donderdag 19 maart 2015

Steve Jobs scholen: (on)zin?

Inside Steve Jobs schools: swapping books for iPads

Samenvatting artikel  

In de Nederlandse Steve Jobs scholen, opgericht door De Hond, worden de vele handboeken gewisseld voor een iPad. Er zijn geen klassieke lesplannen en oude krijtborden zal je ook niet vinden in deze scholen. De rol van de leerkracht is niet meer die van informatiegever maar wel ‘talent coach’. De leerlingen werken zelfstandig in een rustig klaslokaal. Zo kunnen de leerlingen die meer hulp nodig hebben in kleinere groepen begeleid worden door hun leerkracht. Volgens De Hond zijn de kinderen zelfverzekerder, kunnen ze zich langer concentreren en heeft deze methode een zeer positieve invloed op kinderen met ADD.


Reflectie

Persoonlijk sta ik niet direct te springen voor een school die volledig gebaseerd is op iPads. Een hele reeks vragen komen meteen naar boven:

1)    Leren deze kinderen samenwerken?
Gebaseerd op wat ik in verschillende filmpjes gezien heb, zijn de leerlingen bijna uitsluitend individueel aan het leren. Wat mij hier tegen de borst stoot, is dat de leerlingen niet leren om met elkaar samen te werken. Momenten waar leerlingen aan elkaar bepaalde leerstof kunnen uitleggen, lijken hier afwezig. Leiden we met deze Steve Jobs scholen geen erg op zichzelf gerichte kinderen op? Hoe zullen deze leerlingen als volwassenen functioneren in groep?

2)    Weten deze leerlingen überhaupt nog wat potloden/pennen/stylo’s zijn?
Ik heb De Hond nooit horen praten over leren schrijven. Ik vraag me af hoeveel tijd hieraan gespendeerd wordt. We mogen dan wel in een technologische wereld leven, het lijkt me nog altijd van heel groot belang om ook te kunnen schrijven.

3)    Wat met verveling en creativiteit?
Als een van de positieve punten wordt aangehaald dat de leerlingen zich niet meer vervelen. Laat dat nu net de bron van creativiteit zijn. Kinderen moeten zich af en toe eens kunnen vervelen. Een leuke doodle in de marge van hun blad is al zeker geen optie meer.

4)    Sluit het gebruik van iPads (of andere tablets) kansarme leerlingen uit?
In de Steve Jobs scholen wordt er tot nu toe zeer sterk nadruk gelegd op het feit dat de iPads aangekocht worden door de school en dus niet door de gezinnen zelf. Op deze manier sluiten ze geen kansarme leerlingen uit. Maar wat als de school in de toekomst een sterke toename van leerlingen heeft en het zelf niet meer kan betalen?

5)    Is het wel ethisch verantwoord om je school op een merk te baseren en zo je leerlingen vanaf hun vierde levensjaar ‘brainwashen?
Leerlingen leren van jongs af aan uitsluitend met Apple werken, ze komen op school niet in contact met andere producten en leren niet wat Open Source is.

Naast deze reeks vragen zie ik ook wel een groot lichtpunt

In de klassieke, vaak overvolle klassen, wordt het tempo vaak bepaald door de middenmoot van de klas. Dat betekent dus dat de sterkere en de zwakkere leerlingen uit de boot vallen. De sterke leerlingen vervelen zich in de klas en moeten maar al te vaak wachten op de anderen, de zwakke leerlingen voelen zich verloren en geven sneller op. Als leerkracht heb ik maar al te vaak gehoord, maar differentieer dan toch! Dit vraagt uren voorbereidingstijd voor één les, en loopt in de klas ook niet altijd van een leien dakje.  Zoals gezegd wordt in een van de onderstaande filmpjes, krijgt de leerkracht meer de rol van coach aangezien de iPad al een groot deel van de vragen zal kunnen beantwoorden. Waardoor je als coach meer tijd hebt om aandacht te geven aan de leerlingen die er meer nood aan hebben.  Wat de sterkere leerlingen betreft, die kunnen op hun eigen ritme verder werken.


Het lijkt me realistischer en ook vooral gezonder voor de leerlingen om een combinatie te maken van het klassieke (handboek)onderwijs en deze nieuwe vooruitstrevende iPadscholen. Op deze manier wordt het beste van beide scholen gecombineerd.







Artikels : 
http://www.theguardian.com/teacher-network/teacher-blog/2014/oct/07/text-books-school-ipad-steve-jobs-classrooms

https://www.ou.nl/documents/10815/36316/OI_2013_3_Onderwijs_TabletsInDeKlas.pdf


dinsdag 17 maart 2015

Census At School.

Wat is het?

Census at school is een non-profit volktellingsproject dat in 2000 werd opgestart in het verenigd koninkrijk om statistiek te promoten bij schoolgaande jongeren door gebruik te maken van echte  data die ze zelf verzameld hebben. Kinderen van over het hele land (en ondertussen ook vanuit verschillende andere deelnemende landen) kunnen klassikaal deelnemen aan het project door de lopende enquetes online aan te vullen met hun eigen metingen, waarna deze gegevens worden bewaard op een centrale server. Via de juiste statistische methoden kunnen de leerlingen nadien hun eigen resultaten vergelijken met die van andere kinderen in het land, of zelfs met gegevens van kinderen uit een ander deelnemend land. Ondervraagde topics zijn onder andere de grootte van hun rechter voet, hoe lang het duurt om naar school te komen of hun lengte.

Naast de gegevens die de kinderen verzamelen is er ook een hele grote collectie aan lesmateriaal, gebaseerd op de census at school-data, te vinden en dit voor een uiteenlopen aantal onderwerpen. Enkele voorbeelden die zeker de moeite waard zijn:
  1. Een aardrijkskundeles over de klimaatsverandering
  2. ICT-les: data-manipulatie in excel.
  3. Wiskundelessen in kansrekening, statistiek maar ook algebra
  4. Een biologieles: Wat is een hartslag?
  5. En sport: Kan een marathon worden gelopen in minder dan 2 uur
Tot slot worden er ook enkele tools voor het manipuleren en opvragen van de data ter beschikking gesteld:
  1. De random data selector is een tool die deelnemers aan het project toelaat om random gegevens uit eigen land, uit een van de andere deelnemende landen of internationaal, te selecteren uit de database.
  2. Met de data tool is het mogelijk de opgevraagde data te analyseren. Het is een gebruiksvriendelijk alternatief voor excel.
Beide tools kunnen enkel gebruikt worden door leerkrachten en/of leerlingen van scholen in de deelnemende landen.

Al het lesmateriaal en de gegevens die op de censusatschool website te vinden zijn kan vrij worden gebruikt door leerkrachten voor educatieve doeleinden op voorwaarde dat het materiaal ook correct geattribueerd wordt. Aanpassingen zijn ook toegelaten als het materiaal onder dezelfde licentie terug wordt vrijgegeven en de correcte attribuering is toegepast. Elk ander gebruik kan enkel met uitdrukkelijke toestemming.

Waarom deelnemen?

Momenteel loopt het project al in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Zuid Afrika, Canada, Nieuw Zeeland, Australie, de VS, Japan en Zuid Korea. Uiteraard vind ik dat het nuttig zou zijn als Belgie weldra aan dit lijstje zou toegevoegd worden. Ik lijst hieronder even de voordelen van het project voor onze samenleving en ons onderwijs op:
  •  Het gebruik van levensechte data (i.e. werken in een realistische context) werkt motiverend voor de leerlingen en dit niet alleen in de lessen wiskunde maar ook in andere domeinen zal het een sterke engagerende werking hebben. 
  • Het project kan statistiek promoten als een uitdagend en levend onderwerp van hoge maatschappelijke relevatie.
  • Het genereert interesse van de media.
  • Internationale banden tussen scholen in verschillende landen kunnen via deze weg worden gelegd.
  • De gegevens kunnen leiden tot resultaten die interessant kunnen blijken voor verder wetenschappelijk onderzoek.

maandag 16 maart 2015

App om studieruimtes te reserveren.

Samenvatting

Op de Nijmeegse Radboud Universiteit in Nederland wordt een app gebruikt die de mogelijkheid geeft aan studenten om studieruimtes te reserveren.
Volgens Marloes Hermsen, ICT-consultant bij Radboud Universiteit, kunnen zo’n tools de beschikbaarheid van werkruimtes inzichtelijker maken. De studenten zijn zeer blij met deze nieuwe app omdat het al vaker gebeurde dat ze niet op de universiteit konden blijven na de les omdat er geen beschikbare werkruimtes meer waren.


Reflectie

Het is wel eens gebeurd dat ik te laat opsta tijdens de examenperiode en toch beslis om naar de bib van de VUB te gaan om te studeren, omdat ik thuis niet de nodige concentratie vind. Dan kom ik daar toe en geen enkele ruimte is nog beschikbaar, elke stoel en bank is bezet. Meestal beslis ik dan om terug naar huis te gaan en zo ben ik drie uur van mijn dag kwijt. Ik moet toegeven dat je met een app als deze super veel tijd kan winnen. De Universiteit geeft bovendien ook de kans aan studenten om beter te leren organiseren en plannen.
Misschien dat het ook interessant zou kunnen zijn om zo'n planningssoftware te testen in het secundair onderwijs. Zo kan je bijvoorbeeld de kans geven aan leerlingen om tijdens de middagpauze een werkruimte te reserveren (of zelfs de sportzaal) en ze zo activiteiten of workshops laten organiseren. De meeste leerlingen maken gebruik van hun smartphone op school. Het zou dus interessant zijn om apps te ontwikkelen die het schoolleven van onze leerlingen zou vergemakkelijken.  Ik denk bijvoorbeeld aan een app waarmee leerlingen makkelijk hun uurrooster kunnen checken. Als een leerling zijn agenda bij een medestudent of op school vergeet, kan hij/zij thuis, via de app snel het uurrooster checken.
Ik denk echt dat planningssoftware een meerwaarde kan bieden aan het onderwijs. Jongeren hebben het vaak moeilijk om te plannen en te organiseren, zo'n apps bieden hen de mogelijkheid zelfstandiger te worden.

Referentie

Computable 2 maart 2015:

http://www.computable.nl/artikel/nieuws/onderwijs/5236483/1277214/radboud-test-werkplekplanner-planon.html

Naam

Leslie Gaza

zondag 15 maart 2015

ClassDojo: de app van de toekomst voor klasmanagement?

Samenvatting

Op 15 januari 2015 lanceerde ClassDojo een belangrijke update voor hun gelijknamige app. Het basisprincipe van deze app stelt leerkrachten in staat om een virtuele klas aan te maken waarbij de leerlingen worden voorgesteld door avatars. Vervolgens maakt de leerkracht een lijst aan van gedragskenmerken waarop de leerlingen beoordeeld kunnen worden. Beoordelen is mogelijk door de avatars aan te klikken en een punt te geven (bvb. voor goed samenwerken, creativiteit, …) of een punt af te trekken (bvb. voor geen respect te hebben, te laat op school, …) op een specifiek gedragskenmerk. Hoewel de invulling hiervan volledig vrij en door de leerkracht zelf te kiezen is, is het voornaamste doel van de app om positieve feedback te geven aan leerlingen en om zo belangrijke gedragskenmerken en vaardigheden te ontplooien.
   
Oorspronkelijk bestond ClassDojo uit 2 verschillende apps. Via een eerste app kon de leerkracht zijn virtuele klas aanmaken en 'beheren', terwijl een tweede app de mogelijkheid voorzag om met de ouders van de leerlingen te communiceren over hun vooruitgang. De recente update heeft het beste van de twee apps in één en dezelfde app gegoten én nieuwe functies laten leerkrachten toe om veel intenser met ouders te communiceren. De belangrijkste updates van ClassDojo zijn:
  • Realiseren van een driehoeksstructuur tussen leerkracht, leerling en ouders in één app.
  • Uitgebreidere communicatiemogelijkheden tussen leerkrachten en ouders.
  • Verbeterde gebruiksvriendelijkheid voor zowel leerkrachten als ouders.

Met deze nieuwe all-in-one app streeft ClassDojo via de driehoeksstructuur dus naar sterkere relaties tussen de drie partijen, een gebruiksvriendelijkere opvolging van de leerlingen met meer toepassingen en wil het zorgen voor meer betrokkenheid van de ouders bij het (school)leven van hun kinderen. Ondertussen wordt de app wereldwijd al door zo'n 3 miljoen leerkrachten gebruikt, maar is het gebruik ervan vooral in de Verenigde Staten heel erg ingeburgerd. Daar zou de helft van alle scholen de app al in gebruik hebben. In Europa wordt ClassDojo veel minder gebruikt, hoewel een inhaalbeweging ingezet lijkt, vooral dan in het Verenigd Koninkrijk. ClassDojo zou wel eens dé leraarshulpbron van 2015 kunnen worden. De vraag is echter of ClassDojo hier een toekomst heeft en of het pedagogisch gezien wel een meerwaarde biedt ...  

Reflectie

Hoewel ClassDojo al door meer dan 35 miljoen leerlingen gebruikt wordt en het dé hype van 2015 lijkt te worden, klinkt er ook steeds meer kritiek. Ik zet even de voordelen en nadelen van ClassDojo op een rijtje.

Voordelen
  • Ouders krijgen de mogelijkheid om het gedrag van hun kinderen en vooral ook hun vooruitgang beter te kunnen opvolgen. Ze kunnen in real-time volgen hoe hun kind zich gedraagt in de klas en moeten dus niet meer wachten op het eerstvolgende oudercontact om op de hoogte gebracht te worden. Daarnaast bestaat er de mogelijkheid om kort via sms of mail met de leerkracht te communiceren wanneer iets fout loopt en hierdoor kan er veel korter op de bal gespeeld worden.
  • Leerlingen weten heel goed welk gedrag als positief beschouwd wordt en welk als storend, en kunnen via ClassDojo gemakkelijker hun sterktes ontdekken alsook werken aan hun verbeterpunten.
  • Met deze app kan er steeds onmiddellijk feedback gegeven worden aan leerlingen waardoor ze ogenblikkelijk hun goed gedrag kunnen verder zetten en weten dat het geapprecieerd wordt of anderzijds hun slecht gedrag kunnen bijsturen, zonder dat de leerkracht heel de tijd opmerkingen moet geven.
  • Het systeem is zeer flexibel, elke leerkracht kan zelf beslissen welke gedragskenmerken hij/zij belangrijk vindt. Wanneer bepaalde criteria niet van toepassing zijn op de klas, kunnen die gewoon uit het systeem gelaten worden.
  • ClassDojo creëert enorm veel vrijheid doordat de leerkracht niet gebonden is aan een computer om gegevens in te geven, maar dit gewoon vanop eender welke plek in de klas kan doen via een smartphone of digitaal bord. Hierdoor kan de leerkacht meer aanwezig zijn tussen de leerlingen wanneer ze bijvoorbeeld aan een taak werken.
  • Aan het eind van elke week is het mogelijk om de statistieken van de week up te loaden in een spreadsheet om zo de vooruitgang van de leerlingen overzichtelijk bij te houden.
  • De tool kan ook gebruikt worden om afwezigheden bij te houden.
  • Het is gratis.

Nadelen
  • De vraag kan gesteld worden in welke mate gedragskenmerken objectief beoordeeld kunnen worden.
  • De leerkracht kan ervoor kiezen om de scores van de leerlingen te projecteren in de klas/op het digitaal bord zodat elke leerling weet waar hij of zij staat, maar op die manier weten de leerlingen ook van elkaar wie ‘de beste’ en ‘de slechtste’ leerling van het moment is. De vraag is of dit echt zo motiverend is voor die ene leerling die op de laatste plek staat en de kloof met z’n klasgenootjes misschien alleen maar groter ziet worden. Dit kan ervoor zorgen dat ‘slechte’ leerlingen buitengesloten worden van de klasgroep en steeds weer opnieuw vernederd worden. De kans bestaat dat deze 'slechte' leerlingen helemaal niet meer graag in de klas zullen zitten en misschien nog meer ongewenst gedrag zullen vertonen.
  • Een grootschalige meta-analyse van Deci et al. (1999) heeft aangetoond dat beloningen die gericht zijn op het aanmoedigen van het maken van een taak, het afwerken van een taak of beloningen gericht op de geleverde prestatie een negatief effect hebben op de intrinsieke motivatie van leerlingen. ClassDojo richt zich volledig op dit soort beloningen waardoor het gevaar ontstaat dat het de intrinsieke motivatie van leerlingen zal doen afnemen. Een leerling heeft intrinsieke motivatie voor een bepaalde taak of onderwerp wanneer deze leerling zal werken aan deze taak uit eigen nieuwsgierigheid en interesse. Deze vorm van motivatie wordt gezien als meest leerbevorderende motivatie en zou dus zoveel mogelijk aangewakkerd moeten worden bij leerlingen (Vansteenkiste et al., 2009).
  • Er rijzen ook vragen op in verband met de privacy, want alle gegevens van de leerlingen worden bijgehouden en er wordt geen rechtstreekse toestemming gevraagd aan ouders. Theoretisch gezien moeten leerkrachten die zich aanmelden bij ClassDojo wel garanderen dat ze de toestemming van hun school hebben en dus ook van de ouders om met de app te mogen starten, maar de vraag is in welke mate dit in praktijk gebeurt. Stel dat je als enige ouder niet wil dat deze app gebruikt wordt in de klas, zal hier dan rekening mee gehouden worden en hoe? 

Besluit

Zelf sta ik toch nogal sceptisch tegenover het gebruik van ClassDojo. Vooral omdat ik het gevoel heb dat dit systeem goed zal werken voor een bepaald soort leerling. Ik denk dan aan de leerling die meestal al goed in orde is en meewerkt. Leerlingen die het al wat moeilijker hebben zullen, in mijn ogen, eerder een negatief effect ondervinden van deze app. We mogen ook niet vergeten dat heel veel gedrag dat leerlingen stellen, beïnvloed wordt door hun achtergrond. Het zijn dus vaak de kansarme kinderen die “nooit” in orde zijn met hun huiswerk. Het zullen die kinderen zijn die meestal wel moeite doen om hun huiswerk te maken, maar door omstandigheden hier toch niet in slagen, die het slachtoffer zullen worden van dit systeem. Via ClassDojo worden ze alleen maar verder in een hokje geduwd. De leerlingen die van thuis uit goed ondersteund worden zullen nog meer kunnen groeien en hun potentieel benutten. Daarom vraag ik me af of ClassDojo deze ongelijkheid, die al ontstaat vanaf de kleuterklas, niet alleen nog meer in de verf zet. Ik hoop dan ook dat de grote hype hier in Europa uit blijft en dat leerkrachten op zoek gaan naar andere manieren, al dan niet geholpen door technologie, om hun klasmanagement te blijven verbeteren.

Referenties


zaterdag 14 maart 2015

E - Learning: Uitdaging van de 21e eeuw?


De huidige maatschappij is enorm gedigitaliseerd, waarbij ICT de kern vormt. Teneinde de studenten een plek op de arbeidsmarkt te garanderen, dienen zij reeds op jonge leeftijd kennis te nemen van ICT en het gebruik hiervan. Dit is echter geen “easy task to do”. Niet enkel de leerlingen zelf dienen hierin te worden begeleid maar ook de leraars zelf. In welke mate kan ICT de leraars ondersteunen, meer bepaald vervangen?

Volgens de Europese Commissie is ICT een belangrijke bron om te komen tot meer een open en flexibel onderwijs. Ook de OESO (de Organisatie voor Europese Samenwerking en Ontwikkeling) is van mening dat de toename van ICT in het onderwijs belangrijke gevolgen kan hebben.
Een trend die een belangrijke verandering in het onderwijs kan betekenen is leren in online leeromgevingen,  meer bepaald “e-learning”. Leerlingen zitten in hun vrije tijd veel op het internet. Voor scholen is dit een mooie kans om leerlingen beter te leren (samen)werken binnen online netwerken, door hen sterke digitale vaardigheden bij te brengen en goede online leeromgevingen aan te bieden. Op de korte termijn wordt verwacht dat nieuwe hybride onderwijsvormen ontstaan, waar leerlingen vooral online leren en slechts voor bepaalde activiteiten de school bezoeken. Opgemerkt dient te worden dat het nog wel even duurt voordat online leren als ‘natuurlijk’ wordt ervaren.
De Belgische universiteiten en hogescholen hebben vandaag allemaal een centraal digitaal leerplatform waarop de student zijn eigen gepersonaliseerde leeromgeving vindt. Multicampusonderwijs op basis van live video-conferenties en webapplicaties heeft zijn weg gevonden in de associaties en andere samenwerkingsverbanden. Voor de aanmaak en uitwisseling van digitaal leermateriaal is er een sterke wereldwijde trend naar “Open Educational Resources” (OER). Deze OER-beweging betekent voor onze hoger onderwijs instellingen zowel een grote uitdaging als een nieuwe opportuniteit. Een nog veel grotere uitdaging zijn de “Massive Open Online Courses” (MOOCs), overgewaaid uit de VS, met tienduizenden deelnemers wereldwijd.
De vraag rijst of de hoger vermelde ontwikkelingen het onderwijs ten gronde zal veranderen of het reeds bestaande systeem zal ondersteunen door het aanreiken van nieuwe hulpmiddelen?

Hieronder worden de voor- en nadelen van E-learning opgesomd:

VOORDELEN
-          Flexibiliteit
-          Besparing trainingstijd
-          Werken en leren integreren
-          Sneller leren
-          Actuele en consistente kennis

NADELEN
-          Vereiste houding en vaardigheden van de studenten
-          Voorkeur voor leren: leren via internettechnologie of persoonlijke contacten?
-          Weerstanden: houding leerkrachten, kosten, …
-          Niet altijd geschikt om bepaalde vakken te studeren bv. geneeskunde

Volgens Bram Faems, ICT-nascholer en medewerker van KlasCement, heeft het ICT op zichzelf geen leerwaarde en kan de leraar in de klas niet vervangen. Volgens hem is het aan de leraar om te bepalen of ICT zijn les meerwaarde kan geven of niet. In dit opzicht lijkt het niet mogelijk om de leerkrachten te vervangen. Voor de gehele tekst verwijs ik naar onderstaande link.

Slot

Zoals boven aangegeven, speelt ICT een zeer belangrijke rol, zowel in het privéleven als in een professioneel kader. Een leven zonder ICT is ondenkbaar. Ik stel mezelf echter de vraag of de reikwijdte van ICT zo ver gaat, dat het zelfs leraars kan vervangen in de klas? Zal E-learning werkelijk leiden tot een open en flexibel onderwijs? Vanuit mijn oogpunt is het antwoord eerder ontkennend en sluit ik mij aan bij de heer Faems. ICT bannen uit het onderwijs is uit ten boze. Studenten moeten tijdens hun opleiding reeds kennis hebben opgedaan van ICT, zodat zij minder hinder ondervinden op de arbeidsmarkt. Het is echter een onmogelijke taak dat  ICT de taak van de leraars overneemt. Het persoonlijk contact tussen leraar en student dient te blijven bestaan, aangezien het stimulerend en motiverend werkt. Daarnaast kan er een betere controle worden uitgeoefend op de studenten. Niets belet de leraar om gebruik te maken van diverse tools om het lessenpakket te ondersteunen en interessanter te maken.

Uit het bovenvermelde kan men afleiden dat de grenzen van ICT in het onderwijs niet echt duidelijk zijn en dat verdere richtlijnen aangewezen zijn.

Geraadpleegde bronnen:

https://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2014-2015/g133-1.pdf (beleidsnota onderwijs ingediend door minister Hilde Crevits)