dinsdag 30 april 2013

Te veel straling?!

Mijn artikel schreef ik op inspiratie van het artikel van Virginie(klik) samen met dit artikel(klik), ik vind dit namelijk een zeer interessant topic. Zeer belangrijk en zeer interessant ook! Echter waar zij het algemeen houdt en over verschillende stralingsnormen spreekt (vooral wi-fi), wil ik het echter een diepere kijk nemen op straling afkomstig van zendmasten voor mobiele telefonie. Ik werd er op vroege leeftijd al mee geconfronteerd, toen mijn oma een briefje gaf aan mijn moeder met de gevolgen van langdurig bellen op je hersenen. Ze gaf dit papiertje aan mijn moeder omdat mijn papa regelmatig telefoneerde en wel een gadget man was. Dit is ondertussen 13-15 jaar geleden, en ik wil er dus even mee zeggen dat dit probleem al langer aangekaart is. Dit is me toch wel bijgebleven en als ik nu telefoneer wissel ik ook vaak van kant om de minuut om het aantal blootgestelde straling aan een kant te beperken. Ik heb er echter geen idee van wat wetenschappelijke literatuur hierover zegt. Dus was ik toch even op zoek gegaan naar online artikels. Ik ging kijken op Pubmed waar ik een heel aanbod vond. Om exact te zijn kreeg ik 1056 zoekopdrachten met de zoekwoorden "cell phone radiation", hierop besloot ik om wat meer specifieker te gaan zoeken. En ik vond uiteenlopende resultaten. De ene studie zei dat het mogelijk gevaarlijk kon zijn, de andere zei dan weer dat er mogelijk geen gevaar is. Het leek me ook verstandig om een meta-analyse te raadplegen: http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1383571812002860

Voor deze meta analyse werd 21 jaar onderzoek bijeengeschraapt.
De conclusie kunt u zelf trekken uit volgend citaat uit de studie van Thomas J. Prihodab  : ''Among the several variables in the experimental protocols used, the influence of five specific variables related to RF exposure characteristics was investigated: (i) frequency, (ii) specific absorption rate, (iii) exposure as continuous wave, pulsed wave and occupationally exposed/mobile phone users, (iv) duration of exposure, and (v) different cell types. The data indicated the following. (1) The magnitude of difference between RF-exposed and sham-/un-exposed controls was small with some exceptions. (2) In certain RF exposure conditions there was a statistically significant increase in genotoxicity assessed from some end-points: the effect was observed in studies with small sample size and was largely influenced by publication bias. Studies conducted within the generally recommended RF exposure guidelines showed a smaller effect. (3) The multiple regression analyses and heterogeneity goodness of fit data indicated that factors other than the above five variables as well as the quality of publications have contributed to the overall results. (4) More importantly, the mean indices for chromosomal aberrations, micronuclei and sister chromatid exchange end-points in RF-exposed and sham-/un-exposed controls were within the spontaneous levels reported in a large data-base. Thus, the classification of RF as possibly carcinogenic to humans in group 2B was not supported by genotoxicity-based mechanistic evidence.''. 


Ook ben ik in Maaseik eens een foto winkel tegengekomen. Toen ik aan de deur keek zag ik enkele extreme foto's aan de etalage hangen van een persoon met uitslag. Luc Leenders is zijn naam en zijn verhaal is te lezen op de volgende website. KLIK Ook heeft hij de openingsuren van zijn winkel aangepast naargelang de straling. 
Allebei zeer sterke verhalen waarop geen eenduidig antwoord blijkt te zijn uit wetenschappelijke literatuur, of dit er ooit zal komen is eerder de vraag. Zelf heb ik er niet zoveel vertrouwen in, straling is nu eenmaal een belangrijk onderdeel geworden van onze maatschappij. Een ding is echter zeker, ik zal het me voortaan veel minder beklagen als ik weer eens geen mobiel bereik heb wegens de recent aangepaste stralingsnormen in Brussel..

Leren met je lichaam


Tijdens mijn zoektocht naar een artikel voor het vak “onderwijstechnologie” kwam ik terecht bij een artikel over “embodied learning”, namelijk “Superhelden Eiland, een embodied learning  game van Waag Society”.

 

Embodied learning” betekent letterlijk “leren met je lichaam”. Dit is niets nieuws voor ons. We doen dit namelijk al vanaf de kindertijd. Kinderen die bijvoorbeeld aan het spelen zijn op een klimrek zijn ook aan het leren. Bovendien is ook al langer bekend dat cognitieve processen als leren, taal gebruiken en herinneringen ophalen, afhangen van waarnemingen van het lichaam. In het onderwijs ligt de nadruk vooral op kennisontwikkeling door het gebruiken van je hoofd. Uit onderzoek is gebleken dat het ervaren met je hele lichaam, en daarmee het ontwikkelen van competenties, uiteindelijk een veel effectievere manier van leren is. De leerstof blijft beter hangen bij kinderen (en bij volwassenen) als het gekoppeld is aan een gerelateerde beweging. Zo onthoudt een kind een verhaaltje beter als ze het met speelgoed naspeelt dan het verhaaltje twee keer te lezen. De mogelijkheden die technologie vandaag biedt, geven een heel andere dimensie aan het leren met je lichaam, bijvoorbeeld een kinect, waarbij geen controller gebruikt wordt om spelletjes te spelen, maar je eigen lichaam.

 

In dit artikel vertelt Jelmer de Maat over zijn nieuwste Kinect-game. Jelmer de Maat werkt voor het Creative Learning Lab van Waag Society. Het Creative Learning Lab kijkt naar de rol van creatieve technologie in het onderwijs en de invloed ervan op leerprocessen. Het CLL ontwikkelt dus creatieve toepassingen van nieuwe technologie voor het onderwijs. De bedoeling was dat Jelmer de Maat een werkbaar concept en prototype van een Kinect-game moest opleveren. Het concept heet “Superhelden Eiland” en is een educatief spelpakket. In het artikel vertelt Jelmer de Maat kort even over het nieuwe spel: “Het eiland is een omgeving waarin de kinderen hun eigen superheld hebben, die ze ontwikkelen door het spelen van kleine spellen op het eiland. Terwijl met het spelen van de spelletjes de superheld ontwikkeld wordt in vaardigheden en uiterlijk, ontwikkelen de kinderen zichzelf op educatief gebied. Doordat de spellen gebruik maken van bewegend leren zouden de kinderen de stof beter en/of sneller kunnen oppakken, volgens de hypothese van “embodied learning”.”

 

Een meerwaarde van “embodied learning” is dus de combinatie van het fysieke met de theorie. Leerlingen onthouden de theorie namelijk beter wanneer deze gekoppeld is aan een beweging. Ook zorgt “embodied learning” ervoor dat leerlingen een tekst beter begrijpen. Wanneer een leerling leest, worden in de hersenen de gebieden actief die verantwoordelijk zijn voor de bijpassende beweging. Beweging bij het lezen helpt dus om bijvoorbeeld een tekst te begrijpen. Bovendien daagt “embodied learning” leerlingen uit tot samenwerken en creativiteit. Verder worden de leerlingen via “embodied learning” meer betrokken bij de lessen. Door deze manier geraken de leerlingen ook meer gemotiveerd. Bovendien is ook de visualiteit een meerwaarde van dit soort leren. Wel moeten de leerkrachten het spannend genoeg houden. De leerkrachten moeten de oudere leerlingen namelijk ook blijven boeien. Een spel spelen over leerstof die je al lang geleden geleerd hebt, is natuurlijk veel minder spannend. Men moet de inhoud dus blijven updaten. Ook het vinden van tijd en plaats in het bestaande programma van de scholen is een uitdaging. Verder moeten de scholen ook de nodige middelen ter beschikking hebben.

 

Naar mijn mening, vind ik “embodied learning” wel interessant. Ik ben het er mee eens dat het ervaren met het hele lichaam een betere manier van leren is. De leerlingen zijn meer betrokken bij de les, waardoor ze meer gemotiveerd zijn en bij bepaalde spellen moeten leren samenwerken. Toch vraag ik mij wel af of dit soort leren op alle schoolvakken toegepast kan worden. Ik heb verschillende voorbeelden gevonden van lichamelijke spellen over taal, wiskunde, chemie, fysica en aardrijkskunde. Maar wat gebeurt er met de andere schoolvakken? Verder heb ik voornamelijk voorbeelden gevonden van spellen die in het basisonderwijs toegepast worden.

 

Bibliografie:

 

Keyset, M. (2013). Embodied learning installatie daagt leerlingen uit tot samenwerken en creativiteit. [ONLINE] geraadpleegd op 26/04/2013 via:


 
Vergunst, N. (2012). Superhelden Eiland, een embodied learning game van Waag Society. [ONLINE] geraadpleegd op 26/04/2013 via:
http://waag.org/nl/nieuws/superhelden-eiland-een-embodied-learning-game-van-waag-society

Digitale vaardigheid of knopvaardigheid?
 
Op kennisnet.nl las ik dat opgroeien in het digitale tijdperk niet een doorslaggevende factor is wat betreft het kunnen leren met ICT. Deze jongeren worden aangeduid als de digital natives, een term die door Prensky in 2001 geïntroduceerd werd en nu zeer vaak gebruikt wordt. Hiermee verwijst hij naar kinderen en jongeren die opgegroeid zijn digitale technologieën rondom hen. Er wordt dan ook vaak gesteld dat deze generatie goed kan omgaan met ICT. In dit artikel wordt er echter op gewezen dat handigheid met knoppen vaak verward wordt met digitale vaardigheid en soms zelfs met mediawijsheid. Kinderen en jongeren blijken namelijk niet in staat te zijn om technologieën goed in te zetten voor het leren. Er wordt eveneens vermeld dat deze eerste digital natives ondertussen het onderwijs instromen als leerkracht. Uit onderzoek blijkt dat het niet vanzelfsprekend is dat deze groep aanstaande leerkrachten ook de didactische bekwaamheid bezitten om ict-toepassingen doeltreffend aan te wenden in het onderwijs. Er wordt dan ook geconcludeerd dat het goed inzetten van verschillende technologieën voor het leerproces een vaardigheid is die niet zomaar komt aanwaaien.
 
Zelf sta ik ook achter deze stelling. Ik merk zelf in de praktijk dat leerlingen en studenten vertrouwd omgaan met nieuwe technologieën. Dit betekent echter niet dat het gemakkelijk kan ingezet worden voor educatieve doeleinden. Nochtans wordt er op het niveau van het beleid veel aandacht geschonken aan ICT in het onderwijs en aan mediawijsheid. Dit lijkt echter niet goed door te sijpelen naar de onderwijswereld. In de praktijk merk ik dat de implementatie van de beleidsdoelstellingen betreffende ICT zeker niet voldoende zijn. Ik pleit daarom dat hier aan gewerkt moet worden. Scholen moeten meegaan met de technologische ontwikkelingen en zorgen dat ze niet teveel achterop hinken.
 
Kennisnet (2013). Digitale vaardigheid komt niet zomaar aanwaaien, het moet geleerd worden. geraadpleegd op 27 april 2013 via http://www.kennisnet.nl/over-ons/voor-de-pers/persberichten/digitale-vaardigheid-komt-niet-zomaar-aanwaaien-het-moet-geleerd
worden/
Vlaamse overheid (2013). ICT in het onderwijs, http://www.ond.vlaanderen.be/ict/

Wat kan ik leren? Ik heb geen internet


Wat kan ik leren? Ik heb geen internet

Samenvatting


Op de website van Klasse botste ik op het interessante artikel ‘Zeven procent gezinnen met kinderen heeft geen internet’. Ze hebben deze cijfers gehaald uit de ICT-enquête van de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie van de FOD Justitie. Uit het artikel blijkt ook dat 5% van de gezinnen uit Belgische huishoudens niet kan voorzien in een computer. Verder blijkt dat kinderen uit eenoudergezinnen vaker geen computer en/of internetverbinding hebben thuis. De redenen voor het niet hebben van internet  zijn verschillend. Zo kunnen ouders het weigeren omdat ze het niet willen, niet nodig achten, uit angst voor gebrek aan of inbreuk op privacy of omdat het een grote hap uit het gezinsbudget is. Tot slot wordt ook door De Craemer aangehaald dat scholen het gebrek aan een computer kunnen opvangen door materiaal uit te lenen aan die kinderen die hier thuis niet over beschikken.


Reflectie


In het artikel krijg je een idee van enkele cijfers over gezinnen en het bezitten van een computer en internetverbinding, al moet je voor een volledig beeld het eigenlijke rapport kunnen inkijken. Toch vind ik dat het artikel zeker belangrijk is voor leerkrachten en leerkrachten in spe. We worden gebombardeerd met het naleven van eindtermen en het gebruik van ICT. In de hedendaagse maatschappij kunnen we PC’s en internet niet meer wegdenken. Ook op school is deze geïnformatiseerde wereld een feit. Denk maar aan de tablets die meer en meer hun opmars maken op school. Onder meer de artikels op Knack.be ‘Vlaamse scholen experimenteren volop met tablets’ en ‘Tablets in deklas: 8 goede redenen’ geven duidelijk aan dat er steeds meer aandacht is voor ICT in de klas. In de ICT-eindtermen gaat de aandacht naar het aanleren van veilig omgaan met ICT, het bereiken van een positieve houding t.a.v. ICT, digitale informatie kunnen opzoeken en verwerken, en nog zoveel meer.

De toegang tot het internet is volgens mij wel een handig middel voor leerlingen om mee te kunnen zijn met hun eigen leefwereld waar sociale media, games, smartphones, tablets, enz. centraal staat. En hoewel ik het gebruik van ICT in de klas toejuich, kan dit ook een averechts hebben op leerlingen die thuis niet de kans hebben om op de computer of internet te gaan. Deze kinderen dienen op school een inhaalbeweging te maken om toch mee te kunnen met de technische evolutie. Ze kunnen zich achtergesteld voelen en kunnen ook moeilijker mee doen met de evolutie van tablets, smartphones, games, ... in de klas. De keuze van ouders en de mogelijkheden van ouders, maar ook de keuze van de school in het openstellen  van ICT-klassen voor zij die het wensen, geeft de doorslag of die leerlingen die thuis niet op internet kunnen, wel kunnen bijbenen op school om de nodige informatie te vergaren. Het gebruik van PC, internet en tablet in de klas kan voor die leerlingen heel onwennig zijn en ze kunnen zich vatbaar voelen voor spot omdat ze er geen kennis van hebben. Ook het gebruik van tablets als basis voor het volgen van lessen, kan voor bepaalde leerlingen en gezinnen problematisch zijn. Het gevaar van deze nieuwe technologieën is dat klassenverschillen weer meer zichtbaar worden.

De heer De Craemer geeft in het artikel aan dat scholen het materiaal kunnen uitlenen zodat die leerlingen toch ook gebruik kunnen maken van bijvoorbeeld een tablet in de uitoefening van schoolopdrachten. Dit vind ik een leuk idee om het probleem op te vangen en de leerlingen de kans te geven om te leren werken met tablet of laptop. Maar hier ligt de druk op de schouders van de scholen om die financiële inspanningen te doen voor leerlingen die er nood aan hebben.

Naar mijn mening kan je ouders informeren over de ICT die gebruikt worden op school en kan je als school op informatiedagen onderzoeken welke ouders voor- of tegenstander zijn van het gebruik van ICT in de klas. Ook kan je op die informatiedagen uitleggen wat de mogelijkheden zijn van de school om een bijdrage te leveren in het verzekeren van het leerproces van elke leerling i.v.m. ICT.

Bronnen


Nieuwe vorm van feedback: synchroon coachen



Aangezien er veel stemmen opgaan voor meer technologie in de lerarenopleiding, lijkt onderstaand artikel mij een interessante aanvulling voor onze blog.

Samenvatting
Tijdens de stage van een leraar in opleiding wordt de feedback op een zeer traditionele manier gegeven. De coach zit vanachter in de klas, observeert en noteert. Na de les volgt de bespreking. Hierdoor stelt men de feedback uit naar een later moment waardoor er veel informatie verloren gaat. Zo weten beiden vaak niet meer hoe de situatie juist in elkaar zat. Een mogelijke oplossing hiervoor is synchroon coachen, de leraar in opleiding ontvangt feedback terwijl hij/zij lesgeeft. Om dit subtiel te laten verlopen krijgt hij/zij een draadloze ontvanger in het oor (een oortje). Via dit oortje kan de coach synchroon feedback geven en kan de leraar in opleiding zichzelf meteen bijsturen. Dit kan uiteraard enkel efficiënt gebeuren als de boodschappen kort en duidelijk zijn, gestructureerd en specifiek en zowel positieve als negatieve elementen bevatten. Deze vorm van coachen heeft het meest effect op het klasmanagement, didactiek en de relatie met de leerlingen. Feedback betreffende vakinhoud kan beter op de klassieke manier gebeuren aangezien dit moeilijk via korte boodschappen kan. Het is ondertussen gebleken dat de toekomstige leraren zeer positief reageren op synchroon coachen. Doordat ze meteen kunnen corrigeren kunnen ze nadien ook beter reflecteren. Deze vorm van feedback verbetert bovendien niet enkel de relatie tussen de leraar en leerlingen maar ook tussen student en coach. De studenten die synchroon feedback krijgen zouden in vergelijking met traditioneel gecoachte studenten beter met de leerlingen kunnen omgaan, een betere klassfeer scheppen en beter instructies geven.

Reflectie

Deze vorm van coachen lijkt mij inderdaad efficiënter dan de traditionele manier. Je kunt meteen bijsturen zodat je ook direct de gevolgen kunt ervaren. Het lijkt mij ook dat de student en coach op deze manier meer een team vormen, waardoor de student minder het gevoel zal hebben geëvalueerd te worden. Dit systeem zou ook toegepast kunnen worden binnen de lessen zelf, als bijvoorbeeld een leerling een presentatie geeft.

Een nadeel zou kunnen zijn dat de student zijn/haar concentratie verliest wanneer er een opmerking wordt doorgegeven. De studenten die al werkten met synchroon coachen vreesden hier ook voor, maar dit bleek achteraf niet nodig te zijn. Technische storingen, zoals krakende oortjes, kunnen wel voor afleiding zorgen, maar een goede leraar is op alles voorbereid. 

Coninx N., Kreijns K., Jochems W., Synchroon coachen van leraren in opleiding, 1 maart 2013, http://4w.kennisnet.nl/artikelen/2013/03/01/synchroon-coachen-van-leraren-opleiding/, geraadpleegd op 29/04/2013

Drie op de tien kinderen kunnen niet online op school


Tegenwoordig wordt er enorm veel aandacht besteed aan het gebruik van moderne technologie in het onderwijs, wat de berichten op deze blog ook aantonen: gebruiken (tot zelfs verplichten) van de iPad op school, werken met digitale leerborden, flipping the classroom, enz. Dit lijkt steeds meer vanzelfsprekend te worden, terwijl uit het Europese rapport “EU Kids Online” blijkt dat drie op de tien Vlaamse jongeren (tussen 9 en 16 jaar) nog niet online kunnen op school. In Wallonië loopt dit aantal zelfs op tot zeven op de tien leerlingen. We kunnen dus stellen dat er een enorme kloof gaapt tussen de verschillende scholen op het gebied van ICT-gebruik. Ook het rapport haalt aan dat het ICT-beleid van de scholen zelf, de manier waarop de leraren dit beleid implementeren in hun lessen en de internetcompetenties van de leraren zelf een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van de ICT- en internetcapaciteiten van de Belgische jongeren. Naast dit mesoniveau heeft natuurlijk ook het onderwijsbeleid op macroniveau een impact hierop: volgens het rapport heeft de Vlaamse overheid de laatste jaren veel meer aandacht besteed aan ICT-educatie dan de Franstalige Gemeenschap. Als gevolg hiervan zijn de Vlaamse scholen beter uitgerust op het gebied van ICT-apparatuur dan de Waalse scholen, en wordt er ook meer gebruik van gemaakt, wat ook blijkt uit de hierboven aangehaalde cijfers.

Uit het onderzoek blijkt ook dat veel kinderen (de meerderheid in de basisschool, 40% in het secundair onderwijs) er niet in slagen om basistaken uit te voeren, zoals bijvoorbeeld privacy-instellingen aanpassen of spam blokkeren. De onderzoekers besluiten dan ook dat er in het onderwijs meer aandacht moet besteed worden aan mediawijsheid en digitale vaardigheden. In de Vlaamse Beleidsnota Media 2009-2014 gaat men al specifiek in op het belang van een e-inclusiebeleid, als onderdeel van een breder beleid rond mediawijsheid. De Vlaamse overheid definieert het begrip “mediawijsheid” als volgt: “het geheel van kennis, vaardigheden en attitude waarmee burgers zich bewust en kritisch kunnen bewegen in een complexe, veranderende en gemediatiseerde wereld. Het is het vermogen tot een actief en creatief mediagebruik dat gericht is op maatschappelijke participatie”. De onderzoekers onderscheiden in hun rapport nog vijf beleidslijnen waar de Vlaamse regering op zou moeten inspelen, namelijk:

1) De digitale kloof binnen de digitale generatie zelf. Een klein percentage kinderen is nog steeds niet online.

2) Het ouderlijk bewustzijn: de capaciteit voor internetopvoeding onder ouders moet verhoogd worden

3) Aandacht voor mediawijsheid: de vaardigheid om kritisch en veilig met (online) media om te gaan.

4) Rol van de school in het ondersteunen van kinderen en ouders in hun omgang met ICT.

5) Invloed van een aantal actoren uit de bredere samenleving op het ICT-gebruik van kinderen, zoals de media, overheid en organisaties die zich bezighouden met kinderwelzijn. Het gaat hierbij om hun rol als verspreiders van informatie over ICT-omgang en -opvoeding, ter bevordering van de algehele mediawijsheid.

Persoonlijke mening

Ik was zelf eigenlijk wel geschrokken van de cijfers die in het rapport voorgesteld worden. Aangezien er de laatste tijd zoveel aandacht geschonken wordt aan het gebruiken van nieuwe technologieën in het onderwijs, sta je er bijna niet meer bij stil dat er nog scholen zijn die nog geen internetverbinding hebben. Ik denk dan ook dat er steun moet komen vanuit de overheid, zodat alle scholen toch al dezelfde beginsituatie hebben, m.a.w. dat alle scholen over internet en (tenminste) één computerlokaal beschikken. In het artikel “Tablet in de klas ontgoochelt” (Het Nieuwsblad, 24/04/2013) las ik dat Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet aan de Vlaamse Onderwijsraad gevraagd heeft om een globale visie voor Informatica in het Onderwijs te ontwikkelen. Ik vind dit zeker een goed idee, maar toch stel ik mij hierbij ook vragen: de minister wil scholen uitrusten voor multimedia-gebruik en speciale software laten ontwikkelen voor het gebruik van tablets, terwijl sommige scholen nog niet eens over de basisuitrusting beschikken en daar dus misschien eerst werk van zou moeten gemaakt worden? Dat de minister toch beseft dat de leraren anders zullen moeten opgeleid worden om dit te kunnen verwezenlijken, vind ik alvast een stap in de goede richting. Anders vrees ik dat het gebruik van tablets en andere moderne middelen toch het werk zal blijven van enkele leerkrachten, die hier zelf goed mee overweg kunnen.

Verder ben ik het er absoluut mee eens dat er meer aandacht moet besteed worden aan mediawijsheid: jongeren werken veel met internet, sociale media, enz., en dit vaak zonder de gevaren hiervan te kennen. Hen hiervan bewust maken is dus zeker nodig! Ook moet hierbij meer aandacht gaan naar de rol van de ouders en de leerkrachten, die vaak ook geen grondig idee hebben van de gevaren waaraan kinderen blootgesteld worden op het internet.

Bibliografie

d'Haenens, L., & Vandoninck, S. (2012). Kids Online: Vaardigheden, kansen en risico's van kinderen en jongeren op het internet. Gent: Academia Press. Opgeroepen op April 25, 2013, van http://www.cjsm.vlaanderen.be/media/downloads/Appetizers_2012FinaleVersie19012012_comprim.pdf
Moerman, B. (2013, April 24). Tablet in klas ontgoochelt. Het Nieuwsblad, p. 12. Opgeroepen op April 26, 2013, van http://academic.mediargus.be/pg/remote_article/54336596?criteria_key=E8F7CB71E79C78CA5120EA07611D890B&navigation_key=E8F7CB71E79C78CA5120EA07611D890B&popup=yes
N.N. (2012, November 13). Drie op de tien kinderen kunnen niet online op school. Opgehaald van www.klasse.be: http://www.klasse.be/leraren/29569/drie-op-de-tien-vlaamse-kinderen-kunnen-niet-online-op-school/

'Framing the School Technology Dream'




‘Framing the School Technology Dream’

Tijdens het onderzoek dat ik deed voorafgaand aan deze opdracht ontdekte ik hoeveel advertenties er wel niet zijn op het internet die adverteren met het feit dat onderwijstechnologie het onderwijs niet alleen efficiënter kan maken maar voor de docent tijdbesparend kan zijn. Direct vroeg ik mij af in hoeverre dit klopt, omdat ik uit eigen ervaring weet dat technische systemen niet altijd even gemakkelijk te hanteren en te leren zijn. Vanwaar komt dit optimisme?

Larry Cuban spreekt in zijn artikel ‘Framing the School Technology Dream’ over de rol van de media en de invloed daarvan op onze visie over het gebruik van onderwijstechnologie en dan met name de voordelen van het gebruik ervan. Onze visie op technologie in het onderwijs wordt evengoed gestimuleerd en gecultiveerd door de media. Larry Cuban geeft meerdere voorbeelden van advertenties door de jaren heen, die ons beeld over technologie in positieve mate zou hebben beïnvloed. Advertenties verkopen het idee dat door het gebruik van technologische apparatuur leraren efficiënter les kunnen geven, dat het tijdbesparend zou zijn, dat leerlingen beter leren, meer gefocust en gemotiveerd worden te leren. (Cuban, 16-04-2013)

Volgens Larry Cuban moeten we wel rekening houden met de voorliefde van de Amerikanen voor nieuwe technologie en dit gegeven meenemen in onze benadering van advertenties over onderwijstechnologie. Kortom Larry Cuban vraagt de lezer kritisch te blijven als het gaat om beloftes die worden gedaan in advertenties over het gebruik van technologie. (Cuban, 16-04-2013)

Ons idee van voordelen van de technologie is voor een deel afkomstig van wat we horen in de media. Uiteraard moeten we de geschiedenis hiervan en de oorsprong van het idee achter deze advertenties meenemen in ons eigen oordeel, maar schuilt er niet ook een bepaalde waarheid in dat de technologie ons lesgeven kan vergemakkelijken? Volgens velen is de tijdbesparing en efficiëntie die de technologie ons docenten zal geven een vaststaand feit, zoals herhaaldelijk wordt aangegeven op de site visieopleermateriaal.nl. (ten laatste geraadpleegd op d.d. 28-04-2013). Op deze site staan meerder filmpjes over de voordelen van het gebruik van onderwijstechnologie.

Het is echter wel van belang genuanceerd naar deze site en filmpjes te kijken. Ten eerste al vanwege het feit dat de mensen in dit filmpje vanuit hun functie baat hebben bij het positief benaderen van  onderwijstechnologie.  Ten tweede er wordt heel positief gesproken maar wel vaak met een tegenargument of kleine nuance. De geïnterviewde personen geven regelmatig aan dat de efficiëntie en tijdbesparing afhankelijk is van vele factoren. De een zegt het is tijdbesparend maar pas op de lange termijn, de ander zegt wanneer het goed gebruikt wordt dan kan het tijdbesparend zijn. Ook wordt er regelmatig gezegd dat wanneer er meer en meer open software wordt aangeboden en op lange termijn ook steeds meer materiaal gedeeld zal worden door docenten op het web, het uiteindelijk tijdbesparend zal kunnen zijn. Investering is ook noodzakelijk, zo blijkt uit dit filmpje, niet alleen in materiaal maar ook in de professionalisering van docenten op het gebied van onderwijstechnologie. Het is van belang dat er op lerarenopleidingen meer wordt geïnvesteerd en meer nadruk wordt gelegd op het vergaren van technologische vaardigheden.

Het artikel van Larry Cuban en de site visieopleermateriaal.nl sprak mij aan omdat wij ons als mensen snel laten leiden door wat andere mensen zeggen of wat de media beweert, maar ook dat uit deze bronnen duidelijk blijkt dat we te maken hebben met het feit dat de onderwijstechnologie in de kinderschoenen staat. Leraren maar ook beleidsmakers zijn zoekende naar voor en nadelen als het gaat om het gebruik van technologie in het onderwijs. We zien dit duidelijk terug in de media, zoals simpelweg al blijkt uit het aantal artikelen dat op deze blog geplaatst zijn door mijn medestudenten over de voor en nadelen van onderwijstechnologie.

Het artikel van Larry Cuban pleit naar mijn mening voor enerzijds de kritische benadering van de media, anderzijds voor het onderzoek dat docenten op eigen kracht moeten doen om de voor en nadelen zelf te ervaren en een eigen oordeel te kunnen vellen over de efficiëntie en tijdbesparing die de technologie in het onderwijs zou moeten opleveren.

Gekeken vanuit de wetenschappelijke literatuur is het idee van eigen onderzoek doen naar de voor en nadelen nog zo slecht nog niet, denk bijvoorbeeld aan de leerstijlen theorie van Kolb. (Kolb, 1976) Iedereen heeft immers zijn eigen manier van lesgeven en leren. Een leersysteem kan voor de een misschien ideaal zijn voor de ander volledig storend. Naar mijn mening is er daarom wel degelijk iets voor te zeggen dat we als docenten onze eigen weg moeten vinden als het aankomt op het gebruik van technologie, net als dat we als beginnende docenten onze weg moeten zoeken in het geschreven of beter gezegd analoog materiaal. 

We moeten ons niet laten afschrikken door de media, noch laten beïnvloeden op welke manier dan ook, maar op empirische wijze een eigen oordeel vellen en manier vinden om efficiënt en tijdbesparend te werk te kunnen gaan met onderwijstechnologie.




Literatuur en sites:
Cuban, L. (16-04-2013) Framing the School Technology Dream, in advertising, the focus is on better, faster learning.
tip: voor degene die het volledige artikel willen lezen van Larry Curban, je kunt je op de site Education Week gratis aanmelden en daarmee toegang krijgen tot het artikel.

Website visieopleermateriaal.nl (ten laatste geraadpleegd op d.d. 28-04-2013)

Kolb, D. (1976). Learning Style Inventory, Technical Manual. Boston: McBer & Company.
( dit boek is niet online te raadplegen )






























Alle leraren moeten straks met ICT leren werken

Het thema 'ICT in het onderwijs' is alom aanwezig. Ook het maandblad 'Klasse' publiceerde in april een interessant artikel hierover.

Samenvatting

Het artikel bouwt voort op de nieuwe maatregel in het katholiek onderwijs om informatica niet meer als een apart vak te geven in de tweede en derde graad van het bso- en tso-onderwijs, maar te integreren in de andere lessen. Hans de Four reageert hier positief op.

Volgens Hans de Four zal er snel een generatie komen die al vanaf de kleuterklas zal leren omgaan met alle soorten technologie. Hij gelooft sterk in het aanleren van de basiscompetenties ICT aan kinderen vanaf de basisschool. In de eerste graad van het secundair onderwijs staat ICT al tussen de vakoverschrijdende eindtermen, maar dit wordt in elke school anders aangepakt. Zo bestaan er vele scholen, waarin de andere leerkrachten (dus geen informaticakeerkrachten) zich niet genoeg bezig houden met ICT in de klas. Hans De Four ziet hierin een groot probleem. Elke leerkracht zou een basisvaardigheid ICT kunnen gebruiken en zou zichzelf moeten bijscholen, om zo ICT een belangrijke plaats in de klas te geven. Hij pleit ook voor een uurtje 'mediawijsheid' in de 2de graad om de kinderen aan te leren hoe ze veilig moeten surfen, omgaan met de sociale media en kritisch moeten kijken naar artikels. Zo'n vak zou ook meer interesse van de meisjes opwekken, aangezien zij vaker sociale media zouden gebruiken dan jongens. Het aparte vak 'informatica' zou hier niet genoeg aandacht aan besteden.

Een belangrijk punt zou het 'programmeren' moeten zijn, vindt Hans de Four. Niet het stereotype dat we hebben van geeks die computerspelletjes maken, maar het programmeren in het dagelijkse leven: apps ontwikkelen, websites ontwikkelen, ....

Ter conclusie, Hans de Four pleit voor een basiskennis ICT bij alle leerkrachten en ook het gebruik van ICT in alle lessen, een vak 'mediawijsheid' waarin de kinderen leren hoe ze veilig en kritisch kunnen omgaan met wat er zich afspeelt op internet.

Reflectie:

ICT is weldegelijk een niet meer weg te denken fenomeen. Toen ik nog op school zat, was enkel het vak informatica een vak dat zich bezig hield met ICT. Leerkrachten gebruikten geen computers bij het lesgeven. Vandaag zijn youtubefragmenten, beamers, smartborden, enzo precies niet meer weg te denken uit het onderwijs. Hier ben ik in het begin van mijn lesgeven erg van geschrokken. Letterlijk alles wordt online ingevuld: hun agenda, hun puntenboek, hun afwezigheden, hun huistaken, enz. Niet meteen vanzelfsprekend, maar toch heel praktisch als je ermee weg bent. Ook lesgeven met visueel materiaal is niet meer weg te denken.

Nu sta ik er misschien niet bij stil dat dit niet voor elke leerkracht vanzelfsprekend is. Ik ben er 23, maar hoe zit dat met leerkrachten die al 20,30,40 jaar in het onderwijs staan? Zij kregen hun leerstof toch ook zonder al die ICT aangeleerd? Waarom zouden we verwachten dat ook zij zich aan onze ICT-generatie aanpassen?

Hans de Four spreekt over basiscompetenties ICT, maar deze term lijkt me toch wat vaag. Wat is de basis en waar wordt het al moelijker? In zijn artikel heeft hij het over spreadsheets en tekstverwerkers. Shoot me, maar ik weet niet waarover hij het heeft. Zelf ben ik al blij als ik op internet geraak, mijn beamer aan het werken krijg en mijn geluid het niet begeeft. De basis dus.

Een vak 'mediawijsheid' in plaats van 'informatica' lijkt me dan wel een goed idee. Ikzelf heb een vage herinnering aan rare getallen in de informaticales. Iets in de trand van nulletjes en eentjes. Ik herinner me hier niets over. Als ze dan toch in aanraking komen met de sociale media en internet (ook vaak omdat we het van hen verwachten), leren ze maar beter hoe ze er veilig mee moeten omgaan. Jong geleerd, oud gedaan. En later, als ze studenten worden, zullen ze maar al te blij zij dat ze hebben leren omgaan met bronnen kritisch te bekijken en veilig surfen. 

Ik pleit dus ook voor een basiskennis ICT bij leerkrachten en aparte vakken mediawijsheid om kinderen verstandig te leren omgaan met ICT, maar ICT absoluut integreren in de les lijkt me erover. Als het vroeger ging, zal het nu toch ook lukken?

Bron:

de Four, H. (2013). Alle leraren moeten straks met ICT leren werken . Klasse234, 7.

Klasse (2013). Alle leraren moeten straks met ICT leren werken. [ONLINE] geraadpleegd op 30 april 2013 via:

Is draadloze technologie gezond?

 

Een aantal weken terug kregen de studenten van de lerarenopleiding de kans een workshop bij te wonen over preventie van allerhande schadelijke substanties waarmee leerlingen in contact kunnen komen (drugs, alcohol, etc. ). Daardoor moest ik terugdenken aan dit artikel dat ik ooit las in Humo: "Hoe gevaarlijk is draadloze technologie en het gebruik ervan door kinderen". Het artikel gaat onder andere over de negatieve impact van elektromagnetische straling op DNA en andere biologische processen in het organisme. Tijdens de workshop leerden we dat het menselijk brein groeit tot een leeftijd van 23 jaar en dat het daarom aangewezen is jonge kinderen en adolescenten zo weinig mogelijk bloot te stellen aan schadelijke stoffen zoals alcohol en drugs. Regelmatige blootstelling zou schade veroorzaken en ervoor zorgen dat het brein zich niet optimaal ontwikkelt. Is het dan wel wijs om draadloze technologie meer te integreren in het onderwijs - de meest gevoelige jaren in de ontwikkeling van de hersenen? Dit vond ik toch de moeite waard om even stil bij te staan.

Elektromagnetische straling
Sinds enkele jaren werd het voor iedereen mogelijk om om het even wanneer, waar, met wie op het internet te kunnen dankzij het draadloos internet. De gebruikers vinden het een enorme luxe (wie ruilt er niet graag zijn bureaustoel in voor de comfortabele zetel... ), maar denken waarschijnlijk niet aan de eventuele gevolgen. Ik gebruik bewust het woord "eventueel", omdat er nog nooit zoveel onnatuurlijke elektromagnetische straling om ons heen is geweest en de gevolgen nog niet precies bekend zijn. Volgens Vermeire vertrouwt de consument blindelings op enerzijds producenten van dergelijke technologie, die hun omzet maar al te graag zien stijgen en anderzijds op onderzoek dat gesponsord is door de industrie en telecomoperatoren. En als er onderzoek opduikt dat de draadloze technologie in een slecht daglicht zet, dan wordt het de wind in geslagen. De consument werd voor de aanschaf van draadloze producten niet ingelicht over de mogelijke risico's van een verhoogd gebruik van gsm's, draadloos internet etc.

Gevolgen
Volgens een rapport van professor Martin Blank zijn de symptomen dezelfde als bij mensen die in de buurt van een gsm-antenne wonen; verminderde leercapaciteit, gedragsstoornissen, verzwakt geheugen, verlies van concentratievermogen, slapeloosheid, hoofdpijn, vermoeidheid, duizeligheid, oorsuizingen, prikkelbaarheid, verminderd libido en depressiviteit. Als we dan gaan kijken naar meer gevolgen van de straling, dan zien we een verhoogde kans op kinderen met ADHD, beschadiging van het DNA en een lagere immuniteit.

Straling op de schoolbanken
Vermeire pleit voor een verbod op reclame voor draadloze technologie met als doelgroep kinderen jonger dan 18 jaar omdat ze meer kwetsbaar zijn. Hun hersenen en zenuwstelsel zijn in volle ontwikkeling en doordat hun schedel dunner is, absorberen ze meer straling. Philip Parkin stelt: "Kinderen zijn de proefkonijnen voor het WiFi-experiment op grote schaal", omdat wereldwijd miljoenen kinderen worden blootgesteld aan de elektromagnetische straling in het onderwijs (en daarbuiten) en de gevolgen pas binnen enkele jaren zichtbaar zullen zijn. Reden genoeg om nu al in te grijpen in het onderwijs. Volgens Vermeire geeft Vlaams Onderwijsminister Frank Vandenbroucke subsidies aan de ICT-infrastructuur, maar weet de minister niet hoeveel scholen er precies draadloos internetten. Dit is nochtans van kapitaal belang, omdat de stralingswaarde in een computerklas met 20 draadloze computers of in een school met een draadloos netwerk in het algemeen zeer hoog ligt. Hiervan worden almaar meer ouders zich bewust en dringen aan op een veilige omgeving voor hun kind. De overheid organiseert daarom studiedagen voor onderwijzend personeel en directies over straling afkomstig van draadloze netwerken en gsm's.

Ik vind dit persoonlijk een zeer vervelend onderwerp, want inmiddels is draadloze technologie als gsm's, WiFi enz. probleemloos in onze maatschappij geïntegreerd zonder dat iemand duidelijk geïnformeerd werd over de eventuele gevolgen. Als leerkracht is het natuurlijk handig en leerrijk om met draadloze technologie te kunnen werken, maar tegelijk primeert hier de gezondheid van de leerlingen en van het onderwijzend personeel. Momenteel weet niemand hoe schadelijk dergelijke straling precies is en wat de gevolgen zijn. Daarom zou ik het goed vinden als er daaromtrent een grootschalig onderzoek in Vlaanderen komt, waarna er duidelijke maatregelen getroffen kunnen worden in verband met draadloze technologie. Maar dat is natuurlijk slecht nieuws voor de producenten en de telecomoperatoren die er munt uitslaan...

Humo, (2007). Hoe gevaarlijk is draadloos internet? [ONLINE] geraadpleegd op 28 april 2013 via:

Klasse (2011). Scholen blijven draadloos internetten. [ONLINE] geraadpleegd op 28 april 2013 via:

Onderwijs Vlaanderen (2012). Studiedag WiFi en gsm-straling op school. [ONLINE] geraadpleegd op 30 april 2013 via: 

'Onderwijs moet evolueren, wat kan technologie betekenen?'

In zijn artikel "Onderwijs moet evolueren, wat kan technologie betekenen?" geeft Alexander Maertens zijn visie op ons onderwijssysteem. Hij identificeert een systeem met de volgende kenmerken: de nadruk ligt op analytische vaardigheden en fouten worden gestigmatiseerd. Ten slotte zijn er ook nog praktische problemen in het onderwijs zoals de stijgende kostprijs, het groeiende aantal leerlingen en het dalende aantal leerkrachten.

In de curricula wordt de nadruk gelegd op wiskunde, wetenschappen en talen. De humane wetenschappen en creatieve vakken komen veel minder aan bod hoewel deze minstens even belangrijk zijn. Technologie is in staat een deel van de exacte wetenschappen en talen te automatiseren. Bij humane wetenschappen en creatieve vakken is dit echter niet het geval.

Het huidige onderwijssysteem stigmatiseert fouten in hoge mate. Vaak werken scholen nog via het oude systeem van "waarbij de leerling eerst droge lezingen krijgt,..., waarna uiteindelijk al de geziene stof in één keer moet verwerkt en getest worden". De nadruk ligt hier op de verworven kennis en niet op het proces van de verwerving en de "individuele output".

Volgens Maertens kan de combinatie van technologie en onderwijs voorgaande problemen oplossen. Een automatisering zorgt er namelijk voor dat het leerproces individueel gestuurd kan worden. Leerlingen kunnen aangepaste feedback krijgen en op hun eigen tempo leren. Dit individueel leertraject kan gemeten en bijgehouden worden door docent en leerling waardoor de vooruitgang duidelijk te zien is. Het is mogelijk deze technologie voor grote aantallen studenten beschikbaar te maken tegen een lage kostprijs. Tot slot kan het leergedrag van studenten op grote schaal bestudeerd worden om nieuwe leermethoden en -inzichten te ontwikkelen.

Drie initiatieven van technologie en onderwijs komen in dit artikel aan bod. Het eerste is coursera.org waar gratis online cursussen gegeven worden door professoren van onder andere Harvard, Princeton, Stanford en Oxford. Na elke cursus leg je een examen af en krijg je een certificaat. Het tweede initiatief is Khan Academy dat in een voorgaand blogbericht "De onzichtbare tutor, Salman Khan" (Axelle Knapen, 29/04/2013) al uitgebreid aan bod kwam. Op deze site kan je via een tutorsysteem verschillende cursussen volgen en feedback krijgen. Tot slot is er ook het Hole in the Wall-initiatief van Sugata Mitra. Hij installeerde in arme of afgelegen buurten computer is muren en liet deze enkele maanden onbewaakt achter. Op deze computers stonden filmpjes, software en informatie. Na onderzoek bleek dat kinderen veel van deze informatie opgenomen hadden. Meer over dit onderwerp in het blogbericht "Computertablets als ontwikkelingshulp in derdewereldscholen: een oplossing?" (Nils De Vos, 30/03/2013)

In het artikel worden de pijnpunten van het huidige onderwijssysteem duidelijk weergegeven. Onze curricula zijn vaak verouderd en de nadruk wordt nog steeds gelegd op de 'klassieke' vakken. Het verwervingsproces van kennis is minder belangrijk dan het resultaat. De wereld verandert snel en we weten niet wat de toekomst zal brengen. Daarom is het beter onze curricula te richten op het bijbrengen van vaardigheden zoals kritisch denken, analyseren, zowel individueel als groepsgericht werken in plaats van het verwerven van klassieke kennis. Technologie kan ons hierbij helpen. Door het gebruik van online leeromgevingen kunnen leerlingen een individueel traject volgen en zichzelf ontwikkelen op hun eigen tempo. In dit geval mogen er fouten gemaakt worden en bestaat de mogelijkheid het leerproces en niet het resultaat centraal te zetten. Deze initiatieven zijn toegankelijkheid voor mensen waarvoor een financiële, fysieke of andere barrière bestaat in het reguliere onderwijs.

Technologie kan een versterking zijn van het huidige onderwijs. We mogen echter niet uit het oog verliezen dat het reguliere onderwijs de meerderheid van het onderwijs voor zijn rekening zal nemen. Face-to-face contact met studenten en docenten blijft een meerwaarde. Om deze reden moeten er meer onderzoek en financiële middelen naar het reguliere onderwijs gaan. Daarnaast moeten we technologie verder ontwikkelen voor niet-reguliere doelgroepen en als ondersteuning van het reguliere onderwijs.

Bron
Onderwijs moet evuolueren, wat kan technologie betekenen?
http://www.bloovi.be/nl/blog/B1484-onderwijs-moet-evolueren-wat-kan-technologie-betekenen
geraadpleegd op 29 april 2013

Technologie in het onderwijs na de hervormingen

-->
In de vorige blogberichten, reacties op het forum en bij gesprekken met andere studenten merkte ik af en toe wat terughoudendheid om digitale technologie in te zetten in het onderwijs. Zelf ervaar ik ook de angst om technologie te gebruiken in mijn lessen gezien ik er steeds vanuit ga dat mijn leerlingen meer ervaring hebben met de nieuwste technologieën dan ik. Uit onderzoek van Thompson (2013) dat collega-student Veronique Beth aanhaalt in haar blogpost, blijkt dat de “technologiewijzen” toch niet zo ervaren zijn als we weleens willen denken en dat er voor de leerkracht een belangrijke taak weggelegd wordt. Uit het onderzoek bleek dat leerlingen eerder enkel gebruik maken van Snelle Communicatie Technologie, waar sociale media bijgerekend wordt net als snelle zoekmachines (‘zo snel mogelijk het juiste antwoord vinden’). Leerkrachten dienen dus de digitale capaciteiten van hun leerlingen niet te overschatten, wat ik eerder wel deed. Maar wat wordt er dan van de leerkracht verwacht in het onderwijs?

Gezien de actuele situatie met mogelijk drastische hervormingen van het onderwijs in Vlaanderen ben ik op zoek gegaan naar recente artikels die een beeld kunnen schetsen van technologie in het onderwijs na de hervormingen.

"Federaal minister van Economie Johan Vande Lanotte benoemde Saskia Van Uffelen tot ‘Digital Champion’ voor België. Ze heeft als taak de digitale vaardigheden te stimuleren in het onderwijs en bij kwetsbare doelgroepen." (Vanbrussel, 27/04/2013) "Het is een deel van een project van Europees commissaris voor Digitalisering Neelie Kroes." (Abbeloos, 26/04/2013)

Saskia Van Uffelen waarschuwt in het artikel voor de achterstand die leerlingen oplopen op het vlak van technologie en informatica. Zo schrapt het Katholieke Onderwijs volgend schooljaar het vak Informatica in het beroeps- en het technisch secundair onderwijs. Het vak zou geïntegreerd worden in andere vakken. Dit lijkt me een zeer slechte beslissing te zijn gezien technologie en informatica toch zeer belangrijk zijn voor leerlingen in het BSO en TSO. Deze leerlingen leren meer vaardigheden en hebben dus zeker een goede basis in technologie nodig om in een bedrijf te kunnen functioneren. Ook in nieuwe technologieën wordt weinig geïnvesteerd bijvoorbeeld voor de praktijkvakken. Bijvoorbeeld 3D-printing, waarbij driedimensionale objecten ‘geprint’ kunnen worden. Deze technologie zal de industrie sterk veranderen. Zo zou de productie van auto-onderdelen radicaal kunnen veranderen. Een ander voorbeeld is bijvoorbeeld lasersnijden, waarbij alle mogelijke vormen via een digitale tekening uitgesneden kunnen worden. Het is noodzakelijk dat deze leerlingen reeds in het onderwijs in aanraking komen met deze nieuwe technologieën, zodat ze in hun carrière later de beste kansen hebben. Als toekomstige leerkracht die zelf graag praktijkvakken zou geven, is er dus zeker een belangrijke taak weggelegd, gezien de onderwijskoepel zelf zeer weinig eisen vastlegt op vlak van nieuwe technologieën.

"Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet heeft de Vlaamse Onderwijsraad gevraagd een nieuwe ICT-strategie uit te denken. Zijn hervormingen zouden in mei concreet vorm krijgen. De nieuwe ICT-strategie zou vanaf 2014 operationeel moeten zijn." (Illgems, 25/04/2013) De Vlaamse minister lijkt te streven naar een nieuwe aanpak. Enkele scholen hebben de tablet al omarmd, deze zouden volgens Pascal Smet een pioniersrol moeten spelen en vooral informatie naar andere scholen moeten delen. Gelukkig blijkt uit het artikel dat er niet enkel gefocust wordt op tablets en andere middelen voor het verwerken van informatie. Zo wil de Vlaamse minister ook jongeren de juiste vaardigheden aanleren om zich te kunnen aanpassen aan de digitale en technologische evoluties.

Maar misschien begint de integratie van technologie en ICT in het onderwijs al bij de lerarenopleiding? Waarom leren wij in deze opleiding nog steeds werken met een bord en krijt? Ook in de bacheloropleidingen lijkt me weinig veranderd te zijn in onderwijstechnieken die leerkrachten krijgen aangeleerd. Wat op zich zeer jammer is, is het opleggen van omgaan met technologie in het onderwijs via leerplannen of andere regels. Het heeft weinig zin wanneer leerkrachten zelf niet vertrouwd zijn met de mogelijkheden binnen de klas. Daarbij kom ik terug bij het begin van deze tekst. Het zelfvertrouwen van leerkrachten in hun omgang met technologie zou volgens mij een stuk hoger liggen als we daadwerkelijk ook geleerd hebben om om te gaan met onderwijstechnologieën, waardoor deze technologieën sneller in de praktijk gebruikt zouden worden. Ik ben dus zeker benieuwd naar de maatregelen die Vlaams minister van onderwijs Pascal Smet zal doorvoeren bij de lerarenopleidingen en bijscholingsdagen (pedagogische studiedagen).





Abbeloos, F. (26/04/2013). Neelie Kroes commisaris tegen de digitale genderkloof. De Standaard, p. 27.

Illegems, M. (25/04/2013). Pascal Smet wil meer aandacht voor ICT op school tegen 2014. Knack, Datanews.

Thompson, P. (2013). The digital natives as learners: Technology use patterns and approaches to learning. Computers & Education, 65, p.12-33. Volledige tekst beschikbaar op http://www.sciencedirect.com.ezproxy.vub.ac.be:2048/science/article/pii/S0360131513000225

Vanbrussel, E. (27/04/2013). Het Vlaamse onderwijs dreigt diep te vallen. De Morgen, p. 26.




Nieuwe ICT strategie


Samenvatting van het artikel

De Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet wil in de toekomst een nieuwe ICT-strategie voor de scholen.

De onderwijsraad, hardware- en softwaremakers en de uitgevers moeten samen een advies opmaken omtrend de technologische ontwikkelingen die in de scholen van toepassing kunnen zijn.

In het artikel wordt er verwezen naar enkele scholen in Vlaanderen die al aan het werk zijn met iPads en andere technologische apparatuur.

 - In de Blankenbergse school werden de leerlingen verplicht om een tablet van Apple aan te kopen. Dit besluit stuitte op verzet bij de ouders en de overheid. (23/08/2012)
 - In de TechOv school in Vilvoorde werden de leerkracht en leerlingen voorzien van tablets door de hardwaregigant Samsung. De school nam hiermee deel aan een proefproject omtrend digitaal leren. (24/04/2013)

Pascal Smet vind dat deze scholen "een pioniersrol" moeten spelen en hun ervaringen met de andere scholen kunnen delen.

In de strategie zal er ook aandacht moeten worden besteed aan het leren omgaan met digitale evoluties voor de leerlingen. Ook de leerkrachten kunnen hun steentje bijdragen door een bijscholing te volgen. En meer aandacht moet worden besteed voor ICT in de lerarenopleiding.

Pascal Smet ziet de nieuwe plannen graag in 2014 van start gaan.


Eigen visie

Het ontwikkelen van een ICT strategie vind ik zeker een goede manier om een eenduidige oplossing te bieden voor het gebruik van ICT op school. Hierdoor kunnen de scholen een gelijk aanbod van ICT materialen aan de leerlingen aanbieden.

Nu is het enkel nog wachten op wat er in de strategie juist zal opgenomen worden.
Gaan er bepaalde materialen verplicht worden?
Gaan ze kiezen voor dure of eerder betaalbare producten?
Is het werkelijk haalbaar om de scholen te voorzien van moderne technologie?
Wie gaat opdraaien voor de kosten? De overheid of de ouders?
En zal er in zijn strategie plaats zijn voor het gebruik van Open Source Software?

Ik hoop dat in de strategie gekozen zal worden voor het meest gebruiksvriendelijke, betaalbare en duurzaamste manier voor het gebruik van moderne technologie in de scholen.



Referenties:

Pascal Smet wil meer ICT op school tegen 2014. Knack, donderdag 25 april 2013.
http://datanews.knack.be/ict/nieuws/pascal-smet-wil-meer-aandacht-voor-ict-op-school-tegen-2014/article-4000286988476.htm

Blankenbergse school houdt vast aan iPad plannen. Knack, Donderdag 23 augustus 2013.
http://datanews.knack.be/ict/nieuws/blankenbergse-school-houdt-vast-aan-ipad-plannen/article-4000166564079.htm

Samsung test digitaal leerplatform in Vilvoorde. Knack, woensdag 24 april 2013.
http://datanews.knack.be/ict/nieuws/samsung-test-digitaal-leerplatform-in-vilvoorde/article-4000286216117.htm






'Voor mij geen papier meer'


Korte samenvatting
Er is een hele heisa geweest over of de tablet, hier de IPad, verplicht mag worden op een school, in dit artikel meerbepaald in een school in Blankenberge of niet. Verschillende berichten verschenen in kranten en het laatste bericht dat ik hierover vond in De Standaard: ‘Voor mij geen papier meer’, heb ik genomen als artikel voor deze taak.
In dit artikel gaat het over het gebruik van de tablet-pc, meer bepaald de iPad op de Blankenbergse scholen, het Sint-Pieterscollege en de Sint-Jozefshandelsschool. Er wordt beschreven hoe de iPad geïntroduceerd wordt in verschillende lessen: zoals dat er duidelijke afspraken worden gemaakt in de les (niet chatten en niet gamen) en dat ze er zoveel meer mee kunnen doen dan gewoon met pen en papier. Zowel in de les cultuur- en gedragswetenschappen als in de les godsdienst, wiskunde en economie gebruiken ze deze tablet en zijn ze hier zeer tevreden mee. Maar dit geldt niet voor alle leerkrachten en zeker niet iedereen kan hier direct mee werken. Ook gaat het hier over de ouders die klacht ingediend hadden tegen de school en de aankoop van deze dure tablets. Er was veel protest hiertegen maar zoals in het artikel staat: Wat blijkt: de kinderen van de klagende ouders zijn nu allemaal ingeschreven.”

Eigen reflectie
Zoals in het artikel weergegeven zijn er natuurlijk een paar voordelen waar we niet onderuit kunnen. Het grootste voordeel volgens mij is dat je niet zoveel meer moet meesleuren in je boekentas zodat deze veel lichter is en dus beter voor je rug. En ander voordeel wat zeker meespeelt in deze tijden waarbij natuur en milieu toch een grotere rol spelen, is de serieuze vermindering van de fotokopieën en ‘verspilde papieren’.  Ook de tijd die je spaart om naar een computerlokaal te stappen en je te installeren, verdwijnt waardoor je meer efficiënte lestijd hebt. Maar volgens mij zijn er zeker ook nadelen. Zoals in de tekst gezegd vrezen de ouders voor de ogen van hun kinderen en uit onderzoek is er wel gebleken dat deze angst niet altijd onjuist is (“computerogen”). De reden waarom zoveel ouders klaagden in het begin (wat te zien is een vorig artikel in De Standaard: Stop de vooruitgang! van Lorin Parys) gaat natuurlijk over de kostprijs van deze tablet. Mijn vraag dan ook, waarom perse deze tablet, genaamd ‘de iPad’ en geen andere goedkopere variant? Oké dat ze kiezen voor een tablet in plaats van bijvoorbeeld een laptop omdat dit minder plaats inneemt en gauw opgeborgen is. Maar in dit artikel geven ze ook de reden: “omdat ze er al sinds 1982 mee werken”. Persoonlijk vind ik dit maar een flauwe reden, want veranderen naar een goedkopere variant is toch niet zo erg en moeilijk.
Mijn idee hierover is dat een tablet zeker voordelen heeft over snel bepaalde dingen opzoeken tijdens de les of erna, maar hoeft dit daarom verplicht te worden om dit aan te kopen voor elke leerling. De leerlingen uit deze school kunnen ook wel een iPad huren, wat zeker een oplossing is hiervoor. Ook een bedenking van mij is of leerlingen het schrijven niet gaan ‘verleren’? En ik vind dat het ‘ouderwetse’ pen en papier zeker niet mag verdwijnen in de scholen.

Referenties
Parys L. (2012). Stop de vooruitgang! De Standaard, 24/8/2012. http://www.standaard.be/cnt/DMF20120823_00268658

Ysebaert T. (2012). ‘Voor mij geen papier meer’, De Standaard, 19/09/2012. http://www.standaard.be/cnt/DMF20120918_00301183

Ook het artikel van Brecht Ameys sluit hierop aan:
Vanderlinde R. en van Braak J. (2012). Een iPad voor elke leerling?De Standaard,ma. 03 september 2012. http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20120902_00279885

InfoNu.nl, computerogen. http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/aandoeningen/57525-vermoeide-ogen-wazig-zicht-misschien-hebt-u-computerogen.html