Posts tonen met het label afstandsonderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label afstandsonderwijs. Alle posts tonen

woensdag 30 maart 2016

Language-apps, de dood van het traditioneel taalonderricht?



In het snel veranderende technologische landschap, heeft met de verspreiding van smartphones binnen het taalonderwijs een nieuwe fenomeen zijn intrede gedaan: “language-apps”. In hun artikel Just how effective are language learning apps?”, geven Mike Groves, Diana Hopkins en Tom Reid, allen verbonden aan de universiteit van Bath enkele interessante invalshoeken en denkpistes rond het gebruik hiervan. Language apps gebruiken de mogelijkheden van smartphones om taalcursussen aan te bieden die bijna hapsgewijs kunnen worden gebruikt. De kracht van deze programma’s, is dat ze het leren van een taal toelaten waar men maar wil, op eigen tempo. Ze zijn dan ook razend populair, Duolingo, de populairste onder de taal-apps, zou al aan meer dan 80 miljoen keer geïnstalleerd zijn, en toont daardoor aan dat men het binnen het taalonderricht als een belangrijke speler moet zien. Blijft natuurlijk de vraag, welke plaats kan en mag men toepassingen als Duolingo geven? Kan Duolingo traditioneel taalonderricht vervangen? Het antwoord daarop lijkt voor de auteurs negatief. Duolingo is een interessante bijdrage binnen het veld, maar als men de evolutie van het taalonderricht bekijkt in een breder perspectief, is Duolingo op een bepaalde manier ook een terugkeer naar een manier van onderricht waar men binnen het onderwijs eigenlijk is van afgestapt, waarbij we dichter aanleunen bij het taalonderricht voor de jaren ’60 dan anno 2016. 

De auteurs halen immers terecht aan dat we ons vandaag nog steeds binnen het taalonderricht bevinden zoals dit vorm heeft gekregen na de ‘communicative turn’. Communicatie is hierbij het belangrijkste aspect. Deze ‘communicative turn’ vond net plaats omdat de limieten van vraag-antwoord onderwijs,  zoals we dat vroeger kenden, duidelijk waren geworden. Woordenschat en grammatica zijn binnen deze optiek dan ook slechts interessant in zoverre ze de communicatie bevorderen. Met Duolingo zitten we terug in het oude schema, waarbij het vooral een (haast steriel) herhalen van woorden en zinnen is, zonder dat het communicatieve aspect een plaats krijgt. Dat dit zijn plaats heeft binnen het taalonderricht staat niet ter discussie, maar een herhalen van contextloze zinnen is zeker niet het doel van het modern taalonderricht. De auteurs stellen dan ook dat Duolingo voor hen dus ook slechts als aanvulling, eerder dan als vervanger voor het taalonderricht moet worden gezien. De auteurs maken hierbij wel één interessante en belangrijke kanttekening. We mogen voor hen immers het nut van een applicatie als Duolingo in gebieden waar bijvoorbeeld, taalleerkrachten ontberen, niet over het hoofd zien. Hier kan Duolingo wel een belangrijke rol spelen menen ze, waarbij men in de sferen van programma’s als “One Laptop per Child” komt. 

Als u nog niet niet geheel duidelijk is wat Duolingo is, kan het filmpje dat u hier kan vinden ter illustratie dienen.

Merk op dat men vanuit Duolingo naast het benadrukken van het mobiele aspect, ook meegeeft dat het wetenschappelijk bewezen is dat het gebruik van Duolingo het equivalent zou zijn van een semester intensief taalonderricht aan een universiteit. U vindt de "onafhankelijke" studie hier. Een bevinding die spreekt voor het nut van de applicatie. Is dit echter wel helemaal zo?  Op de taal-technologie-blog “Rise of the Polyglot" weet men dit bericht van een belangrijke verduidelijking te voorzien. Het gaat hier namelijk over een specifiek type examen, waarbij de manier waarop Duolingo aan taalonderricht doet (een modern jasje voor een ietwat ouderwetse drill-and-repeat methode) zeer mooi aansluit bij de geteste vaardigheden. Men mag dus wel sceptisch blijven voor jubelberichten die de dood van het traditioneel taalonderricht lijken aan te kondigen.
Duolingo, oude methodes in een nieuw jasje?

In zekere mate onderschrijf ik de mening van de auteurs wel. Duolingo en aanverwanten lijken mij nog niet klaar om de wereld van de taalinstructie op zijn kop te zetten, maar zijn wel een interessante uitbreiding voor de bestaande cursussen.[Voor een lijst van de betere/bekendere “language apps" klikt u hier]. Ze lijken tegelijkertijd ook een weg te tonen naar waar we in de toekomst heen zouden kunnen met taalverwerving. Hierbij kan men ook denken aan taalapplicaties als Busuu die minder het spelaspect benadrukken dan bijvoorbeeld Duolingo, maar waarbij samenwerking tussen gebruikers en een crowdsourced tutor-veld een zeer interessante aanvulling kunnen zijn voor lespakketten. Het orginele aan een toepassing als Busuu is immers het feit dat elke deelnemers ook tegelijkertijd een "tutor" wordt in de eigen taal. Busuu probeert op die manier de interactie tussen gebruikers te bevorderen zodat er voldoende "contact momenten" zouden zijn waarbij de taal gebruikt wordt. Dit is uiteraard interessant daar taalstudenten consequent aanduiden dat het gebrek aan contactmomenten met sprekers van de taal in kwestie één van de grote struikelblokken is, zie bijvoorbeeld het wijd gedeelde artikel van Vlaams laatstejaarsstudente Alice Elliott in de Standaard, waarin het gebrek aan contact met doeltalen die niet het Engels zijn werden aangeduid als grootste probleem voor het Vlaamse taalonderricht.

Een andere interessante opmerking die de auteurs maakten, verwees naar het nut van dit soort van technologie in verder afgelegen gebieden of ontwikkelingslanden, waar taalonderricht vaak problematisch is door het ontbreken van gekwalificeerd personeel en materiaal. Hoewel dit zeer zeker een troef is, en ook door Duolingo wordt onderstreept, lijkt het me dat we hierbij niet enkel naar ontwikkelingslanden hoeft te kijken, als we weten dat al binnen het Brusselse er een tekort is aan gekwalificeerde taalleerkrachten Nederlands en Engels. Ook merkt men vaak dat het aantal uren dat aan taalonderricht besteed kan worden binnen het traditionele curriculum vaak veel te weinig is. Anekdotaal, studenten die klaargestoomd worden voor een functie aan het onthaal, krijgen binnen het Brusselse slechts een schamele twee uur Nederlands en twee uur Engels per week aangeboden. Een herhaling van de basis zou voor dergelijke profielen het nut van de twee effectieve lesuren enorm de hoogte in kunnen krijgen. Ook binnen het kader van het absenteïsme, lijkt de inzet van taalapplicaties interessant, daar ze zowel een zekere monitoring toe laten langs de kant van de leerkracht met het oog op het bijsturen van lacunes, als dat ze niet afhankelijk zijn van een fysieke aanwezigheid van de leerlingen en tegelijkertijd een zekere autonomie toelaten binnen het leerproces. Men kan er de contactmomenten nog niet mee vervangen, maar zeker beter mee voorbereiden.

In conclusie: hoewel we nog geen wonderen moeten verwachten van de nieuwe technologie en ons moeten hoeden voor jubelberichten over de effectiviteit van de nieuwste technologische snufjes in het overbodig maken van traditioneel onderwijs, is er zeker een toekomst weggelegd voor taalapplicaties die via de nieuwe mobiele technologie een belangrijke aanvulling kunnen zijn voor het traditionelere onderricht. Ook lijkt er een zekere sociale rol te zijn die gespeeld kan worden door deze technologie, waar we niet blind voor hoeven of mogen blijven. 

Bronnen:

Primair artikel:
M. Groves, D. Hopkins en T. Reid (2015). Just How Effective Are Language Learning Apps? Geraadpleegd: 27/03/2016. < http://theconversation.com/just-how-effective-are-language-learning-apps-42913 > 

Blogberichten en krantenartikels:

Nick (2013). Duolingo Now "Scientifically" Proven. Geraadpleegd 28/03/2016 < https://riseofthepolyglot.wordpress.com/2013/06/09/duolingo-now-scientifically-proven/=>


T. Ranosa (2015) Best Apps to Learn Foreign Language: Duolingo, Babble, Memrise, Anki, Busuu and More. In: Techtimes. Geraadpleegd 27/03/2016. < http://www.techtimes.com/articles/52934/20150514/best-apps-to-learn-foreign-language-duolingo-babbel-memrise-anki-busuu-and-more.htm>

Alice Elliotte. Acht jaar Frans, Et Alors?  In: De Standaard 27/02/2016. Geraadpleegd 30/03/2016

Onafhankelijke wetenschappelijke publicatie:

R. Vesselinov en J. Grego (2012). Duolingo Effectiveness Study. Geraadpleegd op 27/03/2016. <

Youtube:

Duolingo: The Best Way to Learn a Language. Geraadpleegd 27/03/2016 < https://www.youtube.com/watch?v=8OebgtUjLg4&feature=youtu.be  >



zondag 31 augustus 2014

De invloed van innoverende MOOCs op het toekomstig onderwijs

Tegenwoordig lees je steeds meer over een nieuwe methode van e-learning, namelijk MOOCs (Massive Open Online Courses). Verschillende experts, zoals Roland Legrand en George Van der Perre hebben het dan over de mogelijkheden van MOOCs en de uitdaging om deze nieuwe, nog te perfectioneren, leermethode te gaan implementeren in ons soms wat vastgeroeste onderwijssysteem.

Maar is deze nieuwe online leermethode inderdaad een ‘krachtig instrument voor levenslang leren’ zoals nu wordt beweerd? Gaan mensen en organisaties er gebruik van maken? Zijn er economische voor- en/of nadelen aan verbonden?  Kan het een positieve invloed hebben op het milieu? Zullen deze MOOCs in de misschien niet zo verre toekomst het klassieke ‘face-to-face’-onderwijs van het podium duwen of kunnen ze samengaan, hand in hand? Als men deze vragen niet kan beantwoorden kan men MOOCs ook niet op een oordeelkundige manier implementeren.  Eén ding is alvast zeker: als MOOCs hun weg gaan vinden naar het brede publiek en meer bekendheid zullen verwerven dan zal het toekomstig onderwijs er heel anders gaan uitzien.

Breek uit dat isolement


Belangrijk in het verhaal is dat MOOCs Massive Open Online Courses zijn, m.a.w. ze zijn gratis en bijgevolg toegankelijk voor iedereen. Wat hun anders maakt dan de bestaande online leermodellen is dat de lessen vaak interactief zijn en dat de student wordt aangemoedigd om actief met de leerstof bezig te zijn via discussiefora, toetsen, online vergaderingen, video’s, blogplatformen, … Voor de ‘sociale media - student’ van vandaag is dit laagdrempeliger dan wanneer je in een vol auditorium het woord moet nemen wanneer je de leerstof wil bespreken.  Maar toch moeten we ons ook afvragen of een student wel de zelfdiscipline zal kunnen opbrengen om thuis actief online te gaan leren.

In het artikel ‘‘Blended learning’ houdt ons onderwijs relevant‘ benadrukken experts dat het wel belangrijk is om een studiegroep te hebben wanneer je een MOOC volgt, omdat zo een groep motiverend werkt en iedereen verplicht om mee te blijven leren. Bovendien verlies je zo niet het sociale gebeuren van samen te studeren. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat online leren zonder tijdschema, afspraken of discipline meestal de mist in gaat en cijfers tonen ook aan dat er bij MOOCs gemiddeld slechts 10 tot 15 procent studenten slagen.

Leren we echt?


Volgens Professor Pierre Dillenbourg, MOOC-pionier in Europa, zijn de lage slaagcijfers geen probleem. Hij is van mening dat de studenten die een MOOC niet afmaken wel de voor zichzelf relevante informatie er hebben uitgehaald en dus daarom niet verder doen. Maar is dit echt zo? Of is er gewoon nog een grote ‘drop out’-graad doordat er nog te weinig ondersteuning is in het huidige MOOC-model en doordat de MOOCs toch nog steeds redelijk ‘schools’ opgebouwd zijn?
In tegenstelling tot Professor Dillenbourg baart het lage slagingspercentage me wel zorgen en ben ik er niet van overtuigd dat studenten stoppen omdat ze alle info hebben verzameld die ze nodig hebben. Integendeel, volgens mij stoppen ze omdat ze met de leerstof nog niet voldoende meteen aan de slag kunnen. Er is nog onvoldoende een uitdaging. MOOCs moeten nog actiever toegepast worden zodat die studenten in een later stadium in het leerproces de verzamelde info kunnen gaan toepassen om zo ‘drop-outs’ te verminderen.   

Roland Legrand droomt ervan dat MOOC-studenten in de toekomst door een team van experts begeleid zullen worden in hun leerproces en dat er zal afgestapt worden van het model waarbij één ‘alwetende’ professor een vaste online cursus aanbied. De mogelijkheden zijn er alleszins en het team van experts kan gebruik maken van het web en de vele Online Open Source programma’s om de MOOCs mee te ondersteunen.
We kunnen dus evolueren naar een mengvorm waarbij de leerkrachten of professoren verwijzen naar nuttige MOOCs, waarbij die nog steeds gecombineerd worden met korte hoorcolleges om duiding te geven, groepsessies om het geleerde te bespreken, en begeleiding door verschillende experts.

Reflectie



Dat de MOOCs een nieuwe leermethode bieden staat buiten kijf, maar of ze in hun huidige vorm echt goed toepasbaar zijn in het onderwijs is nog de vraag. Universiteiten beginnen ze steeds meer aan te bieden, wat uiteraard een positieve evolutie is. Maar het invoeren om het in te voeren is natuurlijk niet de juiste optie. Men moet beter nagaan op welke manier MOOCs de onderwijsdoelen kunnen helpen realiseren op de meest efficiënte manier. 


Bronnen


donderdag 1 mei 2014

MOOC, nascholing vanuit de sofa… voor wie er één heeft


Samenvatting van het artikel “Op nascholing vanuit je zetel” gepubliceerd op klasse.be op 25-02-’14

In dit artikel wordt MOOC, Massive Open Online Courses, naar voren geschoven als een interessante, maar in Vlaanderen nog vrij onbekende manier om zich als leerkracht bij te scholen. Losstaande vakken, aangeboden door universiteiten, hogescholen of andere onderwijsinstituten kunnen gratis door iedereen over de hele wereld gevolgd worden, met deelnemersaantallen tot in de (tien)duizenden.

Naar de gewenste MOOCs kan gezocht worden op specifieke internetplatformen. Naast tekstmateriaal, kan men op een MOOC o.a. ook video’s, toetsen, online vergaderingen, opdrachten met peer evaluatie en vragen voor een discussieforum vinden. Deelnemers kunnen zelf de informatie selecteren die ze nodig hebben, zonder per se de volledige cursus af te werken. Dit kan ook een voordeel zijn voor leerkrachten, aangezien MOOCs soms te intensief zijn om te combineren met een fulltime onderwijsopdracht.

Dillenbourg, pionier aanbieder van MOOC in Europa, vindt de synchroniciteit van MOOC een meerwaarde vergeleken met andere vormen van online leren. Hij ziet ook de mogelijkheid voor leerlingen uit het secundair om zich verder in de leerstof te verdiepen of om een idee te krijgen van wat er aan de universiteit gedoceerd wordt. “De muren van de universiteit worden opengebroken.” 

In Vlaanderen wordt onderzocht wat het potentieel van blended learning is voor de universiteiten, om studenten aan te zetten zich ook buiten de les in de vakken te verdiepen. Georges Van der Perre, voorzitter van de expertengroep die zich over deze vraag buigt, stelt dat het secundair onderwijs kan leren uit de experimenten en vorderingen van het hoger onderwijs op dit vlak en wijst er tevens op dat het past in een steeds meer leefwereldgericht secundair onderwijs.

Reflectie

MOOCs lijken interessant om verschillende redenen. De internationalisering die zich meer en meer in de Vlaamse klassen toont, wordt hier door leerkrachten op een ander niveau ervaren, nl. in samenwerkingsverbanden die toch betrekking hebben op hun job, maar waarbij ze zich in de positie van leerling/student bevinden. Hun persoonlijk ervaring zal hen sterker en vertrouwder maken in het organiseren en begeleiden van verwante projecten in hun klas en op hun school. Andere zienswijzen, methodieken, … uit een breed netwerk verspreid over de wereld kan een frisse wind met zich meebrengen op lokaal niveau. Verder kunnen MOOCervaringen inspiratie vormen voor technologiegebruik in de klas of op school. Op ecologisch en tijdsgebonden gebied worden verre verplaatsingen uitgespaard, terwijl toch van overal in de wereld kan worden deelgenomen. Op deze manier worden lange termijn nascholingen mogelijk, wat andere perspectieven biedt. Tegelijk is er een mogelijkheid om de cursus op eigen tempo en selectief te volgen. Zowel organisatoren als deelnemers hebben veel mogelijkheden om creatief te zijn. Constructieve ontmoetingen kunnen leiden tot internationale samenwerkingsprojecten. Het thema van de meertaligheid komt uiteraard aan bod, aangezien de meeste cursussen in het Engels gegeven worden. Het feit dat de cursussen gratis zijn, heeft een enorme democratische waarde.

Echter kan men ook vraagtekens plaatsen bij de altruïstische indruk die dit nalaat. Ghanashyam Sharma, een assistent retorica en schrijven aan de State University of New York, schreef een artikel over deze kwestie vanuit zijn eigen ervaring om als docent met pakken ervaring in Nepal verder carrière te maken op een Amerikaanse universiteit.


Hij stelt: “…we need more research about how students learn in massive open online platforms, and a better understanding of how students from different academic, cultural, social, and national backgrounds fare in such spaces.”
“Academic disciplines and teaching/learning environments (or, put simply, courses) are almost always highly specialized and situated in local academic systems and cultures.”
“It took several years of training for me to gain the ability and confidence to teach the type of more advanced courses that I had already taught in a different country and academic system. In fact, even in the case of the more context- and culture-neutral subjects like the natural sciences, the local begins to trump the universal very quickly in terms of language used, references made, applications shown, and so on.”

Een mooi voorbeeld hiervan is te vinden in deze BLOSSOMS video:



Een belangrijke vraag is volgens Ghanashyam Sharma: “…what happens when thousands of students constituting a vast spectrum of proficiency levels and academic backgrounds try to catch up with one’s attempt to educate the world primarily through video-recorded lectures. This problem is evident in the design and delivery of any MOOC in almost any discipline at this time.
Volgens hem dient de aandacht gericht te worden op de intellectuele obstakels die aanwezig zijn ondanks de technologische toegang.
Daarenboven vindt hij dat de organisatoren van MOOCs ofwel onwetend zijn ofwel niet bereid om de geopolitieke dynamieken te erkennen die volgens hem de leerervaringen vormgeven op wereldschaal.
In een ander kritisch artikel over MOOCs waarnaar hij verwijst, stelt men het iets meer cru: Some educators worry a one-way transfer of educational materials from the rich north to the poor south will amount to a wave of “intellectual neo-colonialism.”