vrijdag 8 maart 2013

Universiteit van Amsterdam biedt MOOC aan



De universiteit van Amsterdam heeft een tijdje terug haar eerste stappen gezet op het vlak van MOOC. MOOC staat letterlijk voor Massive Open Online Course. Dit betekent dat een cursus -in dit geval een cursus communicatiewetenschap- volledig online aangeboden wordt, voor iedereen toegankelijk is en bovendien gratis is.

MOOC is echter meer dan een les die gefilmd wordt en vervolgens online geplaatst wordt. Ook alle inhoud en lesmateriaal worden immers online geplaatst, aangevuld met een potentieel oneindige community  van mensen die allemaal in hetzelfde topic geïnteresserd zijn. Bovendien kies je zelf wat je wil leren, hoeveel je wil leren, in welk tempo en in welke mate je gaat participeren. (Wil je nog meer duidelijkheid krijgen over MOOC, dan raad ik zeker dit youtube filmpje aan.)

Hoewel er binnen de Belgische onderwijswereld nog geen MOOC aangeboden wordt, zal men naar mijn mening ook hier vroeg of laat overstag gaan. MOOC biedt dan ook enkel belangrijke voordelen aan ten opzichte van het traditionele onderwijs. De grootste kracht van MOOCs ligt volgens mij in de mogelijkheden die je hebt tot het volgen van een gepersonaliseerde route – veel meer dan dit het geval is in het traditionele onderwijsmodel. Bovendien krijg je de kracht mee van het netwerkleren. In groep weet je immers meer dan alleen; een beetje zoals op deze blog. Het grootste voordeel van een MOOC ligt naar mijn mening dus niet in het aspect “gratis”, gezien dit volgens mij nauwelijks speelt in het, toch al vrij sterk gedemocratiseerde, hoger onderwijs in België.

Ondanks de voordelen, denk ik echter niet dat er snel sprake zal zijn van een heuse MOOC-revolutie, zoals beschreven door trendwatcher Peter van Lonkhuyzen (artikel Management Team, 21/2/2013). Vooralsnog zijn er geen MOOC-diploma’s en die zullen er volgens mij ook niet zo snel komen. Het zal toch enige tijd vragen alvorens de MOOC-innovatie immers aan legitimiteit zal winnen. Traditionele universiteiten of hogescholen zullen volgens mij nog niet zo snel afgeschreven worden in België, althans niet wat betreft de modeltrajecten: de traditionele bachelors en masters.
 
Echter, wat betreft aanvullende studies, studies uit zuivere interesse of algemeen wat betreft “levenslang leren”, zie ik zeker een directe toepassing van MOOCs mogelijk. Het hoeft dus niet noodzakelijk het één of het ander te zijn, ik zie MOOCs eerder als een mooie aanvulling op het gewone onderwijs. De grotere concurrentie op het vlak van deze MOOC-cursussen onder universiteiten en van private aanbieders, brengt bovendien volgens mij nog extra voordelen met zich mee voor het hoger onderwijs. Een beetje gezonde concurrentie kan geen kwaad en kan er net voor zorgen dat ietwat "duffe" universiteiten en hogescholen wakker geschud worden. Zij hebben immers wellicht nog wat te leren van de meer onderhoudende en geanimeerde MOOC-lessen.

donderdag 7 maart 2013

“Als de lessen saai zijn, game ik een beetje”


“Als de lessen saai zijn, game ik een beetje”

Tijdens de eerste les onderwijstechnologie hebben we zowel de voor- als de nadelen aangehaald waarom er (al dan niet) meer technologie gebruikt zou moeten worden tijdens de lessen. Het volgende artikel gaat over een reporter die 1 dag het derde middelbaar in Sint-Niklaas volgt waar de boeken vervangen werden door een tablet.

Link: mediargus “Als de lessen saai zijn, game ik een beetje”

Korte samenvatting
Sinds september 2012 wordt er in het Onze-Lieve-Vrouw-Presentatie College te Sint-Niklaas gevraagd aan alle leerlingen om een tablet te kopen (ter waarde van € 470) om te gebruiken tijdens de lessen. Wanneer de bel gaat, zijn de jongens een spelletje aan het spelen en de meisjes foto’s aan het nemen met de tablet. Tijdens de verschillende lessen wordt de tablet gebruikt, zelfs tijdens de lessen lichamelijke opvoeding.

Reflectie
In het artikel ben ik verschillende pro’s en contra’s tegengekomen en na het lezen van het artikel weet ik nog steeds niet of het al dan niet goed is om de studenten met een tablet te laten werken tijdens de lessen…

De leerkracht chemie, An Van Haut, vertelde het volgende: “ … nu hadden we plots zo’n tablet ter beschikking. Dat creëerde zo veel meer mogelijkheden om chemie in de klas extra interessant te maken. We hebben een app waarmee we driedimensionale beelden van moleculen maken. Veel leuker dan plastic.” (Spoormakers, 2012).
-> Ik vind het heel goed dat er nu veel meer opties zijn om de leerstof aan de leerlingen over te brengen maar ik heb mijn twijfels dat hierdoor de authenticiteit van bepaalde zaken toch niet verloren zal gaan. Het in elkaar steken van allerlei plastieken moleculestructuren of het werken met een erlenmeyer tijdens de lessen chemie is pure nostalgie.

Een leerling zei: “Mevrouw, ik heb in die groene kader iets aangeduid en nu kan ik niet meer lezen”. Een andere leerling had iets geschreven waar het helemaal niet moest staan en was hierdoor helemaal de draad kwijt (Spoormakers, 2012).
-> De leerkracht kreeg constant technische vragen van de leerlingen over de tablet ipv over de les. Ik denk dat dit wel maar tijdelijk is want tegenwoordig hebben de leerlingen bij wijze van spreken al een computer vanaf de geboorte.

Voor de les geschiedenis heeft de leerkracht zelf een site gemaakt waarop de leerlingen allerlei informatie moeten verzamelen. “Deze helft van de klas zoekt op wanneer Michelangelo zijn David beeldhouwde, waar het beeld staat, van welk materiaal het is gemaakt en tot welke kunststroming we Michelangelo rekenen. De andere helft zoekt naar de geschiedenis van het schilderij Guérnica van Picasso, en wanneer het schilderij naar Spanje is gekomen." (Spoormakers, 2012).
-> Dit vind ik een zeer goed idee om de leerlingen bij de lessen geschiedenis te betrekken. De meeste studenten vinden het vak ‘vrij saai’ en op zo een manier is het wel veel leuker voor de studenten.

Op de mededeling van de leerkracht wiskunde dat 'we er eerst voor zorgen dat we op ons tablet kunnen werken', klinkt een gefluisterde 'Yes!' door de klas. Veel gerekend wordt er niet, want boeken downloaden, beveiligingscodes intikken en applets installeren kost tijd.(Spoormakers, 2012).
->  Bij wiskunde heb ik de meeste vragen omtrent de tablet. Op zich vind ik het goed dat er direct een rekenmachine opstaat maar om echt de wiskundelessen te volgen/geven denk ik dat dit niet zo een goed idee is. Wiskundige bewijzen zijn niet zo evident om te begrijpen en door ze gewoon eens door te scrollen denk ik niet dat de gemiddelde student dit begrepen zal hebben. Ook oefeningen maken, lijkt een probleem want allerlei formules op een tablet schrijven, is niet zo evident.

Als laatste wil ik het nog even over L.O. hebben. “Karla Van Ruyskensvelde, leerkracht toestelturnen in het derde jaar Sport- Wetenschappen, roept Robin naar voren. Robin is turner met olympische dromen, en dus de geknipte Chinese vrijwilliger om de moderniteit in de turnles te introduceren. Hij voert een perfecte handstand-koprolcombinatie uit, terwijl de leerkracht zijn oefening filmt. "Zo zullen we jullie turnoefeningen perfect kunnen analyseren, met behulp van een speciale app die professionele sporters ook gebruiken”
->  Ik vind het zeer spijtig dat echt overal de tablet gebruikt wordt. Zelfs tijdens het sporten zijn ze niet meer gerust. Ik denk (zeker in het middelbaar) dat L.O. een uitlaatklep is voor de meeste leerlingen om eventjes weg te zijn van alles. Lekker ravotten moet ook kunnen zonder technologie vind ik.

Kortom
Voor bepaalde vakken vind ik de tablet zeker en vast een goede aanwinst zoals bijvoorbeeld voor geschiedenis en aardrijkskunde. Voor andere vakken, zoals bijvoorbeeld voor wiskunde en L.O., vind ik het gebruik van een tablet veel minder efficiënt.

Ook voor de gezondheid van de kinderen is het niet echt aan te raden om constant met de tablet te werken omdat het gewoon niet goed is voor de ogen en nek. Anderzijds hoeven de leerlingen niet meer te slepen met grote, zware rugzakken.

Hetzelfde geldt voor het papier. Enerzijds zullen ze veel minder papier verspillen wat goed is voor het milieu maar anderzijds zullen ze het schrijven verleren wat ik dan ook weer belangrijk vind.

Naar mijn mening zijn er veel voordelen maar toch ook wel veel nadelen aan verbonden. Het afwegen van de voor- en nadelen is niet evident en persoonlijk weet ik niet of ik voor of tegen de tablet moet zijn. Het is goed voor een gedeelte van de lessen maar daarbij moeten we ons ook de vraag stellen: is iedereen in staat om € 470 uit te geven aan een tablet voor een kind dat dan maar af en toe gebruikt wordt tijdens de lessen?

Bron
Spoormakers, S. (8 september 2012). Onze reporter gaat één dag naar school waar tablet boeken vervangt, Het Laatste Nieuws, p.8.

Mag ik iedereen vragen die een blog post of die een opmerking aan een blog plaats om zijn of haar profiel op blogger eerst af te werken met Voornaam / Familienaam want ik kan alleen maar blogs en opmerkingen evalueren (lees punten geven) als ik weet wie wat geschreven heeft.
Of anders geformuleerd: wie zijn blogs niet ondertekent met zijn/haar voornaam en familienaam heeft gratis iets aan de blog geleverd. Echt gratis en voor niets.
Een voornaam is niet genoeg.

dinsdag 5 maart 2013

Google Glass - het ultieme einde van privacy?


In juni 2012 heeft Google het prototype van een bril gelanceerd, Google Glass, die toelaat om je waarneming van de werkelijkheid te combineren met allerlei informatie die voor je ogen wordt geprojecteerd. Aan de hand van gesproken commando's (spraakherkenning) kan je instructies geven zoals zoekopdrachten of een berichtje dicteren en laten verzenden. Ook kan je foto's maken en filmpjes opnemen. En uiteraard ontbreekt het 'sociale' aspect niet: via deze toverbril sta je in contact met je 'vrienden' (Google+) om audiovisueel materaal te delen, enz. Last but not least kan deze bril onderwijstechnologisch aangewend worden om hoorcolleges voor de eeuwigheid vast te leggen. Het ultieme instrument van de student? ;-)

Meer informatie tref je aan op de Google Glass website en bijvoorbeeld in het volgende artikel verschenen in de kwaliteitskrant Financial Times van 28 juni 2012.

Op 20 februari 2013 heeft Google het volgende promotiefilmpje ter beschikking gesteld op YouTube:




Ook CNN  doet mee met de hype (artikel verschenen op 25 februari 2013).

Hebbeding? Alvast iets voor je wenslijstje? Please think twice.

Hoe meer mensen er met een Google Glass bril rondlopen, hoe meer mensen er andere mensen zonder enige vorm van waarschuwing of voorafgaandelijke toestemming kunnen filmen of opnemen. Ik draag geen dergelijke bril, maar kan in principe op elk moment in de publieke ruimte iemand tegen het lijf lopen die er wél eentje draagt en die mij, willens nillens, aan het filmen is of die de geluiden (laten we het gemakshalve bij 'woorden' houden) opneemt die ik op dat moment maak (uitspreek). Ook al gaat het bij wijze van spreken om onzin die ik in een heldere bui niet op papier zou zetten.

Zolang de bril mijn beelden niet aan mijn identiteit kan koppelen, is er geen probleem. Indien ik echter zo gek zou zijn om een Google+ account te openen, met naam, voornaam en foto, dan opent er zich, althans in theorie (een wat mij betreft angstaanjagende theorie!), een hele wereld van beeldherkenning. Dan kan - van meteen na het opnemen van de beelden tot vele jaren later, indien ze op de servers van Google zouden opgeslagen blijven - de link gelegd worden tussen mijn identiteit, het waargenomen feit dat ik mij op dag D op plaats P bevond, wat ik daar aan het doen was en in wiens gezelschap, en, mits de nodige spraakherkenning, een transcriptie van de (vanaf dan letterlijk!) onsterfelijke woorden die ik toen uitgesproken heb.

Dit hoeft voor mij niet!

Kom a.u.b. niet af met
indien je niets te verbergen hebt, dan hoef je niets te vrezen. 
Dit vaak gehanteerde pseudoargument in privacydiscussies is reeds uitvoerig weerlegd, met name door prof. Daniel J. Solove (George Washington University Law School) in zijn artikel Why Privacy Matters Even if You Have 'Nothing to Hide' en vooral in zijn boek Nothing to Hide: The False Tradeoff Between Privacy and Security.



Informatica schrappen in TSO en BSO?


Zeer recent is de beslissing gevallen dat men informatica vanaf september 2013 niet langer als een afzonderlijk vak zal geven in de TSO en BSO richtingen van het katholiek onderwijs. Rond deze boodschap is veel commotie ontstaan en dan vooral door de leerkrachten van deze leerlingen.

Via de site van Knack.be kwam ik terecht bij het volgende artikel:

In het artikel stelt men dat informatica voortaan meer in het bestaande lessenpakket verwerkt zal worden en h
ier zijn natuurlijk de nodige pro's en contra's rond te vinden.
Persoonlijk vind ik dat het meer en meer integreren van ICT in andere lessen enkel positief onthaald kan worden en dus ook zeker aangemoedigd moet worden. Maar is dit voldoende om de leerlingen de nodige knowhow mee te geven? En wat met de leerkrachten die zelf niet volledig mee zijn met de nieuwste ICT-mogelijkheden? Ook moet de school de nodigde uitrusting hebben in al de lokalen om op deze manier les te kunnen geven.

In de zakenkrant De Tijd werd een reactie op dit nieuws gepost door Saskia Van Uffelen. Zij stelt dat het schrappen van het vak informatica onbegrijpelijk is en een verkeerd signaal geeft aan zowel de jongeren zelf, alsook aan de economie. Lees ook:

Zelf ben ik akkoord met de kritieken die Saskia Van Uffelen aanhaalt en naar voor brengt in het artikel.
"Dat net de kinderen uit tso en bso als eersten worden uitgesloten van de ICT-lessen, is schrijnend. Want net zij zijn het gevoeligst voor wat men de digitale kloof noemt." Het is juist heel belangrijk om deze doelgroep te leren welke mogelijkheden ICT biedt en wat het internet hen kan bieden. Maar ik vind dat men hen ook vertrouwd moet maken met het belang van privacy en de gevaren van internet.

"Het afschaffen van ICT als vak is ook nefast voor de economie. Want ICT is net een van de motoren van onze economie." Ik denk dat ook dit een belangrijk aspect is dat men zeker niet uit het oog mag verliezen. Blijkbaar zullen er binnenkort 700000 vacatures beschikbaar zijn in de ICT-sector die men niet zal kunnen invullen omdat er onvoldoende technisch geschoolden zijn. Persoonlijk vind ik het dan ook onwerkelijk dat men de stap overweegt om informatica uit het lespakket van TSO en BSO te schrappen. Om met een laatste citaat van Saskia van Uffelen af te sluiten: "In dit licht daarvan een vak ICT schrappen in tso en bso is jongeren kansen ontnemen om hen slagkrachtig te maken op de arbeidsmarkt. We moeten jongeren integendeel de passie voor ICT bijbrengen. Hen tonen wat de toekomstkansen zijn voor informatica."
Saskia Van Uffelen is Digital Champion voor België en CEO van het IT-bedrijf BullSaskia Van Uffelen is Digital Champion voor België en CEO van het IT-bedrijf BullSaskia Van Uffelen is Digital Champion voor België en CEO van het IT-bedrijf BullSasS
Zij

woensdag 18 januari 2012

Mobiele telefoon voor actieve senioren

Mobiele telefoon voor actieve senioren

Doro gsm gamma, voor senioren maar toch met hippe kleurtjes.

Donderdag 21 april 2011 - (lvd)

Een groot deel van de bevolking stelt een eenvoudige GSM op prijs. Ouderen hebben het vooral moeilijk met de menustructuur. Vele functies van een gsm zijn niet gekend of kunnen niet teruggevonden worden. Naast begrijpbaarheid speelt ook de leesbaarheid hen parten. Anderen hebben dan vooral problemen met het horen. Toch blijft communicatie voor iedereen belangrijk in het behoud van zijn zelfstandigheid en deelname aan het maatschappelijk leven. Dit heeft ertoe geleid dat verschillende senioren gsm’s op de markt verschenen zijn.Ze hebben vooral nood aan gebruiksgemak op maat.

Commentaar:

Voordelen:

- Eenvoudig gebruik van het menu

- Stijlvol

- Sneltoetsen naar de mensen die regelmatig belt

- Helder geluids- en beeldkwaliteit

- Ook mogelijkheid voor in te zoomen

- Zaklamp, Fm radio en games

- Een alarmtoets

Nadelen:

- Duur

- Toestellen gaan niet lang mee

- Vergeten van het toestel

- Straling effect op gezondheid na lange termijn gebruik

- Te weinig kennis over het gebruik van een gsm => oplossing GSM lessen voor senioren http://www.s-plusvzw.be/s-plus/activiteiten/cursussen/gsmlessen.htm

Bron: http://www.6minutes.be/NL/Artikel.aspx?ArtikelID=21762&RubriekID=14

zondag 8 januari 2012

Wat met het ICT-gebeuren op de school van mijn kinderen? Theorie en praktijk: twee werelden apart of één mooi geheel?

Mijn bron (vanaf 11/01/2012): http://www.stk.be/Index.php?pagina=138

Onze beide kinderen lopen school in het Sint-Theresiacollege te Kapelle-op-den-Bos (afgekort STK). Tom volgt het 3de jaar ASO en Elien het 1ste jaar ASO.

Op 21 september 2011 bij het begin van het nieuwe schooljaar, kregen onze beide kinderen onder papieren vorm een brief mee over het onderwerp "e-mail adres en webdiensten voor leerlingen". Onder de hoofding "Brieven 2011-2012" op de school website, hoopte ik deze brief onder electronische vorm terug te vinden, helaas is dit niet het geval. In een e-mail heb ik de school gevraagd de brief van 21/09/2011 alsnog te plaatsen. Mijn bron is dus http://www.stk.be/Index.php?pagina=138; (geef de school bij het hernemen deze week enkele dagen tijd dit document te plaatsen; ik zal via de blog aangeven wanneer dit gebeurd is; de brief van 21/09 werd op de website van de school geplaatst op 11/01/12!; ik zie enkel de mogelijkheid om op deze blog video's en afbeeldingen als aanhangsel bij te voegen, maar geen documenten).

Korte samenvatting brief 21/09/2011:
  1. Er wordt op gewezen dat de school vanuit haar opvoedende en lerende taak ook mee moet met de elektronische communicatie, internet, sociale netwerken, ...
  2. Er wordt op gewezen dat dit geleidelijk aan zal gebeuren (voor de school zelf is dit ook nieuw en ze onderkennen de misbruiken), maar anderzijds wil de school toch mee omdat de toegevoegde waarde voor het leren zeer duidelijk is.
  3. De communicatie ouders-school verloopt nu eveneens hoofdzakelijk elektronisch via info@stk.be, leerlingen communiceren elektronisch met hun leerkrachten via de berichtenservice van Smartschool en voor externe communicatie krijgt elke leerling een e-mail adres van de school VoornaamAchternaam@student.stk.be (hiervoor werkt de school samen met Live@Edu van Microsoft; voor meer info kan je terecht op http://www.microsoft.com/netherlands/onderwijs/Live_edu/liveatedu.aspx ).
    Bovendien wil de school de bergen papier die verbruikt worden, doen verminderen door elektronisch te communiceren.
  4. Bovendien wordt er afgesproken dat:
    * het e-mail adres beschikbaar gesteld wordt op basis van vertrouwen.
    * je je inlognaam en wachtwoord niet aan anderen mag doorgeven.
    * je een verzorgd taalgebruik hanteert in je mails.
    * je de discipline hebt minstens 1 keer per week je e-mails én Smartschool te raadplegen.
    * het niet toegestaan is elektronisch te pesten (zo niet volgen sancties).

PRO
  1. Het gebruik van ICT wordt gestimuleerd en aangemoedigd.
    Er wordt gewezen op de mogelijkheden van online samenwerken (b.v. bij spreekbeurten) en het eenvoudig delen van documenten en foto's in een 'gratis' opslagruimte.
  2. Het milieuvriendelijk aspect door aan de vermindering van de papierberg te willen werken.
  3. Het maken van duidelijke afspraken bij het gebruik van ICT met betrekking tot:
    * veiligheid (inlognaam en wachtwoord, virussen)
    * discipline bij het gebruik van e-mail en Smartschool
    * verzorgd taalgebruik
    * dreigende, beledigende, seksueel getinte, racistische dan wel discriminerende berichten
  4. De elektronische communicatie ouders-school werkt: er volgt snel antwoord op verstuurde e-mails. In ons geval was dit zo driemaal, er zijn echter andere ouders die lang(er) moeten wachten op antwoord.

CONTRA
  1. De nadruk bij het gebruik van ICT wordt eerst gelegd op het verplichtende (we 'moeten' als school mee, we kunnen niet achterblijven), het feit dat we 'geleidelijk' aan meegaan en tot slot op het negatieve wat absoluut niet toegestaan is.
    Er wordt gezegd dat de toegevoegde waarde voor het leren zeer duidelijk is, maar dit wordt nauwelijks met voorbeelden verduidelijkt!
  2. De school werkt samen met Live@Edu van Microsoft. Aan elk e-mail adres, elke leerling dus, wordt een postvak van 10 GB per gebruiker toegekend en een 'gratis' spamfilter en virusscanner. Bovendien heeft elke leerling 25 GB 'gratis' opslagruimte op Windows Live Skydrive en een 'beperkt' Office pakket (Word, Excel, Powerpoint en Onenote) ter zijner beschikking. Uiteraard zeer aanlokkelijk voor een school met een (zeer) beperkt budget, maar de keerzijde van de medaille is dat leerlingen zullen spreken over een Powerpoint i.p.v. een presentatie. Microsoft treedt binnen in de wereld van elke school en leerling en probeert op die manier het gebruik van Microsoft produkten, nu en in de toekomst, te stimuleren. Open source is hier ver weg! In het 'beperkt' Office pakket ontbreken modules die onontbeerlijk zijn en dus toch zullen 'moeten' aangeschaft worden door de school aan een 'Microsoft' prijsje;
  3. Als ik aan mijn beide kinderen vraag, wat hun mening is over Smartschool en hoe ze dit gebruiken in de klas, krijg ik volgende bedenkingen:
    * we gebruiken dit zo goed als niet, enkel indien het 'verplicht' wordt;
    * er staan oefeningen op, maar de leerling beslist zelf of hij deze maakt; in de meeste gevallen gebeurt dit dus niet! Gecheckt bij medestudenten van beide kinderen; uiteraard spelen de leerkrachten hierin een zeer belangrijke motiverende rol! Hier ligt volgens mij de uitdaging en is er nog werk aan de winkel!

Bijkomende bedenking

De school waar ik mijn stage zal lopen, Koninklijk Atheneum Grimbergen, gebruikt eveneens Smartschool. Ik heb sterke vermoedens dat Smartschool gelijkaardig als op de school van mijn kinderen gebruikt wordt. De ideeën zijn zeker aanwezig, maar de invulling in de praktijk van elke dag is niet altijd even ver gevorderd in de school.

Nochtans kan het ook anders: een school waar kinderen van vrienden naar toe gaan, gebruikt eveneens Smartschool, maar zeer interactief: zo goed als alle communicatie verloopt elektronisch, ook de agenda's en de rapporten van de leerlingen zijn elektronisch; ook groepswerken worden via Smartschool uitgewerkt. Dit is zo bij Zavo in Zaventem.

In het Jan-van-Ruusbroeck College in Brussel, waar we ook wat leerlingen kennen, wordt dan weer totaal geen gebruik gemaakt van Smartschool, maar een eigen 'geïsoleerd' platform.

Ik heb de indruk dat er een groot verschil is tussen de scholen onderling, dat er te weinig lijn in en controle is op de inzet van ICT in de scholen en dat het ook afhangt of er al dan niet leerkrachten zijn die een goede IT-kennis hebben en kunnen toepassen. Een IT-vakwerkgroep die een duidelijk IT-beleid uitstippelt, lijkt me hierbij onontbeerlijk.

donderdag 5 januari 2012

De klas van de toekomst?

https://docs.google.com/viewer?a=v&pid=explorer&chrome=true&srcid=0B-j1VAIOD8cGNmFmOTFhZmYtNWRiZC00NDgwLTg5ZTEtYmIyZGY2MzRmYzA2&hl=nl&pli=1


Op de blog verschenen reeds wat artikels over het digitaal schoolbord, over tablets in de klas, over ‘clickers’,... In dit artikel wordt gesproken over een digitale klas waar al deze technologieën aanwezig zijn en men noemt ze ‘de klas van de toekomst’.

Het gaat over een basisschool in Nederland waar één leerkracht haar klas inrichtte met kleine laptops, tablets, stemkastjes en een digitaal schoolbord. De leerkracht zelf is volgens het artikel een “expert in het werken met digitale schoolborden en weet als geen ander hoe ze in het onderwijs moet omgaan met deze snufjes”. Zij ziet zelf heel wat voordelen in haar manier van werken. Bij een gezamenlijke oefening moeten de leerlingen bijvoorbeeld antwoorden aan de hand van hun stemkastjes. Op die manier ziet de leerkracht meteen wie het goed heeft en wie niet en ook welke oefening door veel leerlingen fout gemaakt wordt zodat daar meteen op kan worden ingegaan. De technologische snufjes maken het lesgebeuren dus efficiënter. Maar ook de prestaties van de leerlingen gaan erop vooruit, zo stelt de leerkracht.

In het artikel worden nog heel wat anderen technologieën besproken die in de klas gebruikt kunnen worden, zoals de ‘lessenaar 2.0’ en de touchscreentafel van Microsoft.

Uiteraard wordt in deze Nederlandse klas niet enkel en alleen met ICT gewerkt; pen en papier zijn nog niet helemaal uit het lokaal gebannen. Maar de vraag is hoe lang dat nog zal duren. Zullen alle klassen binnen een tiental jaar uitgerust zijn met deze technologische snufjes? En moeten we dat dan als iets positiefs beschouwen?

Ik zie deze ‘klas van de toekomst’ niet als negatief. Met de juiste digitale hulpmiddelen en het juiste gebruik van die digitale hulpmiddelen, kan volgens mij veel bereikt worden. Maar deze toekomst lijkt mij wel nog veraf als je ziet dat nu nog niet eens in elke klas een beamer en projectiescherm aanwezig zijn.


Enkele voor- en nadelen van digitale hulpmiddelen in de klas:

+ Aantrekkelijker voor leerlingen

+ Meer mogelijkheden

+ Meer didactisch en samenwerkend leren (maar dat hangt af van de manier waarop de leerkracht zijn digitale attributen gebruikt)

+ Informatie kan sneller en efficiënter verwerkt worden

+ Informatie is gemakkelijk beschikbaar (internet)

+ Positieve invloed op de leerprestaties?

- Leerkracht (en leerlingen) moet opgeleid worden om met nieuwe technologieën te werken

- Invoeren van alle technologieën in elke klas in elke school = duur!

maandag 2 januari 2012

Dropbox in de klas, een uitkomst?


Het probleem
Lessen waarin presentaties door leerlingen moeten worden gegeven verlopen vaak nogal hectisch. Nadat de leraar erin is geslaagd om een computer en een beamer op te zetten, moet de presentatie van de leerling nog op de computer terechtkomen.
In de praktijk blijkt dat dit een tijdrovende bezigheid is. De slimste leerlingen hebben een USB stick bij zich, de minder slimme leerlingen moeten eerst hun presentatie van het internet af halen. Zeker bij groepspresentaties worden wat mailboxen afgezocht. Soms moet de leraar bijspringen om een al nagekeken versie te openen.

Een ander probleem dat bij zulke groepspresentaties voorkomt is de beoordeling per leerling. Vaak hebben leerlingen niet allemaal even veel werk verricht, maar komen hier niet voor uit. Hoe valt dit voor de leraar te controleren?

Het voorstel
Uit praktijk ervaring blijkt dat er op veel scholen internet beschikbaar is. Hier kan optimaal gebruik van worden gemaakt. In plaats van verschillende mailboxen en USB sticks af te gaan, zouden leerlingen er voor kunnen kiezen om van Dropbox gebruik te maken.

Wat is Dropbox?
Dropbox is een programma dat een map op je computer aan maakt. Deze map kan online worden geraadpleegd, maar ook op een andere computer worden aangemaakt. Zo kun je bijvoorbeeld je belangrijke bestanden zowel op je desktop als op je laptop raadplegen en worden wijzigingen automatisch bijgehouden. Zolang een leerling toegang heeft tot de Dropbox account, kan hij/zij op elke computer met internet zijn bestanden raadplegen.

Het voorstel is dat de leraar een Dropbox maakt voor een klas. Wanneer zij een groepstaak moeten maken, wordt er per groep een map aangemaakt. De leerlingen binnen de groep worden per e-mail op de hoogte gesteld om bestanden aan de map toe te voegen en bestanden te bewerken.  Enkel de leden van de groep kunnen deze map raadplegen en aanpassen. Samenwerken zal ook makkelijker gaan doordat niet steeds het meest recente bestand naar alle groepsleden hoeft worden gestuurd. Alle versies van de geplaatste bestanden worden bijgehouden, zelfs als het verwijderd wordt. Er wordt ook bijgehouden wie aan een bestand heft gewerkt, wat handig is voor de beoordeling van het project.

Het gebruik
Wanneer leerlingen hun groepstaak moet presenteren,  hoeft de leraar enkel het laatst bewerkte bestand van de groep via Dropbox te openen. Dit kan op voorhand al worden gedaan, zodat er nog minder tijd in de klas verloren gaat. Wanneer Dropbox geïnstalleerd is op een computer met internet, worden bewerkte bestanden automatisch gesynchroniseerd. Wanneer er internet is, zal de leraar dus altijd de meest recente versie hebben. Zo niet,  zal de leraar er goed aan doen een deadline in te stellen zodat hij/zij er zeker van is de meest recente bestanden te hebben.
De voordelen
·         Bestanden zoals presentaties zijn sneller op te vragen
·         Alle leden hebben altijd de meest recente versie van een bestand
·         De leraar kan nagaan wie wat heeft gedaan
·         Dropbox is gratis

De nadelen
·         Er is internet in het klaslokaal nodig om de laatst geüpdate bestanden te raadplegen
·         Het is nieuwe technologie waar de leraar en de leerlingen mee moeten leren werken

Nieuwsgierig?
Er is een introductiefilmpje te vinden op https://www.dropbox.com/ 

Onderwijs & ICT voorspellingen

ICT en onderwijs voorspellingen 2011

In dit artikel werden eind 2010 enkele voorspellingen geuit omtrent de evolutie van technologie in het onderwijs voor 2011. Ik vond het interessant om dit eens te toetsen aan de werkelijkheid.


Bewering 1: Delen wordt volwassen

De schrijver van het artikel werkte vroeger deeltijds voor Klascement en is dus zeer vertrouwd met het delen van lesmateriaal tussen leerkrachten onderling. Hij zegt dat de stap naar een portaal als Klascement kleiner zal worden door het feit dat meer en meer scholen systemen zoals Smartschool zullen gaan gebruiken. De stap naar een grote portaalsite is daarna eerder klein. Ook Facebook wordt vermeld als verspreider van les materiaal, en dan vooral links.

Een derde reden die wordt aangehaald is dat Minister Smet in een van zijn rapporten had vermeld dat het ministerie aan het werken was aan een platform dat beheerd zou worden door de overheid.

Wanneer we naar Klascement mogen we toch opmerken dat er een groot aanbod maar dit aanbod zal nooit exponentieel toenemen op één of twee jaar, dit is een bewering die pas op langere termijn geëvalueerd kan worden. Van een officieel platform heb ik tot nu toe nog niks opgevangen. Het is echter wel zo dat meer leerkrachten gebruik beginnen te maken van het internet om hun stof te verspreiden.

Bewering 2: ICT op het menu

Nu dat de eindtermen zich ook naar het gebruik van ITC richten, moeten scholen zich wel aanpassen naar de nieuwe mogelijkheden. Maar tevens wordt het gebruik va ICT meer gereguleerd en zijn de scholen dus minder vrij in hoe ze het gebruiken. Wanneer een school de inspectie op bezoek krijgt  zal deze ook toekijken op het gebruik van ICT in de verschillende lessen. De verantwoordelijkheden van de ICT beheerder van een school worden ook verduidelijkt en uitgebreid in de eindtermen. Deze zal vooral meer hulp verlenen aan leerkrachten om ICT in hun lessen te integreren.

De eindtermen omtrent ICT vond ik op http://www.ond.vlaanderen.be/publicaties/eDocs/pdf/299.pdf en merkte op dat een aanzienlijk deel van deze eindtermen kunnen volbracht worden door een digitaal leerplatform te gebruiken in de school en door de lessen informatica goed op te bouwen.  Enkel 7,9 en 10 vereisen misschien wat meer aandacht. Persoonlijk vind ik het zeker goed dat elke school via deze eindtermen toch ook verplicht is om een basis aan ICT toe te passen.

Bewering 3: Scholen ontdekken Facebook

Scholen ontdekken dat Facebook meer kan zijn dan louter tijdverspilling voor buiten de schooluren. Het kan gebruikt worden om de boodschap makkelijker over te brengen aangezien de leerlingen niet moeten inloggen op een site waar ze anders zelf zelden komen (de schoolwebsite).

Op het gebied van Facebook zijn er volgens mij 2 kampen. Zij die alle contact via Facebook tussen leerling en leraar informeel en ongepast vinden en zij die het toestaan onder bepaalde voorwaarden. In schoolreglementen komt men tegenwoordig wel vaker regels tegen die het contact tussen leerling en leerkracht op sociale netwerksites beperken of zelfs geheel verbieden. Natuurlijk zijn dit voor een deel impulsieve reacties geweest van toen Facebook nog een nieuw gegeven was en men niet zeker was hoe men ermee moest omgaan.  Anderzijds is het zeker niet wenselijk dat leerlingen het persoonlijk leven van een leerkracht op de voet kunnen volgen. Er zou wel via groepen gewerkt kunnen worden of met beperkte weergave van de profielen van de leerkrachten.



Conclusie

Hoewel deze voorspellingen allemaal gemaakt werden voor het jaar 2011, lijkt het mij dat het allemaal eerder langetermijnsvoorspellingen zijn. De houding van scholen tegenover ICT verandert niet zomaar van vandaag op morgen. Dit is een “work in progress” waar zowel de oudere generaties leerkrachten als de nieuwe aan moeten mee werken.