zondag 1 maart 2015

Zet je (wiskunde-)les eens op z’n kop!

Samenvatting
Flipping the classroom: een concept dat de laatste jaren aan een opmars bezig is binnen het onderwijs en ook vanuit de lerarenopleiding steeds vaker gestimuleerd wordt. Een veel besproken item, waarbij zowel voor- als tegenstanders in te onderscheiden zijn. Omdat k mezelf niet wil en kan promoten als voor- of tegenstander, wil ik met dit artikel enkel een kritische blik werpen op de pro's en contra's die in de geraadpleegde bronnen aangehaald worden om deze vervolgens vanuit mijn persoonlijke stagepraktijk te benaderen.

Saskia Beeldman geeft op haar blog een mooie definitie van wat het concept precies inhoudt:

Flipping the classroom’ betekent dat het lesgeven wordt omgedraaid. In een traditionele les wordt de lesstof behandeld uit het boek en de docent geeft huiswerk voor de volgende les. Bij ‘Flipping the Classroom’ is het de bedoeling dat de lesstof thuis als huiswerk wordt gedaan en dat in de klas met de docent de opdrachten worden uitgevoerd eventueel in groepjes. De stof kan worden aangeboden door een hoofdstuk te laten lezen, een filmpje of een presentatie te bekijken. De student kan dit bekijken op de computer, laptop, tablet of mobiele telefoon.” (Beeldman, 2013)

De voordelen die in de geraadpleegde bronnen aangehaald worden, zijn veelal gelijkaardig. De voornaamste vat ik hier kort samen: 
  •        meer differentie tussen de leerlingen (zowel op vlak van leerstatus als leerprofiel);
  •        werkt samenwerking tussen de leerlingen in de hand;
  •        een sterkere ontwikkeling van communicatieve vaardigheden van de leerlingen;
  •        leerlingen hebben meer controle over hun leerproces;
  •        combinatie van verschillende werkvormen is mogelijk;
  •        betere ondersteuning mogelijk vanuit het thuisfront;
  •        minder tijd verloren aan lesstof en er komt meer tijd vrij voor toepassingen en oefeningen;
  •        meer gerichte feedback en betere begeleiding tijdens het huiswerk;
  •        grote interactie tussen leerkracht en leerling.
Echter zien we meteen ook  enkele onenigheden tussen de geraadpleegde bronnen. Daar waar Christiaan van Os van mening is dat het klassikaal onderwijs passiviteit stimuleert, omdat hierbij de leerlingen enkel en alleen de uitleg dienen te absorberen en te luisteren, is Saskia Beeldman van mening dat het flippen van je klas passiviteit in de hand werkt. Zij vindt dat kijken naar een video of presentatie een passieve bezigheid is.
Omdat ik in mijn eigen lessen een continue vraagstelling als aanpak hanteer, waarbij de leerlingen zeer actief moeten meewerken, sluit ik me aan bij Saskia Beeldman. Als leerkracht is het je taak om mogelijke passiviteit tijdens het lesgeven te verhinderen en de leerlingen te prikkelen om bij ‘de les’ te blijven. Achter het beeldscherm is er bovendien ook een verhoogd risico op afleiding (eten tijdens het kijken naar het filmpje, de tv die op de achtergrond opstaat, zus of broer die je aandacht opeist, etc.). Een eerste kritische benadering op het trendy concept.

In de geconsulteerde artikels gaat men ook nadelen die verbonden zijn aan het flippen van je klas niet uit de weg:
  •        leerlingen zullen nog meer tijd doorbrengen achter het beeldscherm;
  •        ongewenste delen die toegevoegd worden aan de lesstof zoals reclame bij YouTube-filmpjes;
  •        sommige leerlingen zullen grotere werkdruk en (te) grote verantwoordelijkheid ervaren.
Reflectie
Enerzijds ben ik van mening dat Christiaan van Os in zijn artikel een te minimale kritische houding aanneemt t.o.v. het opkomende concept, terwijl ik anderzijds ervan overtuigd ben dat Sandra Beeldman in haar artikel en Kristof De Witte en Maarten Cachet in hun onderzoek het concept te weinig vanuit de praktijk benaderen en hierdoor nog enkele voor- en/of nadelen over het hoofd zien. Om die reden wil ik graag het nieuwe concept meer vanuit mijn persoonlijke praktijkervaring benaderen en mijn persoonlijke mening hierop toespitsen.

Zelf geef ik stage in een Brusselse school, waarbij er ongeveer 50% van de leerlingen aantikken op GOK-indicatoren. Hierin behoren o.a. de leerlingen die thuis financiële moeilijkheden ondervinden en nog steeds, vaker dan men zou denken, niet over technologische middelen beschikken. Omdat het concept van flipping the classroom vaak een computer of tablet vereist, lijkt me dit zeker één van de grootste nadelen verbonden aan het principe.
Men zou dit kunnen oplossen door de leerlingen niet de lesstof m.b.v. filmpjes te laten ontdekken, maar via het lezen van een hoofdstuk in de cursus. Binnen mijn persoonlijke vakgebied, wiskunde, denk ik dat het niet altijd even eenvoudig is om de leerlingen een nieuw leerstofonderdeel op deze manier zelf te laten ontdekken: spreektaal is immers niet hetzelfde als wiskundige taal met het regelmatig gebruik van symbolen, waarbij er bijgevolg een verhoogd risico bestaat van het creëren van misconcepties bij de leerlingen.
Een andere mogelijkheid, die ook als oplossing aan bod komt in onderstaande literatuur, is het integreren van het concept flipping the classroom in het schoolleven. Sommige scholen maken de computerlokalen nog enige tijd toegankelijk na afloop van de schooldag. Een vraag die hier meteen bij me opkomt: wat als de leerlingen later op de avond of heel vroeg in de ochtend de leerstof nog een keertje willen herbekijken of herhalen?

Een voordeel van het klassikaal onderwijs is dat er ruimte is voor directe interactie en directe vraagstelling bij het absorberen van de leerstof. Deze directe vraagstelling wordt vaak ook mogelijk gemaakt bij het flippen van de klas via het aanmaken van fora waar leerlingen vragen op kunnen posten. Een positief gegeven lijkt mij (ook omwille van het feit dat leerlingen op elkaar kunnen reageren en met elkaar in discussie kunnen treden), al kunnen er hier ook enkele kanttekeningen bij gemaakt worden. Voor mijn specifieke vakgebied, m.n. wiskunde, is het niet altijd even makkelijk om op vragen te antwoorden enkel en alleen via schrijftaal. Vaak zijn immers ook wiskundige symbolen vereist, wat niet altijd even eenvoudig is op fora.
Daarenboven vraagt het idee dat de leerkracht ook actief is op het forum, met als doel de vragen van de leerlingen te beantwoorden. Hierdoor kan de werklast van de leerkracht verhogen. Deze stijging van de werkdruk kan geminimaliseerd worden, door als leerkracht inactief te zijn op het forum, maar het antwoord op de vragen van de leerlingen als basis voor de volgende les te beschouwen. Hierbij stel ik me dan weer de vraag of dit alternatief wel nog voordelen biedt  t.o.v. de directe interactie die plaats kan vinden tijdens het klassikaal onderwijs.

Ook heb ik enkele bedenkingen op vlak van technologie en vaardigheden: wat met de werking van de filmpjes op de verschillende toestellen en programma’s die op de markt verschijnen, de technologische tekortkomingen die kunnen optreden (bv. wifi of internet dat hapert, etc.), de technologische uitrusting in de klas, de kwaliteit van de filmpjes, de technologische vaardigheden van zowel leerkracht als leerling, etc.? Gaat hierbij bovendien ook niet de authentieke vertellers-stijl met bijhorende intonatie, die de sterkte van vele leerkrachten vormt, verloren? Kan het inspirerende enthousiasme van de leerkracht op eenzelfde niveau over gebracht worden via online videobeelden (die soms aan beeld- en geluidskwaliteit te wensen overlaten)?

Ondanks de veelheid aan bovenstaande kritische opvattingen die ik bij mezelf stel, denk ik dat het flipping the classroom-concept toch een meerwaarde kan betekenen in het onderwijs, op voorwaarde dat het een doordachte invulling krijgt. Extra voordelen van het concept zijn de ondersteuning bij het herhalen van de leerstof of het voorbereiden van een examen of toets, en heeft het ook een positief effect in geval van ziekte of bij regelmatige afwezigheid van een leerling (bv. topsporterstatuut).
Zelf zou ik het concept slechts bij bepaalde, goed gekozen, leerstofonderdelen toepassen. Ook denk ik dat de leeftijdscategorie en de grootte van de  klasgroep een bepalende rol speelt in de beslissing voor de toepassing ervan. Wanneer het uiteindelijk op een goede en efficiënte manier geïntegreerd wordt, kan het zeker een meerwaarde betekenen in het lesgebeuren, waarbij het een variërende werkvorm biedt binnen de lespraktijk.

Geraadpleegde bronnen
Beeldman, S. (2013, 16 april). Flipping the Classroom, wat is het eigenlijk? Opgehaald op 01 maart 2015 van http://saskiabeeldman.nl/flipping-the-classroom-wat-is-het-eigenlijk/#

De Witte, K. en Cachet, M. (2013). Flip de klas: Theorie als huiswerk en oefeningen als les – Ervaringen uit de literatuur en voorbeelden uit het economie-onderwijs. Opgehaald op 01 maart 2015 van https://feb.kuleuven.be/leuven/student/leraren/vakdidactiek_onderz/flip_klas


van Os, C. (2012, 2 september). Het flippen van je klas – Flipping the classroom. Opgehaald op 01 maart 2015 van http://www.osacademie.nl/09/ict-in-de-klas/flipping-the-classroom/het-flippen-van-je-klas-flipping-the-classroom/

vrijdag 27 februari 2015

Differentiëren via een digitaal leerplatform

Samenvatting

Uitgeverij Van In heeft een leerplatform ontworpen dat differentiatie mogelijk zou maken. Het all-in-one digitale leerplatform, Diddit genaamd, wordt bij de start van het schooljaar 2015-2016 gelanceerd. Doelgroep is de eerste graad van het Nederlandstalig secundair onderwijs. 

Op diddit.be, het webadres van het online leerplatform, staan oefeningen beschikbaar voor de vakken Nederlands, Frans, wiskunde, Engels en godsdienst. Deze oefeningen sluiten aan bij de leerwerkboeken van uitgeverij Van In voor de respectievelijke vakken. Via deze oefeningen kan er gedifferentieerd worden binnen de klas. Elke leerling kan oefeningen op het eigen niveau maken, dankzij een automatische niveau-aanpassing. Indien de leerling meerdere vragen na elkaar foutief beantwoordt, schakelt het systeem automatisch een niveau lager. Bij goede antwoorden stijgt de moeilijkheidsgraad weer. Bovendien kan de leerling thuis verder oefenen. De motivatie en het zelfvertrouwen van de leerlingen worden zo gestimuleerd. Bovendien voorziet het platform allerlei spelletjes als beloning. 

De leerkracht wordt hierdoor niet extra belast. Dankzij het platform zou deze net ondersteund worden op het vlak van evaluatie en differentiatie. De leerkracht behoudt immers het overzicht over alle opgaven en antwoorden en kan zo de evolutie van elke leerlingen opvolgen. Het ideaal van een individueel leerpad voor elke leerling wordt zo haalbaar. 

Reflectie

Bij het lezen van dit artikel kan volgende vraag gesteld worden: "Wat is een digitaal leerplatform?". Een digitaal leerplatform wordt ook wel een elektronische leeromgeving (ELO) genoemd. Joke Droste definieert dit als volgt: 

"Een ELO omvat de technische voorzieningen (hardware, software en telecommunicatie-infrastructuur) die de interactie faciliteert tussen: 
1. het proces van leren 
2. de communicatie die nodig is voor dat leren
3.de organisatie van het leren" (Droste, 2003)

Het digitaal leerplatform dat uitgeverij Van In vanaf 1 september 2015 zal lanceren, is niet bestemd voor de tweede of derde graad waar wij, als SLO, terechtkomen. Het ligt ook niet in mijn vakgebied want het is bestemd voor de vakken Nederlands, Frans, wiskunde, Engels en godsdienst. Toch vind ik het relevant dit artikel te delen aangezien bij succes een eventuele uitbreiding mogelijk is. Indien dit concept uitgebreid zou worden tot de derde graad moet er, volgens mij, wel rekening worden gehouden met de voorbereiding van studenten op hoger onderwijs. Daar past een systeem met spelletjes als beloning niet. 

Differentiatie in het secundair onderwijs is inderdaad zeer belangrijk maar wat met de evaluatie hiervan? Hoe kan een individueel leerpad geëvalueerd worden? Kunnen alle leerplandoelstellingen zo gehaald worden? Dit blijft voor mij onduidelijk. 
Het positieve hieraan is dat het enkel om oefeningen gaat. Het "klassieke", ook wel "frontaal onderwijs" genoemd, wordt met het digitaal leerplatform niet verdrongen maar eerder aangevuld. Zo ga ik er ook vanuit dat het halen van de leerplandoelstellingen niet in het gedrang zou komen. Er zal evenveel tijd aan oefeningen besteed worden, maar dit zal gewoon op een andere manier gebeuren. 

Toch moet bij de lancering van dit platform een aantal kritische noten gemaakt worden. De oefeningen sluiten aan bij de leerwerkboeken van uitgeverij Van In, dus het blijft een commercieel item. Bovendien kan dit leerplatform zowel op school als thuis gebruikt worden maar wat met leerlingen die thuis niet over een computer, laptop of internet beschikken? 

Ik ga akkoord met de ondersteuning van de leerkracht op het vlak van differentiatie. De werklast van de leerkracht kan hierbij naar beneden gehaald worden. Digitaal werken, e-learning, biedt heel wat mogelijkheden. Waarom deze niet benutten? 

Zullen andere uitgeverijen snel volgen? 

Geraadpleegde bronnen

- Het Nieuwsblad (2015, 26 februari). Nieuw leerplatform voor scholen voorgesteld.
  Geraadpleegd op 27 februari 2015 op het World Wide Web: 
  http://www.nieuwsblad.be/cnt/bldde_01550321
- Van In (n.d.). Leer zoals je bent. Geraadpleegd op 27 februari 2015 op het World Wide         Web: http://diddit.be/
- Wikibooks (2014, 21 oktober). Onderwijstechnologie/Elektronische leeromgevingen.   Geraadpleegd op 27 februari 2015 op het World Wide Web: 
  http://nl.wikibooks.org/wiki/Onderwijstechnologie/Elektronische_leeromgevingen
- Droste, J. (2003). Het kiezen van een elektronische leeromgeving: Advies 2003. Cinop, 's-   Hertogenbosch.

woensdag 25 februari 2015

De extensies van een filosofieles.

Filosofie is een breed vakgebied. De onderwerpen binnen een filosofie les zijn eindeloos. De mogelijkheden in een les filosofie zijn eveneens eindeloos. Onderwijstechnologie biedt mogelijkheden om een les filosofie naar de 21ste eeuw te brengen. Technologische vooruitgang is reeds onderwerp van de filosofie.  Dit zien we bijvoorbeeld bij Marshal McLuhan. Mcluhan bedacht enkele concepten in zijn boek “Understanding Media”. 

“The electric light is pure information. It is a medium without a message.”
        (Mcluhan, 1964, p 8)

De basisgedachte is het feit dat de media door zijn eigenschappen de maatschappij beïnvloeden. Een licht is een medium dat geen boodschap en geen inhoud heeft, maar toch een grote invloed heeft op de maatschappij. Mogelijkheden die er niet waren indien het licht niet bestond. Het medium gaat de acties van het individu bepalen. Het elektrische licht wordt vaak vergeten als medium, enkel en alleen omdat het geen inhoud heeft. Toch kan het licht gelijk gesteld worden met andere media zoals radio, telefoon, tv omdat het tijd en ruimte doet vervagen (Mcluhan, 1964, p 8 - 9). 

Iedere nieuwe technologie kan volgens Mcluhan aanzien worden als een medium. Deze media zijn een extensie van het individu. Gaande van een lichtbal, telefoon, krant, radio, computer en andere vormen onze identiteit. Deze bepalen samen hoe het individu in het leven staat. Ieder medium is een extensie, een deel van het individu, een verlenging van een lichaamsdeel. Ieder medium verlengt een ander medium. Zo is het schrift een uitbreiding van de spraak, dat op zich een uitbreiding is van het intellect. Vandaag is een computer een extensie van het schrift, wat opnieuw een extensie van het intellect is. Ieder nieuw medium betekent het einde van het vorige medium. Wie zich kan voortbewegen aan de hand van wielen, gaat niet meer stappen. Door uitvindingen van nieuwe media, gaat de mens van zichzelf vervreemden. De mens in zijn naakte vorm bestaat niet meer. Dit fenomeen ligt buiten het besef van de mens. De mens is onderhevig geworden aan de regels van de technologie. Het individu maakt in zo’n grote mate deel uit van de technologische cultuur dat het niet beseft dat  ze binnen de macht ligt van de eigen creaties. (Boenink, 1993, p 122)

De filosoof is een individu met extensies. De filosoof is net zoals alle andere mensen onderhevig aan zijn eigen creaties. De mens maakt deel uit van de technologische cultuur. Daarnaast biedt filosofie antwoorden waar de wetenschap knel zit. Filosofie is een overkoepelende wetenschap die thuis is, in ieder vakgebied ook technologische vooruitgang. Technologie is een onderwerp binnen het filosofisch gedachtegoed. Het is de taak van de filosofie om de technologie te integreren in een les. Individuele extensies bieden een meerwaarde die een les naar de 21ste eeuw kunnen brengen. 

De huidige jeugd groeit op met een enorm arsenaal aan technologie. Deze technologie maken ze zichzelf eigen nog voor ze op de schoolbanken zitten. De jongeren zijn op jonge leeftijd in staat om heel veel kennis omtrent ICT op te nemen. De dag dat ze op de schoolbanken terechtkomen worden al de technologische hulpmiddelen, die vandaag deel uitmaken van het dagelijks leven, verbannen uit de school. Alle smartphones en sociale media worden taboe. De school doet er alles aan om te vechten tegen de evolutie. Scholen moeten de evolutie mee ondergaan, en de hulpmiddelen die vandaag ter beschikking staan gebruiken binnen het onderwijs.  Men onderschat het potentieel van de jongeren. Ze worden buiten de school enorm veel geconfronteerd met een groot arsenaal aan kennis. Kinderen zijn in staat om deze kennis individueel op te nemen. Ze maken zich nieuwe technologieën eigen zonder enige hulp van buitenaf. Door het ontstaan van smsen en sociale media hebben jongeren hun eigen taalgebruik uitgevonden. Een gegeven op Twitter plaatsten in 140 tekens is een gave op zich. Een verstaanbaar berichtje versturen met emoticons en afkortingen wordt alledaags.     Men kan op de nieuwe jongeren schrijfstijl heel veel kritiek hebben. Een positieve visie daarentegen is het feit dat jongeren makkelijk de essentie van de zaak inzien. Snelle conversaties kan jongeren alleen maar ten goede komen in het professionele leven. Het onderwijs is er steeds op uit om de interesses, de leefwereld, de cultuur van de jongeren op een tweede plaats te zetten want ze hebben geen waarde in het professionele leven.   Men vergeet dat men de leefwereld van jongeren in de goede zin kan gebruiken binnen het onderwijs en hun verdere leven. Een voorbeeld dat Gerver geeft is het fenomeen Gamen, iets dat volledig uit den boze is. Maar recent onderzoek van Futurelab in 2010 heeft aangewezen dat gamen gebruikt kan worden voor een militaire training en zelfs voor medische praktijk. Daarnaast leren jongeren omgaan met risico’s en creëren ze een groter zelfvertrouwen.   ( Gerver, 2014, p 14 - 16)  Gerver onderschat het huidige onderwijs. Vandaag krijgen scholen heel wat technologische hulpmiddelen ter beschikking. Gaande van tablets, computerklassen en Smartschool. Heel wat leerkrachten proberen technologie te integreren in hun onderwijs. Ze gebruiken het voor allerhande doeleinden, maar de jongeren kennen te weinig de neveneffecten van de technologische evolutie. Het is de taak van het onderwijs om goede en nuttige ICT kennis bij te brengen. Door ICT te integreren in verscheidene vakken worden leerlingen zich bewust van het gevaar van ICT.  De gehele inhoud van het onderwijs is op zoek naar relevantie. Facebook en twitter bestaan is slechts een fractie van het technologische arsenaal. Onderwijs moet inspelen op de economische en nuttige factor van technologie. (Robinson, 2011, p 63) Leer jongeren concrete ICT kennis die een bijdrage kan leveren in hun professionele carrière.

Onderwijstechnologie biedt de mogelijkheid om zich meer te plaatsen in de leefwereld van de jongeren. Jongeren raken makkelijk schoolmoe en hun motivatie raakt snel verloren. Via activerende werkvormen krijgen leerlingen een hoger motivatie gehalte. Onderwijstechnologie biedt niet alleen mogelijkheden voor leerlingen met motivatieproblemen. Maar geeft de leerkracht ook de mogelijkheid om te differentiëren tussen leerlingen. Zo biedt onderwijstechnologie de mogelijkheid om leerlingen met leerproblemen bij te staan, maar kan het eveneens andere leerlingen uit dagen. Leerlingen dienen vaardigheden te leren die een bijdrage leveren tot hun toekomst. Vaardigheden die leerlingen voorbereiden op een plaats in de maatschappij. Via onderwijstechnologie kan men leerlingen onderwijsnut bijbrengen. Via een eigen klasvoorbeeld wil ik aantonen hoe leerlingen het nut van een filosofieles kunnen inzien. 

Leerlingen moeten binnen het lessenpakket de filosofie van Plato met Aristoteles vergelijken. Een leerkracht heeft hier de mogelijkheid om een traditionele les aan te bieden. Hierbij heeft de leerkracht een grote kans dat de leerlingen de leerstof op een negatieve manier onthalen. Sommige krijgen al snel een afkeer. Een alternatief om het lessenpakket aan te bieden kan via onderwijstechnologie. De leerlingen krijgen elk een thema aangeboden.

- Onderwijsvergelijking Plato en Aristoteles
- Staatsvisie Aristoteles en Plato
- Het idee: Plato en Aristoteles

De leerlingen krijgen de opdracht om via betrouwbare internetbronnen een vergelijking te maken tussen de filosofen. Daarnaast gaan ze ook opzoek naar een actueel thema dat men kan vergelijken met de filosofische visie. Vervolgens moeten de leerlingen hun onderzoeksresultaten in een congres poster gieten. Een poster wordt gebruikt om in de congreshal te hangen om bepaalde lezingen te promoten. In een poster wordt essentiële informatie van de lezing gezet zodat mensen worden overtuigd om deel te nemen aan de lezing. Een poster is het belangrijkste marketing aspect van een congres. De poster wordt gemaakt op A1 formaat. Door te werken met verscheiden tekstvakken, illustraties en citaten wordt er overzicht gecreëerd. De poster moet een titel,  inleiding en besluit bezitten. Een citaat, illustratie en een actueel artikel. Tot slot dient er eveneens een korte voorstelling van de schrijver geïntegreerd worden. 

Door het maken van een poster leren leerlingen verscheidene vaardigheden:

- Leerlingen leren te werken met wetenschappelijke en betrouwbare internetbronnen.
- Leerlingen leren een correcte bronvermelding te maken
- Leerlingen leren essentiële informatie te onderscheiden
- Leerlingen leren filosofie te koppelen aan de actualiteit
- Leerlingen leren opmaak vaardigheden op technologische apparaten
- Leerlingen leren marketing vaardigheden
- Leerlingen leren filosofie op een vernieuwde manier aan
- Leerlingen leren vaardigheden die ze kunnen gebruiken in de toekomst/ in hun professionele carrière. 



Boenink, M. (1993) Marshal McLuhan. De Goeroe van de televisiegeneratie. De noodzakelijke gang der geschiedenis.  In Krisis. Retrieved from http://www.krisis.eu/content/1993-1/1993-1-16-boenink.pdf. 

Gerver, R. (2014) Creating Tomorrow’s schools today. Education, our children, their future. London. Bloomsbury. 147 p. 

Moody, T.C. ( 1994) Philosophy and Artificial Intelligence. New Yersey. Prentice hall.


Robinson, K. (2011) Out of our minds. Learning to be creative. West Sussex. Capstone Publishing Ltd. 352 p. 

Computer in het vakgebied filosofie




Als leerkracht NCZ en filosofie ben ik niet direct aangewezen op het gebruik van computertechnologie in de klas. De bedoeling is echter de leerlingen zelfstandig te leren denken, burgerlijk worden en democratisch en terwijl een  zin voor kritisch denken ontwikkelen. De vraag of deze technologie wel relevant is bracht me bij het artikel 'Computers in de Filosofie' door Dr. A.Betti, Dr. H.van den Berg en J. Smid.  

Volgens het artikel  is de invloed  van de computertechnologieën op de geesteswetenschappen ingrijpend. Alleen al de research wordt sneller en handiger door het bij de hand zijn van de kwantitatieve data. Ook in de filosofie is dit een handige evolutie: ‘De nieuwe computertechnologieën brengen een methodologische vernieuwing teweeg wat dan weer zijn invloed heeft  tot nieuwe onderzoeksvragen.’
De filosofische methode is een  conceptuele of kwalitatieve analyse en zonder computertechnologie is dit een langdurig proces. Met een softwareprogramma zoals ‘Google Ngram’, kan men het opzoekingswerk en analyse met een muisklik beschikbaar krijgen. Het gebruik van deze technologische methoden geeft ‘aanleiding tot het stellen van nieuwe onderzoeksvragen die moeilijk te beantwoorden zijn met traditionele methoden.’
Verder zullen filosofen nauwer gaan samenwerken met met andere wetenschappers, waardoor de  filosofie  fundamenteel zal verschillen van de huidige praktijk.  Kritisch reflectie bij deze vooruitgang is of de computertechnologieën echt nieuwe soorten bewijs oplevert en of ze dan wel het onderzoek objectiever maken?

Wat heeft dit dan te zien met filosofie in de klas?
Leerlingen in de filosofieklas zullen ook kennis en vaardigheden opdoen met betrekking tot: ‘statistische analyses, programmeertalen en visualisatiemethoden’ waardoor de bestaande kloof geesteswetenschappers en de vraag vanuit het bedrijfsleven zal verkleinen. De verder ontwikkeling van de computertechnologieën zal fundamentele filosofische en ethische vragen met zich meebrengen waardoor het vak zich uitbreidt en ook in de klas relevant wordt. Tot hier de samenvatting van het artikel op (http://blogs.groene.nl/geesteswetenschappers/?p=890)

Een kritische kijk op het artikel brengt vragen met zich mee. Zoals reeds eerder gemeld op de blog. Is het de bedoeling  de leerlingen zelfstandig te leren denken, burgerlijk worden en democratisch en terwijl een  zin voor kritisch denken ontwikkelen. De vraag rijst dan in welke zin computertechnologie hier dan een meerwaarde kan zijn. Kwantiteit is nog steeds geen kwaliteit, denken moet je nog steeds zelf doen en niet de pc voor jou laten denken, zijn statische analyses steeds wel een reflectie van de waarheid, is meten ook weten, wordt je door het gebruik van computertechnologie een deugdzamer mens? Het zijn vragen in de zin van een Socratisch gesprek, m.a.w filosoferen doen we met de andere en om het filosoferen te respecteren geven we op bovenstaande vragen geen antwoorden, maar laten we de antwoorden open want is het namelijk het denken over een onderwerp die de uiteindelijk bedoeling is. De kunst van de filosofie zit in de reflectie en de dialoog in het stelen van de vraag en de beschouwingen over ideologie, deze beargumenteren en je argumentatie staven blijft een typische aspecten die volgens mij enkel toehoort tot de mens . Ook wat betreft de virtuele communicatie heb ik mijn bedenkingen. Ik krijg de indruk dat er nuttige details soms verloren gaat in virtuele communicatie tussen verschillende werkgroepen, in non- verbale communicatie zit ook een boodschap die niet begrepen kan worden vanuit email, ok we kunnen dan gaan skypen maar dan moet de tijd weer in rekening gebracht worden.
Het ontstaan van nieuwe vakgebieden over het gebruik van computertechnologie en de ethische waarde daarvan bestaat al lang een vakgebied in de filosofie die ‘technologie-filosofie’ noemt. Dus volledig nieuw zal dat al niet zijn zie ook naar de ontwikkelingen binnen de biologie en de bio-ethiek om maar een voorbeeld aan te halen.

Kortom: computertechnologie in de filosofieklas ja, waarom niet, maar met mate en in de zin van de opdracht en niet in de plaats van. Of zoals Aristoteles als zei het ‘midden’ is de weg tot gepast leven, gedrag.



Artikel Patrick Bailliu 
Link :