zondag 13 maart 2016

Is Smartschool wel zo smart?

Samenvatting


In een online artikel van De Morgen (22/02/2016) staat dat de jeugdbeweging KAJ (de Kristelijke Arbeidsjongeren) zich tegen het digitaal platform Smartschool keert. Ze vinden het niet kunnen dat leerlingen gedurig online moeten zijn. Leraren kunnen een verscheidenheid aan opdrachten lastminute naar hun leerlingen sturen, tot grote frustratie van deze laatsten. Anderzijds blijkt Smartschool ook een bron van ergernis te zijn voor de leraren zelf. De druk komt namelijk zwaar op de ketel te staan door het feit dat leerlingen en collega’s hen op elk gegeven moment berichten kunnen sturen. De vakbonden scharen zich dan ook aan de zijde van de KAJ en melden dat er duidelijkere regels moeten komen op schoolniveau omtrent het gebruik van Smartschool.

Smartschool?


Smartschool is een digitaal platform waar intussen negen op de tien scholen gebruik van maken. Volgens Smartbit, het bedrijf dat Smartschool op de markt brengt, vergemakkelijkt het platform het werk van elke leerkracht. Zowel kleine als grote scholen zijn volgens hen gebaat bij het gebruik van hun product. Algemeen worden hun diensten in vier grote blokken onderverdeeld, namelijk communicatie, administratief, educatief en leerlingenvolgsysteem. Onder communicatie valt voornamelijk het berichtensysteem, maar ook nieuwsberichten en zelfs de mogelijkheid om fora op te starten. Administratie is zonder twijfel het stokpaardje van Smartschool. Hun sterkte zien zij namelijk zelf in de vele didactische toepassingen die mogelijk zijn, zoals bijvoorbeeld de jaarplannen en de digitale schoolagenda. Het luik ‘educatief’ kan gebruikt worden door leerlingen om opdrachten in te dienen. De leraar kan dan weer oefeningen en presentaties publiceren dat het een lieve lust is. Het is zelfs mogelijk om een wiki op te starten of leerlingen onder supervisie te laten samenwerken. Ten slotte is er ook het leerlingenvolgsysteem. Afwezigheden registreren, rapportering en het gedetailleerd opvolgen van het doen en laten van leerlingen kunnen nu dus digitaal gebeuren.
Smartschool gaat steeds mee met zijn tijd. Zo bestaat er nu ook de Smartschool-app en passen ze hun systeem gedurig aan, want technologie staat niet stil.

En dan nu het addertje onder het gras?


Het systeem van Smartschool lijkt met andere woorden een waar geschenk te zijn. Gedaan met al dat papierwerk, lang leve de digitale revolutie op de schoolbanken. Toch lijkt niet alles rozengeur en maneschijn te zijn. In 2013 werd reeds door de Vlaamse Scholierenkoepel (VSK) aan de alarmbel getrokken. Ook volgens hen mag er niet verwacht worden dat leerlingen na de schooluren steeds bereikbaar zijn. Zij richtten zich via een parlementaire vraag tot toenmalig Minister van Onderwijs Pascal Smet. Moeten afspraken omtrent Smartschool niet opgenomen worden in schoolreglementen? Minister Smet schoof de vraag vakkundig door naar de scholen zelf, vermits zij volgens hem het meeste rekening kunnen houden met de eigenheid van de leerlingen.
Op dat moment stond het Vlaams Katholiek Onderwijs meteen klaar om hun woordvoerder erop uit te sturen met de boodschap dat ook de leerlingen niet mogen verwachten dat hun leraar gedurig bereikbaar is. Dit is intussen drie jaar geleden en kennelijk is er nog steeds geen verbetering merkbaar aan de horizon.   
De negatieve kant van Smartschool komt vaak samen met de term ‘huiswerk’ in het daglicht te staan. Over het nut en de nutteloosheid van huiswerk wordt al jaar en dag hevig gediscussieerd en er werden al verschillende onderzoeken rond opgezet. Anno 2016 zijn academici er nog steeds niet uit hoe zinvol huiswerk is. Onderzoek door Lindsay H. Cooper en J.C. Valentine bracht naar voor dat huiswerk een positief effect heeft op leerprestaties, maar dat er wel rekening gehouden moet worden met het niveau (leerjaar) van de leerling. Critici werpen dan weer het argument in de strijd dat er methodologische tekortkomingen zijn binnen het onderzoek naar het nut van huiswerk. Effectiviteit van huiswerk zou immers erg verschillen per steekproef.
Of huiswerk nu positieve effecten met zich meebrengt of niet, er moet in mijn ogen ten allen tijde vermeden worden dat leerlingen onder een gedurige druk komen te staan. Het zou toch niet mogen dat leraars via Smartschool extra taken doorsturen, waavoor vaak strakke deadlines ingesteld worden. Als we de KAJ en het VSK mogen geloven, is hier nog veel werk aan de winkel.
Het is een welbekend feit dat (te) veel leraren geveld worden door stress, burn-outs of – in extreme gevallen – depressies. Dit heeft alles te maken met de enorme werklast die op de schouders van die leerkrachten rust. Niet alleen moeten zij zorgen voor leerrijke, interessante en gevarieerde lessen, maar ze staan ook in voor de begeleiding van leerlingen. Jos Van der Hoeven van de onderwijsvakbond COC meldt dat zaken als het opvolgen van het digitaal leerplatform Smartschool de druppels zijn die de emmers van velen doen overlopen. Ondanks het feit dat er van de daken geschreeuwd wordt dat Smartschool het leven van de leraars vergemakkelijkt, mag dit dus best met een korreltje zout genomen worden.

Besluit


Uit eigen ervaring weet ik dat Smartschool zowel voor de leerling als voor de leraar jammer genoeg niet enkel positieve gevolgen met zich meebrengt. Ook ik heb als leerling nogal tandenknarsend het zinnetje ‘het stond op Smartschool’ moeten aanhoren. Als stagiaire sta ik nu aan de andere kant van het verhaal en hoewel de frustraties een minder grote omvang aannemen, zijn ze zeker aanwezig. Smartschool is inderdaad fantastisch voor leraars die administratief minder begaafd zijn. Het is zonder meer een geweldige hulpbron bij het leraarschap en leerlingen kunnen er in sommige gevallen voordeel uit halen. Anderzijds is het toch weer een manier waarop het werk van zowel leerling als leraar zich subtiel mee naar huis verplaatst. Als overtuigd tegenstander van huiswerk – zowel voor de leerling als de leraar – ben ik dan ook van mening dat Smartschool een handig platform is, zolang het binnen de perken gehouden wordt.

En, zoals de scholierenkoepel in mijn ogen terecht opmerkt, misschien moeten we ons krijtbord niet meteen naar de vuilbak doorverwijzen nu technologisch hoogstandjes als Smartschool en het Smartboard het klaslokaal overmeesteren. Dat is misschien stof voor een volgende discussie.

Bronnen


Artikels Smartschool en druk (februari 2016)



De Morgen: Smartschool doet druk op leerlingen en leraars enorm toenemen. (22 februari 2016). Geraadpleegd via:

Het Nieuwsblad: Leerlingen én leerkrachten in opstand tegen Smartschool. (22 februari 2016). Geraadpleegd via:http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20160221_02141866

Knack: Smartschool: Vloek of zegen voor de school? (22 februari 2016). Geraadpleegd via: http://www.knack.be/nieuws/smartschool-vloek-of-zegen-voor-school/video-iwatch-669003.html


Andere artikels



HLN.be: “Laat scholieren digitaal met rust na de schooluren”. (22 mei 2013). Geraadpleegd via http://www.hln.be/hln/nl/1265/Onderwijs/article/detail/1637850/2013/05/22/Laat-scholieren-digitaal-met-rust-na-de-schooluren.dhtml

HLN.be: Burn-out, stress en depressie houden steeds meer oudere leerkrachten thuis. (02 februari 2015). Geraadpleegd via:


Overige 



Website Smartschool: http://www.smartschool.be/doelgroep/secundair-onderwijs/ (geraadpleegd op 13/03/2016).

Vlaamse Scholierenkoepel.  Nieuwe media in de klas: meerwaarde of gadget? VSK-advies over nieuwe en sociale media. (16 maart 2013). Geraadpleegd via: https://www.scholierenkoepel.be/sites/default/files/wysiwyg/advies_nieuwe__sociale_media_op_school_2013-03-16.pdf

SCHRYVERS (K.). Schriftelijke vraag aan Vlaams Parlement (Pascal Smet): schoolgaande jeugd – recht op vrije tijd. (04/06/2013). Geraadpleegd via:

DEPREZ (J.). Opvattingen over onderwijs en huiswerk: een onderzoek bij ouders met kinderen in de lagere school. Universiteit Gent, faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, 2011. Geraadpleegd via: http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/789/264/RUG01-001789264_2012_0001_AC.pdf



Hoe drinkt u uw koffie vandaag?

 De ene dag past een gewoon kopje koffie prima bij uw behoefte, de andere dag hebt u nood aan iets unieks wat speciaal voor u gemaakt wordt. Het een is niet beter dan het andere, maar elke behoefte vraagt om een antwoord op maat. Zo is het ook met het inzetten van onderwijstechnologie. ICT-toepassingen kunnen winst opleveren voor de didactische praktijk. Leerkrachten beperken zich soms nog tot inzetten van onderwijstechnologie als vervanging voor hun eigen handelen, maar ICT-toepassingen kunnen de didactische praktijk ook transformeren. Om te weten hoe ICT ingezet kan worden, is het goed om je als leerkracht vragen te stellen over wat je wil bereiken. Het SAMR-model kan hierbij behulpzaam zijn (Onderwijs van morgen, 2016). 

  
 SAMR-model 
SAMR staat voor Substitution, Augmentation, Modification en Redefinition. Deze termen      staan voor vier niveaus van toepassing van ICT. 
  1. Substitution: inzet van technologie als vervangend hulpmiddel, terwijl de didactiek zelf onveranderd blijft. Als leerkracht dien je je af te vragen wat het vervangen van een opdracht door ICT je oplevert. 
  2. Augmentation: idem als substitution, maar met een functionele verbetering. Als leerkracht dien je je af te vragen of ICT de opdracht verbetert. 
  3.  Modification: met behulp van ICT ontwerp je een verbeterde versie van je opdracht. Als leerkracht dien je je af te vragen of ICT de opdracht wezenlijk heeft veranderd. 
  4.  Redefinition: inzet van technologie om opdrachten mogelijk te maken die zonder inzet van ICT niet mogelijk zouden zijn. Als leerkracht dien je je af te vragen of ICT onontbeerlijk is voor deze opdracht.
Bij de eerste twee niveaus is ICT ondersteunend aan de bestaande didactische praktijk van de leerkracht; de laatste twee niveaus transformeren de didactische praktijk zodanig dat leeractiviteiten opnieuw ontworpen worden en geheel of gedeeltelijk leidend zijn in de opdracht (Onderwijs van morgen, 2016; Bottema, 2012). 
Onderstaand filmpje geeft meer uitleg over het SAMR-model: 

Overwegingen
Het SAMR-model schrijft niet voor, maar helpt je als leerkracht om te reflecteren op je didactisch handelen en op de leerprestaties van leerlingen. De niveaus die vooral vervanging nastreven, passen bij een leerkracht-georiënteerde didactiek. De niveaus die transformatie nastreven, passen beter bij het aanleren van 21e eeuwse vaardigheden door leerlingen.  Het is dus niet noodzakelijk zo dat één niveau ten alle tijden superieur is aan een ander; de keuze voor een niveau hangt af van het doel wat je ermee wilt bereiken.  Wel is het zo dat de transformerende inzet van onderwijstechnologie meer ICT-kennis vraagt van de leerkracht en ook technologische infrastructuur vereist. 
Besluit
Onderwijstechnologie kan innovatief ingezet worden, op een manier die hele nieuwe leerervaringen bij leerlingen mogelijk maakt, hetgeen hen kan helpen om voor zich voor te bereiden op de 21e eeuw. Leerkrachten zullen ICT-toepassingen op deze manier gaan inzetten indien zij de overtuiging hebben dat dit bijdraagt en indien zij voldoende technologische en didactische ervaring en zelfvertrouwen kunnen opbouwen om vakoverschrijdende ICT toe te passen. 
Meer weten?

Hoofdartikel: Onderwijs van morgen (2016).  Het SAMR-model: zo integreert u onderwijstechnologie. Geraadpleegd op 13 maart 2016 via http://www.onderwijsvanmorgen.nl/samr-model-zo-integreert-u-onderwijstechnologie/

Afbeelding:  Brubaker, J. (2013). SAMR: Model, Metaphor, Mistakes. Geraadpleegd op 13 maart 2016  via http://techtipsedu.blogspot.be/2013/11/samr-model-metaphor-mistakes.html

Filmpje:  Spencer, J. (2015).  What is the SAMR Model and what does it look like in schools? [Video]. Geraadpleegd op 13 maart 2016 via https://www.youtube.com/watch?v=SC5ARwUkVQg

Bottema, J. (2012). SAMR model: hoe innovatief is de inzet van ICT in de les? Geraadpleegd op 13 maart 2016 via  http://www.leervlak.nl/index.php/icto/samr-model-hoe-innovatief-is-de-inzet-van-ict-in-de-les.html

Brown, P. (2015). A Guide for Bringing the SAMR Model to Ipads. Geraadpleegd op 13 maart 2016 via https://www.edsurge.com/news/2015-02-06-a-guide-for-bringing-the-samr-model-to-ipads 

Hogan, L. (2011) SAMR - A Model for Instructional Technology Use. [Video]. Geraadpleegd op 13 maart 2016 via https://www.youtube.com/watch?v=PRo9cfp2baA 

Levy, L.A. (2016).  How to Strategically Integrated Ed Tech Into Your Lesson Plans. Geraadpleegd op 13 maart 2016 via http://www.pearsoned.com/education-blog/how-to-strategically-integrate-ed-tech-into-your-lesson-plans/




vrijdag 11 maart 2016

Virtual reality op school, realiteit of niet?

Samenvatting

Virtual reality is niet alleen geschikt voor spelletjes en vermaak. Er wordt ook in diverse andere branches gretig gebruik van gemaakt. Eén van die branches is het onderwijs. Educatie is een gebied waar VR een ongekend grote rol gaat spelen en het leerproces de komende tijd radicaal zal veranderen.

Google speelt daarin een grote rol. Met Google Cardboard kan je bijvoorbeeld op een goedkope manier je smartphone veranderen in een virtual reality headset. Google heeft het project in de tweede fase ook toegankelijk gemaakt als Android app, zodat leerkrachten het makkelijker kunnen downloaden. Met die speciale app is het mogelijk virtuele tours te maken op locaties over de hele wereld. De app is op dit moment nog niet publiekelijk beschikbaar, aangezien het project net uit de pilot-fase komt. Google spreekt met het programma over “plaatsen waar een schoolbus niet kan komen”. Er zijn honderd locaties om te bezoeken en deelname is gratis. Tegenwoordig heeft bijna iedereen een smartphone, dus het is een vrij laagdrempelig project, ook voor de leerlingen zelf. Leraren nemen je met virtual reality mee op rondleidingen, naar bezienswaardigheden en andere interessante locaties. Op die manier kunnen leerlingen ook echt bekijken waarover ze leren in de lessen.

Naast Google Cardboard zijn er ook andere mogelijkheden met virtual reality. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld eigen creaties maken in de virtuele wereld. Met de VR-bril op je neus kan je rondlopen in de eigen tekening. Ook in een medische opleiding is er veel baat bij virtual reality. Studenten kunnen bijvoorbeeld operaties oefenen alvorens aan het echte werk te beginnen.


Kritische reflectie

Virtual reality in het onderwijs valt goed samen met de ICT eindtermen en competenties die opgesteld zijn. Voor de leerlingen is de VR een ondersteuning bij het leren. Ze kunnen zelfstandig leren en oefenen in een leeromgeving. Didactisch-pedagogisch kunnen de leerkrachten hun leerlingen motiveren om te werken met ICT.

Virtual reality aan de hand van Google Cardboard is heel laagdrempelig, omdat het enkel een smartphone en een app vereist. Virtual reality biedt de kans om elke situatie ter wereld te simuleren. Schooluitstapjes naar de Pyramides van Cheops zijn niet nodig wanneer de hele wereld in je VR-bril zit. Het kan voor een school zelfs geld besparend zijn om geen uitstapjes meer te organiseren naar verre landen die financieel niet haalbaar zijn. De uitstapjes kunnen gewoon de klas gehouden worden. Het programma kan ook aangepast worden aan elke les, elke student en elke klas. Differentiatie vormt dus ook geen probleem, wat heel belangrijk is in de tijdsgeest van vandaag. Voor de leerlingen zelf is het een leukere aanpak van de les. Je kan spreken van een heuse fun factor. Ze zijn gemotiveerder om te leren, tonen meer interesse en willen liever aan de slag met het materiaal. Omdat de leerlingen de lessen ook duidelijker beleven, zal er ook meer leerstof blijven hangen. Het is een unieke leerbeleving voor zowel leerkrachten als leerlingen.

Het is natuurlijk nog niet zo ver dat virtual reality op elke school kan gebruikt worden. Google cardboard komt bijvoorbeeld nog maar net uit zijn beginfase, en dat geldt ook voor andere programma’s die VR gebruiken. Daarom kunnen er nog gebreken gevonden worden waar aan gewerkt moet worden. Bij ervaringen met de VR-bril waar de leerlingen uitstapjes maakten zijn er ook al enkele gevallen geweest waar de gebruikers last hadden van duizeligheid en “wagenziekte”.  Daarnaast is ook Google cardboard een van de enige programma’s dat laagdrempelig en goedkoop is. Maar ook die laagdrempeligheid kan onder de loep genomen worden, want ook in 2016 kunnen we er eigenlijk nog steeds niet van uit gaan dat iedereen een smartphone heeft.


Besluit

De digitalisering in het onderwijs is niet meer tegen te houden. In een tijdperk waarin tablets in de klas al achterhaald zijn, is het niet verwonderlijk dat bedrijven met steeds nieuwere en grenzen verleggende programma’s aankomen. Ik denk dat vooral de humane wetenschapen in het secundair onderwijs baat hebben bij de uitstapjes die Google Cardboard aanbiedt. Vakken zoals geschiedenis kunnen nu in de praktijk laten zien hoe monumenten en oude steden er in het echt uitzien. Maar ook vakken als aardrijkskunde en biologie kunnen via virtual reality een duidelijker beeld geven van de leerstof.

In mijn eigen lessen Engels en Nederlands kan virtual reality vooral gebruikt worden wanneer literatuur besproken wordt. Wanneer Jack The Ripper besproken wordt kunnen de leerlingen terug naar 19e eeuws Londen. Wanneer Louis Paul Boon besproken wordt het Aalst van de 19e eeuw bezocht worden.

De technologie staat niet stil, maar hoe leuk die VR-uitstapjes ook mogen zijn, het is maar te hopen dat virtual reality de echte uitstapjes van de scholen niet definitief vervangt. Ik ben van mening dat er veel meer te beleven valt buiten de muren van een klaslokaal. Virtual reality is een grote stap naar het dichterbij brengen van die buitenwereld.


Bronnen

Artikels:

BBC News: Google offers virtual reality street view. (13 oktober 2015). Geraadpleegd via http://www.bbc.com/news/technology-34515610
De Morgen: Met de hele klas op reis naar Mars. (2 november 2015). Geraadpleegd via http://www.demorgen.be/plus/met-de-hele-klas-op-reis-naar-mars-b-1446425403416/


Filmpje:

Youtube: Google Cardboard: How it works! (7 juli 2014). Geraadpleegd via https://www.youtube.com/watch?v=SxAj2lyX4oU


Website van Google Cardboard:

Google Cardboard (2016). Geraadpleegd op 9 maart 2016 op https://www.google.com/get/cardboard/


Overige:

Surf innovatieblog: Virtual reality in het onderwijs. (10 december 2015). Geraadpleegd via https://blog.surf.nl/virtual-reality-in-het-onderwijs/
VR expert: Virtual reality op school; onderwijs met diepte. (4 februari 2016). Geraadpleegd via http://www.vr-expert.nl/virtual-reality-op-school-onderwijs-met-diepte/
VR expert: Virtual reality toepassingen voor het onderwijs. (Geen datum). Geraadpleegd via http://www.vr-expert.nl/zakelijk/virtual-reality-voor-onderwijs-educatie/#info
Wired: Google is bringing its VR field trips to even more schools. (20 januari 2016). Geraadpleegd via http://www.wired.com/2016/01/google-brings-its-vr-field-trips-to-more-schools/

dinsdag 8 maart 2016

Een vijfjarige op Facebook: Da’s sCool!

Inleiding


Op 18 februari vond de Tech Startup Day in Brussel plaats, waar heel wat startups hun kennis rond business modellen kwamen delen.  Eén van de sprekers op dit event was Katja Schipperheijn, oprichter en CEO van de Antwerpse startup The Learnscape. Zij heeft een “sociaal leerplatform” ontwikkeld, sCool, voor kinderen tussen vijf en twaalf jaar waar ze op een veilige manier kunnen chatten en informatie delen met klasgenoten. De functionaliteiten zijn gelijkaardig aan deze van Facebook, alleen is sCool een gesloten omgeving waarin de kinderen ook school-gerelateerde informatie kunnen terugvinden.

Katja Schipperheijn was reeds actief in het uitbouwen van digitale leerplatformen voor volwassenen en startte met de ontwikkeling van sCool nadat haar dochters vroegen of ze een Facebook account mochten hebben. Als social media expert die in meerdere universiteiten lezingen geeft en de gevaren van sociale netwerken kent als geen ander, zag ze dit niet zitten. Haar dochters die klaagden dat ze er niet meer bij zouden horen in de klas en niet ‘cool’ genoeg meer zouden zijn, daagden haar uit om een betere versie van Facebook te maken, wat de aanleiding was voor het ontstaan van sCool. Momenteel zijn er al zeven Vlaamse scholen aan het werk met sCool en de verwachtingen zijn rooskleurig: tegen september zouden zo’n 50.000 leerlingen met sCool werken.

Samenvatting


Ook Knack spreekt over dit nieuwe leerplatform als “een educatief verantwoorde kinderversie van Facebook”. De website van sCool beschrijft het nieuwe online leerplatform als volgt:
“sCool leert kinderen in het basisonderwijs digitale sociale verantwoordelijkheid vanaf een jonge leeftijd, door een online omgeving te voorzien, exclusief voor kinderen, dat actief begrip, veiligheid en een cultuur zonder pesten bevordert.”

Het platform biedt de mogelijkheid om leerlingen te leren werken met een sociaal netwerk op een veilige manier en een gelijkaardige ervaring te laten hebben als hun oudere broer of zus die zo vaak over Facebook praat. Naast de klassieke chatfuncties en mogelijkheden tot het delen van informatie, wordt er ook aandacht besteed aan de digitale vaardigheden van deze nieuwe generatie: via concrete tips over hoe je je paswoord dient te kiezen, welke informatie je publiek beschikbaar mag maken en andere valkuilen die het internet met zich meebrengt, probeert sCool in te zetten op de mediawijsheid van deze leerlingen.

Daarnaast wordt dit platform ook gebruikt om de leerprocessen van de leerlingen te ondersteunen en wordt het beschouwd als een “integratieplatform”: de tools en applicaties die de school al gebruikt kunnen immers ondergebracht worden in dit platform (denk bijvoorbeeld aan de integratie van een leerlingvolgsysteem of Bingel waar Eva Lafosse in haar blog Na Bingel voor het lager, nu ook Diddit voor het secundair naar verwees). Ook kan een leerkracht dit platform gebruiken om nieuwe onderwijsvormen uit te testen: games en video’s kunnen gemakkelijk worden toegevoegd en ook samenwerkend leren wordt mogelijk via dit platform en de applicaties die erin ondergebracht kunnen worden.

Reflectie


Algemeen

Het sociaal leerplatform sCool past perfect binnen de visie van de overheid over mediawijsheid. Margot Sleebus besprak de beleidsnota Mediawijs al in haar blog en beschreef daar ook de missie van de overheid rond mediawijsheid:
“De missie van het mediawijsheidsbeleid is alle burgers vandaag en morgen in staat stellen om zich bewust, kritisch en actief te kunnen bewegen in een steeds meer gemediatiseerde samenleving. Dit moet de positie van burgers in de maatschappij versterken en/of bijdragen aan hun persoonlijk welbevinden.” (Vlaamse Overheid, 2012)

sCool kan een bijdrage leveren om deze missie in de praktijk vorm te geven. Ook de overheid zou een rol kunnen opnemen om het gebruik ervan te stimuleren via de financiering van dit project (momenteel is de kostprijs €1,75 per maand per kind), gezien zij “het faciliteren van initiatieven inzake mediawijsheid” als één van haar kerntaken beschouwt.

De doelgroep van dit leerplatform omvat een generatie leerlingen die in de literatuur beschreven wordt als “digitale bewoners”, waarmee verwezen wordt naar “een generatie jongeren die geboren is na de digitale revolutie en zich geen leven zou kunnen voorstellen zonder de aanwezigheid van e-technologieën.”  Deze generatie maakt dagelijks gebruik van online tools om aan anderen kenbaar te maken hoe ze zich voelen, wat ze doen en waar ze zijn. (Taccle, 2009)

Echter, een valkuil voor deze generatie zijn de gevaren die het internet en zeker ook sociale media met zich meebrengen. Een tienjarige securityspecialst, Reuben Paul, die werd uitgenodigd op de Security Analyst Summit van Kaspersky, toonde de gevaren van het internet voor kinderen tijdens zijn betoog en bracht zijn verhaal kracht bij door het publiek te tonen hoe hij een malwareinfectie gemakkelijk kon creëren. Dit jonge genie wordt regelmatig uitgenodigd om keynotes te geven aan bedrijven, waarin hij de gevaren van het internet aankaart.

Eliot Tybebo besprak in zijn blog Beschermen of weerbaar maken al de gevaren van het internet en de plicht die wij als leerkracht hebben om onze leerlingen hierover te informeren. Hij verwijst naar een aantal links die ouders van kinderen kunnen raadplegen om hun kroost te beschermen. sCool wil kinderen niet uitsluiten van het gebruik van sociale media, maar wil hen in een beschermde omgeving aanleren om op een bewuste manier om te gaan met deze nieuwe communicatievormen.

Colette Van Ooteghem verwees in haar blog naar een onderzoek over de impact van sociale media op het leerproces van jongeren. Hoewel dit onderzoek zich niet toespitste op de meest gekende sociale netwerken zoals Facebook, werd in dit onderzoek vastgesteld dat “indien een leerplatform aangevuld wordt met sociale media, dit zal leiden tot meer collaboratieve leerprocessen en een ondersteunend en bevorderlijk resultaat zal hebben voor het succesvol oplossen van problemen en het succesvol leren van vreemde talen. Of sCool  gelijkaardige positieve resultaten zal genereren, die door te trekken zijn naar andere domeinen dan talen zal de toekomst moeten uitwijzen. Een onderzoek naar de effecten ervan op leerlingen zou in elk geval interessante inzichten kunnen geven.


Voordelen


Door leerlingen al van jongs af aan in contact te brengen met sociale media en het internet en deze toegang op een veilige manier te faciliteren, kunnen ze onder begeleiding bewust leren omgaan met de informatie die ze op het internet delen en verspreiden.

- Dit sociaal leerplatform kan belangrijke informatie rond veiligheid op het internet bundelen en op een toegankelijke manier ter beschikking stellen van de leerlingen en hun ouders.

- Door in te zetten op projecten als “kind van de week”, waarbij telkens één leerling van de klas verantwoordelijk wordt gesteld om het online platform gedurende een week te monitoren en een blog te schrijven over de activiteiten van de afgelopen week, leren kinderen waakzaam zijn voor wat kan en wat niet kan op sociale media.

- Het is een gesloten omgeving, die gemonitord kan worden door de leerkracht, waardoor ook cyberpesten kan worden tegen gehouden. Bovendien blijft de data op het platform van de school.

- Dankzij dit platform hebben de leerlingen één locatie waar alle andere tools en applicaties aan gekoppeld zijn.

- Leerlingen hebben het gevoel dat ze mee zijn met de laatste trends.

Nadelen

Niet alle leerkrachten zijn vertrouwd met sociale media  en ook zij kennen niet altijd de gevaren van het internet. Een opleiding op maat dringt zich aan.

- Het platform is niet echt goedkoop. Een bijkomende kost van € 1,75 per maand per kind kan voor sommige gezinnen niet haalbaar zijn.


Besluit


Sociale media is alomtegenwoordig en ook steeds meer kinderen willen er gebruik van maken. Ik ben van mening dat kinderen in een bos horen te spelen in plaats van achter hun pc te gamen of chatten en vind het verschrikkelijk dat de huidige generaties meer ervaringen opdoen via hun smartphone dan te leven in het hier en nu. Het lijkt belangrijker om buitenstaanders op de hoogte te brengen van wat je doet met wie en wanneer dan er werkelijk van te genieten. Desondanks kan ik er niet onderuit dat dit de realiteit van vandaag is en dien ik als toekomstige leerkracht ook de gevaren van het gebruik van sociale media en het internet te erkennen.

In een wereld waar een kind er enkel bij kan horen door actief te zijn op sociale media, lijkt sCool mij een goede oplossing om de digitale uitdagingen van dit tijdperk aan te gaan. Financiering door de overheid of een gratis alternatief zouden echter de toegankelijkheid voor alle leerlingen moeten verzekeren. Een sociaal leerplatform waar niet alle leerlingen toegang toe hebben, lijkt me immers  al veel minder ‘sociaal’. De integratiemogelijkheden met andere tools en applicaties zijn een positieve meerwaarde voor de leerkracht en kunnen de leerprocessen bevorderen. Ik hoop echter kinderen van vijf tot twaalf jaar toch eerder te motiveren met een filmpje als Look up en hen aan te sporen op zoek te gaan naar eigen levenservaringen weg van hun computer- of smartphonescherm.

Bronnen


Artikel:


sCool is Vlaamse Facebook voor kinderen. (2015, 19 juni). Knack – datanews.  Geraadpleegd op 8 maart 2016 van http://datanews.knack.be/ict/scool-is-vlaamse-facebook-voor-kinderen/article-normal-580109.html

Website en demofilmpjes van sCool:


sCool. (2016). Geraadpleegd op 8 maart 2016 van https://scooledu.org/

sCool in de media:


Antwerpse ontwikkelt educatieve kinderversie van Facebook. (2015, 7 mei). Gazet van Antwerpen. Geraadpleegd op 8 maart 2016 van http://www.gva.be/cnt/dmf20150507_01668364/antwerpse-ontwikkelt-educatieve-kinderversie-van-facebook

sCool is 'veilige' Facebook. (2016, 2 maart). Het Laatste Nieuws. Geraadpleegd op 8 maart 2016 van http://www.hln.be/regio/nieuws-uit-berchem/scool-is-veilige-facebook-a2633429/

Reuben Paul, een genie wat cybersecurity betreft:


Fox7. 9 Year Old CEO warns of dangers of phone hacking, demonstrates how it’s done [Videobestand]. Geraadpleegd op 8 maart 2016 van https://www.youtube.com/watch?v=nyQyIEQzdOc

Lessen van een tienjarige securityspecialist: "Leer kinderen omgaan met online valstrikken". (2016, 11 februari). Knack – datanews.  Geraadpleegd op 8 maart 2016 van http://datanews.knack.be/ict/nieuws/lessen-van-een-tienjarige-securityspecialist-leer-kinderen-omgaan-met-online-valstrikken/article-normal-663613.html

Paul, R. (2014). Why kids can be really good hackers. Reuben Paul's Closing Keynote - HOU.SEC.CON 5.0 [Videobestand]. Geraadpleegd op 8 maart 2016 van https://www.youtube.com/watch?v=jtOlFbf6xQc

Overig:


Hughes, J. et al. (2009). Taccle. Teachers’ Aids on Creating Content for Learning Environments. Brussel.

Turk, G. (2014, 25 april). Look up [Videobestand]. Geraadleegd op 8 maart 2016 van https://www.youtube.com/watch?v=Z7dLU6fk9QY