verschillende technologieën en de hoeveelheid kinderen ermee bereikt kunnen worden.
woensdag 16 november 2011
Kleuters van drie met iPad in de klas
http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=GIL3HKA5F
Het gaat over een school waarbij de kleuters (vanaf 3 jaar) hun boeken beluisteren via een Ipad of Ipod.
De oudere leerlingen van de school hebben een aantal boeken ingelezen en voor elk boek ook een kaartje gemaakt
waar een code opstaat die de kleuters kunnen inlezen in hun Ipad/Ipod.
De kleuters krijgen het verhaal te horen en dit met bijhorende prenten die verschijnen op het scherm.
Wanneer de kleuters dan een bladzijde moeten omslaan, gaat er een belsignaal.
Voordelen:
* de kind beluistert het verhaal aandachtiger, dit doordat ze nog nooit met Ipad gewerkt hebben
* het kind luistert met oortjes waardoor ander lawaai uitgesloten wordt.
Bedenkingen?
* Een kleuter van 3 jaar een Ipad ter waarde van 600 in de hand geven, is dit verantwoord? Ook al weet de leerkracht
welke kleuters te vertrouwen zijn met Ipad en welke niet, gaat dit niet wat ver?
* Wat met het klassieke voorleesmoment? Zo gaan de belevingsaspecten verloren. In deze testfase blijft men uiteraard ook nog klassieke voorleesmomenten houden,
maar zal dit ook zo zijn eens het idee ingeburgerd geraakt?
* Gevaar voor verslaving --> ook al is de computerhoek op een aantal dagen gesloten, toch blijft dit gevaar bestaan
* Ook al leert een kleuter heel snel en leert de kleuter zo op vroege leeftijd werken met technologie, is dit toch niet nog wat te jong?
Samengevat haalt dit arikel aan dat ook kleuters van 3 jaar reeds met technologie bezig zijn en hier ook mee leren werken.
Langs de ene kant vind ik het zeker een goed idee om kinderen al van vroege leeftijd reeds bewust te maken van de mogelijkheden met ICT.
Op deze leeftijd leren de kleuters ook zeer snel, waardoor het voor hen al snel als gewoonte beschouwd wordt.
Langs de andere kant vind ik 3 jaar wel een zeer jonge leeftijd om hier mee te beginnen. Zo'n jonge kinderen een apparaat geven dat zoveel geld kost,
dan stel ik mezelf wel eens de vraag waar we allemaal mee bezig zijn. Bovendien heeft niet elk kind de kans om hier in een latere fase ook mee te werken.
Eenmaal ze aan een Ipad gewend zijn, zal ook snel de vraag naar een eigen Ipad komen en uiteraard kan niet elke ouder aan deze wens voldoen.
Tevens leer je de kinderen werken met Apple producten, voor je het weet zit je in de situatie waar we nu in zitten met Windows...
maandag 14 november 2011
De voordelen van ICT in het onderwijs
Domingo, M., & Marques, P. (2011). Classroom 2.0 Experiences and Building on the Use of ICT in Teaching. Comunicar, 37, 169-174.
In dit artikel wordt er meer uitleg gegeven over een Spaans onderzoek naar de voor-en nadelen van het gebruik van computers en IWB (interactive whiteboard) in Spaanse scholen. 120 leerkrachten en ongeveer 3000 leerlingen uit 21 Spaanse primaire en secundaire scholen, zowel uit de publieke als private sector deden mee aan dit onderzoek.[1]
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de leerkrachten tijdens de eerste testperiode voornamelijk gebruik maakten van het IWB en in mindere mate van de computer. Deze laatste werd door de studenten voornamelijk gebruikt om bijvoorbeeld werken te raadplegen, oefeningen te maken of oefeningen te verbeteren. De onderzoekers hopen dat het gebruik van de computer en meer bepaald het gebruik van blogs, wikis en dergelijke zal stijgen naarmate de kennis van de leerkrachten hieromtrent ook stijgt. Het IWB daarentegen, werd regelmatig door de leerkrachten gebruikt als handig hulpmiddel tijdens het geven van de leerstof.1
Uit het onderzoek komen ook nadelen naar voor i.v.m. het gebruik van technologie in de klas. Zo moesten de leerkrachten veel meer tijd besteden aan hun les om die grondig voor te bereiden en kregen ze te maken met internet- en computerproblemen. Doch kan men uit dit onderzoek concluderen dat er ook enorm veel voordelen gepaard gingen met het gebruik van ICT in het onderwijs. Men merkte bijvoorbeeld op dat er een grotere motivatie, participatie en aandacht was bij de studenten en ook de leerkrachten zelf waren duidelijk meer gemotiveerd om les te geven. Verder waren zowel de studenten en leerkrachten van mening dat het gebruik van een IWB en/of computer bevorderlijk was voor het leren. Doch blijkt dit laatste jammer genoeg niet altijd even merkbaar te zijn in hun punten.1
Ik ben van mening dat het gebruik van ICT in het onderwijs inderdaad een grotere motivatie kan opwekken zowel bij studenten als bij leerkrachten. Vooral voor de studenten is het gebruik van technologie vermoed ik interessant, daar computers en technologie vandaag de dag steeds vaker deel uitmaken van de leefwereld van de jeugd en de lessen op deze manier meer gericht zijn op hun manier van denken. Toch geloof ik dat het gebruik van ICT ook voor de leerkrachten enorm nuttig kan zijn om bijvoorbeeld het uitleggen van de leerstof, zoals uit het artikel blijkt (pagina 172), te vergemakkelijken.
Ook vind ik het niet abnormaal dat de leerkrachten tijdens dit onderzoek meer gebruik maakten van een IWB dan van de computer, omdat ik mij kan voorstellen dat een IWB (voorlopig nog) een handiger hulpmiddel is om iets voor een ganse klas te tonen of uit te leggen.
Zelf ben ik niet echt een voorstander van het idee om iedere leerling een computer te laten gebruiken tijdens de lessen in het primair en secundair onderwijs, omdat ik vrees dat leerlingen anders gaan vergeten hoe ze bijvoorbeeld zonder fouten moeten schrijven. Verder moet, naar mijn mening, ook niet alles via de computer gebeuren; leerlingen mogen niet steeds vastgekluisterd zitten voor hun tv- of pc-scherm. Men moet leerlingen blijven stimuleren om ook nog naar buiten te komen en van de echte wereld te genieten.
Samengevat vind ik dat, ondanks de nadelen van een te vaak gebruik van de computer, het gebruik van ICT in het onderwijs zeer veel nut kan hebben en dat dit onderzoek daar toch al een vrij duidelijk voorbeeld van geeft. Zonder twijfel zal hier nog veel onderzoek naar gebeuren en ik ben alvast benieuwd naar de verdere resultaten.
[1] Domingo, M., & Marques, P. (2011). Classroom 2.0 Experiences and Building on the Use of ICT in Teaching. Comunicar, 37, 169-174.
vrijdag 11 november 2011
Ouderportaal bevordert betrokkenheid ouders
Dit is de link:: http://www.vives.nl/nieuws/ouderportaal-bevordert-betrokkenheid-ouders)
donderdag 10 november 2011
België digitale analfabeten ?
op 07 november 2011.
woensdag 9 november 2011
Augmented Reality - The Future of Education
Het gaat over Augmented Reality, waarbij je simpel gezegd, een bril opdoet en je daarmee extra informatie kan verkrijgen bij het lezen van een boek (interactief boek), waar je foto's van dichterbij kan bekijken, filmpjes afspelen, etc... Ook zou het bruikbaar zijn in musea en voor monumenten. Als je extra info nodig hebt, doe je gewoon even je bril op. Brilliant!
http://www.youtube.com/watch?v=Q_xF8ujj7ko
Positief: Alles, gewoon meer informatie, meer mogelijkheden en als je het niet wil dan gewoon de bril niet opzetten.
Negatief: Ja, ik zie er geen. Zoals aan het einde wordt genoteerd: 'Expand your Imagination'.
The future of textbooks - textbooks are not dead
(Verdwijnt handboek?) hebben gepost en erop in te gaan, is het misschien interessant om even te luisteren naar Avi Warshavsky die het heeft over de toekomst van leerboeken (tekstboeken). Hij creërt online tekstboeken voor het "Center for Educational Technology in Israel" en argumenteert:
Een tekstboek blijft belangrijk omdat leerlingen nood hebben aan beperkingen en ze informatie moeten verkrijgen op een bepaalde opeenvolging. Wat belangrijk is, is dat er een goede mix is tussen de gesloten omgeving van een tekstboek en de open wereld van het internet.
Positief is dat Warshavsky met de online boeken de mogelijkheid geeft aan leerkracht en studenten om commentaar te geven op wat er verschijnt in het boek (in de vorm van bubbles en links) en je dus lagen creërt van het boek, waar je meer of minder informatie kan weergeven. Hiervoor gebruiken ze een LMS systeem (http://nl.wikipedia.org/wiki/Learning_management_system).
Negatief is dat het niet open source is. Er wordt gewerkt vanuit een Microsoft platform, maar proberen het zo open mogelijk te houden.
Hier is de link naar de video:
http://librarylab.law.harvard.edu/blog/2011/11/07/avi-warshavsky-on-the-future-of-textbooks/
dinsdag 8 november 2011
Ipad in kleuter-, middelbaar- en hogeronderwijs
Het artikel gaat over de verspreiding van de Ipad in de Amerikaanse scholen. Zo zijn er al heel wat scholen in de USA die met een Ipad werken voor bepaalde lessen/colleges. Het gaat zelfs verder dat sommige directeurs graag al hun leerlingen met een Ipad willen zien tijdens de schooluren. De leerlingen mogen de Ipads zelfs mee naar huis nemen om er hun huiswerk op te maken. Het grote knelpunt is het financieel plaatje, wat zeker in België het geval zal zijn, om voor 1 klas of een hele school een Ipad te voorzien. Dit is een probleem als je enkel kijkt op korte termijn vertelt het artikel. Men kan moeilijk het onderwijs doen evolueren op als we op korte termijn werken met oogkleppen aan. Dus is het logisch dat men de prijzen, voor- en nadelen gaat bestuderen op lange termijnen en dan pas gaat concluderen of de school, eventueel met behulp van het ministerie, de technologische revolutie van het onderwijs aangaat. Meer onderzoek is nog nodig om dit alles op een wetenschappelijke manier te staven.
Grote voordelen kunnen zijn:
1. Leerlingen zijn er vertrouwd mee enzullen het snel gewoon zijn.
2. Geen excuses meer dat je taken nietwist, als leerkrachten hun taken online plaatsen.
3. Lessen gaan verder dan alleen maar inhet klaslokaal.
4. Digitaal doorsturen van taken i.p.v. alles te moeten printen.
5. Lesmateriaal kan gedownload worden è minder zware boekentassen voor leerkracht en leerling.
6. Leerkracht hoeft niet alles meer op het bord te schrijven, leerlingen kunnen dan meer aandacht besteden aan de les zelf i.p.v. het overschrijven.
Eventuele nadelen:
1. De prijs per Ipad en eventueel nog de te betalen applicaties.
2. Scholen, gemeenten en het land moeten besparen è hoe kunnen we dan nog investeren in nieuwe technologie?
3. Leerlingen gaan misschien games downloaden.
4. Studenten gaan enkel nog op hun Ipad zitten: school en privé.
5. Wat doen bij schade en/of diefstal?
Ipads in het middelbaar of voor hoger onderwijs lijkt me een goede stap om het schoolgebeuren efficiënter te laten verlopen. Zo zijn er al plannen in Zuid-Korea om in 2015 heel het land de middelbare school te voorzien van een Ipad. Maar om de kleuters van 3 nu al een les te geven met
een Ipad lijkt me overdreven. Voor alles is er een ideale leeftijd om iets te leren. Om het te vergelijken met een “extreem” voorbeeld: seksuele voorlichting wordt ook niet gegeven aan kinderen jonger dan 10 jaar voor een bepaalde reden. Laat kinderen nog kinderen zijn en gun ze nu het plezier nog om met hun leeftijdsgenootjes nog te spelen in het bos, straat,…
Ik vind 6 jaar een mooie leeftijd om kinderen in te leiden in de technologie, 3 is overdreven!
Bronnen
· Winnie Hu; Math that moves: schools embrace the Ipad; The New York Times, januari
2011.
· Kleuters van 3 met Ipad in de Klas; Nieuwsblad, oktober 2011.
· http://www.nko.nl/uitgelicht/zuid-korea-2015-vervangen-tablets-de-schoolboeken.
maandag 7 november 2011
ICT in de praktijk van Vlaamse scholen
http://www.ond.vlaanderen.be/ict/onderzoek/files/MICTIVO.pdf
De onderzoekers bevraagden directies, leerkrachten en leerlingen naar een aantal ICT gebonden aspecten in het onderwijs waarvan ik de resultaten van de meest interessante (aan de lessen gelinkt) even samenvat en becommentarieer met info die ik van de ICT coördinator van mijn stageschool verwierf.
De meeste scholen zijn gemiddeld positief georiënteerd naar vrije software, basisscholen meer dan secundaire scholen. Wordt ook gezegd op deze school maar meer om het gratis gebruik dan om andere redenen, de vicieuze cirkel van “de bedrijven moeten eerst hun politiek aanpassen en dan kunnen wij de leerlingen er meer mee confronteren-de bedrijven verwachten van de scholen dat ze de leerlingen hierin opleiden” zal nog zo snel niet worden doorbroken.
Collaboratieve software tools worden in 54% van de scholen niet gebruikt. Wordt op deze school quasi alleen gebruikt voor de opvolgsystemen van de leerlingen. Ik denk dat de voordelen (snelle aanpassingen, info delen enz) te weinig zijn gekend door de leerkrachten en dat daarvoor echt een bewustmakingsplan nodig is.
De meeste leerkrachten gebruiken een paar keer per maand ICT voor klasgerelateerde activiteiten en dan meestal voor het opzoeken van informatie en het communiceren met de leerlingen; veel minder voor didactische redenen en voor het opstellen van toetsvragen. Zelfde trend voor leerlingen, frequent gebruik voor opzoeken van informatie maar heel weinig voor zelfstandig leren. Gelijkaardig scenario thuis waar te nemen bij mijn tienerkinderen, ook de coördinator onderstreept dat leerlingen veel gebruiken maar weinig volledig beheersen, vaak enkel voor spelletjes en info opvragen.
De meerderheid van de leerkrachten voelt zich wel ondersteund door de ICT- coördinator maar hoofdzakelijk voor technische ondersteuning en niet voor didactische hulp. De coördinator fungeert inderdaad meer als helpdesk, heeft handen tekort en al een zware kluif aan het uitstippelen en het verdedigen van het ICT-beleidsplan. Ik denk echter dat leerkrachten zich meer zelf zullen moeten bekwamen zodat de drempel kleiner wordt om ICT in de klas te gebruiken. Leerkrachten hebben ook vaak negatieve ervaringen met het uitvallen van bvb internetverbindingen en goed voorbereide lessen die in het water vallen. De infrastructuur in het algemeen moet hier echter wel dringend voor worden uitgebouwd, anders gaat in deze school de attitude t.o.v. ICT in de klas niet zo makkelijk veranderen.
zondag 6 november 2011
Al spelenderwijs leren?
Net zoals deze blog wil de Nederlandse website http://www.ictnieuws.nl/ de laatste nieuwtjes over ict in het onderwijs op de voet volgen. Zo werd er onlangs een recensie gepubliceerd over een nieuwe app die leerlingen van alle leeftijden helpt bij het inoefenen van rekenen met breuken: Motion Math.
Op de website http://motionmathgames.com/motion-math/ vind je een filmpje van de producent waar het spel wordt uitgelegd. Motion Math wordt hier omschreven als ‘A Kid’s Dream of School’. Zowel de Nederlandse recensente als de producent zijn zeer lovend over deze app en beweren dat kinderen door dit spel te spelen merbare vooruitgang zullen maken wat het rekenen met breuken betreft.
Dat deze spelende leerwijze voordelen heeft, lijkt me duidelijk. Het is in de eerste plaats een zeer visuele manier om, in dit geval, de verhoudingen tussen getallen weer te geven. De leerlingen worden op een andere manier en in een andere context geconfronteerd met breuken. Doordat er met scores en levels gewerkt wordt, wil je als speler steeds beter doen en word je aangezet om je niveau te verbeteren. Zo leer je op een bijna onbewuste manier bij. En ten slotte, na een lange lesdag is het aanlokkelijker je huiswerk al spelend temaken dan achter je boeken te kruipen.
Toch denk ik dat er ook vragen te stellen zijn bij deze educatieve apps. De spelletjes zijn zeker een aangename manier om deleerstof op een andere wijze te benaderen, maar hoe effectief zijn ze eigenlijk? In welke mate zijn de kinderen in staat deze games als leerstof te zien en niet als spelletjes? Kunnen ze, eenmaal in het klaslokaal, de link leggen tussen het spel waarmee ze geoefend hebben en de leerstof? Of gaat het hen enkel om het behalen van scores zonder dat ze daarbij daadwerkelijk een rekenkundig inzicht verwerven?
Wie graag een wetenschappelijk antwoord leest op deze kwestie, kan het artikel ‘Effects of attitudes and behaviours on learning mathematics with computer tools’ van Helen Reed, Paul Drijvers en Paul Kirschner eens bekijken. Deze drie wetenschappers probeerden aan de hand van enkele testen de impact van wiskundige tools op het leergedrag van jongeren te bestuderen. Ook hun antwoord is echter gevarieerd en niet eenduidig. Ze benadrukken dat deze methodes voor- en nadelen kunnen hebben.
Al spelenderwijs leren, ‘A Dream of School’ voor vele studenten, maar hoeveel steken we hier eigenlijk van op?
(De volledige recensie van de app Motion Math vind je terug op volgend adres: www.ictnieuws.nl/?eappeltjes=on)
(Bron: Helen C. Reed, Paul Drijversa & Paul A. Kirschnerb (2010) ‘Effects of attitudes and behaviours on learning mathematics with computer tools.’ Computers & Education, Vol.55(1), p.1-15. http://www.fi.uu.nl/tooluse/docs/Reed_Drijvers_Kirschner_CE_2009.pdf)
Verdwijnt het handboek?
http://www.klasse.be/leraren/archief/14623
vrijdag 4 november 2011
Virtuele wereld - educatieve redder van musea?
http://www.knack.be/nieuws/cultuur/beeldende-kunst/ensor-krijgt-eerste-virtueel-museum/article-1194958524850.htm
http://www.droomplekken.nl/nieuws/google-art-project-virtueel-musea-bezoeken.html (met videos over het google art project)
Carnall & Cook 2010
M. Carnall & B. Cook, “The Virtual Museum”, in: B. Cook, R. Reynolds, C. Speight, Museums and Design Education. Looking to Learn, Learning to See, Ashgate 2010, p. 165-176.
Rodriguez-Echavarria & Wieneke 2010
K. Rodriguez-Echavarria & L. Wieneke, “Learning in Second Life”, in: B. Cook, R. Reynolds, C. Speight, Museums and Design Education. Looking to Learn, Learning to See, Ashgate 2010, p. 177-187.
Het eerste artikel van Knack.be (25/02/2011) gaat over het initiatief van de Vlaamse kunstcollectie om een virtueel museum ‘te bouwen’ rond de Oostendse kunstenaar James Ensor. Deze virtuele website wil Vlaamse kunst en cultuur digitaal ontsluiten en op die manier promoten in het buitenland. Bezoekers, zowel geïnteresseerden als studenten en onderzoekers, krijgen een handige manier toegereikt om de kunstenaar te bestuderen via één centrale website. Er wordt ook een community rond Ensor gestart. Zoals het artikel zegt, kan elke bezoeker een eigen Ensor-collectie samenstellen en zullen er Web 2.0-applicaties verschaft worden.
Een ander artikel dat bij deze thematiek aansluit, is een bijdrage over het google art project (01/02/2011). Het virtuele museumbezoek is niet nieuw maar wordt nu ook toegepast op 17 van de belangrijkste musea ter wereld met street view (o.a Moma, Uffizi, Rijksmuseum Amsterdam). Het google art project voegt hierbij een nieuwigheid: vanachter de computer kan je kennismaken met kunstwerken in high definition. Naast het bekijken van museumzalen kan je ook inzoomen op kunstwerken en de details. Bij de musea werd één pronkstuk in gigapixel gefotografeerd. Het artikel verwoordt: “Op die manier kan je eindeloos inzoomen op het kunstwerk”. Verder heb je de mogelijkheid om online te reflecteren en informatie te delen.
Het doel van deze ‘digitale ondernemingen’ is het toegankelijk maken van kunstcollecties op het internet met interactieve toepassingen. Aangezien het werk van vele kunstenaars verspreid is over verschillende musea, zijn dit zeer interessante tools voor wetenschap en studie.
Commentaar: virtuele musea en educatie
Deze twee korte nieuwsberichten geven de aanzet om stil te staan bij het onderwerp virtuele musea, als aspect uit de virtuele wereld. Ik kies deze invalshoek omdat de combinatie van een virtuele wereld met educatie een interessant en relevant gegeven is. Het gebruik van virtuele werelden bij wetenschappelijk onderzoek en studies wordt meer en meer toegepast. Wetenschappers kunnen beroep doen op virtuele applicaties om bepaalde situaties te ensceneren en op die manier te onderzoeken. Twee specifieke voorbeelden: archeologen kunnen bv. (antieke) nederzettingen nabouwen en biologen klimaten testen.
De bovenstaande artikels leren dat ook de museumwereld up to date wil blijven en de technologieën van de virtuele wereld gaat toepassen. Zo worden musea via verschillende vormen toegankelijk voor het publiek, en niet alleen via de gekende weg.
Heeft een virtuele wereld het potentieel om musea te ‘verrijken’ op een educatief verantwoorde manier? Eén van de belangrijkste vragen hierbij: kunnen museumbezoekers meer te weten komen over tentoongesteld materiaal als ze deze objecten kunnen zien en gebruiken in een virtuele wereld? Concreet voorbeeld: kunnen Romeinse potscherven in musea ons meer vertellen dan een virtuele wereld waarin ‘bezoekers’ deze potten kunnen maken, gebruiken en verhandelen (Carnall & Cook 2010, p. 173)?
Dergelijke actuele problematiek vraagt verder onderzoek. Volgens mij kunnen beide werelden, reële museumsetting en virtuele wereld, elkaar versterken bij het nastreven van een educatief programma. Kinderen, jongeren en volwassenen hebben als museumbezoekers nood aan contextuele informatie die meer toont dan enkel het object in een museumruimte. Ze moeten de objecten in hun totaliteit kunnen benaderen om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de functies en belang van objecten. Een virtueel museum staat bezoekers toe om interactie te krijgen met objecten in een gereconstrueerde museumcontext. Dat is in musea zelf niet altijd mogelijk omdat vele objecten achter slot en grendel zitten en er bij topstukken een (onaangename) drukte heerst. Via de virtuele wereld wordt gestreefd naar een uitgebreide vorm van interpretatie. Een brede waaier van applicaties ( 3D, real time webcams, animaties,…) kunnen uitgewerkt worden. Daarom is het aan te raden de virtuele wereld ook in het museum zelf te installeren, gebruiken en niet alleen thuis, vanachter de computer, toegankelijk te maken. Op die manier gebruik je beide werelden naast elkaar en zal het virtuele museum het reële gebouw niet van de troon te stoten.
Betekent de opkomst van het virtuele museum de ondergang van het fysieke concept? Recente studies hebben aangetoond dat virtuele bezoeken aan musea ook de fysieke bezoeken aan deze instellingen aanmoedigen en dus niet ‘tegenwerken’ (Carnall & Cook 2010, p. 173).
Educatieve karakter in het gebruik van virtuele musea (Rodriguez-Echavarria & Wieneke, 2010, p. 179)
- Men is niet beperkt tot klaslokalen en museumzalen. Kan gebruikt worden voor en na het eigenlijke museumbezoek. Deze laatste is niet beperkt tot één plaats en één moment.
- Het is een (inter)actief en sociaal proces. Zet aan tot het delen van indrukken en meningen over kunst en ander museummateriaal.
- Het is een persoonlijke ervaring die verband houdt met de studieachtergrond en de persoonlijke context van de gebruiker.
- Op een ‘levende’ manier betrek je het publiek bij cultureel erfgoed.
- Het werkt drempelverlagend en kan een gevarieerd doelpubliek bereiken.
! Bij dit laatste kenmerk hoort een opmerking: voor het gebruik van een virtuele wereld tijdens educatieve activiteiten worden diegene die geen toegang hebben tot de vereiste technologie uitgesloten.
Daarnaast vraagt de productie van een virtueel museum heel wat research, marktonderzoek en investeringen. Kiest men voor een bestaand concept of voor een nieuwe technologie?
Suggesties & reacties...
'Vlaming verkiest papier boven e-boek' De Morgen
Maar dan lees je het artikel en staat er dat 84% van de Vlamingen een papieren versie verkiest in plaats van een digitale versie. Nog opmerkelijker is dat 3/4 van de jongeren tussen 12 en 18 jaar ook liever voor een papieren versie gaat. Dat kan ik alleen maar toejuichen! Verder staat er in het artikel dat er nog steeds één op de vier Vlamingen nog nooit heeft gehoord van een e-reader en 1/5 nog nooit van de iPad wat ik toch bizar vind aangezien je overal wel een reclame daar van ziet. De Morgen zelf geeft nu e-readers weg als je een jaarlijks abonnement kiest (ik geloof dat dit enkel voor de studenten is om hen zo meer te betrekken bij het nieuws).
Wat verkiezen jullie; e-reader of echte papieren versie van een boek? Waarom?
Ik heb dit artikel niet online kunnen vinden en daarom heb ik beslist om daar een gescande versie van te tonen. Ik heb ook een gelijkaardig artikel gevonden op de volgende site http://www.gva.be/nieuws/media-en-cultuur/aid1088545/jongeren-verkiezen-nog-steeds-echte-boeken-boven-e-books.aspx?cmt=all
Kan het Internet via het licht werken?
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20111102_112
De Nederlandse hoogleraar Ton Koonen van de Technische Universiteit Eindhoven gaat na of de radiogolven die nu gebruikt worden bij het Internet kunnen vervangen worden dor licht.
Voordelen
De verbindingen zouden sneller kunnen.
In de medische wereld en in de vliegtuigen zouden er geen storingen meer optreden.
Er wordt aldus een oplossing gevonden voor de saturatie van de capaciteit van het radiospectrum.
Er wordt bespaard op energie.
woensdag 02 november 2011, 18u16 Bron: Belga
partydj
Internet via het licht in plaats van radiosignalen, is dat mogelijk? En handig? De Nederlandse Hoogleraar breedbandnetwerken Ton Koonen van de Technische Universiteit Eindhoven gaat de mogelijkheden daarvan de komende 5 jaar onderzoeken. Hij heeft voor het onderzoek een Europese subsidie van 2,5 miljoen euro ontvangen.
Eén van de voordelen van licht is dat het niet stoort met andere elektronische apparatuur. Bij radiosignalen kan dit wel het geval zijn. ‘Met name in de medische wereld en in vliegtuigen is dat een groot probleem. Internet via licht lost dat probleem op’, aldus Koonen woensdag.
‘Daarnaast is de verbinding sneller en doordat de energie gerichter wordt gebruikt, bespaar je daarop. De huidige draadloze communicatie, zoals wifi, loopt via radiogolven. Doordat er steeds meer draadloze apparaten zijn die allemaal een stukje van het radiospectrum nodig hebben, zal de capaciteit binnen een aantal jaar vol raken’, zegt Koonen.
De nieuwe technologieën zorgen voor een ware revolutie van het hoger onderwijs in Afrika
Door de introductie van nieuwe technologieën grijpt een ware revolutie voor het hoger onderwijs in Afrika plaats.
Voordelen:
Er kan les van op afstand gevolgd worden door gebruik te maken van videoconferenties. De studenten kunnen van om het even waar ze zich bevinden, de les bijwonen.
De lessen zullen niet meer verstoord worden door stakingen, vervangingen en overbezette lokalen.
http://www.essor.ml/actualite/article/afrique-les-nouvelles-technologies
donderdag 3 november 2011
Vodcasts, twitter en laptops: Interactief lesgeven ten top!
- Hoge interactiegraad tussen leerlingen en leerkracht
- Motivatie blijft groot door de samenvattingen die gemaakt dienen te worden via twitter
- Lesinhoud blijft zeer actueel, door de toegang tot de meest geupdate informatie bron: het internet.
- Leerlingen stellen zelf hun examencursus samen door eigen samenvattingen, eigen gezochte artikels, enz..
- Leerlingen leren werken met nieuwe technologie, kennis die ze nodig zullen hebben in de toekomst
- Kinderen die thuis niet over internet beschikken, kunnen niet even interactief deelnemen aan het samenstellen van de cursus.
- Digitalisering mag niet de bovenhand nemen, normaal sociaal contact is zeker even belangrijk binnen de schoolomgeving
- Het voornaamste aspect waar ik me zorgen om maakte is het stimuleren van computergebruik, wat eigenlijk al een te grote component is van de vrijetijdsbesteding van jongeren. Als bewegings-en gezondheidspromotor baarde dit me zorgen, aangezien het reeds sterk aanwezige sedentarisme in mijn ogen nog uitvergroot zou kunnen worden. Ik heb dus wat opzoekwerk verricht en de meest recente review omtrent dit onderwerp, van Marshal e.a., 2006, concludeert dat televisie-en computergebruik onterecht als oorzaak voor sedentarisme worden gezien, aangezien dit nog niet bewezen is. Het is dus zeker niet zeker dat deze manier van lesgeven het sedentair gedrag van jeugd in de hand werkt, maar het is naar mijn mening wel een aspect om in het oog te houden.
woensdag 2 november 2011
Onderwijstechnologie
Het marktaandeel van Internet Explorer is voor de eerste keer in zijn bestaan gedaald beneden de 50%.
Het marktaandeel van Chrome is gestegen van 10,4 naar 17,6%.
De mobiele internetgebruikers gebruiken meestal Apple en Safari.
Internet Explorer blijft met een marktaandeel van 49,6% nog altijd het belangrijkste navigatiekanaal. Mozilla Firefox blijft de belangrijkste concurrent.
http://www.lecho.be/actualite/entreprises_technologie/Internet_Explorer_perd_des_plumes_face_a_Safari_et_Chrome.9122896-3063.art
dinsdag 1 november 2011
Social media in de klas?
http://www.eschoolnews.com/2011/10/27/social-media-savvy-the-new-digital-divide/1/
Het artikel beschrijft hoe in een eerder debat werd gesproken over zoekmachines als Google, Yahoo! en Bing die bij het zoeken naar resultaten social media-gegevens gebruiken. Dit heeft als gevolg dat twee mensen bij dezelfde zoekterm verschillende resultaten kunnen krijgen. Hierdoor, zo redeneert Angela Maier (leerkracht en consultant), hebben mensen met een groot sociaal netwerk meer invloed op het internet dan anderen. Het is volgens haar dus van groot belang dat op school geleerd wordt hoe je online kan delen, netwerken, mensen kan betrekken en samen kan werken. De inhoud alleen is niet genoeg, ook je karakter (motivatie en intentie) telt mee. Dit debat gaf aanleiding tot Angela Maiers uitspraak: “You are what you share”.
Ik vind het een goed plan van Angela Maier om op school meer aandacht te besteden aan het gebruik van social media en internet in het algemeen. Social media neemt in dit digitale tijdperk een steeds grotere plaats in en, naast de mogelijkheden die het biedt, schuilen er allerlei gevaren om de hoek. Het is belangrijk om leerlingen daar op voor te bereiden en hun SQ (Social Intelligence Quotient) te ontwikkelen. Ik vraag me echter af in hoeverre het secundaire onderwijs leerlingen moet bijbrengen om een zo’n groot mogelijke invloed uit te oefenen op het internet, zoals wordt beargumenteerd in het artikel. Ik twijfel niet aan het belang van het bereiken van zoveel mogelijk mensen middels social media, maar ik denk niet dat het secundaire onderwijs daar de juiste plaats voor is. Dit hoort, wat mij betreft, eerder thuis op het hoger onderwijs in een specifieke studie zoals marketing.
Dit artikel geeft aan dat het internet met al haar mogelijkheden en gevaren een actueel onderwerp is in het onderwijs. Social media maakt daar uiteraard een belangrijk deel van uit. Het is goed dat hierover wordt gesproken, maar het is nog belangrijker dat men tot actie over gaat. De wereld van het internet ontwikkelt zich razendsnel en het onderwijs zal hierin mee moeten gaan.
