woensdag 23 maart 2016

Jongeren moeten meer hun STEM ontwikkelen.

Samenvatting:

Onze samenleving knelt met meer dag dagelijkse problemen die onze toekomst kunnen bepalen  zoals vergrijzing, milieu, jeugdwerkeloosheid enzovoort.  De Vlaamse overheid neemt een nieuwe initiatief door het oprichten van de STEM-academie. Wat is dit juist?
STEM staat voor Science, Technology, Engineering en Maths. De overheid is ervan overtuigd dat deze 4 categorieën nog niet voldoende gestimuleerd worden bij jongeren in ons onderwijs. Nochtans zijn het heel belangrijke vakken die kunnen helpen bij het vinden van oplossingen voor onze huidige problemen en die van de toekomst. De STEM-academie is een site waar verschillende organisatoren kunnen samengebracht worden voor het organiseren van buitenschoolse STEM-activiteiten. Dit alles wordt gecoördineerd door de Technopolis in Mechelen. Iedereen kan zijn eigen STEM-activiteit organiseren en vermelden op de STEM-academie site. Zo kunnen nog meer kinderen bereikt worden en kan er onderlinge hulp aangeboden worden tussen verschillende organisatoren. Elke STEM-activiteit wordt onderverdeeld in zijn eigen categorie. Kinderen kunnen via de site opzoeken wat voor STEM-activiteiten er georganiseerd worden in hun buurt. Door kinderen te stimuleren en te doen deelnemen aan deze activiteiten hoopt de overheid meer technologische en exact wetenschappelijke profielen te creëren voor op de arbeidsmarkt.

Dit actieplan is opgestart in 2012 en wilt zijn doelen bereiken tegen 2020. Nu begin dit jaar 2016 hebben de Vlaamse minister van Onderwijs Hilde Crevits en de Vlaamse minister van Werk en Innovatie Phillipe Muyters besloten om 160.000 euro te investeren in de STEM-academie. Door deze subsidie zal de academie 31.000 kinderen kunnen bereiken en in meer als de helft van de gemeente STEM-activiteiten kunnen organiseren.

Kritische visie:

Nu er nieuwe problemen zijn zoals het milieu is er ook nood aan gespecialiseerde profielen die deze problemen kunnen aanpakken met de juiste opleiding. Het is zo dat de knelpunten op onze arbeidsmarkt liggen bij de beroepen waar een specifieke opleiding voor nodig is binnen het STEM domein. Vele jongeren vallen inderdaad uit deze specifieke opleidingen bij het overstappen naar hoger onderwijs. Ik denk dat het stimuleren van STEM-activiteiten een goed initiatief kan zijn. We moeten nu omgaan met problemen die nieuwe zijn voor onze samenleving. Daarom moet de samenleving ook reageren met nieuwe en aangepaste opleidingen. Deze STEM-academie kan ervoor zorgen dat kinderen gestimuleerd worden om deze aangepaste opleidingen te volgend die noodzakelijk kunnen zijn voor onze samenleving. De bakker op de hoek van de straat zal er altijd wel zijn of de garagist die uw auto controleert elk jaar, maar een beroep zoals klimaat-controleur daar moet geïnvesteerd worden.

Technologie is één van de domeinen dat het STEM-actieplan wilt aanpakken. Zo organiseren verschillende mensen ook programmeerclubs. Het ontwikkelen van meer en efficiëntere technologie kan de samenleving helpen.  Technologie is al overal aanwezig binnen een persoon zijn leven. Maar het gebruik van technologie in functie van de samenleving of de wereld kan nog veel verbeteren. Ik vind het een goed initiatief dat het onderwijs zich hier meer gaat op richten. Door de buitenschoolse activiteiten kan het onderwijs zich nog meer bezig houden met de groei van de kinderen.
Door de grote steun van verschillende betrokken organisaties zie ik dit initiatief een goede invloed hebben op ons onderwijs. Digital Wolves is een non-profit organisatie dat workshops organiseert met betrekking tot de digitale wereld op of buiten school. Of CodeFever die kinderen op een leuke manier leert programmeren.

Het feit dat heel veel universiteiten zoals onze eigen VUB betrokken zijn, laat zien dat ook op Hoger Onderwijs er meer aandacht wordt besteed aan Technologie in het onderwijs.

Een eventueel probleem is dat deze activiteiten allemaal vrijblijvend zijn en kinderen eerst gecontacteerd moeten worden. Niet genoeg kinderen zijn op de hoogte van dit STEM-actieplan of de STEM-academie. Via de subsidies zullen nu meer kinderen in contact kunnen gebracht worden met de academie. Het zijn allemaal buitenschoolse activiteiten. Zijn kinderen dan niet bezig met andere zaken dan nog een keer onderwijs waar ze al heel de dag mee bezig zijn. 
Misschien moet dit STEM-actieplan ook meer aangepakt worden binnen het traditioneel onderwijs pakket. Zo zullen alle kinderen gestimuleerd worden. Alleen is hier misschien geen tijd meer voor binnen de normale schooluren. 

Aan het einde van 2020 zouden we een hogere tewerkstelling moeten zien binnen de knelpunten die er nu zijn op de arbeidsmarkt. 

Besluit: 
Dit STEM-actieplan kan zorgen voor betere aanvulling van deze specifieke opleidingen. Waarbij technologie nog sterker aanwezig zal zijn binnen het onderwijs. Aanpassingen zullen er zeker moeten komen, maar alleen moet men wel kritisch kijken naar de verdeling hiervan. Al deze domeinen van STEM kunnen niet aangepakt worden. Kinderen zullen moeten begeleidt worden in de juiste richting die zij uit willen. Technologie wordt al veel gestimuleerd en ook op hoge school waar we een stijging zien van studenten binnen de ICT. Maar stimulering op lager niveau bij kinderen mag nog toenemen. 




Geraadpleegd op 23 maart 2016:

Artikel:

Andere bronnen:


http://www.digitalewolven.weebly.com/wat.html

http://www.codefever.be/aanpak


Ik ben jong en ik weet wat...


… over het gebruik van mijn foto op het internet.  

Samenvatting

Mondige jongeren, we kunnen het alleen maar toejuichen! In het jongerenparlement 2016 werd er gedebatteerd rond de bescherming van privacy van jongeren op het internet. De debatten resulteerden in een aantal aanbevelingen waaronder het feit dat jongeren aangeven meer geïnformeerd te willen zijn over het recht op afbeelding.

Reflectie

Op 29 januari 2016 kwam het federaal jongerenparlement bijeen. Het federaal jongerenparlement komt jaarlijks bijeen waarbij verschillende onderwerpen of “wetsontwerpen” worden behandeld. Eén van de wetsontwerpen dit jaar was “Privacybescherming op het internet en het gebruik van Open Data”. Dit debat tussen een 120-tal Franstalige en Nederlandstalige jongeren werd georganiseerd in samenwerking met de Privacycommissie.

60% van de jongeren die deelnamen aan het jongerenparlement gaf aan ooit al eens een foto van zichzelf online te zien verschijnen waarvoor geen toestemming was gegeven voor verspreiding. Het resultaat van de debatten van die dag zijn terug te vinden in een aantal aanbevelingen gericht aan Dhr. Bart Tommelein, Staatsecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee. Vooreerst zijn er een aantal algemene aanbevelingen. De jongeren bevelen met 95% van de aanwezigen sterk aan dat het toestemmingsprincipe moet behouden blijven voor het maken, gebruiken en verspreiden van beeldmateriaal van personen. Verder geven 86% van de jongeren aan dat er meer aandacht moet gaan naar de begeleiding en zorg van jongeren die problemen hebben doordat beeldmateriaal van hen werd verspreid. Een laatste algemene aanbeveling is meer preventief gericht nl. 86% geeft aan dat er meer sensibiliseringscampagnes nodig zijn rond het recht op afbeelding. Die dag werden er ook een aantal subcommissies ingericht die specifiek rond 1 welbepaald thema debatteerden. De subcommissies waren volgende: sharenting, recht op afbeelding in het kader van tv-programma’s en e-reputation, filmen van de les en beeldmateriaal op sociale media.  

De jongeren geven aan meer preventief op de hoogte te willen zijn van hun rechten bij het gebruik en verspreiden door anderen van afbeeldingen van hen op het internet. Daar moeten wij als toekomstige leerkrachten een antwoord op bieden!

In de sessie over auteursrechten in de vakmodule onderwijstechnologie aan de VUB kwam het portretrecht even ter sprake waarbij aangegeven werd dat foto’s van kinderen enkel publiek mogen getoond worden mits toestemming van de ouders. Maar wat met de toestemming van de jongere zelf? In de blog “Beschermen of weerbaar maken” van Eliot Tybebo van 5 april 2015 geeft hij aan dat “het onze job als leerkracht is om leerlingen te leren omgaan met allerhande programma’s, toepassingen, functies, … op de computer”.   

Het principe van het recht op afbeelding luidt als volgt: “aan iedere persoon werd het recht op afbeelding toegekend en daarom komt het enkel aan de betrokken persoon toe te beslissen of van hem een afbeelding mag worden genomen en gebruikt.” (Privacycommissie)

Een aantal organisaties biedt een lessenpakket aan rond het creëren van bewustwording omtrent de risico’s bij het gebruik van foto’s van zichzelf op het internet. Ik beslis, een specifiek team binnen de Privacycommissie, biedt een lespakket aan voor 2de en 3de graad secundair onderwijs. Aangezien dit een breed leerlingpubliek is, kan de standaardles op maat gemaakt worden van de klas via de alternatieve lesopties. Childfocus, de stichting voor vermiste en seksueel uitgebuite kinderen, biedt eveneens een aantal tools aan om jongeren bewust te laten worden van hun online privacy. Mediawijs.be, het kenniscentrum mediawijsheid heeft ook een aantal uitgewerkte technieken die het mogelijk maken bewustwording te creëren bij de jongeren. Ook de bewustwording van leerkrachten bij het gebruik van video’s, foto’s, … komt aan bod.  

Een studie uitgevoerd in 2013 (Baelden, D. 2013) aangaande de nodige sensibiliseringsacties rond het verhogen van privacy geletterdheid bij jongeren toonde aan dat “preventiecampagnes gericht moeten zijn op het ontwikkelen van meer geavanceerde digitale vaardigheden bij jongeren”. De sensibiliseringsacties naar leerkrachten toe moeten gericht zijn op “het ontwikkelen van betere digitale geletterdheid van leerkrachten, bijvoorbeeld door het voorzien van opleidingen…” en “het bundelen van relevante lespakketten, zodat leerkrachten toegang hebben tot adequaat lesmateriaal”.  

Gebaseerd op voorgaande uiteenzetting en als beginnende leerkracht ben ik van mening dat het posten van een foto van zichzelf in het kader van een schoolse activiteit waarvan de output publiek gemaakt wordt, steeds een vrije keuze moet blijven en niet mag gelinkt worden aan een beloning zoals bv. een puntensysteem.  

Besluit

Jongeren geven uiting aan hun bezorgdheid dat ze niet voldoende op de hoogte zijn van hun rechten rond het gebruik van hun afbeelding. Als toekomstige leerkrachten moeten we deze bezorgdheid oppikken en er de nodige acties aan breien. Bewustwording kan op verschillende manieren aangepakt worden waarbij de diverse tools die online reeds worden aangeboden, als ondersteuning kunnen dienen. Het komt erop aan de jongeren bewust te maken van hun rechten op het internet.

Bronnen

Geraadpleegd op 22/03/2016:






Baelden, D. (2013). Jongeren en sociale media: input voor sensibiliseringsactie rond privacy geletterdheid. iMinds-SMIT, Vrije Universiteit Brussel

dinsdag 22 maart 2016

Technologie gebruiken om leerlingen te laten bewegen

Op de website van ‘The Guardian’ is het volgende artikel te lezen van Martin Williams: ‘Computergames vs PE: teachers use tech to get students moving’. Daarin vermeldt hij dat Dylan Blain van de Universiteit van Wales denkt dat technologie tijdens de les Lichamelijke Opvoeding een rol kan spelen in het zorgen voor meer beweging buiten de schooluren. Technologische ontwikkelingen hoeven dus niet altijd negatief gezien te worden voor de gezondheid aangezien technologie volgens onderzoek ook gelinkt wordt aan het steeds zwakker worden en minder gespierd zijn van kinderen. Het artikel probeert de voordelen van technologie te bewijzen aan de hand van drie thema’s: technologie op het sportterrein, gamification en het creatief geven van een les LO. 

Monitoring en het op die manier verkrijgen van feedback is volgens Sandercock (directeur ‘Center for Sports and Exercise Science’) een goede methode om meer fysiek actief te worden. Leerlingen worden zich op deze manier bewust van hun actuele levensstijl die ze bepalen aan de hand van een accelerometer of app. Onderzoekers zagen hierbij dat de tijd waarin leerlingen fysiek actief zijn, toeneemt wanneer ze aan zelf-monitoring doen. Dit klinkt natuurlijk allemaal zeer positief maar veel belangrijker is natuurlijk of dit effect ook te zien is op lange termijn? Verder onderzoek zal dit moeten uitwijzen. 

Het betrekken van videospelletjes tijdens de les LO is volgens het artikel een tweede techniek om de betrokkenheid van leerlingen te verhogen. Dit niet alleen door computer- en videospelletjes werkelijk te spelen tijdens de les (exergaming) maar de principes van videospelletjes (zoals het kunnen stijgen naar een volgend niveau via een puntensysteem) te integreren in de lessen (gamification). Iedereen werkt daarbij op zijn eigen niveau (differentiatie) wat ook nog eens voor meer motivatie zal zorgen. ‘Gamification’ is dus op zich niets technologisch maar kan mits creatieve invulling van de leerkracht zelf worden ingevuld met behulp van technologie. 

Dit brengt ons dan tot het laatste thema ‘creatief omgaan met het geven van een les LO’. Veel kinderen houden niet van traditionele sportactiviteiten. Daarom is het dus belangrijk om als leerkracht telkens op een originele manier een les LO in te vullen en mee te gaan met de nieuwe trends. Een leerkracht LO mag zich dus niet te hard vastklampen aan het geven van een les LO zoals dit vroeger de gewoonte was.

Om nog eventjes dieper in te gaan op de term ‘exergaming’, schrijft het artikel dat exergaming het beoefenen van een echte sportactiviteit niet kan vervangen aangezien het energieverbruik hierbij lager ligt. Toch is er bewijs dat er aan ‘exergaming’ tijdens de lessen LO ook mogelijke voordelen verbonden zijn. Voor meer informatie over deze mogelijke voordelen verwijs ik de lezer naar een review van Papastergiou dat gepubliceerd is door het tijdschrift ‘Journal of Computers & Education’. Naar deze fysieke, sociale en cognitieve voordelen wordt er de laatste jaren nog steeds verder onderzoek verricht.  

Indien technologie op een juiste manier binnen het onderwijs en zeker ook binnen de lessen ‘Lichamelijke Opvoeding’ gebruikt wordt, geloof ik wel in de voordelen die eraan verbonden zijn. Van een leerkracht LO wordt er natuurlijk verwacht dat ze de leerlingen doen bewegen tijdens de les maar nog veel belangrijker vind ik dat ze de leerlingen bewust maken van de gevolgen van een ongezonde levensstijl en ze de leerlingen plezier leren beleven aan sport en beweging. Het doel van een leerkracht LO is dan ook helemaal bereikt als leerlingen interesse krijgen in een gezonde en actieve levensstijl en hierdoor worden geprikkeld om dit ook effectief bij zichzelf levenslang te gaan toepassen. Via technologie is er de mogelijkheid om leerlingen hiervoor extra te motiveren en interesse in te doen krijgen.

Hieruit kan er dus besloten worden dat technologie in de les LO zowel voor- als nadelen heeft. Afhankelijk vanuit welk perspectief het wordt bekeken en op welke manier technologie wordt gebruikt, zal dit zorgen voor meer beweging bij de leerlingen.


BRONNEN

ARTIKEL:
Williams, M., 2015. Computer games vs PE: teachers use tech to get students moving. The Guardian. Available at: http://www.theguardian.com/teacher-network/2015/may/06/technology-arch-enemy-physical-activity [Accessed March 22, 2016].


WETENSCHAPPELIJK ARTIKEL:
Papastergiou, M., 2009. Exploring the potential of computer and video games for health and physical education: A literature review. Computers & Education, 53(3), pp.603–622. Available at: http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0360131509000840 [Accessed February 22, 2016].


EXTRA ONDERZOEKEN OVER DE FYSIEKE, SOCIALE EN COGNITIEVE VOORDELEN VAN EXERGAMING:
Fogel, V.A. et al., 2010. The effects of exergaming on physical activity among inactive children in a physical education classroom. Journal of applied behavior analysis, 43(4), pp.591–600. Available at: http://www.pubmedcentral.nih.gov/articlerender.fcgi?artid=2998252&tool=pmcentrez&rendertype=abstract [Accessed February 22, 2016].
Shayne, R.K. et al., 2012. The effects of exergaming on physical activity in a third-grade physical education class. Journal of applied behavior analysis, 45(1), pp.211–5. Available at: http://www.pubmedcentral.nih.gov/articlerender.fcgi?artid=3297345&tool=pmcentrez&rendertype=abstract [Accessed March 22, 2016].
Staiano, A.E. & Calvert, S.L., 2011. Exergames for Physical Education Courses: Physical, Social, and Cognitive Benefits. Child development perspectives, 5(2), pp.93–98. Available at: http://www.pubmedcentral.nih.gov/articlerender.fcgi?artid=3339488&tool=pmcentrez&rendertype=abstract [Accessed December 5, 2014].


LINK NAAR VIDEO’S DIE TE VINDEN ZIJN OP YOUTUBE OVER ‘TECHNOLOGY IN PHYSICAL EDUCATION’:
Technology in physical education - YouTube. Available at: https://www.youtube.com/results?search_query=technology+in+physical+education+ [Accessed March 22, 2016].


Leerlingen leren beter door 'slimme tablets'


Uit onderzoeken blijkt leerlingen meer en sneller leren aan de hand van tablets i.t.t. onderwijs te volgen met werkboeken. In het onderwijs wordt er in vergelijking met vroeger meer gebruik gemakt van digitale middelen. Kinderen leven met hun tijd en kunnen er vaak beter mee werken dan oudere mensen. Er zijn nog weinig scholen die volledig lesgeven met digitale middelen, momenteel zit er nog een verhouding van beide leermateriaal. Er wordt onderzocht welke digitale middelen en frequentie het meeste prestatie bevorderend zijn voor de leerlingen.

Tablets kunnen misschien iets aanbrengen binnen bepaalde lessen, maar ze zouden zeker en vast werkboeken niet mogen vervangen. Zoals aangehaald in het artikel kunnen tablets een meerwaarde aanbrengen bij het evalueren van de kinderen in het begin van het schooljaar, zodat de leerkracht een preciezer overzicht heeft van het niveau van zijn groep. Leerlingen zouden met een tablet een test afleggen, bij het juist antwoorden van een bepaalde vraag krijgt de leerling een moeilijker vraag. Als de leerling een fout antwoord geeft, wordt er een iets gemakkelijker vraag gesteld. Zo krijgt de leerkracht op een korte tijd een groot overzicht over alle resultaten van zijn klas. Hiermee kan de leerkracht bijvoorbeeld zijn leerlingen één lesuur per week in groepen indelen waar de kinderen van hetzelfde niveau samen oefeningen kunnen oplossen, hiermee kan de leerkracht gemakkelijk de leerlingen per groep bijsturen. Je moet de leerlingen hierdoor ook niet te veel in categorieën plaatsen omdat leerlingen ook van elkaar kunnen bijleren. Het onderzoek dat binnen dit artikel besproken wordt werd afgelegd binnen basisscholen. In een ander artikel heb ik ooit gelezen dat leerlingen op tablets leerden schrijven, ze gebruiken dus de tablets al bij kleuters. Kinderen zouden voor het gebruik van tablets toch nog met pen en papier leren schrijven.

Of men een tablet binnen de lessen LO zou gebruiken, moet ook afhangen van de leeftijd van de leerlingen. Bij het kleuteronderwijs en de basisscholen zouden de tablets niet al te veel aan bod moeten komen, leerlingen moeten zoveel mogelijk actief zijn gedurende hun dag. In het middelbaar kunnen de meeste leerlingen er al mee werken waardoor ze minder tijd zullen verliezen bij het gebruiken van deze toestellen.

Persoonlijk vind ik dat ik als toekomstige LO-leerkracht niet snel zal gebruik maken van technologie binnen mijn lessen. De sportlessen zijn de enigste praktijklessen waar de leerlingen niet stil achter een bank of nog minder achter een computer moeten blijven zitten. Video -analyses gebruiken om een bepaalde techniek te tonen binnen een sportclub als trainer kan wel helpen en prestaties verbeteren.
Een les op school duurt 50 minuten, de tijd dat de leerlingen naar een ander klaslokaal gaan of tot de turnzaal wandelen zijn ze al 5 minuten kwijt. Na het omkleden en het effectief starten van jouw les blijft er nog maar 30min waar de leerlingen actief kunnen zijn. De leerlingen zou je dan liefst onmiddellijk in beweging zetten. Als ze hierna nog tijd moeten doorbrengen om met die tablets te leren werken zullen ze heel weinig actief zijn gedurende de LO les.





Kemps, J. (2015) De inzet van iPads in het basisonderwijs : een onderzoek naar de verwachtingen van basisschoolleerkrachten bij de inzet van iPads in de lespraktijk.

ARCC. (2013). Does educational technology improve student learning outcomes.



maandag 21 maart 2016

‘Educatieve technologie als speerpunt voor het onderwijs van morgen’ 


Samenvatting: 

Minister van onderwijs Hilde Crevits is een bezoek komen brengen aan de iMinds-onderzoeksploeg ITEC (Interactive Technologies) van de KUL in Leuven. Ze hecht veel belang aan de educatieve technologie en ook aan de interactie hierin met de Vlaamse onderwijsveld en ons bedrijfsleven. Er werden meerdere projecten voorgesteld waaronder Franel en Nedbox waarin het « op maat » digitaal leren centraal staat. De interactie met het Vlaamse bedrijfsleven wordt hier ook in vermeldt en we kunnen lezen dat de Vlaamse overheid interesse toont in digitale innovatie om de technologie in het onderwijs te bevorderen. 

ITEC?

ITEC is een iMinds- onderzoeksploeg actief op de KULeuven met veel kennis voor educatieve technologie. Ze streven ernaar om te ontwerpen, te ontwikkelen en om ‘op maat’ gemaakt digitale oplossingen te evalueren. Ze focussen zich vooral op het leren en op de media (Interactive technologies). 

Reflectie:

Kinderen, maar ook volwassenen gebruiken meer en meer technologie. Dat is een feit! En mensen zeggen ook dat we steeds meer en meer met de technologie moeten leven, en dit begint dus ook op school. We mogen aan elke student op de VUB vragen of ze ofwel een smartphone of een laptop hebben, ze gaan 99,99% antwoorden dat ze ofwel het ene of het andere hebben. Dus technologie hebben we nodig in ons dagelijks leven. Minister Crevits vind het dus belangrijk om ook het ‘educatief’ aspect in het onderwijs te ‘technologiseren’. Twee projecten kwamen voor in het artikel en gingen allebei over het feit dat kinderen, en zelfs volwassenen, op maat hun taalvaardigheid kunnen testen en vooral verbeteren! Dit systeem is heel positief omdat het op maat wordt uitgevoerd. Iedereen, jong of oud, kan dit gebruiken om uzelf te testen en te verbeteren. Het gebruik van technologie gaat nog meer vooruitgaan en dus is het een goed idee om de kinderen al van in het begin te leren werken met de technologie (bv iPads, laptops, enzovoort). 

Maar om dit mogelijk te maken hebben we hulp nodig van de Vlaamse overheid. En dit krijgen we ook want ze tonen interesse in het ontwikkelen van digitale innovaties zoals de projecten Franel en Nedbox! De educatieve technologie is niet enkel in België zeer belangrijk, maar begint ook internationaal te doorbreken!

Waarom is dit positief? Ten eerste heeft bijna alles in ons dagelijks leven te maken met technologie (gsm, Iwatch, tv, laptop, en nog veel meer). En volgens een onderzoek zegt men dat door technologie te gebruiken in het onderwijs we meer kunnen leren! Ook worden meer en meer sectors en industrieën geïnteresseerd in educatieve technologie zoals de mediasector, of ook nog de raming industrie! We gaan binnenkort kinderen kunnen laten gamen en leren tegelijkertijd!

Waarom negatief? We weten allemaal wat eventuele contra’s zijn van technologie: het niet meer ‘echt’ communiceren met elkaar (enkel via sociale media en dergelijke), een hele dag achter een laptop zitten is ook niet ideaal, meer sedentair gedrag, …

Besluit:

We zien dat er meer en meer wordt gedaan om technologie in het onderwijs te implementeren. Wat zowel positieve als negatieve gevolgen kan hebben. Maar wat nu als we beter kunnen leren door technologie, maar we worden daarvan meer sedentair? Er is nog een soort van paradox tussen de twee dat we nog veel gaan horen in de volgende jaren…

Bronnen:

Artikel: 

(2016).Educatieve technologie als speerpunt voor het onderwijs van morgen. Geraadpleegd op 20 maart 2016 via http://www.kuleuven-kulak.be/nl/nieuws/educatieve-technologie-als-speerpunt-voor-het-onderwijs-van-morgen

Overige:

KU Leuven. (2016). Geraadpleegd op 20 maart 2016 via https://www.kuleuven.be/samenwerking/iminds/itec

KVDP. (2013). Gamesleren kinderenbeter en sneller rekenen. De Morgen, pp 2

Website Franel:

Franel. (2016). Geraadpleegd op 20 maart 2016 via http://www.franel.eu/

Website Nedbox:

Nedbox. (2015). Geraadpleegd op 20 maart 2016 via https://www.nedbox.be/


zondag 20 maart 2016

Zweten met ICT

Samenvatting:

Professor Jozef Colpaert (UA) schrijft in een artikel over de zin en onzin van technologie in de klas. Het artikel is ontstaan als een reactie op de resultaten van het Oeso-rapport over het leereffect van ICT.  Daaruit blijkt dat technologie in de klas geen rechtsreeks effect heeft op leren. Het is immers nog nooit aangetoond dat technologie een direct, meetbaar en veralgemeenbaar effect heeft.


Hij vindt het dan ook zinloos om leerkrachten te verplichten bepaalde ICT te gebruiken. Er wordt in het huidige leerklimaat ook  steeds vaker verwacht dat ICT in lessen geïntrigeerd worden. Ook wanneer de leerkracht in kwestie hier zelf liever niet voor opteert, of niet capabel is om hier goed gebruik van te maken.

Volgens Professor Colpaert kan ICT wel degelijk een belangrijke rol spelen in de schoolomgeving. Hij stelt dat de leeromgeving wordt gecreëerd om de best mogelijke resultaten te bereiken.
Deze leeromgeving  steunt op de (verschillende) leerinhouden, de infrastructuur van de school en de technologie. 

Hoe groot het leereffect van deze leeromgeving is,  hangt af van de mate waarin deze is ontworpen op een methodologisch verantwoorde manier.
De technologie in onderwijs oefent dus geen rechtsreeks effect uit op de hersenen, maar technologie kan ons helpen om de leeromgeving versterken.


Technologie in de klas ?
Technologie: de wereld evolueert en zodoende ook de technologie. Ikzelf ben opgegroeid met concepten zoals het internet (world wide web), een gsm of smartphone. Vele leerkrachten die nu in het onderwijs staan zijn dit echter niet.

In de blog: "Is smartschool wel zo smart?" van Cosey Claes , staat er te lezen dat 9 op de 10 scholen smartschool gebruiken. Ook interactieve borden hebben hun intrede in het Vlaamse Onderwijs niet gemist.  Het mag dus duidelijk zijn dat vele scholen gebruik maken van ICT in hun leeromgeving.
De vraag die zich dan automatisch stelt: levert dit ook resultaten op?

" Als elke leerling een basisniveau in begrijpend lezen en wiskunde bereikt, zal dat in onze digitale wereld meer bijdragen tot gelijke kansen dan simpelweg de toegang tot hoogtechnologische apparaten en diensten te vergroten of te subsidiëren", zegt de studie. (Knack : OESO: 'Leerlingen die meest met computer werken, hebben slechtste resultaten, 15/09/2015')


In het artikel gepubliceerd in KNACK, dat de studie van de OESO bespreekt, ziet men dat het toegang hebben tot technologische apparaten, niet per se leidt tot een beter onderwijs. Men moet dus zeer goed afwegen of de ICT een positieve bijdrage levert ja dan nee.

De titel van het artikel is zeer negatief, daarom ben ik verder gaan zoeken naar het OESO rapport zelf.
Wanneer men het betreffende rapport bekijkt, krijgt men een meer genuanceerd beeld te zien. Men is dus gaan kijken naar het effect van technologie op de onderwijskwaliteit. Dit deed men door na te gaan welke technologie voorhanden is, en hoe goed ze scoren op de PISA testen. 

In een slideshow op de website van OESO verduidelijken ze zeer mooi de bevindingen van deze studie. Daar besluiten ze dat studenten eerst moeten worden uitgerust met de basis taal- en rekenvaardigheden. Waarna ze volledig kunnen participeren in de gedigitaliseerde samenleving van de 21ste eeuw.



Conclusie:
Technologie heeft zijn plaats in het onderwijs, toch is het zeker niet zaligmakend. Men moet er volgens mij over waken dat deze technologie aanzien wordt als ondersteuning van de leeromgeving. Wanneer technologie gebruikt wordt in lessen, enkel met het doel om technologie te gebruiken, is men verkeerd bezig.

Of technologie bijdraagt aan de leeromgeving of niet, hangt dan ook sterk af van hoe de desbetreffende leerkracht deze technologie implementeert in zijn lessen. 

Leerkrachten die niet mee zijn in het technologieverhaal, verplichten om (bepaalde) technologie te gebruiken in hun lessen zorgt naar mijn mening alleen maar voor frustraties. Zo bijvoorbeeld de leerkracht die er zeer veel tijd in steekt om er iets leuks van te maken, en dan de technologisch begaafdere jongere die bij zichzelf eigen denkt: Ik kan dit beter!  
Technologie ?  JA, maar enkel in de juiste context!





Bronnen:

Artikels:
De standaard: Laat leraars zelf hun ICT kiezen. (18/9/2015, p 37)
Geraadpleegd via: http://academic.gopress.be/Public/index.php?page=archive-article&issueDate=2015-09-18&articleOriginalId=destandaardvumd3189cca-5d36-11e5-a78d-5d31faf3b08f18092015-00000&q=onderwijstechnologie&pageNr=37

De knack: Oeso: 'leerlingen die het meest met computer werken hebben slechtste resultaten. (15/09/2015)  
Geraadpleegd via :http://www.knack.be/nieuws/wereld/oeso-leerlingen-die-meest-met-computer-werken-hebben-slechtste-resultaten/article-normal-605283.html




Andere bronnen:
website OECD: http://www.oecd.org/education/school/Students-Computers-Learning-Making-the-Connection-Infographic%20.pdf  (geraadpleegd op 20/03/2016)


Slideshow OECD: http://www.slideshare.net/OECDEDU/students-computersand-learningmaking-the-connection-andreas-schleicher-director-oecd-directorate-for-education-and-skills?ref=http://www.oecd.org/publications/students-computers-and-learning-9789264239555-en.htm (geraadpleegd op 20/03/2016)

Gebruik van een digitaal schoolbord in de les?!

In een recent verschenen artikel uit Het Nieuwsblad, namelijk ‘Kinderen ervaren oogproblemen door digitaal schoolbord’, wordt het probleem van vermoeide, tranende ogen en hoofdpijn aangekaart bij schoolkinderen door het gebruik van digitale schoolborden in de klassen. Volgens opticiens moeten kinderogen vandaag de dag in onze digitale maatschappij veel harder werken dan vroeger, waardoor er problemen ontstaan. De ogen van de kinderen raken veel sneller vermoeid door naar een lichte achtergrond te kijken. Dit kan hoofdpijn veroorzaken, maar ook bijziendheid of scherpstellingklachten, aldus Guy Naegels, docent optometrie aan de Odisee Hogeschool Brussel. Deze problemen zijn mogelijk toe te wijzen aan het digitaal schoolbord. Dit fenomeen ziet men ook al voorkomen bij lagerschoolkinderen. Op een blad of schoolbord kan men het oog meteen scherpstellen, terwijl er bij het kijken naar een digitaal scherm vertraging kan ontstaan. Verder stelt hij dat onze ogen eigenlijk gemaakt zijn om ver te kijken, aangezien onze ooglenzen dan ontspannen zijn. Indien je te lang dichtbij kijkt, kan het systeem verkrapt raken. Daarom acht hij het belangrijk dat de kinderen voldoende buiten spelen.
Een digitaal schoolbord wordt steeds vaker gebruikt in het onderwijs (Aytaç, 2013). Volgens Kennewell (2006) is een digitaal schoolbord een goed hulpmiddel om gemeenschappelijk te leren, terwijl bv. tablets, laptops,… meer geschikt zijn voor kleinere groepen. Uit een studie van Aytaç (2013) blijkt dat studenten zich wel degelijk zorgen maken over de mogelijke negatieve effecten van digitale schoolborden, bv. straling, vingerirritatie, oogproblemen, warmte van het bord,… Ook leiden afstellingproblemen tot concentratie- en tijdsverlies bij de studenten. Tevens gaven de studenten aan dat hoe vaker het digitaal schoolbord gebruikt werd in de les, hoe passiever ze werden. In tegenstelling tot hoe de leerlingen het hebben ervaren, steeg hun engagement, motivatie en enthousiasme om te leren en deden ze dit op een actievere manier (Aytac, 2013). Ook Mecheling et al. (2007) merkt op dat studenten een toenemende aandacht vertonen, aangezien alles veel beter gevisualiseerd wordt. De leraar heeft de verantwoordelijkheid om op een goede en efficiënte manier gebruik te maken van het digitaal schoolbord, m.a.w. om de juiste lesgeefmethode te hanteren (Aytac, 2013). Het digibord zelf zorgt immers niet voor de verrijking, maar wel de leerkracht (Digiborden in het onderwijs, 2016). Volgens Kennewell (2006) hebben niet alle leerkrachten de juiste expertise om correct om te gaan met deze schoolborden. Uiteraard zijn er nog meerdere voordelen, zoals bv. het ICT-gebruik van leerlingen kan evolueren, de les kan heel gemakkelijk interactief worden, je kan de bordlessen delen met andere leerkrachten en studenten,… Toch moet er ook rekening worden gehouden met nog enkele andere nadelen, zoals bv. het kostenplaatje, de voorbereiding die veel tijd vergt van de leerkrachten, de beperkingen van elektronica,… (Digiborden in het onderwijs, 2016).
Naar mijn mening moet er een beter evenwicht komen in het gebruik van het digitaal schoolbord. Leerkrachten moeten zich bewust worden van de mogelijke nadelen op de gezondheid van de leerlingen, ook al is dit nog niet wetenschappelijk bewezen. Het feit dat leerlingen problemen aangeven en deze zouden gekoppeld kunnen worden aan het digitaal schoolbord, is al voldoende. Leerkrachten dienen dan ook de tijd dat ze met het schoolbord werken per les in te perken tot bv. maximaal 20-30 minuten. De rest van de tijd kan creatief op een andere manier, met andere werkvormen worden ingevuld. Op deze manier krijgen bv. de ogen van de leerlingen even rust. Aangezien we in een digitaal tijdperk leven, stopt het gebruik van elektronica niet na de les. Ook thuis kijken kinderen tv, spelen ze op tablets, computer,… Daarom is dit evenwicht cruciaal. Verder vind ik het gebruik van een digitaal schoolbord heel positief. Zoals uit onderzoek is gebleken en eerder vermeld zijn er ook heel wat voordelen. Zo zal het bv. de leerlingen motiveren op een actieve manier en zal hun aandacht toenemen. Alvorens leerkrachten moeten werken in de les met een digitaal schoolbord, zou het best zijn dat ze allen een goede opleiding krijgen over het gebruik ervan. Op deze manier wordt er geen tijd verspilt tijdens de lessen en groeien hun mogelijkheden.
Bronnen:
Aytaç, T. (2013). Students’ viewpoints and facing problems towards the use of interactive whiteboards. International Conference on Information Technology.
Digiborden in het onderwijs. Online beschikbaar via: https://sites.google.com/site/digibordeninhetonderwijs/home/didactisch/voor--en-nadelen-van-digitale-schoolborden. [Bekeken op 20/03/2016].
Het Nieuwsblad (oorspronkelijke bron: Het Laatste Nieuws), 14/10/2015. Kinderen ervaren oogproblemen door digitaal schoolbord. Online beschikbaar via: http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20151014_01918485. [Bekeken op 04/03/2016].
Kennewell, S. (2006). Reflections on the interactive whiteboard phenomenon: a synthesis of research from the UK. Australian Association for Research in Education.
Mechling, L.C., Gast, D.L., Krupa, K. (2007). Impact of SMART Board Technology: An investigation of sight word reading and observational learning. Journal of Autism and Developmental Disorders, 37, 1869-1882.
 

“Een 3D Printer design specialist, een drone dispatcher of een neuro-implant technician?”

Samenvatting

CodeFever is een vzw die leerlingen in de lagere school basisvaardigheden wil aanleren om te kunnen programmeren. Ze willen de kinderen buitenschoolse lessen aanbieden rond technologie, techniek, wetenschap en wiskunde. Dit op een creatieve manier waardoor de kinderen geboeid blijven om de lessen te volgen.


Katelijne Duerincks nam dit initiatief in handen en wist met haar zus en twee IT’ers een leerplan op te stellen. Op 26 september 2015 gingen de eerste proeflessen van start. 
De STEM-academie wordt ondersteund door de Vlaamse overheid.


Reflectie

Kinderen worden voortdurend geconfronteerd met computers en techniek. Het is best wel goed dat er nu meer aandacht wordt besteed aan hetgeen waar we constant mee bezig zijn. Door op een speelse manier de techniek achter het programmeren te leren worden kinderen klaargestoomd om later in de maatschappij optimaal te functioneren.


Is het dan werkelijk zo belangrijk dat kinderen leren programmeren? Ja! Een onderzoek van ING wees uit dat “35% van alle banen risico lopen om geautomatiseerd te worden en dus te verdwijnen”. Natuurlijk zullen er ook andere jobs bijkomen, maar hiervoor zal de ICT-kennis dan fundamenteel zijn.

België staat op het vlak van programmeren fel achter als men andere landen bekijkt. Zo doen de VS, Zweden, Estland en Engeland het bijzonder goed waar coderen al in het lespakket is opgenomen. Zelfs landen als Kenia en Nigeria doen het beter als België.

De Vlaamse overheid steunt dit STEM-plan en wil kinderen aansporen voor deze techniek. Toch worden de lessen niet opgenomen in de leerplannen waardoor de lessen nu doorgaan tijdens buitenschoolse activiteiten. De programmeerlessen worden dus ook niet gesubsidieerd waardoor ze behoorlijk duur zijn. Wordt hier dan opnieuw een kloof gemaakt?

Besluit

Kinderen kunnen niet meer zonder computer, tablet, en alle andere technologie die ze dagdagelijks gebruiken. Ze zijn opgegroeid in een tijdsperk waarin dit als volkomen normaal wordt beschouwd.


Wat er achter deze technologie schuil gaat is minstens even belangrijk als het gebruiken ervan. Hoe ver België hierin gaat evolueren zal de toekomst uitwijzen. Dat het een belangrijk aspect wordt van  jobmogelijkheden staat alvast vast.


Bronnen:


Artikel:
Debruyne, B.,  (2015) CodeFever wil kinderen behoeden voor een nieuwe digitale kloof. Knack – trends. Geraadpleegd op 19 maart 2016 via http://trends.knack.be/economie/ondernemen/codefever-wil-kinderen-behoeden-voor-een-nieuwe-digitale-kloof/article-normal-605861.html

Website van Codefever:
CodeFever. (2015) Geraadpleegd op 19 maart 2016 van http://codefever.be/

Overige:De technologische revolutie in België. (2015, 9 maart). Press room ING. Geraadpleegd op 19 maart 2016 via https://about.ing.be/Over-ING/Press-room/Press-article/De-technologische-revolutie-in-Belgie.htm

Pijpers, R., (2016) Programmeren? Dat leer je op de basisschool! Geraadpleegd op 19 maart 2016 via http://www.frankwatching.com/archive/2013/10/21/programmeren-dat-leer-je-op-de-basisschool/
Uw kind futureproof. (2016). CodeFerver. Geraadpleegd op 19 maart 2016 via http://codefever.be/waarom-programmeren

Filmpje:
Youtube: Codefever (12 november 2015). Geraadpleegd via https://www.youtube.com/watch?v=sBKSXHZZC_Q