donderdag 31 maart 2016

ICT-integratie met een one-to-one laptopprogramma, gedeelde ervaringen van het CAC.

Tijdens de krokusvakantie kreeg ik de gelegenheid om een observatiestage te doen in het CAC (Cairo American College) http://www.cacegypt.org/
De school heeft ICT-integratie met een one-to-one laptopprogramma.

Omdat ik er vooraf even met professor Questier over kon overleggen, raadde hij mij aan om zo veel mogelijk op te steken over deze ICT-integratie. Ik wil jullie hier graag verslag van uitbrengen.
Gedurende een week was ik aanwezig op de school en volgde ik er meerdere lessen bij verschillende leerkrachten.
Tijdens een interview met de ICT coördinator ging ik op zoek naar de geschiedenis van het one-to-one laptop programma, naar de voordelen ervan en naar de moeilijkheden.
Een interview met een van de eerste leerkrachten die met ICT integratie werkte bracht de praktische zaken die voor de leerkracht belangrijk zijn aan het licht. Zo was er een stapsgewijze start geweest, eerst met enkele leerkrachten en ieder jaar werd deze groep groter.
Hieronder kunnen jullie de neerslag van beide interviews lezen.

1.      Interview met Aland Russel, ICT-coördinator

Wat is de geschiedenis van het one-to-one laptop program?
Idee is dat je veel info krijgt en de tool is de computer en het internet, dus kinderen kunnen van jongs af aan hiermee leren werken. Het gaat hierover:
1ste Snel opzoeken van info: AAL anytime anywhere learning.
2de Vele verschillende manieren om het leren voor te stellen, te combineren en nieuwe kennis te creëren.
3de Samenwerken met experten en kinderen van dezelfde leeftijd overal ter wereld. Vroeger waren dat de pennenvrienden, nu is het real time communicatie. AA anytime anywhere is hier belangrijk.
Aland is Social Studies teacher, was ook lange tijd directeur in andere scholen en hij kent gewoon veel van computers. Hij werkte gedurende 10 jaar in een American College in Zuid-Amerika aan ICT-programma’s. Vroeger was dat enkel met vaste computers, maar door laptops + mobile internet kan alles overal meegenomen worden. Hierdoor kwam het idee van een one-to one program en ook de beperking tot het klaslokaal valt weg.
Het programma wordt toegepast in graden 3 tot 12 en is in iedere graad anders. In deze school startte het project in de highschool, daarna in de middle school en als laatste in de elementary school waar dit pas het 2de jaar is.

Welke visie op ICT zit erachter?
To make learning easier, het gaat er niet om om meer te bereiken, wel om gemakkelijker te leren. Een laptop is een extra tool bij het leren. De manier van leren en de presentatie van het leren is anders, maar er wordt niet meer door verwezenlijkt.

Hoe gebeurt de implementatie?
In het begin was er een projectgroep van leraren die spraken over het waarom van computers. Het ging er niet over dat die leraren computers wilden hebben, het ging erover waarom computers nodig waren.
De volgende vraag was: Wat is er nodig om dit te laten werken?
In het begin zorgde de school voor de computers maar nu is er sinds 5-6 jaar BYOD (bring your own device). Dit is een verplichting in de high school. In de middle school (graden 3 tot 8) krijgen de leerlingen nog een laptop van de school. De laptops worden iedere 4 jaar vernieuwd. Op dit ogenblik is nog niet beslist hoe of wanneer de leerlingen uit de middle school ook zelf hun laptop moeten aankopen of dat de school nog eens de vervanging gaat doen.
Het kost nogal wat: Het netwerk staat voor 50% van de kost en de hardware voor de andere 50%. Het budget voor de gehele school is per jaar > $ 500.000
Het onderhoud en programmeren kost $ 250.000 tot 300.000, een verzekerde internetverbinding (die mag nooit uitvallen) kost $ 100.000 en de hardware kost $ 250.000. Het uiteindelijke doel is om de gratis laptops af te schaffen omdat het veel en veel te duur is.

Wat waren/zijn de uitdagingen voor het one-to-one program?
De grootste uitdaging is om het systeem draaiende te houden en ook de kostprijs. Het is heel duur omdat de werking verzekerd moet zijn.

Wat zijn de voordelen op het vlak van leerwinst?
Leerkrachten moeten op een andere manier gaan lesgeven. Het one-to-one programma kan geen vervanging voor pen en papier worden. Door het laptop gebruik is er veel meer exploratie mogelijk dan bij de traditionele manier van lesgeven. De leerkracht moet zijn manier van lesgeven aanpassen en de studenten de keuze laten om voor zichzelf te beslissen wat, hoe en wanneer.
Een voorbeeld is het leren over de revolutie (we zijn in Caïro). Hiervan kan een video getoond worden en de leerlingen zullen daar wat van opsteken. Wat beter zou zijn is dat je de studenten een toepassing laat maken, nadat ze geleerd hebben over de revolutie. Ze krijgen de opdracht iets te maken over wat ze geleerd hebben, wat zij maar willen, en de leraar geeft enkel de structuur mee. Waarover wil hij informatie zien? De inhoud, de organisatie en het begrijpen. De tools zelf worden niet door de leraar uitgelegd, het zijn de leerlingen die dit moeten ontdekken. En daar ligt de grootste aanpassing voor de leraren, zij zijn graag in controle over het leerproces, maar ze moeten het loslaten, een structuur creëren waarbinnen het moet gebeuren en de rest door de leerling zelf laten doen. Motivatie voor de leerling is hier het belangrijkst.

Bovenstaande specifiek voor het one-to-one programma?
Het grootste probleem is de leerlingen met de laptops leren omgaan, ze laten die regelmatig vallen omdat ze nog jong en onhandig zijn. BYOD heeft ook wel problemen maar minder. Voor software krijgen ze nog steeds hulp op school, voor de hardware gaan ze naar de shop waar de eigen laptop vandaan komt (high school), of ook op school voor de leerlingen van de middle school.
Het laten invullen van toetsen in een digitale omgeving is gemakkelijk omwille van de score die meteen verschijnt maar je hebt beperkte mogelijkheden in vragen stellen. Als bijvoorbeeld de spelling van een woord fout zou zijn dan is de score 0. De leraar moet nog steeds het denken evalueren door zelf de tests na te lezen.  Een extra voordeel is dat digitale tests nooit kwijt geraken.
Studenten kunnen heel erg creatief zijn als zij de mogelijkheden krijgen om iets te ontwikkelen. Ze maken verbazingwekkende zaken als spelletjes enz, maar je moet er wel op letten dat de inhoud ook aanwezig is. Je moet dus duidelijk je verwachtingen meegeven. Al je hen de vrijheid niet laat in wat ze gaan ontwikkelen, maar dit zelf begint te bepalen, dan kunnen ze niet zo creatief zijn en krijg je 20 keer hetzelfde product. Op basis van het zelf zoeken naar iets krijg je 20 keer iets anders en dat is het doel hier. Dit is het verschil tussen het juiste antwoord krijgen en de ontwikkeling van het denken zien. Als de producten er allemaal hetzelfde uitzien is dat gemakkelijk voor de leraar om het te quoteren maar de lln leren niets.
Over onderwijstechnologie: ICT-integratie is een middel om een krachtige leeromgeving te creëren. Gebruik computers om die krachtige leeromgeving voor ieder onderwerp te bereiken. Tegelijkertijd leren zij ook hoe ze een computer kunnen gebruiken, maar dat is niet het doel van ICT-integratie. Een cursus programmeren of ontwerpen op computer, dat zijn cursussen over computers. ICT-integratie in de klas is heel iets anders.

Ben ik volgens u iets vergeten te vragen?
Aland gaf hierop een ander voorbeeld uit de praktijk: Op een bepaald moment gaf ik een vak ‘Exploratory robotics’, waar ik de leerlingen een heleboel problemen gaf, maar ik leerde hen niets. Ik legde de problemen uit en gaf hen heel veel bronnen mee. Zij konden de bronnen gebruiken of iets anders doen maar ze moesten stap voor stap het probleem oplossen. Als ze met vragen kwamen zei ik dat ik het ook niet wist. Ik gaf soms wel een bron aan waarmee ze een nieuwe stap konden zetten. Dit vak duurde een heel semester maar de leerlingen wilden er niet meer mee stoppen. Zij moesten alles zelf opzoeken, samen discussiëren en via internet nagaan hoe dit elders al gebeurde. Ze maakten een robot die iets kon opnemen en ergens anders neerzetten. Het probleem werd geanalyseerd en in teams werden de oplossingen gezocht. Nadien werd ook in denkstappen geanalyseerd en gepresenteerd. Dit is metacognitief denken. Het eindigde met een presentatie waar zij door hun website gingen en alles stap voor stap uitlegden.


2.       Gesprek met Tai Torky, leerkracht Social Studies die deelnam aan de projectgroep die het idee uitwerkte en in de beginfase heeft uitgetest.

Hoe is dit ICT one-to-one program kunnen starten?
In het begin was er een projectgroep die de mogelijkheden bestudeerde. Het moeilijkste was het budget vinden om de laptops te voorzien. Dit moest zowiezo eerst besproken worden en bij de inschrijvingen voorgesteld aan de ouders. Daarom werd de start van het project met 1,5 jaar uitgesteld.
De planning zag er als volgt uit:
1ste schooljaar: nadenken over hoe en met welke materialen, plus een juridisch kader ontwikkelen.
2de schooljaar: testfase van 1 semester bij enkele leraars/enkele klassen met gebruik van een laptop cart, nadien verlengd in het 2de semester
3de schooljaar: geïmplementeerd
Het moeilijkste is de hardware, de leerlingen moeten leren hoe ermee om te gaan, er moet een tas voorzien worden om de laptop tijdens vervoer te beschermen. De school moet een personeelslid voorzien voor het onderhoud van dit hele systeem, het moet met zekerheid altijd blijven werken.
Ook moest er een juridisch kader ontwikkeld worden. Het project moest bij de aanmeldingen al aan de ouders voorgesteld worden, zij moesten een vrijwaring tekenen en waren verantwoordelijk voor eventuele materiële schade, dus dat was heel wat voorbereidend werk.
De leraren moeten voldoende gebruik maken van het systeem om dit tot iets vruchtbaars te maken. Tijdens het 1ste jaar was er een leraar uit de projectgroep die deels lesvrij gemaakt werd om de andere leraren technisch en met ideeën te ondersteunen. Het feit dat dit een leraar was ipv een technische persoon was zeer belangrijk!! Zo kon praktisch gewerkt worden en deze leraar begreep ook de problemen waarmee de anderen kwamen omdat hij zelf ook voor de klas stond.
In het begin kan het met een laptop/tablet kar, die door de leerkracht gereserveerd kan worden en die dan van klas naar klas verhuist. De laptops/tablets worden na gebruik in de kar in de lader geklikt waardoor ze steeds gebruiksklaar zijn. De leerlingen kunnen er eentje uitnemen voor specifieke lessen of zelfs om mee naar huis te nemen. Een kar zou het budget voor publieke scholen zeker beperken en meerdere leerlingen kunnen dezelfde laptop/tablet gebruiken. Het moet wel om laptops of tablets gaan om het doel te bereiken want vaste computers staan in een lokaal en daar moeten de leerlingen dan naartoe verhuizen. De leerlingen krijgen in het begin enkele introductie lessen over hoe het werkt, waarna ze verder exploreren.
Alle documenten die leraren opstellen moeten op google docs komen, zodat ze anytime toegankelijk zijn voor de leerlingen. Tai Torky heeft trouwens een website op google sites die ze voor haar lessen gebruikt en niet alleen voor haar leerlingen maar voor iedereen vrij toegankelijk is. https://sites.google.com/a/g-cacegypt.org/tai-torky-cac-ms/



Na hoeveel tijd kan dit programma echt operationeel zijn?

Het best is te beginnen met een testfase in slechts enkele klassen, daarna met een groep leraren die voor het idee gewonnen zijn. Zij kunnen dan presentaties geven en hun ideeën en manier van werken delen. Daarna wordt er een draagvlak gevonden en dan kan het pas met heel de school. Dit duurt minimum 3 jaar en de leraren moeten zich aanpassen aan deze manier van werken. 

woensdag 30 maart 2016

Twictée vernieuwt het dicteeveld



Twictée vernieuwt het dicteeveld
1. Samenvatting
Om de spellingsregels op een ludieke manier aan te leren is er een initiatief bedacht dat niet alleen technologie gebruikt, maar ook inspeelt op sociale media (Twitter) en op de leefwereld van de leerlingen: de “twictée”. “Twictée” is een samenstelling van de woorden Twitter en dictee en is een initiatief uit het Franstalig onderwijs. Concreet zijn dit heel korte dictees van maximum 140 karakters, dezelfde begrenzing als op Twitter, waarbij er collectief verbeterd wordt. De samenwerking en collectieve verbetering gebeuren op verschillende niveaus: tussen leerlingen van de klas en tussen verschillende klassen die ook van een andere school kunnen zijn.

2. Stappenplan van een twictée
 Concreet ze er  verschillende stappen: 
Het schrijven van de “twictées”
De leerkracht stelt een kort dictee van maximaal 140 karakters op. Leerlingen schrijven individueel alles op. Leerlingen gaan vervolgens in groep de dictees nagaan en stellen een collectief antwoord op voor ze die gaan opsturen via Twitter. Tegenwoordig zijn er ook andere communicatieprogramma’s zoals Google Drive, Evernote en Onenote 
 Maken en opsturen van “twoutils”.
Daarna moeten de leerlingen de “twictée” van andere klassen verbeteren. Om dit te doen zullen ze gebruik moeten maken van “twoutils”, zinnen van maximaal 140 karakters die de spelling- en grammaticaregels geven om één fout te verbeteren of om de fout niet te reproduceren. 
 Verbeteren van de “twictées” dankzij de “twoutils” verzonden door de andere klas
De leerlingen verbeteren de fouten gemaakt in de “twictée” dankzij de “twoutils” die de andere klassen hebben gemaakt. 
 Evaluatie en transfer “twictée”
Dankzij de “twoutils” wordt er een evaluatie- en opvolgingsfiche gemaakt. Als besluit wordt er een transfer-“twictée” gemaakt, waarbij dezelfde “twictée” wordt gegeven met dezelfde spellingsregels, zodat de leerlingen hun evolutie kunnen meten (N.m., 4/12/2015, La twictée révolutionne la dictée, in: Sydologie).

Om uitgebreider te verstaan hoe een “twictée” werkt, vindt u op de onderstaande link hieronder een franstalig youtube-filmpje van de France 3 in een Franse lagere school:  https://www.youtube.com/watch?v=a5cWYNX5U-c
 3. Kritische reflectie
3.1.Pro’s

Spelling- en grammaticale regels aanleren aan leerlingen is altijd een zware taak geweest voor taalleerkrachten. Slechts weinig leerlingen zijn gemotiveerd om deze regels aan te leren en te begrijpen.  Twictées bieden echter de mogelijkheid aan om de motivatie van de leerlingen te vergroten, zoals aangehaald door Jean-Pierre Sautot in zijn wetenschappelijk artikel over dictées (Sautot, Jean-Pierre, La dictée, un exercice, p.28). Dankzij de Twictées kan je hun de spellings- en grammaticaregels aanleren en inspelen op hun leefwereld en zo hun motivatie vergroten. Daarbij combineert  “Twictée” inductief leren (ze moeten zelf de regel vinden en zelf hun fouten vinden), creativiteit (formuleringen regels of formulering antwoorden), interactief leren (binnen en tussen klassen) en leren synthetiseren (kiezen van informatie die ze moeten meegeven om de medeleerlingen te verbeteren). Aangezien er een groot aantal klassen meedoen, kan je ook inspelen op leerstatus. Klassen of zelfs groepen met een lager taalniveau kan je laten werken met klassen of groepen met hetzelfde taalniveau. Ook leren de kinderen niet alleen van hun fouten, maar kunnen ze de juiste regel ook onmiddellijk opnieuw toepassen en overdragen naar een vergelijkbare situatie van de transfer-“twictée”. Daarbij is de evaluatie ook nog aangepast aan hun leerstatus, want het gaat in de eerste plaats om de evolutie die de leerlingen doormaken.

Ook is het voor de leerkracht niet te moeilijk om het evenwicht te vinden tussen orde, vrijheid en de autonomie van de leerlingen dankzij het stappenplan. Bijvoorbeeld: vooraleer de leerlingen de “twoutils” doorsturen kan de leerkracht alles nalezen om zeker te zijn dat er geen fouten tussen zitten.  Aangezien het ook geen lange dictees zijn, is het voor de leerkracht ook gemakkelijk om de leerlingen te begeleiden in hun zoektocht naar die “twoutils”.

Aangezien “twictées” ook de mogelijkheid bieden om een uitwisseling tussen verschillende landen tot stand te brengen, leren de kinderen ook omgaan met interculturele aspecten van taal. 

“Twictées” worden al regelmatig gebruikt in de lagere school. “Twictées” hebben daarnaast ook nog het voordeel dat leerlingen sinds jonge leeftijd leren om gaan met computers en sociale media. In één van de vorige blogberichten werd er aangehaald dat leerlingen veel bezig zijn met sociale media, maar niet mediawijs zijn. Deze lesmethode zou ervoor kunnen zorgen dat leerlingen mediawijzer worden, zeker en vast als ze hiermee omgaan sinds hun lagere school. Leerlingen kunnen hier leren omgaan met:
·         De karakteristieken van sociale media, oorsprong, terminologie,..
·         De werking en meer bepaald de wisselwerking met “vrienden”
·         Het taalgebruik op Twitter. Zowel typische taal voor sociale media, maar ook het besef dat je ook correct taalgebruik kan hanteren op sociale media.
·         Bewustwording van hun aanwezigheid op het internet en hun zichtbaarheid. Het gebruik van Twitter tijdens een twictée sessie betekent dat ze sporen achterlaten op het internet. Die informatie kan iedereen lezen en zal er op blijven. Bewustzijn van zulke handelingen is heel belangrijk en behoort tot de mediawijsheid.  Als men zich goed bewust is van zijn handelingen op het internet kunnen zulke aspecten een positieve impact hebben (vb. Het forum tijdens onderwijstechnologie) hebben en negatieve aspecten (vb. dronken foto’s op facebook) hopelijk beperken.

Deze aspecten hebben volgens verschillende getuigenissen van leerkrachten een duidelijk positief effect op het leerproces van de leerlingen. Hun niveau verbetert snel, ze letten ook veel meer op hoe en wat ze schrijven en onthouden beter de grammaticale regels (n.m., 01/04/2015, Enseignement : la « twictée » au secours de l’orthographe, in : Le Vif ; Relouzat, Vanessa, 11/03/2015, La « twictée » pour apprendre l’orthographe, in : La république; Menkoué, Philippe, 22 september 2015, Les Twictées: nouvelles formes de dictées à l’ère du numérique et des réseaux sociaux)
2.          3.2.Contra’s
Ondanks het innovatieve en de sterke positieve pedagogische en didactische voordelen, zijn er ook enkel contra’s aan verbonden. Om het werkelijk interactief te maken, zouden de tweets geprojecteerd moeten worden op een interactief lesbord of tablets wat een financiële investering vereist die niet voor elke school haalbaar is. Interactieve lesborden zijn echter geen must als er individuele computers beschikbaar zijn waarop getweet kan worden. Er bestaan bepaalde initiatieven, zoals in de les Onderwijstechnologie aangehaald werd, die ervoor zorgen dat je heel goedkoop bepaalde computers kan hebben vb. One laptop per child

Een andere contra is dat het steeds in samenwerking moet zijn met andere scholen. Dit maakt de interactie en het gebruik van dergelijke initiatieven niet altijd gemakkelijk. Moeten ze allemaal dan samen online zijn of gebeurt het verbeteren dan fragmentarisch, verspreid over één of verschillende weken? In het eerste geval moet je je planning als leerkracht afstemmen op die van verschillende collega’s. Wat alles behalve een gewonnen strijd is. In het tweede geval is ook het leerproces verspreid en fragmentarisch en vermindert de leerwinst.

 4. Besluit
Twictées is volgens mij een heel goede methode om in eerste instantie spelling en grammaticale regels aan te leren, maar ook om leerlingen vaardigheden aan te leren die ze de rest van hun leven nodig zullen hebben: collectief leren, interactief leren, zelfstandig werken en ICT-competenties. Daarboven op creëert het een bewustzijn over hoe om te gaan met deze ICT-competenties en met sociale media. 
Volgens mij kunnen de voordelen van het initiatief  doorgetrokken worden tot andere vakken zoals aardrijkskunde, waarbij hetzelfde principe blijft gelden. Leerlingen moet op een vraag/stelling antwoorden of moet de oplossing op een oefening vinden. Die moeten ze dan opsturen en dan moeten de andere klassen een verbetering of verbetersleutel doorsturen waarmee de leerlingen het juiste antwoord leren.
Om dit initiatief te verwezenlijken blijft een bepaalde investering in ICT onvermijdelijk, een noodzakelijke inzet van middelen die niet iedere school en instelling kan of wil maken. 

5. Bronnen
a)      Wetenschappelijke literatuur
·   Sautot, Jean-Pierre, 2015, La dictée, un exercice?, in: La lettre de L’AIRDF, Association internationale de recherche en didactique du français, n°25, pp.25-33, https://halshs.archives-ouvertes.fr/halshs-01187095/document
b)      Artikels
·         N.m., 01/04/2105, Enseignement : la « twictée » au secours de l’orthographe, in : Le Vif, laatst geraadpleed op 30/03/2016  internet : http://www.levif.be/actualite/belgique/enseignement-la-twictee-au-secours-de-l-orthographe/article-normal-374585.html
·         Relouzat, Vanessa, 11/03/2015, La « twictée » pour apprendre l’orthographe, in : La république, laatst geraadpleegd op 30/03/2016,  internet: http://www.larepublique77.fr/2015/03/11/la-twictee-pour-apprendre-l-orthographe/
·         Menkoué, Philippe, 22/09/2015, Les Twictées: nouvelles formes de dictées à l’ère du numérique et des réseaux sociaux, laatst geraadpleed op 30/03/2016, internet: http://cursus.edu/article/26058/les-twictees-nouvelles-formes-dictees-ere/#.VvraydI71M4
·        Soyez Fabien, 27/03/2015, Twictée: l’enseignement de l’orthographe décuplé par Twitter, laatst geraadpleegd op 30/03/2016, internet: http://www.vousnousils.fr/2015/03/27/twictee-lenseignement-de-lorthographe-combine-a-la-puissance-dun-reseau-social-565936
·    N.m., 4/12/2015, La twictée révolutionne la dictée, in: Sydologie, laatst geraadpleegd op 30/03/2016,internet: http://sydologie.com/2015/12/la-twictee-revolutionne-la-dictee/

c)       Website Twictée
·         Twictée, internet: http://www.twictee.org/
d)      Youtube-filmpje
·         France 3, Au Mée sur Seine, on pratique la twictée, 8 april 2015, laatst geraadpleegd op 30/03/2016, internet : https://www.youtube.com/watch?v=a5cWYNX5U-c

Draagbare snufjes in het onderwijs, wanneer wel en wanneer niet?

Samenvatting
Het technologie- en communicatiebedrijf Krome is een grote speler op de technologiemarkt wat betreft draagbare technische snufjes. Smartwatches zijn nu door iedereen gekend en algemeen is geweten dat deze smartwatches niet alleen de tijd weergeven, maar ook een ingebouwde muziekspeler en gps hebben, internet, en nog veel meer. Krome heeft zich bovendien gespecialiseerd in draagbare technische snufjes die scholen in de klas kunnen gebruiken. Zo kan een leerkracht chemie bijvoorbeeld met de ingebouwde camera in zijn smartwatch een chemische proef aan heel de klas tonen zonder dat de leerlingen hiervan gevaar van ondervinden. Daarenboven kan iedereen de chemische proef duidelijk zien zonder dat er iemand voor je staat die groter dan je is. Krome investeert in een toekomst voor meer draagbare snufjes in de klas opdat iedereen hier baat bij heeft, alsook scholen met een klein budget. Zo kunnen leerkrachten met Google Cardboard een virtueel avontuur rond de hele wereld met de leerlingen maken en dit gewoon door gebruik te maken van een simpele app. Het doel van Krome is om niet alleen technische snufjes voor scholen te creëren, maar om technische snufjes te creëren waar de leerlingen zelf het meeste baat bij hebben. Maar wat doe je dan tijdens de examens met deze draagbare snufjes?

Reflectie
Krome heeft dus voor ogen om het schoolleven van jongeren op te leuken op een zo efficiënt mogelijke manier met in het achterhoofd dat dit voor armere scholen ook nuttig is. Krome ziet echter enkel het positieve van deze technologie op school in. De Billericay School in Essex doet dit echter niet. De school is van mening dat smartwatches niet zo interessant zijn, dit zeker niet tijdens de examens. Volgens de school zouden jongeren kunnen spieken door gebruik te maken van het internet of door bijvoorbeeld de app van Apple Watch Siri. Na onderzoek is ook gebleken dat wanneer jongeren geen draagbare snufjes mogen dragen alsook geen gsm op zak mogen hebben, de examenresultaten met 6% stijgen (Fricker, 2015). Dit betekent dus dat de kans op spieken niet alleen enorm afneemt, maar dat leerlingen ook beter hun best doen want ze zijn enkel en alleen afhankelijk van hun opgedane kennis.




Hieruit zou ik dus afleiden dat smartwatches interessant zijn wanneer deze tijdens de lessen gebruikt worden om onder meer jongeren een andere kijk op de wereld te geven, om jongeren te laten leren door gebruik te maken van hun eigen leefwereld of om jongeren die op een armere school zitten de mogelijkheid te bieden op een creatieve educatie dan gewoon gebruik te maken van werk- en leerboeken. Wanneer smartwatches gebruikt worden tijdens de examenperiodes dan bestaat er effectief de kans dat jongeren dit technologisch snufje zullen gebruiken om de antwoorden die ze van het examen niet weten op te zoeken door gebruik te maken van apps of het internet. Ik zou niet alleen tijdens de examenperiodes het gebruik hiervan afschaffen, maar ook tijdens de les wanneer de leerlingen een toets moeten maken.

Besluit
Dat de onderwijswereld steeds innoveert is algemeen geweten. Scholen moeten volgen met de technologie die er voor hun beschikbaar is en opteren voor de meest efficiëntste tools voor de school zelf alsook voor de leerlingen. Gebruik maken van technologische snufjes om het lesgeven op te leuken is niet alleen voor de leerlingen aangenamer, maar ook voor de leerkracht die steeds hetzelfde vak moet geven en dezelfde inhoud. Het is voor de leerkracht dan ook een uitdaging om te leren omgaan met, in dit geval, een smartwatch. Zolang er zowel baat is voor de leerlingen als voor de school dan is de integratie van smartwatches in scholen meer dan welkom. Indien dit niet het geval is zou de school op zoek moeten gaan naar andere onderwijstechnologie die efficiënter te werk gaat. Kortom, zolang Krome blijft investeren in deze technologie en dit met het oog op efficiëntie voor iedereen dan zal het niet lang meer duren eer Belgische scholen deze technologie zullen toepassen.

Referenties
Paddick, R. ‘How can wearable tech make its mark in education?’. 27 maart 2016. Edtechnology. Laatst geraadpleegd op 30 maart 2016. “http://edtechnology.co.uk/Article/how-can-wearable-tech-make-its-mark-in-education

Fricker, M. ‘School bans smart watches to prevent pupils using them to cheat in exams’.  19 mei 2016. Mirror. Laatst geraadpleegd op 30 maart 2016. http://www.mirror.co.uk/news/uk-news/school-bans-smart-watches-prevent-5724663

De digitale leiders van morgen



Samenvatting: In het artikel “Moving Students from Digital Citizenship to Digital Leadership” (2015) van Terry Heick wordt de overgang van digitale burgers naar digitale leiders kort beschreven. Het eerste wat ik me afvroeg toen ik de titel las, was het volgende: Hoe verschillen digitale burgers en digitale leiders van elkaar en hoe verbind je dit met een klascontext? Kort samengevat: digitaal burgerschap verwijst naar respectvol en verantwoordelijk gedrag in de digitale wereld. Digitale leiders zijn daarentegen digital citizens die een maatschappelijke of sociale verandering teweegbrengen. De volgende vraag wordt in deze blog onder de loep genomen: Hoe kunnen leerlingen zich als digitale leiders profileren?

Leerlingen als nieuwe burgers

Iedereen kan als digitale burger worden gezien, omdat we haast dagelijks in contact komen met het internet, sociale media,… Net zoals in de offline-wereld gelden er bepaalde waarden in de digitale wereld. Terry Heick gaf enkele jaren geleden de volgende beschrijving van het digitaal burgerschap in The Definition Of Digital Citizenship” (2013): “[T]he self-monitored habits that sustain and improve the digital communities you enjoy or depend on.” Volgens Terry Heick is deze term onontbeerlijk in het onderwijs aangezien studenten meer en meer digitaal met elkaar interageren. Kortom, onze klassen worden dus al enige tijd door digitale burgers bevolkt. Om deze reden zouden leerkrachten onder meer moeten wijzen op het privacybeleid, het kunnen identificeren van spams en onveilige websites, het vermijden van cyberpesten, het respecteren van andermans visie op het internet, … In Digital Citizenschip in Schools (2007) stelt Mark Ribble dat leraars een bepaalde structuur moeten aanbrengen om het digitaal gedrag van leerlingen in de juiste richting te sturen (2007, 9). Zijn boodschap is duidelijk:

It’s not an understatement to say that the digital world has changed how we behave and function as citizens of the “real world” […] As educators, we must prepare students to live in a world without physical boundaries […] “Citizenship” in this sense takes on a new meaning beyond our normal understanding of geographical nations, states and communities. Indeed, this new citizenship is global in nature (Ribble 2007, 12).


Volgens Terry Heick gaat het niet alleen om bewustwording van de digitale wereld en de normen en waarden die hierin gelden, maar moet er ook sprake zijn van een overgang naar digital leadership. Waarin ligt nu het verschil tussen een digitale burger en een digitale leider?



Aan de overkant van het eigen ik

De bovenstaande afbeelding van Sylvia Duckworth zet de verschillen tussen digitale burgers en leiders op een rijtje. Een digitale leider is eigenlijk een geëngageerde burger die bepaalde zaken aankaart en zo door zijn of haar digitaal gedrag een verandering uitlokt. Dit klinkt allemaal vrij abstract en in “Moving Students from Digital Citizenship to Digital Leadership” (2015) worden geen concrete voorbeelden van zulke leiders gegeven. Er wordt wel vermeld dat empathie bepalend is voor de overgang van een burger naar leiderfiguur. Dit houdt in dat digitale leiders over de grenzen van het eigen ik kijken en zich inzetten voor anderen in de digitale wereld. Anders gezegd: het digitaal gedrag beperkt zich niet alleen tot het surfen voor eigen plezier of kennisdrang, maar komt de digitale gemeenschap ten goede. Dit klinkt allemaal erg mooi, maar hoe kan deze visie over digitale leiders aan de onderwijspraktijk worden gelinkt?


Omdat ik op mijn honger bleef zitten over de concrete betekenis van digitale leiders richtte ik me voor mogelijke antwoorden naar de websites van George Couros en Jennifer Casa-Todd. Couros schreef het volgende in “Digital Leadership Defined” (2013): Just being “citizens” online is the average; kids already exist online.  We should be pushing for much more than this.”  Dit “much more” gaat over het aangrijpen van digitale mogelijkheden om een stem te creëren voor anderen. Enkele voorbeelden van digitale leiders:


1.      De Amerikaanse tiener Jeremiah Anthony startte in 2011 een twitteraccount “westhighbros”. Dit twitteraccount geeft complimenten aan mensen die men in de bloemetjes wil zetten. Jeremiah kan door zijn account een groot verschil maken in het online-leven van anderen. Zijn gedrag als digitale burger wordt als tegenvoeter van cyberpesten gezien en heeft sinds de opstart een grote reikwijdte gekregen.


2.      De Schotse Martha Payne kreeg internationale aandacht door haar blog “NeverSeconds”. Op deze blog post Marthe dagelijks een foto van de lunch die op haar school wordt voorgeschoteld. Ze geeft elke maaltijd een punt op een “food-o-meter” en beschrijft iedere maaltijd uitvoerig (van de prijs die ze moet betalen tot het aantal haren dat ze aantreft in haar maaltijd). Er verschenen artikels over haar in The Guardian en kok Jami Oliver betuigde op zijn twitteraccount zijn steun aan haar blog. Martha’s school probeerde aanvankelijk haar blogberichten te censureren, maar door haar digitale stem is er nu meer aandacht voor gezondere maaltijden.  

Andere voorbeelden van digitale leiders worden door Jennifer Casa-Todd in haar blogbericht “Moving from Digital Citizenship to Leadership” (2015) vermeld. Haar volgende vraag over digitale leiders is inspirerend: “Yes, these students are perhaps the exception, rather than the norm right now, but how do we help kids see the potential of social media as a way to develop more positive digital identities and do good in the world?” (Casa-Todd 2015). Mark Anderson toont dat de school een grote steun kan bieden voor het creëren van digitale leiders. Hij spreekt in zijn artikel “Digital Leader Academy“ (2016) namelijk over verschillende leidergroepen of “student digital leader groups” die door scholen worden georganiseerd en een platform bieden voor de uitwisseling van ideeën. Anderson probeert overigens om met de oprichting van een “Digital Leader Aacedemy” leerlingen uit verschillende scholen te verzamelen, zodat zij een voorbeeld kunnen zijn voor anderen en zodat zij als digitale leiders succesverhalen kunnen boeken. 


Schipperen tussen menselijk en digitaal contact

Als leerkrachte tracht ik na te gaan welke meningen er in me schuilen als ik naar de groeiende rol van technologie in het onderwijs en in de maatschappij kijk. Ik zal de toenemende rol van de digitale wereld in het onderwijs wellicht niet bejubelen door een aantal twijfels. Als taallerares vraag ik me namelijk af of een grotere digitale input niet tot een mogelijke taalachterstand zou kunnen leiden. Bovendien kan het zijn dat een toevloed aan technologie in het leerproces een onevenwicht tussen de leerlingen in de hand werkt. Hierbij denk ik aan de leerlingen die thuis geen gebruik kunnen maken van een computer. Ik vrees stiekem voor een wereld waarin jongeren het saai vinden om in de natuur te ravotten, omdat ze druk in de weer zijn met één van hun digitale accounts. Kortom, ik wil graag een evenwicht behouden tussen menselijk en digitaal contact. Verhalen over Jeremiah en Martha (lees: de digitale leiders) intrigeren me echter en zorgen voor een positieve kijk op de mogelijkheden van de digitale wereld.  Het is immers interessant om zelf als leerkracht iets te leren van deze leerlingen. Nu ik op de hoogte ben van het “digital citizenship” zal ik voornamelijk de volgende vraag voor ogen houden wanneer ik het klaslokaal na de paasvakantie zal betreden: Zitten er in mijn klas digitale leiders van morgen?

Bronvermelding

Casa-Todd, J. (2015). Endless Possibilities: Reflections and Resources, a Learning

Journey. “Moving from Digital Citizenship to Leadership”. http://jcasatodd.com/?p=390. Geraadpleegd op 29 maart 2016.

Couros, G. (2013). The Principal of Change: Stories of Learning and Leading. “Digital

Leadership Defined”. http://georgecouros.ca/blog/archives/3584. Geraadpleegd op 30 maart 2016.

Heick, T. (2013). „The Definition of Digital Citizenship”.


Heick, T. (2015). “Moving Students From Digital Citizenship To Digital Leadership”.


Payne, M. NeverSeconds: One primary school pupil's daily dose of school dinners.

http://neverseconds.blogspot.be/ Geraadpleegd op 29 maart 2016.

Ribble, M. (2007). Digital Citizenship in Schools. USA: ISTE.

TeachThoughtStaff (2016). “9 Rules for Digital Citizenship”.