Posts tonen met het label secundair onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label secundair onderwijs. Alle posts tonen

maandag 4 april 2016

Exergames, de LO lessen van de toekomst?

Exergames, de LO lessen van de toekomst? 


  1. inleiding

We kunnen er vandaag de dag niet meer om heen. Overal en altijd worden we geconfronteerd met de digitalisering van de maatschappij. In de klaslokalen worden pen en papier vervangen door computerschermen, scrollen op de smartphone wordt voor velen een hobby, bewegingen in de zwemtrainingen worden gefilmd en geanalyseerd met de Go Pro, ’s avonds spelen de kleinsten geamuseerd spelletjes spelen op hun iPad,… We leven in een wereld waar (bijna) alles kan en mogelijk is. Blijven stilstaan is geen must, we moeten mee vooruit met de stroom. Dit hebben ook de leerkrachten LO begrepen die tegenwoordig al eens nieuwe technologische snufjes zoals exergamen introduceren in hun lessen.


  1. Exergames

In sommige scholen wordt er reeds gebruikt gemaakt van exergames in de lessen LO of tijdens de middagpauze. Maar wat zijn exergames nu eigenlijk precies? Exergaming is een samenvoeging van twee Engelse termen, namelijk “exercise” en “gaming”. In het Nederlands wordt soms de term “actieve videospelen” gebruikt. Exergames zijn gebaseerd op technologie die lichaamsbeweging of reacties registreert. Op die manier kan het spel gespeeld worden (LeBlanc et al., 2013). Het is de bedoeling dat je tijdens het exergamen je volledige lichaam gebruikt. Dit vraagt dus om enige fysieke inspanning. Er kan zowel met als zonder controller gespeeld worden, naargelang het type spel. Er zijn verschillende consoles (Wii, Xbox Kinext, Playstation Move,…) die allerlei exergames hebben. Enkele voorbeelden zijn Wii Fit, Wii Sport, Dance Dance Revolution, Grand Slam Tennis, Zumba fitness, Kinect Adventures, Kinect Sports,… Het doel van deze exergames is om het plezier en entertainment van de games te koppelen aan de fysieke activiteit.




  1. Voordelen Exergames

Het gebruik van exergames kan interesse voor de lessen LO opwekken bij de leerlingen. Exergames sluit namelijk aan bij hun leefwereld.
De effectieve speeltijd kan je als leerkracht gemakkelijk verhogen. Er hoeft geen lange uitleg gegeven worden. Kort enkele speelregels en afspraken meedelen en eventueel een demonstratie geven. Daarna kunnen de leerlingen zelfstandig aan de slag en actief het spel ontdekken. De leerlingen kunnen elke op hun eigen niveau spelen. Het fijne aan exergames is dat de leerlingen in aanraking kunnen komen met een nieuwe sport die ze in het dagelijkse leven misschien nooit zullen beoefenen. Tot slot heb je altijd iets om op terug te vallen bij slecht weer, aangezien exergames indoor beoefend kunnen worden.


  1. Kritische bedenkingen

Levert het spelen van exergames een positieve bijdrage aan de gezondheid van de jongeren? Dat is de belangrijkste vraag die ons allemaal bezig houdt tijdens het bestuderen van exergames. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat exergames minder energie verbruiken dan het beoefenen van echte sporten. Om een bijdrage te leveren aan de gezondheid, zouden de exergames minstens een matige fysieke inspanning moeten vragen. Dit komt overeen met +- 3 MET. (Ridley et al., 2008). Boksen op de Wii wordt uitzonderlijk als een matig fysiek inspannend beschouwd met een 3.2 MET. We kunnen exergames dus niet gebruiken als vervangmiddel voor het sporten. Al sluiten we het niet meteen uit, het is immers wel een goeie aanvulling (Graves et al., 2010).

Daarnaast zijn de leerkrachten niet altijd voldoende ingelicht en opgeleid om de consoles te beheren. Er is vaak nood aan kennis en ervaring.

Eén van de grootste drempels om de exergames te integreren in de lessen LO op school, is het dure kostenplaatje dat hieraan vast hangt. Niet enkel de aankoop, maar ook het onderhoud, de updates, bijhorende gadgets en de eventuele herstellingskosten brengen tal van extra kosten met zich mee. Sommige scholen lossen dit op door bijvoorbeeld slechts vijf toestellen aan te kopen, om zo een grote kost uit te sparen. Hoewel deze scholen het goed bedoelen, doen ze hier meer kwaad dan goed mee. De sportleerkracht kan slechts vijf leerlingen tegelijk actief laten bewegen, de overige twintig leerlingen kijken toe en wachten hun beurt af. In dat geval is het beter om voorlopig nog de klassieke manier van lesgeven te hanteren.



  1. Conclusie

Het is als sportleerkracht tegenwoordig een grote uitdaging om alle leerlingen actief aan de slag te krijgen tijdens de lessen en ze te motiveren om ook buiten school te bewegen/sporten. Ik betwijfel zeker niet dat het introduceren van enkele lessen exergaming op school hier een positieve vibe aan kan geven. Kinderen leren op een speelse manier actief bewegen. Zonder te beseffen dat ze aan het bewegen zijn, beleven ze plezier.
Desondanks verkies ik nog steeds de traditionele sportlessen over het exergamen. Voorlopig zijn er nog teveel nadelen aan het exergamen verbonden om hier gedeeltelijk of volledig op over te stappen.
Daarnaast heb ik het gevoel dat exergamen de aandacht en inzet omtrent actief sporten tijdens de lessen slechts tijdelijk zal verhogen. Leerlingen raken tegenwoordig snel verveeld. Na enkele lessen zijn ze een bepaald onderwerp gewoon en verliezen ze hun motivatie. De kunst is om hun  iedere les opnieuw te verrassen, voldoende variatie in de lessen te steken en innovatief te zijn en blijven. Persoonlijk ben ik er van overtuigd dat hiervoor de grootste slaagkans is wanneer je uw eigen creativiteit de vrije loop laat gaan, in plaats van steun te zoeken bij exergamen.
Het belangrijkste minpunt waarom volgens mij de opmars van exergaming zo moeizaam verloopt, is de enorme hap die het neemt uit het budget van de scholen. Zij spenderen hun geld voorlopig liever aan andere, meer essentiële, zaken…
Wanneer ik als leerkrachte er toch voor zou kiezen deze exergames te introduceren in mijn lessen, zou ik alvast de leerlingen nooit vrij laten spelen. Ik zou kiezen voor spelen die aansluiten op de doelstellingen van in het curriculum. Tot slot zou ik voldoende afwisselen tussen verschillende spelen zodat er genoeg variatie is.


  1. Extra

Wanneer u  als leerkracht LO toch overweegt om exergames uit te proberen tijdens de lessen, kunt u tal van tips en uitgewerkt lesmateriaal terug vinden op onderstaande link. Dit kan u alvast goed op weg helpen.


  1. Bronnen


Graves, L.E.F., Ridges, N.D., & Stratton, G. (2008). The contribution of upper limb and total body movement to adolescent's energy expenditure whilst playing Nintendo Wii. European Journal of Applied Physiology, 104, 617-623.

LeBlanc, A.G., Chaput, J.P., McFarlane, A., Colley, R.C., Thivel, D., Biddle, S.J.H., Maddison, R., Leatherdale, S.T., & Tremblay, M.S. (2013). Active video games and health indicators in children and youth : a systematic review. PLoS ONE, 8, 6.

Ridley, K., Ainsworth, B.E., Olds, T.S. (2008). Development of a compendium of energy expenditures for youth. International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity 5, 45, 8 p.

https://food.khleuven.be/shared/content/bijlagen/eindverslag_exergames_3juni.pdf


https://lirias.kuleuven.be/bitstream/123456789/461067/1/Aan+de+slag+met+exergames+in+de+les+LO.pdf

vrijdag 1 april 2016

Het Vlaamse Onderwijs trekt een sprintje naar de audiovisuele eindmeet

Inleiding

Dit blogartikel gaat over het Archief voor Onderwijs, een beeldarchief dat werd geactiveerd in januari 2016. In wezen gaat het over een platform voor leerkrachten waar audiovisueel materiaal makkelijk te vinden is. 6000 Nederlandstalige filmpjes werden voor en door leerkrachten geselecteerd.
In dit artikel vind je eerst een beschrijving van deze database. Daarop volgt een bespreking van het nut van beeldmateriaal in de klas. Omdat het Archief een recente ontwikkeling is in het Vlaamse onderwijs, maak ik ook kort een vergelijking tussen Nederland en Vlaanderen. Eindigen doe ik met een korte opsomming van de nadelen en voordelen van het Archief. 

Het Archief voor Onderwijs: wat is het?

Het Vlaams Instituut voor Archivering (VIAA) introduceerde in samenwerking met Vlaamse ministers Hilde Crevits en Sven Gatz 'het Archief voor Onderwijs' in januari 2016. Dit beeldarchief is bedoeld voor leerkrachten in het basis- en secundair onderwijs ('Een beeld elke dag in elke les'). Met lerarenkaartnummer kan je je makkelijk gratis aanmelden voor dit webplatform. Wat je vindt na de aanmeldingsfase zijn videofragmenten gekozen door en voor leerkrachten zoals audiovisueel materiaal van de openbare omroep, musea, archieven en erfgoedbibliotheken. Leerkrachten kunnen op dit platform makkelijk zoeken op trefwoorden, maar kunnen ook fijner selecteren op basis van onder andere vak en graad. Verder kan je via deze beeldbank persoonlijke collecties samenstellen en laat het Archief je toe om makkelijk fragmenten te knippen en te pauzeren.

Het belangrijkste voordeel van het Archief is volgens mij gebruiksvriendelijkheid. Leerkrachten hoeven geen uren meer te zoeken op websites als Youtube om geschikte fragmenten te vinden. Uit eigen ervaring weet ik dat het heel moeilijk is om Nederlandstalige fragmenten te vinden. Voor een vak als Nederlands is dat op zijn minst frustrerend. Gelukkig bundelt dit initiatief dus relevant audiovisueel beeldmateriaal dat bovendien wordt geselecteerd en gecontroleerd door leerkrachten. het Archief is opgesteld op maat van leerplannen en vakoverschrijdende eindtermen (Ysebaert, 2015). Niet alleen het vak Nederlands is daarmee gediend. Met een 6000-tal items verzameld op het Archief, kan elk vak worden opgeluisterd door slim gekozen beeldmateriaal.
Wie nog niet overtuigd is, moet de volgende video maar eens bekijken. Het Archief gaat er immers vanuit dat audiovisueel materiaal het leerrendement bevordert. Daarover zeker meer hieronder. Neem eerst een kijkje, en beslis voor jezelf of je meer geleerd hebt over het Archief voor Onderwijs dankzij het infofilmpje:


Een video embedden, zoals ik hier deed, is trouwens niet mogelijk via het Archief omdat de video's auteursrechtelijk zijn beschermd. Omdat er voor het onderwijs wel uitzonderingen worden gemaakt op auteursrecht, kan je de beelden dus enkel tonen via de gesloten webomgeving.

Audiovisueel materiaal en leerrendement

Er woedde een heftige discussie over het gebruik van filmpjes in het onderwijs. Jordan & Sanchez (1994, p. 66) toonden maar weinig verschil aan tussen klassen waarin filmpjes werden gebruikt om hetzelfde materiaal te brengen als in een klas waar geen hulpmateriaal werd gehanteerd. Naysayers blijven dus liever bij het traditionele onderwijsmodel, hoewel men in dezelfde studie wel bemerkte dat ook de manier waarop met filmpjes wordt omgegaan van belang is (Ibid.). De leerkracht zelf heeft immers een bijzondere invloed op de manier waarop filmpjes worden ontvangen in een lescontext. Leerkrachten gebruiken niet graag filmpjes in hun lessen. Zou dit uit angst zijn dat multimedia de leerkracht zullen vervangen? Barak (2006) stelde bijvoorbeeld vast dat leerkrachten zelf graag ICT toepassingen gebruik(t)en om te leren. Het hanteren van diezelfde toepassingen in hun praktijk blijft echter uit ondanks hun eigen positieve ervaringen met ICT.
Aanhangers van een positieve kijk op multimedia in de klas krijgen intussen de overhand. Meerdere studies toonden het voordeel van beeldmateriaal in de klas aan. Zo hebben Mayer & Anderson (1991) de dual-coding hypothesis getest door in één klas te onderwijzen met gebruik van animatie en zonder beeldmateriaal in de andere klas. De dual-coding hypothesis wordt hieronder beschreven:

"Paivio proposes that the human mind operates with two distinct classes of mental representation (or “codes”), verbal representations and mental images, and that human memory thus comprises two functionally independent (although interacting) systems or stores, verbal memory and image memory. Imagery potentiates recall of verbal material because when a word evokes an associated image (either spontaneously, or through deliberate effort) two separate but linked memory traces are laid down, one in each of the memory stores. Obviously the chances that a memory will be retained and retrieved are much greater if it is stored in two distinct functional locations rather than in just one." (Thomas, 2014)
Inhoud wordt volgens de analyse van Mayer & Anderson (1991) inderdaad beter geïnternaliseerd als deze wordt voorgesteld op twee manieren, namelijk met beeld én uitleg. Meerdere studies wijzen daarbij echter wel op het belang van simultaniteit. Het beeldend materiaal kan je dus niet gewoon gebruiken ter vervanging van jouw inbreng als leerkracht. Beelden moeten nog steeds in context worden geplaatst (Mau-Asam, 2007; Mayer, 2003). Pessimisten die het gebruik van beeldmateriaal dus als storend ervaren, stellen zich misschien best vragen bij hun onderwijspraktijk en niet bij het gebruik van multimedia. Hobbs (2006) illustreert bijvoorbeeld zeven veel voorkomende manieren om fout om te springen met audiovisueel materiaal in de klas. Eén voorbeeld is niet duidelijk aangeven waarom een fragment wordt gebruikt. Leerlingen hebben echter duidelijke doelen nodig, en daar is de rol van leerkracht natuurlijk onmisbaar (Hobbs, 2006, p. 41). Samenvattend moet het Archief voor Onderwijs dus worden gezien als hulpmiddel, niet als vervanger van de leerkracht.

Beeldbank: Nederland vs. België

Het spijt me te moeten zeggen dat onze noorderburen de positieve effecten van multimedia al eerder ondersteunden in het onderwijs. Het Nederlandse equivalent van het Archief heet 'Teleblik' en werd al opgestart in 2006. We zijn dus een decennium achter, wat zich in technologische termen eerder vertaald in eeuwen! Zoals eerder gezegd, is het Archief sinds januari van dit jaar beschikbaar. Een proefperiode van twee jaar ging vooraf aan de launch. Deze tijd was nodig om samenwerkingen aan te gaan met educatieve groepen en om de medewerkers te laten werken aan het selectieproces ('Een beeld elke dag in elke klas', 2016). Toch is het opvallend dat het Vlaamse initiatief om een beeldbank op te zetten voor educatieve doeleinden zo laat komt. Het zoeken naar Nederlandstalige filmpjes kan immers veel tijd opslorpen, die leraars beter ergens anders zouden investeren.
Het feit dat we zo traag op gang zijn gekomen wat betreft ICT-beleid in het onderwijs, heeft voor het Archief voor Onderwijs als gevolg dat de database vooral bestaat uit het archief van de VRT. Op zich is dit al een stap in de goede richting aangezien dit beeldmateriaal in het verleden enkel te verkrijgen was voor universiteitsstudenten (en dan nog enkel via een aanvraag per mail). De database moet met andere woorden nog worden aangevuld om het aanbod diverser te maken.

De balans opgemaakt

Naar mijn bescheiden mening is dit initiatief long overdue. Leerkrachten zijn meer en meer overtuigd van de heilzaamheid van multimedia in de klas. Een bundeling van nuttig beeldmateriaal in het Nederlands was dus een enorm gemis op het wereldwijde web. Omdat Vlaanderen nu pas mee is met deze trend, zijn er nog een aantal nadelen aan het Archief voor Onderwijs. Zo kunnen leerlingen nog niet op het platform terecht. Enkel leerkrachten kunnen met een login aan de filmpjes, maar volgens de website is dit iets waar men aan werkt. Het Archief bevat daarnaast ook nog weinig materiaal dat geschikt is voor de derde graad, een ander probleem waar aan gesleuteld wordt. Aspirant-leerkrachten als ik kunnen eigenlijk ook het platform niet bereiken. Dit  is dan wel een nadeel dat ik kan begrijpen in het kader van auteursrecht. Toch had ik graag een voorsmaakje gehad in de vorm van een tutorial of iets dergelijks.
Naast enkele nadelen, zijn de voordelen die het Archief presenteert toch in de meerderheid. De uren die ik spendeer aan een zoektocht naar geschikt beeldmateriaal zijn voorbij. Bovendien moet ik niet meer afhankelijk zijn van de onbetrouwbare vertaalfunctie van Youtube. Het knippen, pauzeren en terugspoelen van fragmenten wordt ook iets makkelijker tijdens de les, iets waar ik als beginnend leerkracht soms wel stress van kan krijgen. In de woorden van zowat de enige reviewer die ik heb gevonden - wat ook weer aantoont hoe lang leerkrachten al wachten op een dergelijke database - : "Ik zou zeggen: leef je uit als leraar! Deze schat van beeldmateriaal ligt voor je klaar. Eindelijk!" (Historicus Rob, 2016).

Bronnen

Barak, Moshe. (2006). Instructional principles for fostering learning with ICT: Teachers' perspectives
as learners and instructors. Education and Information Technologies, 11(2), p. 121-135. Retrieved from https://www.researchgate.net/profile/Moshe_Barak/publication/225741982_Instructional_principles_for_fostering_learning_with_ICT_teachers'_perspectives_as_learners_and_instructors/links/0a85e5319bb545c023000000.pdf

Een beeld elke dag in elke klas: Archief voor Onderwijs. (2016). Retrieved from http://www.ond.vlaanderen.be/nieuws/2016/01-19-Archief-voor-Onderwijs.htm

Historicus Rob. (2016, January 20). Nieuw digitaal archief voor onderwijs [Blog Post]. Retrieved from http://www.historicusrob.be/geschiedenis-onderwijs/digitaal-archief-onderwijs/

Hobbs, R. Non-optimal uses of video in the classroom. Learning, Media and Technology, 31(1), p. 35-50). Retrieved from http://mediaeducationlab.com/sites/mediaeducationlab.com/files/Non-optimal_video_classroom.pdf

Jordan, D.L., & Sanchez, P.M. (1994). Traditional versus technology-aided instruction: Effects of visual stimulus in the classroom. Political Science and Politics, 27(1), p. 64-67. Retrieved from http://www.jstor.org/stable/420461

Mau-Asam, A. (2007). Beeld telt! Een experimenteel onderzoek naar het effect van beeldtoevoegingen op de begrijpelijkheid van leerboeken. Retrieved from Utrecht University theses database. (http://dspace.library.uu.nl/handle/1874/25662)

Mayer, R.E., & Anderson, R.B. (1991). Animations need narrations: An experimental test of a dual-coding hypothesis. Journal of Educational Psychology, 83(4), p. 484-490. Retrieved from http://visuallearningresearch.wiki.educ.msu.edu/file/view/Mayer+%26+Anderson+(1991).pdf

Mayer, R.E. (2003). The promise of multimedia learning: Using the same instructional design methods across different media. Learning and Instruction, 13(2), p. 125-139. Abstract retrieved fromAbstracts in ScienceDirect database. (http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0959475202000166)

Thomas, N.J.T. (2014). Dual coding and common coding theories of memory. Stanford Encyclopedia of Philiosophy. Retrieved from http://plato.stanford.edu/entries/mental-imagery/theories-memory.html

Ysebaert, T. (2015). De klas steekt wat op van Vlaanderen vakantieland. De Standaard. Retrieved from http://www.standaard.be/cnt/dmf20160119_02078421