… over het gebruik van mijn foto
op het internet.
Samenvatting
Mondige jongeren, we kunnen het
alleen maar toejuichen! In het jongerenparlement 2016 werd er gedebatteerd rond
de bescherming van privacy van jongeren op het internet. De debatten
resulteerden in een aantal aanbevelingen waaronder het feit dat jongeren
aangeven meer geïnformeerd te willen zijn over het recht op afbeelding.
Reflectie
Op 29 januari 2016 kwam het federaal
jongerenparlement bijeen. Het federaal jongerenparlement komt jaarlijks
bijeen waarbij verschillende onderwerpen of “wetsontwerpen” worden behandeld. Eén
van de wetsontwerpen dit jaar was “Privacybescherming op het internet en het
gebruik van Open Data”. Dit debat tussen een 120-tal Franstalige en
Nederlandstalige jongeren werd georganiseerd in samenwerking met de Privacycommissie.
60% van de jongeren die deelnamen
aan het jongerenparlement gaf aan ooit al eens een foto van zichzelf online te
zien verschijnen waarvoor geen toestemming was gegeven voor verspreiding. Het
resultaat van de debatten van die dag zijn terug te vinden in een aantal aanbevelingen
gericht aan Dhr. Bart Tommelein, Staatsecretaris voor Bestrijding van de sociale
fraude, Privacy en Noordzee. Vooreerst zijn er een aantal algemene aanbevelingen.
De jongeren bevelen met 95% van de aanwezigen sterk aan dat het
toestemmingsprincipe moet behouden blijven voor het maken, gebruiken en
verspreiden van beeldmateriaal van personen. Verder geven 86% van de jongeren
aan dat er meer aandacht moet gaan naar de begeleiding en zorg van jongeren die
problemen hebben doordat beeldmateriaal van hen werd verspreid. Een laatste
algemene aanbeveling is meer preventief gericht nl. 86% geeft aan dat er meer
sensibiliseringscampagnes nodig zijn rond het recht op afbeelding. Die dag
werden er ook een aantal subcommissies ingericht die specifiek rond 1
welbepaald thema debatteerden. De subcommissies waren volgende: sharenting, recht op
afbeelding in het kader van tv-programma’s en e-reputation, filmen van de les
en beeldmateriaal op sociale media.
De jongeren geven aan meer
preventief op de hoogte te willen zijn van hun rechten bij het gebruik en verspreiden
door anderen van afbeeldingen van hen op het internet. Daar moeten wij als
toekomstige leerkrachten een antwoord op bieden!
In de sessie over auteursrechten in
de vakmodule onderwijstechnologie aan de VUB kwam het portretrecht even ter
sprake waarbij aangegeven werd dat foto’s van kinderen enkel publiek mogen
getoond worden mits toestemming van de ouders. Maar wat met de toestemming van
de jongere zelf? In de blog “Beschermen of weerbaar maken” van Eliot Tybebo van
5 april 2015 geeft hij aan dat “het onze
job als leerkracht is om leerlingen te leren omgaan met allerhande programma’s,
toepassingen, functies, … op de computer”.
Het principe van het recht op
afbeelding luidt als volgt: “aan iedere
persoon werd het recht op afbeelding toegekend en daarom komt het enkel aan de
betrokken persoon toe te beslissen of van hem een afbeelding mag worden genomen
en gebruikt.” (Privacycommissie)
Een aantal organisaties biedt een
lessenpakket aan rond het creëren van bewustwording omtrent de risico’s bij het
gebruik van foto’s van zichzelf op het internet. Ik beslis, een specifiek team binnen de
Privacycommissie, biedt een lespakket
aan voor 2de en 3de graad secundair onderwijs. Aangezien
dit een breed leerlingpubliek is, kan de standaardles op maat gemaakt worden
van de klas via de alternatieve lesopties. Childfocus,
de stichting voor vermiste en seksueel uitgebuite kinderen, biedt eveneens een
aantal tools aan om
jongeren bewust te laten worden van hun online privacy. Mediawijs.be, het kenniscentrum mediawijsheid
heeft ook een aantal uitgewerkte technieken
die het mogelijk maken bewustwording te creëren bij de jongeren. Ook de
bewustwording van leerkrachten bij het gebruik van video’s, foto’s, … komt aan
bod.
Een studie uitgevoerd in 2013 (Baelden,
D. 2013) aangaande de nodige sensibiliseringsacties rond het verhogen van privacy
geletterdheid bij jongeren toonde aan dat “preventiecampagnes
gericht moeten zijn op het ontwikkelen van meer geavanceerde digitale
vaardigheden bij jongeren”. De sensibiliseringsacties naar leerkrachten toe
moeten gericht zijn op “het ontwikkelen
van betere digitale geletterdheid van leerkrachten, bijvoorbeeld door het
voorzien van opleidingen…” en “het
bundelen van relevante lespakketten, zodat leerkrachten toegang hebben tot
adequaat lesmateriaal”.
Gebaseerd op voorgaande uiteenzetting
en als beginnende leerkracht ben ik van mening dat het posten van een foto van
zichzelf in het kader van een schoolse activiteit waarvan de output publiek gemaakt
wordt, steeds een vrije keuze moet blijven en niet mag gelinkt worden aan een
beloning zoals bv. een puntensysteem.
Besluit
Jongeren geven uiting aan hun
bezorgdheid dat ze niet voldoende op de hoogte zijn van hun rechten rond het
gebruik van hun afbeelding. Als toekomstige leerkrachten moeten we deze
bezorgdheid oppikken en er de nodige acties aan breien. Bewustwording kan op
verschillende manieren aangepakt worden waarbij de diverse tools die online reeds
worden aangeboden, als ondersteuning kunnen dienen. Het komt erop aan de
jongeren bewust te maken van hun rechten op het internet.
Bronnen
Geraadpleegd op 22/03/2016:
Baelden, D. (2013). Jongeren en sociale media: input voor
sensibiliseringsactie rond privacy geletterdheid. iMinds-SMIT, Vrije
Universiteit Brussel