donderdag 22 december 2011

Tablets in de klas? Geen speeltje !

Tablets in de klad? Geen speeltje !, Klasse voor Leraren 219, November 2011, p.14-15.



Samenvatting

In het Sint-Pieterscollege/Sint-Jozefshandelsschool in Blankenberge laten ze de woordenboeken, cursussen en grafische rekenmachines achter zich en zijn de het gebruik van een tablets aan het testen in verschillende lessen. Deze worden tijdens de testing gebruikt voor de lessen Frans, handel of bedrijfseconomie in de richting ‘Handel’. “We willen zo bewust de handelsrichtingen herwaarderen”, aldus directeur Rudi Boydens.


Voor Frans is het zeer handig voor de woordenschat. Hiervoor kunnen ze dan ook de woordenboek thuislaten en alle informatie zit verwerkt in de ipad. Voor bedrijfseconomie is het dan weer handig om op alle momenten van de les toegang te hebben op het internet. Hier kunnen ze meteen bronnen opzoeken of een SWOT-analyse maken tijdens de lessen.


De directeur van het Sint-Pieterscollege/ Sint-Jozefshandelsschool in Blankenberge is van mening dat het tablet meer is dan een modern speeltje. Het dient vooral onderstuenend te zijn zegt hij in 'Klasse'.

Ik vind dat de directeur gelijk heeft dat ook de school mee moet evalueren met de samenleving en zich nauwer moet aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen, maar weet niet of een ipad daarvoor de juiste oplossing is. Wanneer ik mij leerlingen in een klaslokaal voorstel met een tablet waar heel de tijd internet toegang is, kan ik niet geloven dat ze nu beter zullen opletten. Er zou op de tablet een beperking van de functies moeten komen. Zo kunnen de school en/of leerkrachten sites blokkeren, spelfuncties blokkeren en enkel de noodzakelijke functies geactiveerd laten.

Uiteraard zijn er ook voordelen aan verbonden. De leerlingen hoeven niet alle cursussen mee te nemen/ aan te kopen wat goed is voor het budget, maar ook voor het gewicht van de leerlingen hun boekentas. Als de leerlingen thuis toegang hebben tot het internet kunnen ze daar verder werken. Er hoeft niet meer zoveel papier geprint worden, wat goed is voor het milieu.

Ook schoolbrieven, rapporten en dergelijke kunnen op het internet geplaatst worden waardoor de ouders van alles op de hoogte kunnen blijven. Zo kunnen de leerlingen geen brieven of rapporten meer 'vergeten' af te geven.


De school wilt met deze tablets de opleiding handel in de school heropwaarderen. Indien er beperkingen kunnen komen op de functies van het gebruik, vind ik het zeker een aanrader om in alle richtingen toe te passen.






woensdag 21 december 2011

Het digitale schoolbord een meerwaarde?

1. Inleiding

Steeds meer scholen en leerkrachten in Nederland doen ervaring op met digitale schoolborden.De borden geven zoveel extra mogelijkheden voor zowel kennisoverdracht als kennisconstructie, dat onderwijswinst niet kan uitblijven. Onderzoek naar digitale schoolborden is nog in de beginfase. Er is relatief weinig onderzoek dat daadwerkelijk bewijst dat bij het gebruik ervan dit de onderwijskwaliteit zal vergroten. De onderzoekresultaten zijn wel veelbelovend, maar het ziet er naar uit dat de vaardigheden van de leraar en de ruime ervaring in het gebruik van het digibord een cruciale rol spelen voor de bepaling van de leerwinst.

2. Digiborden
De huidige digitale schoolborden bestaan uit een groot kunststof scherm en zijn het beste te bedienen door het scherm aan te raken. Het combineert de voordelen van een traditioneel krijtbord en die van een computer.
*De informatie op een digitaal schoolbord kun je makkelijk printen, opslaan en delen met anderen (Greiffenhagen, 2000).

*Op een digibord kun je net als op een computer digitaal leermateriaal aanbieden.

*Ten opzichte van een computerscherm heeft een digibord het voordeel dat het veel groter is, waardoor meer leerlingen het scherm goed kunnen zien (Levy, 2002). Het bord leent zich beter voor klassikaal onderwijs dan een computer, omdat de leraar de leerlingen kan aankijken en goed zicht blijft houden op de klas (Smith, 2001). Maar het bord stelt leerlingen ook in staat om er samen voor te staan en aan te werken, terwijl hun klasgenoten of leraar goed mee kunnen kijken. Deze technische mogelijkheden kunnen grote impact hebben op het onderwijs, variërend van het geven van levendiger presentaties, tot sterker leerlinggestuurd en interactief onderwijs

3. Kennis en vaardigheden goed gebruik

Het digibord kan het onderwijs alleen maar positief veranderen als de leraar openstaat voor het gebruik van ICT, de eigen didactische opvattingen kan handhaven, goed geschoold wordt en weer over welke kennis en vaardigheden hij moet beschikken om de meerwaarde uit het digibord te halen.
Niet enkel de technische kennis is een voorwaarde voor goed gebruik van het digibord. Een leraar moet ook beschikken over goede inhoudelijke en didactische kennis. Hij moet kennis hebben van de aan te leren stof en weten welke didactiek en techniek hij het beste kan inzetten om deze aan leerlingen aan te leren.

4. Voordelen

A) Levendigere presentaties
Veel leraren gebruiken het digibord als projectiebord voor het projecteren van presentaties, animaties, video of software. De software is zo ontwikkeld dat leraren zelf interactief leermaterieel kunnen maken. Ook heeft de leraar een enorme collectie multimediabronnen waardoor van eenzelfde concept snel en gemakkelijk andere voorbeelden kunnen worden gegeven. De lesstof kan op verschillende manieren worden aangeboden en voorziet op deze manier in de verschillende onderwijsbehoeftes van leerlingen (Glover & Miller, 2001)
B) Meer interactie
Het kan de interactie tussen leraar en leerlingen alsook tussen leerlingen onderling structureel veranderen. Het bord op deze manier inzetten past dan ook goed bij leraren die werken vanuit het principe van kennisconstructie.
C) Met stemkastjes het leren zichtbaar maken
Interactieve spellen, bijvoorbeeld met stemkastjes verbeteren het leerproces. Leerlingen vinden spellen leuk en ze leren er snel mee. Interactieve spellen dagen hen uit om ideeën uit te wisselen, waardoor onderlinge discussies makkelijker op gang komen (wall e.a., 2005).
D) Meer samenwerkend leren
Zoals aangegeven kan het digibord de interactie tussen leerlingen onderling en de leraar veranderen. Doordat de interactie tussen de leerlingen toeneemt, neemt ook het samenwerkend leren toe (Levy, 2002). Samenwerken leren versterkt het leereffect, omdat leerlingen hun gedachtegang bewust maken, door deze aan andere uit te leggen en naar de argumenten van andere te luisteren.
Samenwerken op een digitaal schoolbord is een hele krachtige werkvorm. Als twee tot vier leerlingen samenwerken rond een digibord is het in de eerste plaats de grootte van het bord, die positief werkt. Iedereen kan goed zien waar het over gaat. Bovendien zijn de zaken op her bord ‘tastbaar’. Ze zijn door alle deelnemers eenvoudig te verplaatsen en aan te passen.
E) Gemotiveerde leerlingen
De veranderingen in het lesgeven en de leeromgeving veroorzaakt door het digibord, zorgen voor een grotere motivatie bij de leerlingen ten opzichte van lessen met het krijtbord (kennewell e.a., 2008)

5. Effecten op leerresultaten

Goed gebruik van het digibord en een daardoor verhoogde motivatie bij de leerlingen kunnen positieve invloed hebben op de leerprestaties. Hier is nog weinig wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Uit internationaal onderzoek vallen tot nu toe, vanwege de verschillende contexten en meetperioden, nog geen brede conclusies te trekken.

Voorbeeldfilmpje
http://www.youtube.com/watch?v=mV3Sqb-BqfE&feature=related

Bronnen
www.han.nl/onderzoek
www.kennis.nl

maandag 19 december 2011

Storybird: Verhaaltjes & Betrokkenheid

In deze bijdrage wordt er uitgegaan van de theorie van Prof. dr. Fred A.J. Korthagen die stelt dat niet alleen leerlingen maar ook leerkrachten, die zich betrokken voelen in de onderwijsleerervaring, tot uitzonderlijke prestaties in staat zijn. Die op hun beurt bevorderlijk zijn voor sociaal en individueel welbevinden.
Het artikel dat hier wordt beschreven komt uit "BoekTweePuntNul", Louis Hilgers & Tessa van Zadelhoff (+ 123 co-auteurs), Uitgeverij Educos, oktober 2011. Titel: "Storybird" (door Mart Kuijpers, pagina's 220-221).
Tijdens de les onderwijstechnologie, op deze blog en ook in de onderwijspraktijk komt regelmatig de volgende vraag naar voren: hoe kunnen hedendaagse technologieën geïncorporeerd worden in de les? Het is immers zo dat kinderen, jongeren en jongvolwassenen alsmaar meer en alsmaar vaker communiceren via digitale weg. Deze generaties hebben een betere toegang tot informatie en worden reeds op jonge leeftijd geconfronteerd met ervaringen die hun ouders en grootouders pas op latere leeftijd of helemaal niet hebben opgedaan. Het zou, als leerkracht, dwaas en kortzichtig zijn om hiermee geen rekening te houden. Zeker als de betrokkenheid van leerling en leerkracht een prioriteit is.

Uit verscheiden artikels op deze blog komt immers sterk naar voren dat er, naast negatieve resultaten, ook tal van positieve gevolgen zijn voor de leerresultaten bij het integreren van leertechnologieën in en buiten het klaslokaal. Klemtonen leggen op creatieve educatieve toepassingen zou een bijdrage kunnen zijn aan de leesbevorderende aspecten van deze technologieën.

Voor Korthagen staat ervaringsgericht leren centraal en uiteindelijk is een interactief gebruik van technologie juist dat: actief ervaringen opdoen. Maar hoe zit het nu met lezen? Toch belangrijk voor taalontwikkeling en het opdoen en uitbreiden van degelijke kennis. "Jongeren lezen geen boeken meer", maar ook de schrijver van dit artikel, Wim Roos, stelt: dat deden ze vóór de technologische revolutie ook niet. Reeds in de jaren 1980 werd met een verwijtend vingertje naar leerkrachten gewezen die met "verplichte literatuur"-lijsten, meer kwaad dan goed deden. Wie voorheen niet zo van boeken hield, had er voortaan helemaal een hekel aan.

Met toepassingen zoals "Storybird" zou dit weleens kunnen veranderen. Op deze website kunnen prentenboeken worden gelezen en geschreven. Kunstenaars uit verschillende landen hebben afbeeldingen beschikbaar gesteld voor hybriden die gelezen kunnen worden als boeken of bekeken kunnen worden als op een tv. Er kunnen wenskaarten van worden gemaakt en er kunnen spelletjes mee worden gespeeld.

Het basisconcept van deze website vertrekt vanuit het principe van "Collaborative Storytelling" en heeft twee hoofddoelstellingen: enerzijds het bevorderen van taalontwikkeling, anderzijds het creëren van mogelijkheden voor samenwerkend leren. De doelgroep bevat voornamelijk leerlingen tussen 3 en 13 jaar. Maar dit kan uitgebreid worden naar taalonderwijs voor anderstaligen. Omdat het nu niet de leerkracht is die verhalen vertelt, maar die de leerlingen begeleidt om zelf verhalen te leren schrijven, te delen en te lezen is het gebruik van deze tool eenvoudig.

Een ander positief aspect van Storybird is dat het toestaat om de leerlingen te stimuleren constructieve feedback te geven. Hetgeen bevorderlijk is voor communicatieve vaardigheden en dus de sociale ontwikkeling, ook van leerlingen die verbaal minder sterk zijn.

Volgens mij is dit een belangrijk aandachtspunt als leertechnologieën definitief hun plaats gaan innemen in het onderwijslandschap. En zeker als betrokkenheid een van de pijlers is waarop het ervaringsgericht leerparadigma steunt. Negatieve ervaringen met technologie kunnen nefast zijn voor het gevoel van betrokkenheid met het sociale en communicatieve gebeuren. Angst voor het gebruik van technologie kan hetzelfde gevolg hebben.

Terwijl iedere positieve ervaring een stapje dichter bij het verantwoord gebruik van informatie- en communicatietechnologie zou kunnen zijn.

Zou er iets positiever zijn dan het lezen, horen, zien en/of vertellen van een goed verhaal?










zondag 18 december 2011

De rol van sociale motivatie bij het gebruik van interactieve ICT tools

Hernandez, B., Montaner, T., Sese, F.J., & Urquizu, P. (2011). The Role of Social Motivations in E-Learning: How Do They Affect Usage And Success of ICT Interactive Tools? Computers in Human Behavior, 27, 2224-2232.

http://www.sciencedirect.com.ezproxy.vub.ac.be:2048/science/article/pii/S0747563211001397

In dit artikel heeft men onderzoek gedaan naar de rol van sociale motivatie bij de attitude tegenover en het gebruik van interactieve ICT tools. In dit onderzoek heeft men zich voornamelijk geconcentreerd op het gebruik van forums, blogs, chat, etc. Hierbij zijn ze uitgegaan van twee soorten sociale motivatie bij het deelnemen aan gesprekken op forums en dergelijke: (1) zij die het belangrijk vinden om deel uit te maken van een groep en (2) zij die er persoonlijk voordeel uit willen halen (bijvoorbeeld om betere punten te halen).[1]

In tegenstelling tot wat de onderzoekers oorspronkelijk dachten, hebben ze opgemerkt dat e-learners, in tegenstelling tot andere online-gemeenschappen, niet noodzakelijk deelnemen aan de gesprekken op forums om het gevoel te hebben dat ze deel uitmaken van een groep of gemeenschap. Voor de personen uit groep (1) zijn sociale invloed en altruïsme blijkbaar van meer belang. Hun attitude tegenover het gebruik van interactieve ICT tools zal vooral beïnvloed worden door het gedrag van andere leden en hun verlangen om anderen gewoon te kunnen helpen. Wel vermelden de onderzoekers dat deze resultaten voor andere landen eventueel zouden kunnen verschillen.1

De attitude van de learners uit groep (2) zou voornamelijk afhangen van de sociale motivatie dat ze erkenning zoeken van hun leraar.1

Dit zou tevens misschien een verklaring kunnen zijn waarom de learners binnen het onderzoek minder belang lijken te hechten aan de mening van anderen en het feit dat ze niet zozeer de neiging lijken te hebben om tot een bepaalde groep te horen. Blijkbaar hechten de learners meer belang aan de mening van hun leraar, omdat deze hen beoordeelt en ze voor hun punten van hem afhangen. Zoals verwacht, komen de individuele voordelen die men kan verkrijgen door gebruik te maken van interactieve ICT tools bij dit laatste dus duidelijk naar voor.1

De onderzoekers concluderen het volgende: “these results suggest that attitude depends significantly on a person’s desire to obtain personal gains and benefits -such as better grades or job promotions- that result from the approval of those with the ability to reward (provide benefits) or punish. This positive attitude leads learners to use more ICT interactive tools to prove to the instructor that they deserve high grades.”[2]

Bovendien zijn de onderzoekers tot de conclusie gekomen dat, door het feit dat de learners een positieve attitude ontwikkelen tegenover het gebruik van interactieve ICT tools, omdat ze dankzij het gebruik ervan beloond kunnen worden, later ook meer geneigd gaan zijn om die tools te blijven gebruiken, daar die positieve attitude bij de learners blijkbaar ook nadien nog blijft voortduren. De onderzoekers benadrukken daarom dat deze resultaten in acht zouden genomen moeten worden door toekomstige “web-based learning services”2, daar men dus duidelijk rekening moet houden met het belang van de rol van de leraar in de ontwikkeling van een positieve attitude tegenover interactieve ICT tools. Wanneer meer en meer learners dan een positieve attitude gaan ontwikkeld hebben en meer gebruik beginnen te maken van ICT, zullen zij op hun beurt een invloed uitoefenen op mensen uit hun omgeving, daar (zoals uit dit onderzoek ook gebleken is) sociale invloed eveneens een belangrijke determinant is voor de attitude van het gebruik van interactieve ICT tools. Bovendien, zo stellen de onderzoekers, zou men dus ook meer moeten inspelen op het gevoel van altruïsme van de learners en meer mogelijkheid moeten creëren om bijvoorbeeld informatie met elkaar uit te wisselen, documenten te delen, enzovoort. Tot slot besluiten de onderzoekers dat als men al deze zaken in acht zou nemen, men een des te positievere attitude zou creëren waardoor de learners ook des te meer geneigd zouden zijn om deze interactieve tools ook later verder te blijven gebruiken.1

Uiteraard benadrukken de onderzoekers dat er nog meer onderzoek nodig is hieromtrent om definitieve conclusies te kunnen trekken, maar ze hopen dat deze bevindingen de start vormen naar onderzoek van het creëren van een positievere attitude tegenover interactieve ICT tools.1

Ik ben van mening dat de leerkracht inderdaad een belangrijke rol speelt bij het gebruik van deze interactieve ICT tools. Bij “Onderwijstechnologie” is ook duidelijk gebleken dat er voor dit vak meer gebruik gemaakt wordt van het forum op PointCarré dan voor andere vakken, en dit juist omdat onze deelname aan de gesprekken op punten staat. Persoonlijk moet ik inderdaad toegeven dat mijn kennis omtrent dergelijke interactieve tools reeds enorm verbeterd is, omdat ik nu wel verplicht ben om hier gebruik van te maken, terwijl ik vroeger al meer geneigd zou geweest zijn om enkel die dingen te gebruiken die ik reeds kende. Het lijkt mij dus inderdaad zeer nuttig indien men het gebruik van bepaalde interactieve tools meer verplicht zou maken binnen een bepaalde richting of vak, zodat de studenten wel genoodzaakt zouden zijn om hier gebruik van te maken en ermee in aanraking te komen. Op deze manier zullen de studenten inderdaad een veel grotere kennis krijgen over zulke zaken en ik ben er inderdaad ook van overtuigd dat, juist omdat je eindelijk weet hoe iets werkt, je ook meer geneigd zal zijn om die zaken later ook te blijven gebruiken indien ze jou van pas kunnen komen. Tot slot is het naar mijn mening inderdaad ook zo dat mensen elkaar beïnvloeden. Mensen beginnen bijvoorbeeld Facebook te gebruiken omdat hun vrienden dat doen en ze daar zo mee in aanraking komen. Dit zou dus ook kunnen gelden voor de meer interactieve ICT tools en daarom dienen zij eerst aan zoveel mogelijk studenten aangeleerd te worden.

Het is jammer dat er voor velen van ons eigenlijk zo weinig geweten is over wat er allemaal online terug te vinden is, aangezien we veel dingen waarschijnlijk goed zouden kunnen gebruiken. Hopelijk zal dit in de toekomst alleen maar verbeteren.



[1] Hernandez, B., Montaner, T., Sese, F.J., & Urquizu, P. (2011). The Role of Social Motivations in E-Learning: How Do They Affect Usage And Success of ICT Interactive Tools? Computers in Human Behavior, 27, 2224-2232.

[2] Hernandez, et al. (2011, p. 2230)

zaterdag 17 december 2011

Nooit te jong om te leren: kleuters en ICT-toepassingen

Bronnen:

Klasse (01 april 2011)
ICT voor kleuters, Klasse voor Leraren 214, p. 34.
Online versie:
http://pdf.klasse.be/KVL/KVL214/KVL21434.pdf

Brochure
ICT, springplank voor kleuters, Brussel 2006, p. 13-26.
Online versie:
http://www.ond.vlaanderen.be/publicaties/eDocs/pdf/249.pdf

Commentaar

Er zijn een aantal reacties verschenen op de blog over kleuter(onderwijs) en ICT-gebruik (Ipad, games, …). Ik wil er graag eentje toevoegen. In een kort artikel van het tijdschrift Klasse (2011) gaat het over Tux Paint, een open source tekenprogramma dat thuis of in de klas kan gebruikt worden door kleuters. Op een kindvriendelijke manier (eenvoudige functies, interface met pictogrammen, automatisch opslaan van werkjes,…) kunnen kleuters tekeningen en schilderijen maken met deze tool. Het doelpubliek zijn kinderen van 3 tot 12 jaar. Dankzij dergelijke programma’s leren kinderen zowel de computer en ICT-taal te gebruiken als de coördinatie en vaardigheden om te leren schrijven en tekenen. Kleuters groeien op in een visuele wereld. Het is de taak van het kleuteronderwijs om kinderen te begeleiden in hun ontdekkingstocht ervan. Het mag eens iets anders zijn dan spelletjes spelen op een computer. ICT kan zoveel meer betekenen op een didactisch verantwoorde manier. De toepassing van dergelijke softwarepakketten zoals tekenprogramma’s kan hier een bijdrage leveren. Bovendien is Tux Paint vrije software waardoor het programma steeds kan aangepast en verbeterd worden, zo kan men eigen stempels gemakkelijk toevoegen. In de brochure ICT, springplank voor kleuters, staan er heel wat gebruiksvriendelijke leeractiviteiten en lesinhouden die een kleuterleerkracht met Tux Paint kan bereiken (2006, p. 19-22).

Voordelen van dergelijke tekenprogramma’s

- Gebruiksvriendelijk en drempelverlagend voor kleuter en leerkracht
- Stimuleert coördinatievaardigheden/motoriek en creativiteit: kijken, denken en handelen leren coördineren

- Vertrouwd geraken met computer en werking

- Voor kleuterleraar: handige manier om kleuters en hun evolutieproces te observeren want werkjes worden gemakkelijk bewaard.

Tips!

- Rol van de leerkracht is belangrijk: leerkracht moet kinderen aanmoedigen om te proberen en te leren met de computer en toepassingen. Zo kan angst vermeden worden, hoewel dergelijke software meestal uitnodigend werkt en nieuwsgierigheid wekt bij kleuters.
- Communicatie en feedback door leerkrachten en kleuters is nodig: het doel van de taken moet duidelijk zijn.