Een aspect van het hoger gebruik aan ICT het laatste decennium die me vooral opschiet is het deelnemen aan sociale netwerken op het internet. Meerdere studies hebben al aangetoond dat het gebruik van sociale netwerken een norm geworden is die jongeren en ouderen gebruiken om een sociale identiteit te ontwikkelen (Buckingham, D. & Martinez-Rodriguez, J.B., 2013; Muros et al., 2013; Stornaiulo et al., 2013). Aangezien het nu volkomen deel uitmaakt van de maatschappij vroeg ik me af hoe sociale netwerken gebruikt kunnen worden in het onderwijs. Ik heb in de literatuur één concreet leerdoel gevonden (die men kan onderverdelen in meerdere “sub”-leerdoelen) waarvoor sociale netwerken gebruikt kunnen worden: het ontwikkeling van het besef van burgerschap.
Pro’s en
contra’s
Sinds de
ontwikkeling van ICT werden er pro- en contra-argumenten naar voren gebracht
voor het gebruik ervan in het onderwijs. Er werd beoordeeld dat ICT een bron
was van afleiding en oppervlakkig denken of dat het de werkelijkheid
onbeduidends voorstelde. Dit zou leiden tot een daling van “sociaal kapitaal”
en van burgerparticipatie. Anderzijds was er de mening dat ICT tot een
“onderwijsrevolutie” zou leiden en dat het de fundamenten met zich meebracht om
een authentieke, efficiënte en leerling georiënteerde omgeving te creëren. De
nadruk wordt nu niet meer gelegd op de vraag of leerkrachten digitale media
moeten gebruiken maar eerder op hoe ze het moeten gebruiken en voor welke
leerdoelen. (Buckingham, D., 2013)
Ontwikkeling
van burgerschap
Ik heb twee
verschillende artikels gelezen waarin het gebruik van sociale netwerken in het
onderwijs wordt beschreven en waarvoor het ook gebruikt kan worden. De eerste
studie (Stornaiulo et al.,2013)
beschrijft het gebruik van sociale netwerken voor de ontwikkeling van
communicatie vaardigheden en wederzijdse uitwisseling dat ethisch alert en
sociaal bewust kan zijn. Ze leggen de nadruk op de wederzijdse onderhandeling
tussen leerlingen in een sociaal netwerk om hun relatieve posities en functies
in een groep en tegenover elkaar te bepalen rond een case-study of probleem die
ze moeten oplossen. De tweede studie (Middaugh & Kahne, 2013) legt de
nadruk op het gebruik van nieuwe media en sociale netwerken in de ontwikkeling
van burgerschapsbesef. Ze duidden aan dat sociale netwerken gebruikt kunnen
worden om vier doelen te vervullen: 1) het ontwerpen van authentieke
leeromgevingen, 2) leerlingen als individu’s aan te sluiten bij de
maatschappij, 3) de meningsuiting van de jeugd te ondersteunen en 4) leerlingen
aanmoedigen zich te engageren in hedendaagse kwesties. Ik vond dat het aspect
waar de eerste studie de nadruk op legt terug te vinden is in de leerdoelen van
de tweede studie. Ik zal me dus daarop focussen.
Wat vooral interessant is in het artikel (Middaugh
& Kahne, 2013) is dat het een aantal voorbeelden geeft van leerplatforms op
het internet die deze leerdoelen gezamenlijk vervullen. Ik zal er hieronder een
aantal beschrijven.
In www.dosomething.org en www.generationon.org worden
elektronische toolkits ter beschikking gesteld om de leerlingen uit te nodigen
om een variëteit van kwesties te exploreren waarvoor ze interesse in hebben.
Projecten worden er voorgesteld waarop leerlingen zich kunnen indiepen. In
Citizen Science (www.tigweb.org) worden de
leerlingen aangemoedigd om een bijdrage te leveren voor het opstapelen en beschikbaar
maken van data rond een specifieke kwestie (onder te verdelen in milieu en
sociale kwesties). Daarin wordt er een sociaal netwerk platform aangeboden voor
het wisselen van ideeën rond deze kwesties. Ze tonen uiteindelijk de
beschikbaarheid aan van online spelletjes met complexe milieu en sociale
kwesties waarvoor de leerlingen een oplossing moeten vinden. In http://fateoftheworld.net bijvoorbeeld
worden de leerlingen aangezet tot het ontwikkelen van meerdere
beleidsmaatregelen om de klimaatverandering tegen te gaan. Deze maatregelen
kunnen evengoed de situatie verbeteren als verergeren.
Conclusie
In die literatuur wordt vooral een aantal pro-argumenten naar voren gebracht rond het gebruik van nieuwe media en sociale netwerken in het onderwijs. Dit vind ik onontbeerlijk voor de ontwikkeling van het gebruik ervan in het onderwijs aangezien het belang ervan. Ik wil niettemin een aantal kritische punten naar voren brengen die ik vind dat men niet uit het oog mag houden. In het voorbeeld van online spelletjes is het belangrijk te weten te komen of die spelletjes geen te hoge simplificatie en misvatting van de werkelijkheid kunnen veroorzaken (ze zijn daarbij soms niet gratis). Het is dus belangrijk twee keer na te denken vooraleer men zoiets gebruikt. Het andere punt waarvoor men als leerkracht voorzichtig moet zijn is het gebruik van de sociale netwerken. Het is belangrijk de nadruk te leggen bij de leerlingen op een effectief en verantwoord gebruik ervan, desnoods door de wisselwerking in de sociale netwerken (in de context van de les) te controleren of na te kijken.
Bronnen
-Buckingham, D., Martinez-Rodriguez, J.B., 2013. Interactive Youth: New
Citizenship between Social Networks and School Settings. Comunicar,
40, XX, 2013, Scientific Journal of Media Education; ISSN: 1134-3478 • e-ISSN:
1988-3293 • Pages 10-13
-Middaugh, E., Kahne, J., 2013. New Media as a Tool
for Civic Learning. Comunicar, n. 40, v. XX, 2013, Scientific Journal of Media
Education; ISSN: 1134-3478; pages 99-107.
-Muros, B., Aragón, Y. en Bustos, A., 2013. Youth’s
Usage of Leisure Time with Video Games and Social Networks. Comunicar, n. 40,
v. XX, 2013, Scientific Journal of Media Education; ISSN: 1134-3478; pages
31-39.
-Stornaiulo, A., DiZio, J.K. en Hellmich, E.A., 2013. Expanding
Community: Youth, Social Networking, and Schools. Comunicar, n. 40, v. XX,
2013, Scientific Journal of Media Education; ISSN: 1134-3478; pages 79-87.