woensdag 1 april 2015

I, Robot? No! Zora, Robot.


U zei… Technologie?

Een technologisch brein, het is niet iedereen gegeven. Wat jullie namelijk moeten weten, is dat ik niet mee ben met de trends van deze tijd, althans op vlak van technologie. Ik bezit immers geen smartphone of andere hebbedingetjes. Een computer bijvoorbeeld dient voor mij om informatie op te zoeken en dit alles in een mooi jasje te gieten. En toch ben ik van mening dat technologie in het onderwijs deze kan vooruit helpen, al moet ik mezelf daarvoor eerst bijscholen.
 
 
Zora, een vat vol technologische verrassingen!
 
In juni 2012 ben ik afgestudeerd als kinesitherapeute aan de Vrije Universiteit Brussel. Nu een kleine 3 jaar later zit ik weer op de schoolbanken, ditmaal voor de lerarenopleiding. Door mijn werk als kinesitherapeute ben ik op zondag 15 maart, in kader van Dag van de Zorg, in contact gekomen met Zora. Zora is een zorgrobot die sinds kort patiënten helpt revalideren in het revalidatieziekenhuis Inkendaal, beter bekend als De Bijtjes in Vlezenbeek. Collega-kinesitherapeute Hilde Vandenplas vertelt het volgende: “Het was de directie die vond dat we mee moesten met de tijd en personeelsleden vroegen om Zora als een soort mama te adopteren. Ik heb dat gedaan omdat ik denk dat Zora een meerwaarde kan betekenen in de zorg. Zora kan mensen activeren, in de ouderenzorg kan ze mensen laten bewegen en ook een rol spelen tegen vereenzaming. Zora wordt in Inkendaal ook gebruikt bij kinderen. Zo merken we dat kinderen met autisme vaak wel reageren op Zora en niet op mensen.” Dit stemde me aan het denken. Is het mogelijk om Zora te betrekken in het onderwijs, met name voor bijzondere doelgroepen zoals autisme spectrum stoornissen (ASS)?
 
 
 
Autisme, je kunt er niets aan doen, maar er wel iets mee doen
 
Autisme is een aangeboren pervasieve ontwikkelingsstoornis die zich kenmerkt door beperkingen op het gebied van sociale interactie en (non-)verbale communicatie en door een beperkt, repetitief of stereotiep gedragspatroon (site Wikipedia). We kunnen dus stellen dat autisme het gevolg is van een stoornis in de hersenen waardoor deze personen informatie op een andere manier verwerken dan de doorsnee mens. Ze hebben het moeilijk om verder te kijken dan de letterlijke werkelijkheid. Mensen met autisme hebben een voorkeur voor details en vinden het moeilijk om verschillende stukjes waarneming aan elkaar te knopen en het geheel te overzien (brochure K.I. Spermalie). Problemen met omgaan met anderen en problemen met communicatie behoort tot de kern van de zaak bij mensen met autisme. Hoe kunnen we deze leerlingen beter integreren in het onderwijs? Hoe pakken we dit aan? Alweer komt technologie om het hoekje piepen met een innovatief antwoord.
 
 
 
Literatuuronderzoek “autisme en robots”
 
In een eerste recent onderzoek van Costescu et al. (2014) ging men de rol van een robotspeeltje genaamd Keepon onderzoeken aan de hand van een cognitieve taak. Ze maken hierbij de vergelijking tussen kinderen met ASS en met normaal ontwikkelende kinderen. De studie bestaat uit 2 interventies: één met robotinteractie en één met menselijk contact waarbij de leertaak plaats vond. Uit de resultaten blijkt dat kinderen met ASS meer inzet vertoonden en meer plezier leken te hebben bij de taak wanneer er een interactie was met de robot. Er is echter geen verschil gevonden in leerresultaat wanneer men beide interventies vergeleek.
 
Er zijn verschillende studies die het effect van een “robotinterventie” inzake communicatie en omgang met anderen onderzocht hebben. Zo ondervonden Kim et al. (2013) dat kinderen met ASS spelend met een dinosaurus robot meer communiceerden dan zonder het speeltje. Uit resultaten van Huskens et al. (2013) blijkt dat een interventie met robots even efficiënt is als een interventie met mensen inzake het motiveren voor het beantwoorden van vragen. Lee et al. (2012) bestudeerden eveneens het sociale gedrag van kinderen met ASS en robotinteractie. In een eerste studie gaat het over robots met een “gezicht”, maar die niet konden praten. In een tweede studie kon de robot wel overgaan tot verbale communicatie. In de eerste studie draagt de robot bij tot sociale vaardigheden en gezichtsexpressie. In de tweede studie reageren de kinderen met ASS nog beter op de pratende robot, die hen verbaal enkele taken meegeeft en deze stimuleert van uit te voeren.
 
 
 
Conclusie
 
Robotspeeltjes kunnen kinderen met speciale noden (ASS) helpen om hun sociale vaardigheden te verbeteren en nieuwe vaardigheden te leren en ontdekken. Robots hebben namelijk enkele karakteristieken die het interessant maken om met hen te werken. Ze vertonen voorspelbaar gedrag, de situaties die ze creëren zijn gecontroleerd en ze communiceren op een eenvoudige, simpele manier (Aresti-Bartolome & Garcia-Zapirain, 2014).
 
De oplossing lijkt simpel: robots zoals Zora kunnen het werk van de leerkracht vergemakkelijken. Met het M-decreet in ons achterhoofd, is zo’n klas een heterogene groep waarbij elke leerling zijn eigen specifieke noden en behoeften heeft. Zora kan een deel van de werklast van leerkrachten overnemen waardoor er individueel meer tijd kan worden gespendeerd aan een leerling met speciale noden, zoals een kind met ASS. Differentiatie, daar draait het allemaal om. Mooi opgelost dankzij zo’n robot. Uiteraard is er een keerzijde aan deze medaille. Hoe zit het met het kostplaatje? Ik kan me voorstellen dat deze snufjes bakken vol geld kosten. De meeste scholen hebben soms geen budget voor een smartboard of een degelijk computerlokaal, laat staan voor een dergelijk robot. Daarnaast blijf ik septisch om het feit dat zo’n robot een computer is, het bezit geen emoties. Ik denk dat je als goede leerkracht oog moet hebben voor onder meer kinderen met ASS en dat je met een geschikte opleiding, training en nodige aandachtspunten ook kans maakt op succes.
 
Moraal van het verhaal: niets boven de warmte en echtheid van een mens die je als leerkracht volop kan benutten!
 
 
Bronnen
 
Aresti-Bartolome, N., & Garcia-Zapirain, B. (2014). Technologies as Support Tools for Persons with Autistic Spectrum Disorder: A Systematic Review. International Journal of Environmental Research and Public Health, 11(8), 7767-7802.
 
Costescu, C.A., Vanderborght, B., David, D.O. (2014). Reversal Learning Task in Children with Autism Spectrum Disorder: A Robot-Based Approach. Journal of Autism and Developmental Disorders.
 
Huskens, B., Verschuur, R., Gillesen, J., Didden, R., Barakova, E. (2013). Promoting question-asking in school-aged children with autism spectrum disorders: effectiveness of a robot intervention compared to a human-trainer intervention. Developmental Neurorehabilitation, 16(5), 345-56.
 
Kim, E.S., Berkovits, L.D., Bernier, E.P., Leyzberg, D., Shic, F., Paul, R., Scassellati, B. (2013). Social robots as embedded reinforcers of social behavior with children with autism. Journal of Autism and Developmental Disorders, 43(5), 1038-49.
 
Lee, J., Takehashi, H., Nagai, C., Obinata, G., Stefanov, D. (2012). Which Robot Features Can Stimulate Better Responses from Children with Autism in Robot-Assisted Therapy? International Journal of Advanced Robotic Systems, 9.
 
 
 

De school van de toekomst: gouden zaken voor multinationals?




Samenvatting
  
Dit blogbericht van Alexis Kauffmann refereert naar een fragment (14 minuten) van een documentaire van de Franse zender Canal + over toekomstige scholen ('Ecole du futur: la fin ds profs?' ), waarin een interview van hem wordt opgenomen. Kauffmann is de stichter van Framasoft, een Franse vereniging die free-software promoot. Deze documentaire werd op 8/09/2014 uitgezonden .
In dit fragment zien wij eerst een internationale beurs voor onderwijstechnologieën in Londen. Onderwijstechnologieën vormen een markt die ingeschat wordt tot 100 miljarden euro en die een groei van 1500 % voor de 10 komende jaren zou moeten boeken. Hoewel Apple de leider voor tablets is, neemt het bedrijf niet deel aan het salon; het wordt door partnerbedrijven vertegenwoordigd, die educatieve software voor Apple ontwikkelen. Volgens een verantwoordelijke van zo’n software weet iedereen reeds wat een iPad is, zij staan enkel daar om het ‘educatieve potentieel’ van hun software aan te tonen. Alleen vergeten ze te vermelden dat de meeste softwares enkel met een Appletoestel werken. Net zoals voor Microsoft is software dus een gemakkelijk middel voor Apple om klanten te verbinden op lange termijn.

De journaliste bezoekt vervolgens de ‘klas van de toekomst’ in een show-room van Microsoft in Parijs. Thierry de Vulpillières, verantwoordelijke onderwijs van Microsoft Frankrijk beweert dat 55% van Franse leerlingen zich op school zouden vervelen ; Microsoft zou hier zijn steentje bijdragen om het onderwijs te dynamiseren. Het grootste probleem voor dit bedrijf is dat ze geen reclame op school kunnen maken, aldus de wet. Bijgevolg heeft het strategieën ontwikkeld om dit verbod te ontwijken en lobbying bij het Ministerie te voeren. Zo financiert Microsoft forums van het Franse Ministerie van Onderwijs waar ze actief leerkrachten kunnen beïnvloeden.  Tijdens het laatste ‘forum van de innoverende leerkrachten’ van het Ministerie zien wij dat de Vulpillières nauwe banden met sommige leerkrachten heeft. Hij biedt aan een ‘oude kennis’, een lerares Frans, tien tablets voor haar klas; het kan geen kwaad voor zijn business, aangezien haar school van 700 leerlingen een potentieel doel is. Alexis Kauffmann is er ook en vraagt hem hoeveel geld hij geïnvesteerd heeft voor dit forum.  De Vulpillières geeft geen cijfer maar erkent dat Microsoft in het verleden tot 50% heeft bijgedragen. Kauffmann toont daarna een uitnodiging voor een door de Académie de Paris georganiseerde officiële studiedag in mei 2014, die in Microsofts show-room plaatsvond. Volgens Kauffmann raakt de neutraliteit van scholen in gevaar. De nieuwe verantwoordelijke voor digitalisering van het Ministerie van Onderwijs erkent dat het om een vorm van samenzwering gaat.
Tenslotte verklaart het Franse parlementslid Isabelle Attard hoe haar amendement ten gunste van free-software voor de hervormingswet van scholen vernietigd werd door actieve lobbying van multinationals. Haar voorstel werd in eerste lezing goedgekeurd door de Franse Assemblée en de Senaat maar werd nadien teruggetrokken, nadat de industrie een perscommuniqué gepubliceerd had. In dit bericht beweerde zij dat dit amendement een ‘heel zware handicap’ zou zijn voor de meeste bedrijven van het sector.

Standpunt

Net zoals mijn medestudenten Godfied Roelant (‘Muntpunt stelt digitale klas voor’, 26 maart) en Katerina Daem (Steve Jobs scholen: (on)zin?’, 19 maart), om een paar te noemen, sta ik vrij kritisch ten opzichte van deze initiativen van bedrijven binnen de scholen en ministeries. Volgens mij gaat het niet om altruisme om de digitale kloof te verkleinen of lessen minder vervelend te maken, maar om loutere lobbying van multinationals en verleidingsstrategiëen ten opzichte van toekomstige klanten (leerlingen en leerkrachten). Voor ik in het onderwijs begon, werkte ik namelijk in een lobby ; in dit TV-programma erken ik helemaal de technieken van deze verenigingen : nauwe banden met ambtenaren, altruistiche berichten, splinternieuwe show-rooms, discrete financiering van events die officiëel georganiseerd worden door ministeries of de Europese Commissie, cadeautjes aan ambtenaren, massale aanval tegen de tegenstroom (cf. het amendement ten gunste van free-software)… Volgens mij zouden zulke initiativen wettelijk verboden zijn op Europees en nationaal niveaus, omdat het tegenstrijdig is met de officiëlle doelstellingen van de overheid. Zo zie ik grote discrepancies tussen deze lobbying-praktijken en tenminste drie kerncompetenties, die als relevant voor leerlingen aangehaald worden in het boek ‘Taccle 2’, namelijk :

1.     De digitale competentie (p. 14), die ‘de vertouwdheid met en het kritische gebruik van technologiëen van de informatiemaatschappij omvat’. Ik vraag me af of het verschil tussen Windows, computer en software echt duidelijk is voor leerlingen in Europa (ik denk aan het super-monopolie van Microsoft op ons continent), des te meer als alle scholen van een land uitgerust worden met toestels en software van een groot ICT-bedrijf, ter gevolge van een supercontract met de Ministerie Onderwijs. Denk maar aan het superdeal tussen Microsoft en de KULeuven en met het Departement Onderwijs. Het verwijzen naar ‘spreadsheets’ in plaats van ‘Excel’ is op dat vlak geen overbodige luxe of woordenschatprobleem : het gaat om een strijd tegen digitale analphabetisme en monopolies, evenals het verwerven van een kritische attitude. Jarenlang heb ik het verschil tussen PC, Microsoft, Windows en software niet begrepen (ik geef wel toe dat ik 35 ben J, en toch ben niet zeker dat veel veranderd is op dat vlak op school…  ) ;

2.     Ondernemingszin en zin voor initiatief (p.18) : het gaat ‘om het vermogen van een individu om ideeën in actie om te zetten. (…) Dankzij deze competenties zijn individu’s (…) op de werkplek bewuster van hun werkomstandigheden, wat hen in staat stelt meer kansen te grijpen. (…) Bewust omgaan met ethische waarden (…) gaat hiermee gepaard.’ Hoe kunnen leerlingen en leerkrachten kritisch redeneren over competitie en vrije concurrentie op de ICT-markt, als ze niet op de hoogte zijn dat er meer dan één groot systeem (Microsoft of Appel) bestaat of als ze nooit (gratis) alternatieven hebben gebruikt ? Beperkt het quasi-monopolie van Microsoft ook niet de mogelijkheden van toekomstige en huidege ondernemers? Ondersteunt het niet de overtuiging voor leerlingen dat er maar een of twee alternatieven zijn ?

3.     Sociale verantwoordelijkheid en burgerzin (p. 22), die ‘personen in staat stellen volledig deel te nemen aan het leven als burger, dankzij kennis van sociale en politieke begrippen en structuren.’ Volgens mij moet men niet enkel het belang van het stemrecht begrijpen of kennis over de klassieke politische structuren verwerven om kritische burger te worden in onze samenleving. Deze video en de superkorting van Microsoft voor Vlaamse scholen (cf. artikel op Pointcarré : ‘Kunnen scholen nog zonder Microsoft?) zijn mooie casussen om het beslissingsproces in Europa onder de loep te nemen.



Bronnen :

Blogbericht en link naar video : http://framablog.org/2014/09/30/microsoft-education-logiciel-libre-video/
 
Artikel ‘Kunnen scholen nog zonder Microsoft?’:  https://pointcarre.vub.ac.be/index.php?go=course_viewer&application=application\weblcms&course=29&tool=document&publication_category=26854&browser=table&tool_action=viewer&publication=278174




'Taccle, Technologieondersteund leren voor sleutelcompetenties'



"Scoodle" jezelf doorheen je lessen

"Scoodle" jezelf doorheen je lessen

"Plantyn lanceert gratis platform voor leerkrachten" (Knack 14 maart 2014).

Samenvatting

Elke leerkracht weet hoe tijdrovend het soms kan zijn om een les tot in de puntjes uit te werken. Uitgeverij Plantyn lanceerde in maart 2014 "Scoodle", een gratis digitale agenda die leerkrachten bij het plannen, het geven en het rapporteren van hun lessen helpt. De agenda kan onder andere via een Smartschool- of een aan een Knooppunt gekoppeld account, maar ook via Facebook, Google of Hotmail geraadpleegd worden.

Het platform bevat per vak het digitaal lesmateriaal (hand-, werkboek en handleiding) van Plantyn. De leerkracht kan voor een lesvoorbereiding kiezen uit bestaande lesfiches en werkvormen aangeboden door de uitgeverij.  De gekozen les en methode kunnen vervolgens naar de agenda gesleept worden. De les van Plantyn kan volledig gebruikt worden, maar de leerkracht kan de inhoud ook naar zijn hand zetten door extra didactisch materiaal zoals werkbladen, presentaties, afbeeldingen, filmpjes, ... aan de voorbereiding toe te voegen.

Vanuit de digitale agenda kunnen de fiches per les worden opgeroepen. Deze bevatten inhoudelijk steeds de lesdoelen, het lesverloop en het nodigde materiaal, wat de leerkracht heel wat tijd en opzoekwerk kan besparen. De leerplandoelen worden automatisch bijgehouden. Zo kan er per klas gemakkelijk nagegaan worden welke doelen er wel en (nog) niet bereikt werden.

"Scoodle" is niet enkel handig tijdens de lesvoorbereiding, maar kan - zoals boven reeds kort werd aangehaald - ook tijdens de les zelf ingezet worden. Met een muisklik kan de leerkracht de geplande les via het eigen Smartschool-account in het klaslokaal afspelen.

Reflectie

"Scoodle" lijkt me op het eerste gezicht een goed initiatief aangezien het de administratieve rompslomp zou verminderen. Je hoeft niet langer stap per stap uit te schrijven op papier. Een misschien nog groter voordeel is het voorhanden zijn van de leerdoelen en eindtermen per lesfiche. Deze hoef je niet langer een voor een in de leerplannen gaan op te zoeken. Het is dus een handig instrument om leerdoelen overzichtelijk te bewaken.

Voor beginnende leerkrachten kan "Scoodle" ook een steun in de rug zijn om lessen leren te structureren. Je kan namelijk inspiratie putten uit bestaande lessen en methodieken. Zo kan je voldoende variëren en ervaren wat het beste bij je persoonlijke lesgeefstijl past.

Verder is het platform ook erg toegankelijk, aangezien je onder andere via Smartschool of Knooppunt kan inloggen. Door zo'n gekoppeld account dien je geen extra wachtwoord te onthouden. Het is ook volledig gratis en naar verluidt vrij gemakkelijk in gebruik. Toch lijkt me de stap van de vertrouwde papieren naar de volledig digitale lesvoorbereiding niet voor iedereen een evidente stap. In sommige scholen laat de internetverbinding of de installatie (audio, beamer, ...) namelijk veel te wensen over. Hierdoor kan je les volledig of gedeeltelijk in het water vallen. Een plan B in je achterhoofd is dus altijd wenselijk. Ikzelf zie me op dit moment geen les volledig digitaal uitwerken zonder tijdens de les zelf een papieren versie bij de hand te hebben. Zo kan ik steeds het overzicht in het oog houden. Natuurlijk kan je altijd je in "Scoodle" uitgewerkte planning afdrukken.

Het "Scoodle"-initiatief is opnieuw een stap richting een meer gedigitaliseerde klasomgeving. De leerkracht kan op een eenvoudige manier technologie tijdens zijn les inzetten. Dit kan goed onderwijs alleen maar beter maken. Het klassieke frontale onderwijssysteem kan hier gemakkelijk mee doorbroken worden en nieuwe meer activerende en motiverende vormen van leren in de hand werken. Je kan je lessen via deze weg gemakkelijk verrijken door visueel materiaal in te schakelen. De bladzijden uit het hand- en werkboek kunnen geprojecteerd worden, wat handig kan zijn voor leerlingen die hun materiaal niet bij hebben.

De keerzijde van de medaille bestaat eruit dat leerkrachten misschien zelf nog weinig moeite gaan doen om originele lessen in elkaar te steken. Ik weet ook niet in hoeverre andere uitgeverijen dit initiatief ondersteunen of weten te appreciëren, aangezien Plantyn op deze manier zijn eigen lesmateriaal in de kijker zet. Ik ben persoonlijk een grote voorstander van het combineren van verschillende methodieken uit verschillende handboeken.

Met dit artikel sluit ik me overigens aan bij dat van Sylvie Hannaert: "Gratis online platform voor leerkrachten!" (1/04/2014). Ik heb het nogal laat gezien dat mevrouw Hannaert hier reeds over schreef, maar ik vond het wel de moeite om dit onderwerp uitgebreider te belichten en hier nogmaals te delen.

Geraadpleegde bronnen:

- Bib Odisee (g.d.). Alle digitale content van uitgeverij Plantyn nu ter beschikking via Scoodle!             http://bib.odisee.be/sites/default/files/bestanden/Hoe%20starten%20met%20Scoodle%   20Odisee%20%28zonder%20code_0.pdf (Laatst geraadpleegd op 30 maart 2015).
- Plantyn (g.d.). Enkele basisprincipes. http://helpdesk.plantyn.com/hc/nl/articles/200317012- Enkele-basisprincipes (Laatst geraadpleegd op 30 maart 2015).
- Scoodle (g.d.). http://helpdesk.plantyn.com/hc/nl/articles/200317012-Enkele-basisprincipes (Laatst geraadpleegd op 31 maart 2015).
- Scoodle (2014). Algemeen, https://www.youtube.com/watch?v=uTwBuv3Et7c (Laatst geraadpleegd op 30 maart 2015).
- Scoodle (2014). Op weg met chemiehttps://www.youtube.com/watch?v=bM4bdSwao30
(Laatst geraadpleegd op 30 maart 2015).
- Smartschool (2014). Educatief, Nieuwe features, Smartschool (28 maart 2014) http://www.smartschool.be/category/sneak/page/2/ (Laatst geraadpleegd op 31 maart 2015).
- Smartschool (2014). Scoodle lesfiches beschikbaar in de schoolagenda basisonderwijs. In:       AdministratieEducatief, Nieuwe features, Smartschool. http://www.smartschool.be/2014/11/scoodle-lesfiches-beschikbaar-schoolagenda- smartschool/ (Laatst geraadpleegd op 31 maart 2015).
- Van Leemputten, Pieterjan (2014). "Plantyn lanceert gratis platform voor leerkrachten". In: Knack    (14 maart 2014). http://datanews.knack.be/ict/nieuws/plantyn-lanceert-gratis-platform-voor-leerkrachten/article-normal-296419.html (Laatst geraadpleegd op 30 maart 2015).


Een digitale toekomst of niet?

Een digitale toekomst of niet?

Samenvatting

De woorden  “internet”, “apps” en “digitaal” maken tegenwoordig deel uit van de basiswoordenschat waarover men beschikt. Het zou ondenkbaar zijn een dag door te brengen zonder gebruik te maken van de technologie die we nu ter beschikking hebben. Internet gebruik je ofwel op het werk, ofwel ter ontspanning, maar het gebruiken doe je sowieso.
Het artikel dat ik geraadpleegd heb bestaat uit een drieledig verslag over de trends van de onderwijstechnologie. De ontwikkelingen op het vlak van de steeds innoverende technologie worden hier over drie tijdspannes bestudeerd. Allereerst wordt een rapport uiteengezet over wat het onderwijs tegenwoordig gebruikt en kent. Ten tweede worden de technologische ontwikkelingen besproken die voorlopig in mindere mate gebruikt worden binnen het onderwijs. Ten laatste legt men uit welke technische snufjes uitgediept kunnen worden en zullen bijdragen tot het gebruik ervan in het onderwijs.
In het eerste luik worden enkele hedendaagse, hippe technologische toepassingen en apparaten besproken. Hier worden onder meer de functies en voordelen van tablets en smartphones uit de doeken gedaan. Wat de bevolking tegenwoordig het meest interesseert, is het gebruik van 4G. Iedereen wil snel internet en een goede fotokwaliteit hebben. Het tweede luik legt enkele producten, die tot de “wearable devices” behoren, uit. Dit zijn “computers die zijn ingebouwd in dingen die je op je lichaam kunt dragen, zoals kleding, brillen, armbanden en horloges” (Thuss et al., 2014, p. 7). Deze apparatuur voorziet de gebruiker van informatie of laat hem toe informatie te verzamelen. Een andere, trendy en nuttige uitvinding is “the internet of things”. Dit is een systeem waarbij gegevens worden verzameld en via het internet gedeeld worden. Op basis van die gegevens worden nadien analyses gedaan. Een voorbeeld dat in het rapport wordt aangehaald is een computer die de hoeveelheid energie, die teruggewonnen wordt via zonlicht, aangeeft. Het derde en laatste luik zet verschillende technologische ontwikkelingen uiteen, zoals 3d- en 4d-printen, Augmented Reality (AR), Gesture Base Computing (GBC), Social Media, Gaming, Smart TVs en Wireless Display

Reflectie

Een digitalisering van het onderwijs houdt in dat zowel de leerkrachten als de leerlingen leren omgaan met technologie en de toepassingen hiervan. Men beweert dat hierdoor de leermotivatie van leerlingen versterkt wordt en gewerkt wordt aan de ontwikkeling van hun talenten (Stedelijk Onderwijs Antwerpen, 2013, p. 1). Ik geloof dat technologie een verrijking kan zijn voor het onderwijs, omdat het variatie biedt en een andere manier is voor de leerkracht en de leerling om met de leerstof om te gaan. Het is echter noodzakelijk dat de leerkracht die onderwijstechnologie gebruikt heel goed op de hoogte is van de gebruikstoepassingen. Slechts op die manier kan technologie nuttig zijn en bijdragen tot het onderwijs en het leerproces van leerlingen.

Tablets en smartphones worden reeds vaak ingezet als nieuwe tool om bijvoorbeeld een les spelling interactief en gevarieerd te geven. De eerste keer dat ik hier als stagiaire mee geconfronteerd werd, stond ik paf. Ik had geen idee in hoeverre technologie aanwezig was tijdens het lesgebeuren en plots merkte ik op dat leerlingen met tablets, laptops, presentatiesoftware en nog veel meer mochten en konden werken. In het begin stond ik wat sceptisch tegenover onderwijstechnologie, maar naarmate ik er meer geconfronteerd mee wordt zie ik er het nut van in. Niet enkel is het volgens mij noodzakelijk als leerkracht de leerlingen in hun technologische ontwikkeling zo goed mogelijk te begeleiden en te ondersteunen, maar ook open te staan om van hen iets bij te leren. Tevens vind ik het belangrijk hun zin en vertrouwen in de technologie te versterken door hen een divers gamma aan technologische instrumenten en toepassingen voor te stellen. Dit is mogelijk wanneer men in de toekomst op school gebruik zal kunnen maken van de technologische snufjes die in het tweede en derde deel van het artikel besproken worden.
De ontwikkelingen die tot nu toe nog geen grote rol in het onderwijs spelen maar wel potentieel hebben zijn mijns inziens waardig vermeld te worden, aangezien hun functie een bijdrage kunnen leveren aan de verdere ontwikkeling van het onderwijs. De Polar Loop die tot de “wearable devices” gerekend wordt, kan eventueel in een les LO geïntegreerd worden. Ik ben van mening dat deze armband, die aan activiteitsmeting doet, enerzijds een stimulerend effect heeft op het sportgedrag van de leerlingen en anderzijds bijdraagt tot het bewust bezig zijn met de gezondheid. “the internet of things” daarentegen is volgens mij meer van toepassing voor de schoolinfrastructuur en niet zozeer voor de leerlingen. Het gebruik van deze smartapparatuur binnen het schooldomein zal in de toekomst een positieve invloed hebben op de leeromgeving van de leerlingen en dus indirect op de leerlingen zelf. Het feit dat consumenten hiermee statistische data kunnen gebruiken “om gedrag te analyseren en op basis hiervan veranderingen door te voeren” lijkt mij opportuun, zowel in een onderwijscontext als in de privésector (Thuss et al., 2014, p. 10).
De Smart TVs die in het derde deel van het artikel worden besproken zijn volgens mij noemenswaardig omdat deze innovatieve uitvinding voorzien is van functies waarover een pc beschikt en in de toekomst geen bijkomstige apparatuur, zoals een beeldscherm nodig heeft.  

Ondanks het feit dat de wereld waarin wij leven digitaliseert en bijdraagt tot het effectief en efficiënt uitoefenen van het lerarenberoep en het uitvoeren van taken als leerkracht en leerling trek ik sommige aspecten van onderwijstechnologie in twijfel. Ik denk hierbij aan de nadelige gezondheidseffecten van de stralingen, maar ook de voorwaarde waaraan technologie steeds is verbonden: een goede en snelle internetverbinding. Jammer genoeg is die niet steeds en niet voor iedereen voorhanden.  

Referenties

Murray, O.T. & Olcese, N.R. (2011). Teaching and learning with iPads, ready or not? TechTrends, 55(6), 42-48.
http://facdent.hku.hk/learning/brownbag/CIDE%20Brown%20Bag_ipads_20120203%20ppt.pdf

Stedelijk Onderwijs Antwerpen. (2013). Innoveren en creëren. http://www.onderwijs2012.be/nl-BE/content/innoveren-en-creeren/7/

Thuss, F., Adema, J., Baron, J., Rutten, D. (2014). Trendgroep iXPERIUM Trends in onderwijstechnologie – januari 2014. http://blog.han.nl/ixperium/files/2014/10/Adviesrapport-Trendsgroep-2014-standalone-versie.pdf

                                                          


Micro-blogging gebruiken in de klas

Ik heb een interessant artikel gevonden op ISTE (International Society for Technology in Education) over Twitter, een vorm van Microblogging, te gebruiken om een boekbespreking terug hip en effectief te maken. Zo ben ik op een andere artikel gekomen. Dat gaat over microblogging gebruiken in de klas. Om uiteindelijk bij een opiniestuk/blogpost te komen waar ik me beter in thuis voel dan al die technologie.

Samenvatting van “Turn twitter into a learning tool”

Dit artikel gaat over het feit dat een boek bespreken geen sinecure is en dat de jongeren er moeilijkheden meehebben. Dus om de jongeren te motiveren heeft de leerkracht Michele Haiken er punten aan gekoppeld en een nieuw systeem ingevoerd.
De leerlingen moesten het boek op twitter bespreken.

Samenvatting van “Twitter in the collaborative classroom”
(Van dit artikel heb ik jammer genoeg niet de hele versie gevonden enkel de abstract maar ik vond dit toch zeer relevant vandaar dat ik het vermeld.)

Hier in dit artikel vertrek men als eerst vanuit het feit dat als je kleine besprekingen doet in groep dat ja als leerkracht toch nooit helemaal zeker weet of de jongeren bij het onderwerp blijven en hoe controleren we dit. Ten tweede hoe kan je dan die ideeën implementeren in het discours van de klas. De leerlingen die zijn onderzocht hadden weinig ervaring met twitter maar vonden het toch een meerwaarde als middel om te leren.

Samenvatting van “You Are Asking The Wrong Questions About Education Technology.”

Deze blogpost stelt het gebruik van technologie in onderwijs in vraag. Want het doel van onderwijs is toch deugdzame burgers creëren en niet slaafjes van onze industrie. Want heel vaak gaat de vooruit gang van machines ten koste van wie deze bedient.
“Studies show that while adults say they value empathy, compassion, and critical thinking, children learn to value achievement measured by grade points.” (Shapiro, 2014) Hier wint het “hidden” leerplan in plaats van onze intensies.
Het is belangrijk om de ‘tools’ te kaderen, zodat men ze kan gebruiken om verantwoordelijkheid te nemen en waardigheid aan te leren. In de plaats van haast en consumptie. We denken vaak dat onderwijstechnologie neutraal is, maar eigenlijk is het een manier om onze kinderen te brainwashen en aan te zetten tot consumptie in de plaats van een middel om te kijken naar de wereld.

Voordelen 
·         De openheid is een groot voordeel je moet geen vrienden zijn om de discussie te volgen, hierdoor kunnen zowel de ouders meekijken wat hun kind schrijft als dat de auteur van het boek zich mee kan mengen in de discussie wat een extra stimulans kan geven. (ISTE Connects, 2015)
·         De leerkracht kan gemakkelijk bijsturen indien nodig. (ISTE Connects, 2015)
·         Door het gebruik van Twitter waren de jongeren gefocust en bleven ze bij het onderwerp. (Mercier, Rattray, & Lavery, 2015)

Nadelen
·         Er is misschien een gebrek aan diepgang van de besprekingen. (Mercier, Rattray, & Lavery, 2015)
·         Het verborgen leerplan of het impliciete leren door het gebruik van technologie in de klas. (Shapiro, 2014)
·         Eventuele uitsluiting van minder-vermogende leerlingen

Mijn mening

Ik denk dat het een uitdaging is om een evenwicht te zoeken tussen enerzijds de jongeren klaar te maken voor hun toekomst (wat die ook moge zijn) met het eventuele gebruik van technologie in de klas. En anderzijds rekening houden met de minder-vermogende leerling en het monopolie van bepaalde ‘hippe’ merken.
Ik denk dat het zeker een leuk idee is om micro-blogging te gebruiken als middel om bepaalde dingen in de klas te bespreken. Maar het mag niet de enige werkvorm worden in de klas want dan ben je in mijn ogen verkeerd bezig. En de hardware moet door de school ter beschikking worden gesteld. Lang leve differentiatie!

Verwijzingen


Mobile learning: Vreemdetaalverwerving met je smartphone!

Mobile learning: Vreemdetaalverwerving met je smartphone!
Samenvatting
De snelle ontwikkeling van de technologie heeft de laatste decennia geleid tot de mechanisatie van de moderne maatschappij. We kunnen ons een leven zonder computers, MP3-spelers, tablets, enzovoort niet meer voorstellen. In het onderwijs is het gebruik van deze (innovatieve) technologieën essentieel om de aandacht van de leerlingen te trekken, problemen te onderzoeken en op te lossen, en creatief denken aan te sporen. Dit leidt uiteraard tot een nieuw kennissysteem, een verandering van bewustzijn en een nieuwe kijk op de wereld (Kalambaeva 2014).

In het vreemdetalenonderwijs, en meer specifiek in het onderwijs van het Engels als tweede taal, schenkt men de laatste jaren meer en meer aandacht aan mobile learning. De ontwikkelingen binnen de mobiele technologie volgen elkaar steeds sneller op en doordringen zo goed als alle aspecten van het leven, waardoor deze technologie ook een belangrijke rol speelt in kennisoverdracht. Mobiel leren omvat het gebruik van mobiele telefoons, Personal Digital Assistents (PDAs), IPods en andere MP3-spelers of podcasts door leerlingen en leerkrachten, zowel binnen als buiten het klaslokaal. Het kan als volgt worden gedefinieerd:

[A]ny service or facility that contributes to acquisition of knowledge regardless of time and location (Lehner & Nosekabel in Tayebinik & Puteh, 2012: 58).

Het gebruik van mobiele technologieën in het vreemdetalenonderwijs wordt in de literatuur Mobile Assisted Language Learning (MALL) genoemd. Het is noodzakelijk om hier te benadrukken dat mobiel leren de traditionele taalklassen niet vervangt, maar wel kan ondersteunen en tal van voordelen met zich meebrengt. In de eerste plaats zijn de meeste leerlingen en leerkrachten erg bedreven in het gebruik van de verschillende functies van mobiele telefoons en eventueel andere draagbare apparaten. Dit impliceert dat werken met dergelijke technologieën geen speciale kennis vereist. Daarnaast heeft onderzoek van onder andere Thornton en Houser (2005) aangetoond dat het gebruik van mobiele apparaten  het inoefenen van woordenschat vergemakkelijkt. Een ander voordeel van mobiel leren is dat leerlingen er plezier aan beleven, enerzijds omdat het gemakkelijk toegang biedt tot allerlei verschillende materialen (mede dankzij het draadloos internet) en anderzijds omdat ze de mogelijkheid hebben om altijd en overal te oefenen. Mobiel leren is met andere woorden dus niet tijds- of plaatsgebonden. Een nog belangrijker voordeel van mobiel leren is het feit dat mobiele technologieën sociale tools zijn die authentieke communicatie en samenwerkingen tussen leerlingen kunnen vergemakkelijken. Samenwerkend leren betekent dat leerlingen kennis met elkaar kunnen delen en elkaars vaardigheden kunnen aanscherpen. Het helpt de leerlingen om elkaar te ondersteunen, te motiveren en te evalueren. Hierbij staat de communicatie in de doeltaal tussen de leerlingen centraal, wat een belangrijke factor is voor het leren van een tweede taal (Burston, 2013; Kalambaeva, 2014; Puteh & Tayebinik, 2012).

Men kan dus concluderen dat mobiele technologie het leren van een vreemde taal binnen en buiten de klas mogelijk maakt. Het leerproces moet uiteraard ook bewaakt en begeleid worden door een leraar, want anders heeft mobiel leren weinig tot geen zin. Mobiel leren levert een belangrijke steun bij tweedetaalverwerving naast de traditionele taalklassen. In de eerste plaats kunnen leerlingen aan de hand van mobiele technologie hun spreek-, luister- en schrijfvaardigheid oefenen, omdat mobiel leren authentieke communicatie mogelijk maakt. Ten tweede geeft het leerlingen de mogelijkheid zowel zelfstandig als collaboratief leren te ervaren. Daarenboven kunnen ze zelf beslissen waar en wanneer ze leren, aangezien mobiel leren noch tijds- noch plaatsgebonden is (Kalambaeva, 2014; Mehta, 2012).

·         Bibliografie
Burston, J. (2013). Mobile-assisted language learning: A selected annotated bibliography of implementation studies 1994 – 2012. Language Learning & Technology, 17(3), 157-224. Retrievable from http://llt.msu.edu/issues/october2013/burston.pdf

Houser, C. & Thornton, B. (2005). Using mobile phones in English education in Japan. Journal of Computer Assisted Learning.

Kalambaeva, G. (2014). Methods and activities of using mobile phones in teaching foreign languages. Retrievable from http://www.enu.kz/repository/repository2014/methods-and.pdf

Mehta, N.K. (2012). Mobile Phone Technology in English Teaching: Causes & Concerns. Retrievable from http://www.mjal.org/removedprofiles/2013/Mobile%20Phone%20Technology.pdf

Puteh, M. & Tayebinik, M. (2012). Mobile Learning to Support Teaching English as a Second Language. Journal of Education and Practice, 3(7), 56-62. Retrievable from http://iiste.org/Journals/index.php/JEP/article/viewFile/1850/1805

Kritische reflectie

Mobiele technologie gebruiken tijdens de taallessen? Ik had er als taalleerkracht nog niet aan gedacht. Ik ben het in zekere zin wel eens met het feit dat mobiel leren het (aan)leren van een vreemde taal kan ondersteunen, maar dit enkel binnen het klaslokaal en onder begeleiding van een leerkracht. Naar mijn mening kan mobiel leren enkel werken als het op een efficiënte manier wordt toegepast. Het is echter moeilijk om van leerlingen te verlangen dat zij hun mobiele telefoons, Ipads, enzovoort op een educatieve wijze gebruiken zonder afgeleid te worden door een waaier aan spelletjes en andere recreatieve applicaties. Mobiel leren wordt op die manier een kwestie van eigen verantwoordelijkheid. Je kan leerlingen uiteraard wel aanmoedigen om educatief verantwoord om te springen met mobiele technologieën, maar je kan het hen moeilijk verplichten. Ook tegenover het feit dat mobiel leren authentieke communicatie in de doeltaal mogelijk maakt, sta ik sceptisch. Ja, leerlingen maken inderdaad overvloedig gebruik van sociale media, maar ik denk dat slechts zeer weinig leerlingen dergelijke sociale tools daadwerkelijk gebruiken om een vreemde taal te oefenen. En mochten ze alsnog communiceren in de doeltaal, wie zal hen dan wijzen op gemaakte fouten? Mobiel leren maakt het inderdaad mogelijk om een taal te oefenen buiten het klaslokaal, maar ik ben niet overtuigd van de efficiëntie ervan. Ik zie wel mogelijkheden om mobiel leren te integreren binnen het klaslokaal, omdat de leerkracht hier kan nagaan of de leerlingen wel degelijk de doeltaal oefenen. Ik zou, bijvoorbeeld, leerlingen een forumopdracht geven, waarbij ik als leerkracht slechts aan de zijlijn zou staan als coach. Door mobiel leren kan je leerlingen ook gemakkelijk in contact brengen met moedertaalsprekers. En ik ben er ook wel rotsvast van overtuigd dat leerlingen zeer enthousiast zullen reageren, mocht de taalleerkracht de les van start gaan met “You may all take out your cellphones so we can start today’s class!”.