Posts tonen met het label ICT-vaardigheden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ICT-vaardigheden. Alle posts tonen

maandag 28 maart 2016

"Dertig kilo papierwerk van mijn schouders"

Jongeren vs. Mediawijsheid 

Als je vandaag in een klas staat en durft te vragen wie van de jongeren social media gebruikt of meermaal het internet gebruikt per dag, is de kans groot dat je door het overgrote deel vreemd wordt aangekeken. De jongeren anno 2016 (en zelfs van de voorbije jaren) groeieden op in een wereld waar ze van overal media-impulsen kregen. Een wereld waar er steeds vernieuwingen zijn, steeds meer vooruitgang. Een wereld waar de media continu in verandering is. Een wereld in verandering.

Wil dit zeggen dat jongeren hun specifieke ervaringen met de media 'wijs' aanwenden? Leerkrachten, pedagogen en onderzoekers hebben hierop een eerder negatief antwoord. Wil dit zeggen dat ze dit voor de toekomst niet anders zien? Jawel, integendeel. Hier lijken de meesten een optimistische blik te hebben.

Blinde vlekken als gevolg van profiel en schoolkeuze.
Scholen zetten aso-leerlingen vaak aan tot reflectie, terwijl ze de tso- en bso-leerlingen stimuleert tot het creeëren. Wat betreft ICT en mediawijsheid zou een school een pakket moeten aanbieden dat inzet op beide facetten: niet enkel het doen, maar eveneens stilstaan bij wat en wie je wil bereiken, wat is je boodschap, hoe wil je het overbrengen. Handelen en reflecteren zou in een dergelijk pakket hand in hand moeten gaan.
Dit wordt reeds nagestreefd sinds de nieuwe VOET'en er zijn (1 september 2010), waar mediawijsheid werd ingeschreven en er daarbij aandacht wordt geschonken aan zowel de kansen geven als erover te reflecteren.

Volgens sommigen ligt het probleem net in deze VOET'en, omdat het té vrijblijvend zou zijn: van de scholen wordt er slechts een inspanningsverbintenis verwacht en geen resultaatverbintenis. Waar sommige scholen sterk op mediawijsheid inzetten, doen andere scholen dit niet. Vaak door gebrek aan infrastructuur, maar wat bijna nog crucialer is hier, is het profiel van de leerkracht(en). "Mensen die kiezen voor een job in het onderwijs zijn meestal goed met mensen, maar associëren zich vaak niet met 'machines'. Ze zien niet altijd het sociale en creatieve potentieel van digitale media."

Maar, net door deze VOET'en is ICT niet enkel meer het 'voorrecht' of enkel de taak van de ICT-leerkrachten, maar zou het aan bod moeten komen in zoveel mogelijk vakken van de leerlingen. Hierbij wordt er benadrukt dat integratie van mediawijsheid niet noodzakelijk steeds een zaak moet zijn van hoogtechnologische snufjes of tips en tricks. Het kan ook 'simpel': zoals een les over privacyinstellingen, of hoe je bepaalde informatie het efficiënst opzoekt, enz.



(Jongeren vs. privacyinstellingen geraadpleegd op Workshop mediawijsheid v.041 via slideshare.net)


Smartphones verbieden: hypocrisie ten top? 
Gsm's en smartphones worden echter verboden op scholen tijdens de lessen. Is het dan niet hypocriet om mediawijsheid te integreren in je lessen? Ergens wel. Daarom zijn ze eerder van mening dat het beter is dat je concrete afspraken maakt over het gebruik van smartphones en internet tijdens de schooluren, dan het radicaal te verbieden. Leerlingen zijn hoe dan ook toch altijd inventief genoeg om achterdeurtjes te vinden. Is het dan niet beter om met hen afspraken te maken en op een (correcte) en toffe manier mediawijsheid te integreren? Absoluut.
Is dit een pleidooi om smartphones altijd en overal toe te laten? Neen, zeker niet. Die kunnen in sommige gevallen zeer storend zijn, maar in andere contexten dan weer heel handig. Ook hier kom je terug bij de discussie over het maken van afspraken met je leerlingen en wat je doelstellingen zijn als je de smartphone toelaat.

Wat is mediawijsheid?

Mediawijsheid is alle kennis, vaardigheden en alle mentaliteiten die mensen nodig hebben om bewust, kritisch en actief mee te doen in de wereld van vandaag en morgen, waarin media een bepalende hoofdrol spelen. (Bron: https://cjsm.be/media/themas/mediawijsheid (geraadpleegd op 29.03.2016) ) 
Hieronder is een kort youtubefilmpje terug te vinden dat kort bespreekt wat mediawijsheid is. Daaronder ga ik verder in op het onderscheid dat wordt gemaakt tussen mediagebruik en mediabegrip, aangezien dit van het grootste belang is tijdens de verschillende lessen, verspreiden over de talle vakken. 




Mediawijsheid valt uit elkaar in mediagebruik en mediabegrip. (Het verschil dat hierboven reeds werd aangegeven tussen het handelen en reflecteren over omgaan met media.) Hiervoor verwijs ik graag naar het artikel van Klasse, waar dit mooi in een tabel wordt weergegeven. Kort en bondig samengevat, overkoepeld mediawijsheid heel wat aan competenties en draagt het bij tot de vorming vna een kritisch mens. Het draagt niet enkel bij aan het media bedienen en creeeren of (efficiënt) opzoeken en verwerken, maar eveneens aan het verwerven van inzich in de media (alles in vraag stellen!), analyseren, reflecteren en analyseren. Deze verzameling noemen we mediawijsheid en is van cruciaal belang in het leerproces van elke leerling.

"Mediawijsheid is van LeRensbelang" 

Er valt over dit onderwerp zodanig veel te schrijven dat er niet genoeg bomen zijn. En ook weeral hier merk je dan weer meteen het voordeel van de mogelijkheden die ICT en media kunnen bieden: het hoeft niet op papier, het kan perfect via een blog, of andere zaken. Aangezien er zoveel valt te schrijven beperk ik mij tot de onderwerpen die werden aangehaald in het artikel dat ik gebruikte als uitgangspunt.

Toen ik op mijn eerste stageschool een ICT-taak mocht begeleiden (die mijn mentor al jaren gebruikte en ik bijgevolg moest implementeren), vielen mij twee zaken meteen op. Enerzijds was dit een taak die overduidelijk werd gegeven omdat er 'nekeer aan ICT moet gedaan worden tijdens de lessen geschiedenis' en anderzijds dat de leerlingen verre van efficiënt een zoekopdracht konden uitvoeren.

Persoonlijk vind ik niet dat een ICT-taak op zijn plaats is als het moét worden uitgevoerd, zelfs al staat het in de VOET'en. Een dergelijke taak is op zijn plaats als het een tool is en het gebruik van ICT op zichzelf iets bijbrengt en het weer niet enkel gericht is op dat product dat ze moeten afleveren. Dat levert hen gewoon punten op, op het feit of ze de juiste resultaten al dan niet hebben kunnen vinden. Mij interesseert meer hoe ze iets hebben gevonden en welke bijdrage dit hen al dan niet heeft gebracht. Daarmee samenhangend komt dan het issue dat leerlingen niet weten hoe ze efficiënt moeten opzoeken. In dit hele proces speelt inderdaad het profiel van de leerkracht in kwestie een zeer grote rol. Want, zelfs al is de infrastructuur aanwezig betekend dit niet automatisch dat er ICT-ervaringen worden doorgegeven aan de lerlingen of mediawijheid wordt geïmplementeerd.

Pro's en contra's van mediawijsheid op scholen?
Pro's van mediawijsheid liggen er in mijn ogen voor te rapen. Enkel hiervan worden mooi geformuleerd in het advies van Mediawijs.be in 'Mediawijsheid van LeRensbelang'.
Het allerbelangrijkste schuilt voor mij ook in het deel waarbij Klasse het onderscheid maakte tussen media-gebruik en media-begrip. Hierbij vind ik het belangrijk dat leerlingen stilstaan bij wat hun doel is, hoe ze dat doel willen bereiken, dat ze stilstaan bij welke middelen die ze gebruiken (evalueren van sites, bronnen, etc.), dat ze efficiënt kunnen opzoeken en dit alles kunnen verzamelen, anlayseren en dit alles samen kunnen gieten in een uiteindelijke eindproduct. Hoewel het eindproduct de bekroning zou zijn als het ware, zou het belangrijkste liggen in het leerproces zelf. Het eindprodcut zou slechts een afspiegeling moeten zijn van dat proces en dat ze kunnen aantonen dat ze (efficiënt) kunnen gebruik maken van media en erover kunnen reflecteren.


(Bron: softskills.nl) 


Dit breng me naadloos over bij het artikel op Klasse over 'De leraar van de toekomst is een vakidioot'. Hiermee willen ze niet zeggen dat een leerkracht helemaal geen vakkennis zou nodig hebben, maar wel dat het begleiden en coachen van het leerproces van de leerlingen een steeds grotere plaats gaat innemen, misschien groter naast de vakkennis. Sluit het ene het andere echter uit? Ik ben van mening van niet. Persoonlijk ben ik ook overtuigd van een leerprocesgerichte aanpak, maar geloof daarnaast wel sterk in het feit dat leerlingen 'een basis' moeten hebben aan (basis)kennis in een bepaald vak om zich volledig te kunnen concentreren op het leerproces. En hier kunnen twee 'werelden' als het ware elkaar ontmoeten, zoals we een voorbeeld krijgen in het artikel over Google Classroom. Hier test een leerkracht de mogelijkheden uit om haar leerstof via dit leerplatform door de leerlingen te laten verwerken en merkt dat dit positief effect heeft bij zowel de leerlingen als de klasband.
Media biedt zoveel mogelijkheden, zéker vandaag de dag, dat het absoluut een must is dat er zoveel mogelijk kansen moeten worden geboden aan de leerlingen om hiermee kennis te maken en te implementeren.
Vaak wordt er aangehaald dat het niveau van de kinderen (inzake ICT, en uiteraard andere vakken), vaak afhankelijk is van de thuissituatie. Deze soort situaties op school worden 'lichter gemaakt' door regelingen na school langer te kunnen blijven om te werken op een computer, of al gewoon door dit soort mediatools, zoals Google Classroom, waar er aan de hand hiervan (gemakkelijker) kan gedifferentieerd worden.

De bedenking die ik echter wel maak is dat media steeds evolueren, steeds vernieuwen en andere mogelijkheden gaat bieden. Hieraan hebben leerlingen weinig als er niet wordt meegegaan in de veranderingen, omdat dit hen niet verder helpt in de exacte reden waarom ze aan mediawijsheid gaan doen, waarbij leerlingen media implementeen om het te kunnen begrijpen en erover te reflecteren, om op die manier deel te nemen aan de maatschappij van morgen.
Daarom is het van cruciaal belang dat die ontwikkelinen op vlak van media in de samenleving wordt opgevolgd en steeds wordt aangepast in het onderwijs, zodat wat het onderwijs naar voor brengt, representatief kan zijn voor wat ze zouden nodig hebben in de samenleving.

Een tweede bedenking die ik maak is dat je als leerkracht ook steeds rekening moet houden met je vakspecifieke eindtermen die je moet halen en dat als je deze zaken allemaal wil realiseren, je gewoon er moet bij stilstaan dat dergelijke zaken enorm veel tijd innemen. Dat zou geen excuus mogen zijn om het je te laten tegenhouden, maar ik vind het persoonlijk wel een logische overweging in vele gevallen. Als beginnend leerkracht moet je aan zoveel zaken denken, verwachtingen inlossen, enz. dat je voor jezelf de gezonde afweging moet maken wat haalbaar is en wat niet.

Conclusie

Integratie en systematische toepassing van mediawijsheid is voor mij een absolute must in het onderwijs, omdat het niet alleen de leerlingen belangrijke competenties kan bijbrengen en een fijne manier van weken kan aanbieden, maar ook hun leerkracht(en) kunnen hieruit voordelen halen. Vandaar de titel van mijn blogbericht... Als je zoveel mogelijk gaat doen via een online platform, kan je enorm toffe manieren aanbrengen om te werken waarbij je leerlingen plezier aan kunnen hebben, maar scheelt het je als leerkracht eveneens in papierwerk. 
Ben ik van mening dat je elke les mediawijsheid moet implementeren? Mediawijsheid is deels een instelling (vooral media-begrip dan) die je aanbrengt bij leerlingen en zij die aankweken zodat ze de vragen bijna automatisch gaan stellen (is het betrouwbaar? Waarom is het betrouwbaar? etc.) Vind ik dat je elke les bijvoorbeeld moet gebruik maken van Google Classroom? Neen, ik blijf ervan overtuigd dat een gezonde mix van werkvormen en methodieken nog steeds het best en uitdagendst is voor leerlingen. Dit houdt natuurlijk niet tegen dat je geen media-aspecten in je lessen kan integreren. Mediawijsheid en ICT kunnen in se, als je op voorhand een heel concreet doel voor ogen hebt, heel gemakkelijk geïntegreerd worden in een les als de instelling van de leerkracht juist zit en je de tijdsoverweging goed hebt afgewogen. 






Artikel

Vlaamse Overheid, Klasse, Mediawijsheid, het nieuwe lezen en schrijven (online), 10 maart 2016, https://www.klasse.be/38707/mediawijs-het-nieuwe-lezen-en-schrijven/ (28 maart 2016).

Andere artikels

Gopress, Gopress Academic, Van In leert Bengels Bingelen (online), 24 maart 2016, http://academic.gopress.be/Public/index.php?page=archive-article&issueDate=2016-03-24&articleOriginalId=trendsroulartatr1612-0541xml24032016-00000&q=onderwijs%20technologie%20ICT&pageNr=54 (28 maart 2016).

Mediahuis, De Standaard, Jongeren kunnen hun privacy op internet niet beschermen (online, 19 november 2014, http://www.standaard.be/cnt/dmf20141119_01385025 (28 maart 2016).

Vlaamse Overheid, Klasse, Leraar Tamara test leerplatform Google Classroom (online), 1 maart 2016, https://www.klasse.be/38669/leraar-tama-test-leerplatform-google-classroom/ (28 maart 2016).

Vlaamse Overheid, Klasse, De leraar van de toekomst is een vakidioot (online), 15 februari 2016, https://www.klasse.be/35955/hoe-ziet-jouw-job-eruit-in-2030/ (28 maart 2016).

Vlaamse Overheid, Mediawijs.be, E-inclusie in Vlaanderen: een toekomstvisie (online), 15 maart 2016, https://mediawijs.be/nieuws/e-inclusie-vlaanderen-toekomstvisie (28 maart 2016).

Vlaamse Overheid, Mediawijs.be, Mediawijsheid van LeRensbelang (online), 21 maart 2016, https://mediawijs.be/nieuws/mediawijsheid-lerensbelang (28 maart 2016).

Europese scholen slaan digitale handen in elkaar

371426 leerkrachten in 157949 scholen werken samen aan 48427 projecten 

Hoe kan je als leerkracht je leerlingen aansporen om hun communicatieve vaardigheden aan te scherpen, om te leren zelfstandig en in groep te werken en om open te staan voor andere culturen? eTwinning biedt daarvoor een mooie start. eTwinning is een online community voor scholen in Europa. Door middel van ICT worden grenzen opgeheven en wordt een boeiende leergemeenschap gecreëerd. 371426 leerkrachten in 157949 scholen werken samen aan 48427 projecten. Dit Europees initiatief wordt in deze blog onder de loep genomen.

WAT?

eTwinning is een platform dat mogelijkheden biedt aan scholen uit heel Europa om samen te werken aan projecten. We denken dan meteen aan leerkrachten die samen met hun leerlingen een leerevenement opzetten maar ook directeuren, bibliothecarissen en ander onderwijspersoneel kunnen deelnemen aan dit project. Ook zij kunnen immers baat hebben bij het uitwisselen van ideeën en praktijkvoorbeelden.

Om deel te nemen moet de leerkracht zich eerst registreren op de website www.etwinning.net. Deze registratie is kosteloos. Na de registratie biedt eTwinning hulmiddelen om contact met elkaar op te nemen, om ideeën en praktijkvoorbeelden uit te wisselen en samen te werken aan projecten.

Je kan in de databank of op het forum op zoek gaan naar een projectpartner uit een ander land. Leerkrachten kunnen samen en volledig vrij kiezen rond welk thema ze een project opstellen. Als de leerkrachten beslist hebben rond welk thema ze zullen werken, krijgen ze toegang tot de zogenaamde Twinspace. Dit is een elektronische leeromgeving waar leerkrachten samen met hun collega(’s) en de leerlingen aan de slag kunnen.   


Een aantal afgeronde projecten worden opgelijst op de website. Leerkrachten kunnen inspiratie halen uit deze praktijkvoorbeelden. Deze tonen bovendien het KISS-principe aan: keep it small and simple. Op de website lezen we: “Je hoeft geen ingewikkelde activiteiten of nieuwe technologieën te gebruiken om tot mooie (leer-)resultaten te komen.” Een fysica-experiment dat in het Virga Jesse College in Hasselt werd uitgevoerd samen met scholen in Spanje en Italië is daar een voorbeeld van. De leerlingen voeren een experiment uit, schrijven de resultaten neer met behulp van een tekstverwerker (in dit geval Word) en discussiëren over de resultaten via Skype.

 Je hoeft geen ingewikkelde activiteiten of nieuwe technologieën te gebruiken om tot mooie (leer-)resultaten te komen.

In de lijst van praktijkvoorbeelden worden er vaak twee labels gebruikt: 'kwaliteitslabel' en 'winnaar' gevolgd door het jaar waarin het project werd uitgevoerd. Het is echter jammer dat projecten die gelabeld zijn als winnaar vaak slechts een zeer beperkte omschrijving geven van het project. Ik zou zelfs durven stellen dat deze minimale beschrijving geen inspiratie kan leveren aan leerkrachten. Dat is jammer, des te meer omdat eTwinning deze projecten als goed voorbeeld wilt labelen. Andere projecten zijn duidelijk omschreven met aandacht voor werkwijze, resultaten, gebruik van ICT, integratie van eindtermen en doelstellingen. De foto’s en filmpjes maken het voorbeeld aanschouwelijk.  

WIE?

Zoals eerder al vermeld, is het eTwinning-project er niet alleen voor leerkrachten. Ook directies, bibliothecarissen, ICT-coördinatoren,... kunnen ideeën uitwisselen met collega’s uit heel Europa. Deelnemen aan een eTwinning-project kan al vanaf de kleuterklas, in de lagere school tot aan het einde van het secundair onderwijs.

WAAR?

eTwinning is ontwikkeld voor landen van de Europese Unie. Landen die kunnen deelnemen aan dit project zijn:
  • ·      België,
  • ·      Bulgarije,
  • ·      Cyprus,
  • ·      Denemarken,
  • ·      Duitsland,
  • ·      Estland,
  • ·      Finland,
  • ·      Frankrijk,
  • ·      Griekenland,
  • ·      Hongarije,
  • ·      Ierland,
  • ·      Italië,
  • ·      Letland,
  • ·      Litouwen,
  • ·      Luxemburg,
  • ·      Malta,
  • ·      Nederland,
  • ·      Oostenrijk,
  • ·      Polen,
  • ·      Portugal,
  • ·      Roemenië,
  • ·      Slowakije,
  • ·      Slovenië,
  • ·      Spanje,
  • ·      Tsjechië,
  • ·      Verenigd Koninkrijk
  • ·      Zweden.


Bovendien kunnen ook scholen uit Kroatië, IJsland, Noorwegen en Turkije zich registreren om deel te nemen.

WANNEER?

In 2005 werd eTwinning gelanceerd binnen het eLeren-programma van de Europese Commissie. Sinds 2014 is eTwinning geintegreerd in Erasmus+. Dit is het Europese programma voor onderwijs, opleiding, jeugdzaken en sport.

HOE?

Hoe wordt dit project mogelijk gemaakt? De Europese Unie financiert dit project waardoor leerkrachten en ander onderwijspersoneel gratis kunnen deelnemen. Naast het financiële luik is er natuurlijk ook het praktische luik. Het eTwinning-portaal is de hoofdwerkruimte voor het programma. Dat portaal is vertaald in 28 talen. Om leerkrachten te helpen een project over grenzen heen op te zetten, biedt het portaal vele online-hulpmiddelen. Eén van de doelen van het eTwinning-project is niet alleen de ICT-vaardigheden van leerlingen verbeteren, het wilt ook die van leerkrachten aanscherpen. Daarom worden er geregeld bijscholingen georganiseerd waarin men onderwijspersoneel leert werken met eTwinning. Bijscholingen kan je zoeken in Vlaanderen, Europa en Online op deze pagina.

EN NU?

Naar aanleiding van de tiende verjaardag van eTwinning verschenen er twee publicaties. Eentje bundelt verhalen van leerlingen die met eTwinning werkten en de andere handelt over een onderzoek dat werd uitgevoerd over de invloed van het project op de leerkrachten. Beide publicaties kan je hier gratis downloaden. 

eTwinning Generatie is de titel van het boek waarin 44 leerlingen uit 11 landen aan het woord komen. De leerlingen werkten met eTwinning en vertellen over nieuwe culturen leren kennen, talenkennis verbeteren en vrienden maken. Ook leerkrachten vertellen welke meerwaarde eTwinning volgens hen heeft. Het boek dat in het Nederlands 59 pagina’s telt, werd in 26 talen vertaald.

In het kader van de 10de verjaardag werd eveneens een onderzoek gedaan. 6.000 leerkrachten die lid zijn van eTwinning namen deel aan een onderzoek dat de invloed van eTwinning op de onderwijspraktijk en de professionele ontwikkeling van leerkrachten naging. De invloed van eTwinning was vooral sterk in het domein van vakoverschrijdende eindtermen. Meer dan 90% van  de 6000 bevraagde leerkrachten gaf aan beter vaardigheden zoals teamwerk, creativiteit, het oplossen van problemen en nemen van beslissingen, te kunnen aanleren aan leerlingen.

eTwinning bracht in 2015 in kaart waar het project stond na tien jaar. Webredacteur Grochowski Pia (2016) plaatste een infografiek op de website die Erasmus+ in samenwerking met het Spaanse National Support Service (NSS) gemaakt heeft. In onderstaande grafiek lezen we dat er 45 183 projecten lopen. Aan die projecten werken twee tot tien mensen mee. Het grootste deel (44%) van de projecten wordt in het secundair onderwijs gerealiseerd, gevolgd door het lager onderwijs met 30% en het beroepsonderwijs met 26%. Populaire eTwinning-onderwerpen in de lagere en middelbare school zijn vreemde talen (18%), ICT (8%), kunst (7%), vakoverschrijdende onderwerpen (6%), aardrijkskunde (5%) en geschiedenis (5%). In beroepsopleidingen zijn projecten rond catering en toerisme (8,7%) en ICT (8,06%) het populairst. Daarna volgen business & marketing (5,6%), audiovisueel (5,4%) en voedingsindustrie (4,4%). Voedingsleer sluit het lijstje af met 4.3%. Gezien het internationaal karakter van eTwinning worden er vele talen gebruikt. Engels bevestigt ook in dit project haar positie als lingua franca. Engels is de nummer één met 52%, gevolgd door Frans (11%), Duits (8%), Spaans (6%), Italiaans (4%), Pools (3%), Slovaaks (2%) en Grieks (1%).



EN IK?

Op basis van wat ik gelezen heb, ben ik een voorstander van dit project. Ik denk dat leerlingen snel vergeten dat ze 'aan het leren' zijn. Deze 'andere leerervaring' brengt bovendien de diversiteit van Europa dichter bij hen. Als talenleerkracht zie ik vele mogelijkheden om eTwinning in mijn lessen te integreren en ik zou dit dan ook graag eens proberen, des te meer omdat ik de indruk krijg dat er een goede ondersteuning is voor leerkrachten.

Elkaar fysiek ontmoeten is geen vereiste om met eTwinning te werken. Toch kan dit een leuke mogelijkheid zijn. Eventuele buitenlandse schooluitstappen kunnen de mogelijkheid bieden om leeftijdsgenoten, waarmee leerlingen eerder mee samenwerkten, in levenden lijve te ontmoeten.

Een nadeel dat ik mogelijks zie is een moeilijkheid om te differentiëren. Je bent als leerkracht al met zoveel andere dingen bezig die je niet gewoon bent dat het gevaar bestaat om minder aandacht te hebben voor differentiatie. Dit nadeel is echter niet onoverkomelijk. De leerkracht moet de les goed voorbereiden: wanneer je werkt met andere collega's en andere leerlingen laat je improvisatie best achterwege, maar die moeite loont ongetwijfeld!

In de lessen onderwijstechnologie worden wij aangespoord om zoveel mogelijk te delen. Ik ben het eens met deze filosofie. Het materiaal op KlasCement vormde vaak inspiratie voor mijn stagelessen en in de toekomst deel ik graag mijn lesmateriaal met anderen. Ik ben me nu ook bewust van digitale rechten en zal in de toekomst toekomst geven om wat ik publiceer te delen en te bewerken via een Creative Commons Licentie. Ook op eTwinning wordt er veel gedeeld. Je kan niet alleen de outline van projecten bekijken, je kan ook lesmateriaal van leerkrachten over heel Europa consulteren. De publicaties van de Europese Commissie over eTwinning worden ook met een Creative Commons Licentie gepubliceerd. In het boek 'Tien jaar eTwinning. De eTwinning-generatie vertelt' lezen we bijvoorbeeld "Dit boek wordt uitgegeven onder de algemene voorwaarden van de Attribution-Non Commercial-Share Alike 3.0 Unported Creatieve Commons licence (CC BY-NC-SA 3.0) (https://creativecommons.org/licenses/by/3.0/deed.nl)". 

Sharing is caring!

Bronnen:


Erasmus+ (z.d.) eTwinning. Geraadpleegd op 25 maart 2016, van https://www.etwinning.net/nl/pub/index.htm

Grochowski, P. (2016) Waar staat eTwinning nu. Geraadpleegd op 26 maart 2016, van https://www.etwinning.net/nl/pub/news/news/where_is_etwinning_now_.htm

Nasrollahi, D. (2016). ‘eTwinning Generatie’ beschikbaar in 26 talen. Geraadpleegd op 26 maart 2016, van https://www.etwinning.net/nl/pub/news/news/etwinning_generation_availab.htm

Stephenson, L. (2015). Tien jaar eTwinning. De eTwinning-generatie vertelt. Geraadpleegd op 25 maart 2016, van https://www.etwinning.net/eun-files/generation/nl.pdf


Erasmus+ (z.d.) eTwinning. Nieuws. Geraadpleegd op 25 maart 2016, van https://www.etwinning.net/nl/pub/news/news.htm

http://www.etwinning.be/