maandag 11 maart 2013

Gamification: The next big thing voor het onderwijs?



Als reactie op “als de lessen een beetje saai zijn, dan game ik toch gewoon” had ik al aangehaald dat gamen misschien toch niet zo slecht is. En warempel deze week staat er een interview over hoe gamification uw wereld kan veranderen in Humo.  (http://www.humo.be/humo-archief/229741/hoe-gamification-uw-wereld-verandert)

Korte samenvatting:
Gamification staat voor “hoe kunnen we de motiverende elementen uit games toepassen op de onaangename taken in het echte leven?” In het begin wordt in eerste plaats even stilgestaan bij de negatieve bijklank die games toch wel hebben. Echter gaat men hier toch kijken naar de positieve elementen: Beloningen, bonussen gebruiken zodat mensen gemotiveerd of geënthousiasmeerd worden. Het kan in verschillende situaties leiden tot betere uitkomsten. Een voorbeeld hiervan is bingel.Be. Een oefenplatform voor leerlingen waar ze bij een juiste oplossing van een oefening pingping (=credits) krijgen. Met een hoeveelheid pingping kunnen ze achteraf online-spelletjes spelen. In dit artikel spreken professoren Jan Van Looy, Kevin Werbach & onderzoeker Norbert Andrade over de mogelijkheden van gamification toe te passen in alle delen van de maatschappij. Is een nieuwe aanpak van IT binnen het onderwijs gaande?

Reflectie:
Is gamification echt zo nieuw als het lijkt? Neen in 2006 vinden we al een eerste grote studie terug. Dit onderzoek bekeek hoe commerciële games op een goede wijze gebruikt kunnen worden in het onderwijs. Het idee is niet nieuw. Maar als je weet dat dit onderzoek in opdracht van Microsoft, EA en Take two werd uitgevoerd, lijkt een kleine zweem van partijdigheid aanwezig te zijn. De niet zo zeker objectiviteit van dit onderzoek zal ertoe bijgedragen hebben dat men nu pas echt de voordelen van gamification bekijkt. Het besluit van dit onderzoek was dat het gebruik van games bij de lessen zorgt voor extra motivatie en dat zowel de docenten als de scholieren meer betrokken zijn bij de lessen. Een niet zo verschillend besluit van de onderzoeker en de professoren, echter dit onderzoek is wel neutraler dus veel aannemelijker. (Een iets uitgebreider stukje hieromtrent is te vinden op http://tweakers.net/nieuws/44639/meer-games-gewenst-in-klaslokalen.html)

Natuurlijk is het de vraag of deze motivatie echt wel bewijsbaar is. Prof. Jan van Looy zegt hierover: “Het zogenaamde stimulus-responsmodel, waarbij mensen iets verlangen in ruil voor hun inspanning, kennen we al heel lang.”

“Spelers die vooruitgang willen boeken, moeten dan bijvoorbeeld ijzer verzamelen om wapens te kunnen smeden. Dat betekent soms dat ze letterlijk uren aan een stuk op hun muisknop moeten klikken. Onderzoekers vonden het merkwaardig dat gamers die taken vol plezier uitvoeren, terwijl ze tijdens hun job minder motivatie kunnen opbrengen voor gelijkaardige eenvoudige opdrachten, waarvoor ze nota bene betaald worden. Die observatie ligt aan de basis van gamification.”

Je kan inderdaad dus de terechte vraag stellen of hier onderzoek op gedaan is en dit niet enkel op observatie is gebaseerd.
In ieder geval laten voorbeelden in het artikelen blijken dat er wel degelijke positieve resultaten worden gehaald. Echter de duurzaamheid wordt hier wel niet gemeten.
“Het simpelste voorbeeld van gamification is wellicht de pratende vuilnisbak Holle Bolle Gijs in de Efteling. Bezoekers gooien hun afval niet op de grond, maar droppen het in de mond van Gijs om hem 'Dank u wel' te horen zeggen. Bekend is ook de Piano Trap in Stockholm. In het kader van een campagne voor Volkswagen verfde een Zweeds reclamebureau de treden van een trap in een metrostation zwart en wit zoals pianotoetsen. Elke trede kreeg ook een eigen klank mee. Het gevolg: 66 procent meer mensen namen de trap.”

Is dit nu echt niet onderzocht? Jawel, specifiek voor het onderwijs heeft de associatie KU Leuven gaming in het onderwijs onderzocht (Gaming in education.). Dit onderzoek liet blijken dat gamification gender afhankelijk is. “Meisjes scoren beduidend lager wat betreft leerpotentieel, nut en voorkeur van gaming dan jongens.” Ook laat het onderzoek blijken dat niet alle studenten hier dezelfde voordelen uithalen. Leerlingen die frequent games spelen als vrijetijdsbesteding, maar ook educatief, vinden deze games leerrijk, boeiend en sociaal en omgekeerd vinden leerlingen die minder frequent games spelen deze games in mindere mate leerrijk, boeiend en sociaal.” We zien dus duidelijk dat een veralgemening toch niet 100% opgaat.


Besluit:
Gamification kan wel degelijk iets bijdragen. Echter of dit duurzaam is, is nog niet getest. Ook zijn de voordelen bij iedereen niet dezelfde. We zien in het onderwijs al een gender verschil en een verschil tussen frequente gamers en occasionele gamers. Het motiveren van leerlingen zoals bingel heeft wel als zeer positieve resultaten opgeleverd. Maar deze eerste opmerkingen dienen toch wel mee in rekening genomen te worden. Tevens kan het systeem van bingel ook demotiverend werken. Leerlingen die weinig tot geen pingping (credits) verzamelen, hebben veel minder de mogelijkheid om online spelletjes te spelen. Hierdoor krijg je volgens mij toch een zeker opsplitsing in de klas

Het is wel een feit dat in toepassingen buiten de schoolse omgeving heel mooie resultaten werden gehaald. We denken hier aan displays met grafieken waar elke werknemer kan zien hoeveel items hij  afgewerkt heeft. Dit creëert een (gezonde) competitie tegen andere werknemers, waardoor men duidelijk beter productie krijgt.
Echter schuilt hier ook een gevaar, de gezonde competitie kan ook leiden tot ongezonde competitie. Ook het alles in een game verwerken, lijkt me niet gezond. Zo zouden er mensen zijn die een game niet meer kunnen onderscheiden ten opzichte van de reële wereld. Alles wordt dan bekeken in het idee van gamification.
Ten laatste zal men toch moeten rekening houden met de houdbaarheid. Bij games is de motivatie na ettelijke uren, dagen, weken,… weg en wordt er gekozen voor iets anders. De motivatie om het goed te doen is weg. Dit kan volgens mij ook gebeuren bij gamification. Algemeen kan men zeggen dat gamification vele voordelen biedt, maar ook vele nadelen.

Voor de geïnteresseerde hier enkele didactische fiches die gaan over gaming in education. Men bekijkt enkele spelen en bespreekt in welke vakken ze zouden kunnen helpen.  

Bronnen:
Bloemen, E., Doom, C., Poelmans, S., Awouters, V., Jans, R., Jans, S., . . . Veltjen, A. (2010). Gaming in het onderwijs. Percepties van leerlingen en leerkrachten. Hasselt: School of education.
Hilvers, H. (2006, oktober 3). Meer games gewenst in klaslokalen. Opgehaald van www.tweakers.net: http://tweakers.net/nieuws/44639/meer-games-gewenst-in-klaslokalen.html
Sandford, R., Ulicsak, M., Facer, K., & Rudd, T. (2006). Teaching with Games. Using commercial off-the-shelf computer. Bristol: Futurelab.
Steendam, T. V. (2013, februari 26). hoe-gamification-uw-wereld-verandert. Opgeroepen op Maart 11, 2013, van http://www.humo.be: http://www.humo.be/humo-archief/229741/hoe-gamification-uw-wereld-verandert
Steendam, T. V. (2013, februari 26). Spel aan het werk. Hoe gamification uw wereld verandert. Humo, pp. 28-32.



zondag 10 maart 2013

to reform or not to reform - that's the question


Of het we het nu willen of niet, we worden allemaal geconfronteerd met de vraag naar de hervorming van het onderwijs. De cijfers van het huidig onderwijs zijn niet echt lovenswaardig: 1/8 jongens verlaat de middelbare school zonder diploma. Veel leerlingen bissen of trissen. Ik sta zelf in een Brusselse school waar ik dagelijks met bovenstaande feiten geconfronteerd word.

Op zaterdag 09.03.2013 opperde een van de medestudenten tijdens het vak 'Pedagogische vraagstukken' dat het onderwijs helemaal niet langer van deze tijd is, maar een oubollige instelling die zijn doel voorbijschiet en dat het onderwijs nauwer in contact moet staan met de industrie.

Onderwijsminister Pascal Smet is het eerste deel van deze mening toegedaan en wil het secondair onderwijs dringend veranderen, al willen vele andere ministers dat niet. Een mooie samenvatting vind je op volgende blog:
http://www.dewereldmorgen.be/blogs/sarahvl/2013/01/24/vernieuwing-secundair-onderwijs-opnieuw-hold.

Wat het tweede deel van de kritiek betreft, daarover zegt Georges Monard (de man die eigenlijk de basisnota schreef waarop Pascal Smet zich baseert): "het onderwijs is niet de dienstmaagd van het bedrijfsleven. Onderwijs is niet alleen voorbereiding op een beroep; het is ook voorbereiding op het leven, dus menselijke sociale vorming". (uit: Panorama, http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/programmas/panorama/2.27225)
en dat vind ik toch een heel belangrijke opmerking want onderwijs vernauwen tot voorbereiding op het beroepsleven vind ik beangstigend eng. Wat doe je immers als je opeens na 20 jaar werken zegt dat je iets nieuw wilt (zoals ik gedaan heb). Wat als je opeens merkt dat de richting die je koos toch niet was wat je nu echt wou (vandaar dat ik een groot voorstander ben van stages, ook voor ASO-richtingen waar dit helaas zowat onbestaande is).

Ook voor mij mag het secondair onderwijs best (wat) veranderen. De oude opdeling ASO - TSO - BSO leidt tot onnodige frustraties bij ouders en leerkrachten maar vooral bij de leerlingen zelf. Te vaak willen leerlingen ten alle koste starten in het ASO, om dan tot de (pijnlijke) conclusie te komen dat ze het niet kunnen en dan "zakken" ze "af" naar een "lagere richting". Tot zover kan ik de hervormingen van Pascal Smet volgen.

Ik vrees dat de nieuwe brede graad niet genoeg zal zijn om alle jongeren aan te spreken. Als ik naar mezelf kijk (ik heb in de jaren 80 de ASO-richting Latijn-Grieks gevolgd), dan zou een dergelijke brede opleiding vreselijk geweest zijn. Maar ik praat niet over leerlingen met een ASO-profiel, maar juist over leerlingen met een BSO-profiel die niet echt geïnteresseerd zijn in een beroep, maar eerder in een brede theoretische opleiding, zij het dan op een eenvoudiger niveau. Die leerlingen zullen opnieuw uit de boot vallen.

Vraag is hoe we dergelijke leerlingen zullen kunnen motiveren om hen toch binnen het verplichte onderwijs te houden en hen te laten afstuderen met een diploma. Over deze topic wil ik discussiëren in deze blog.

Ik moet zeggen dat ik me graag laat inspireren door de lezingen op Ted.com. Zo is er de knappe lezing van Hans Rosling over the Magic Washing machine (nl. hoe door elektriciteit en vooruitgang zijn moeder opeens uren tijd over had, die ze daarna gebruikte om boeken voor te lezen waardoor hij een passie kreeg voor literatuur.) Aangezien dit echter over onderwijs gaat en specifiek over BSO-studenten vraag ik me af wat er wel bruikbaar is voor hen. The Khan Academy vind ik zeker ok voor bepaalde exacte vakken, maar zwak op humane vakken (zoals geschiedenis, godsdienst, ...).

Het idee van de studio-school (http://www.ted.com/playlists/24/re_imagining_school.html) vind ik zeker beter, maar ik heb geen idee of er zoiets bestaat in België.




Cloud Computing in het onderwijs


Jullie hebben alvast allemaal wel eens gehoord van Cloud Computing. Het is een soort van virtuele wereld waarbij er software, hardware, gegevens beschikbaar wordt gesteld via het internet. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen gebruik maakt van Cloud Computing. Je hoeft je mails maar dagelijks te checken en je maakt al gebruik van de virtuele wereld. Hieronder zie je een afbeelding die ik gevonden heb op Wikipedia. Het is een soort van wolk die alle virtuele en digitale applicaties, programma's, bestanden, netwerken beheerst en waarvan we zelf als gebruiker persoonlijk gebruik van kunnen maken.


Wat biedt Cloud Computing het onderwijs nu aan? Heel veel! Smartschool is een schoolvoorbeeld van Cloud Computing. Verschillende diensten worden aangeboden in een digitaal leerplatform. Denk maar aan het leerlingvolgsysteem, leerlingadministratie, personeelsadministratie. Allemaal worden ze online beheerd zonder extra onderhoudskosten, kosten met betrekking tot infrastructuur enz.

De school maakt dus gebruik van de dienstverlening doordat de leverancier (software, hardware,...) zich verbindt met de server. De school gaat zich minder zorgen maken om de techniek en toch meer profijt kunnen halen uit de beschikbare mogelijkheden.

Dit is een interessant artikel dat alle voor- en nadelen uiteenzet. De grootste bekommernis is natuurlijk de controle en betrouwbaarheid. Wat doe je als je platform niet meer werkt? Je meldt online je probleem en wacht dan gewoon verder af of er gevolg aan wordt gegeven. Je probleem kan natuurlijk onmiddellijk worden opgelost, maar de keerzijde is ook mogelijk. Dit is misschien een punt waaraan kan worden gewerkt om de betrouwbaarheid en veiligheid zoveel mogelijk te kunnen garanderen in de cloud.

Tegenwoordig is Cloud Computing een wereldwijd begrip en ik ben ervan overtuigd dat dit zeker en vast nog voor meer voordelen zal zorgen in de toekomst. De stap naar de virtuele wereld is gemaakt en nu komt het erop aan om steeds beter te worden en te blijven groeien!


Tenslotte verwijs ik naar een interessant filmpje via YouTube.

vrijdag 8 maart 2013

Universiteit van Amsterdam biedt MOOC aan



De universiteit van Amsterdam heeft een tijdje terug haar eerste stappen gezet op het vlak van MOOC. MOOC staat letterlijk voor Massive Open Online Course. Dit betekent dat een cursus -in dit geval een cursus communicatiewetenschap- volledig online aangeboden wordt, voor iedereen toegankelijk is en bovendien gratis is.

MOOC is echter meer dan een les die gefilmd wordt en vervolgens online geplaatst wordt. Ook alle inhoud en lesmateriaal worden immers online geplaatst, aangevuld met een potentieel oneindige community  van mensen die allemaal in hetzelfde topic geïnteresserd zijn. Bovendien kies je zelf wat je wil leren, hoeveel je wil leren, in welk tempo en in welke mate je gaat participeren. (Wil je nog meer duidelijkheid krijgen over MOOC, dan raad ik zeker dit youtube filmpje aan.)

Hoewel er binnen de Belgische onderwijswereld nog geen MOOC aangeboden wordt, zal men naar mijn mening ook hier vroeg of laat overstag gaan. MOOC biedt dan ook enkel belangrijke voordelen aan ten opzichte van het traditionele onderwijs. De grootste kracht van MOOCs ligt volgens mij in de mogelijkheden die je hebt tot het volgen van een gepersonaliseerde route – veel meer dan dit het geval is in het traditionele onderwijsmodel. Bovendien krijg je de kracht mee van het netwerkleren. In groep weet je immers meer dan alleen; een beetje zoals op deze blog. Het grootste voordeel van een MOOC ligt naar mijn mening dus niet in het aspect “gratis”, gezien dit volgens mij nauwelijks speelt in het, toch al vrij sterk gedemocratiseerde, hoger onderwijs in België.

Ondanks de voordelen, denk ik echter niet dat er snel sprake zal zijn van een heuse MOOC-revolutie, zoals beschreven door trendwatcher Peter van Lonkhuyzen (artikel Management Team, 21/2/2013). Vooralsnog zijn er geen MOOC-diploma’s en die zullen er volgens mij ook niet zo snel komen. Het zal toch enige tijd vragen alvorens de MOOC-innovatie immers aan legitimiteit zal winnen. Traditionele universiteiten of hogescholen zullen volgens mij nog niet zo snel afgeschreven worden in België, althans niet wat betreft de modeltrajecten: de traditionele bachelors en masters.
 
Echter, wat betreft aanvullende studies, studies uit zuivere interesse of algemeen wat betreft “levenslang leren”, zie ik zeker een directe toepassing van MOOCs mogelijk. Het hoeft dus niet noodzakelijk het één of het ander te zijn, ik zie MOOCs eerder als een mooie aanvulling op het gewone onderwijs. De grotere concurrentie op het vlak van deze MOOC-cursussen onder universiteiten en van private aanbieders, brengt bovendien volgens mij nog extra voordelen met zich mee voor het hoger onderwijs. Een beetje gezonde concurrentie kan geen kwaad en kan er net voor zorgen dat ietwat "duffe" universiteiten en hogescholen wakker geschud worden. Zij hebben immers wellicht nog wat te leren van de meer onderhoudende en geanimeerde MOOC-lessen.

donderdag 7 maart 2013

“Als de lessen saai zijn, game ik een beetje”


“Als de lessen saai zijn, game ik een beetje”

Tijdens de eerste les onderwijstechnologie hebben we zowel de voor- als de nadelen aangehaald waarom er (al dan niet) meer technologie gebruikt zou moeten worden tijdens de lessen. Het volgende artikel gaat over een reporter die 1 dag het derde middelbaar in Sint-Niklaas volgt waar de boeken vervangen werden door een tablet.

Link: mediargus “Als de lessen saai zijn, game ik een beetje”

Korte samenvatting
Sinds september 2012 wordt er in het Onze-Lieve-Vrouw-Presentatie College te Sint-Niklaas gevraagd aan alle leerlingen om een tablet te kopen (ter waarde van € 470) om te gebruiken tijdens de lessen. Wanneer de bel gaat, zijn de jongens een spelletje aan het spelen en de meisjes foto’s aan het nemen met de tablet. Tijdens de verschillende lessen wordt de tablet gebruikt, zelfs tijdens de lessen lichamelijke opvoeding.

Reflectie
In het artikel ben ik verschillende pro’s en contra’s tegengekomen en na het lezen van het artikel weet ik nog steeds niet of het al dan niet goed is om de studenten met een tablet te laten werken tijdens de lessen…

De leerkracht chemie, An Van Haut, vertelde het volgende: “ … nu hadden we plots zo’n tablet ter beschikking. Dat creëerde zo veel meer mogelijkheden om chemie in de klas extra interessant te maken. We hebben een app waarmee we driedimensionale beelden van moleculen maken. Veel leuker dan plastic.” (Spoormakers, 2012).
-> Ik vind het heel goed dat er nu veel meer opties zijn om de leerstof aan de leerlingen over te brengen maar ik heb mijn twijfels dat hierdoor de authenticiteit van bepaalde zaken toch niet verloren zal gaan. Het in elkaar steken van allerlei plastieken moleculestructuren of het werken met een erlenmeyer tijdens de lessen chemie is pure nostalgie.

Een leerling zei: “Mevrouw, ik heb in die groene kader iets aangeduid en nu kan ik niet meer lezen”. Een andere leerling had iets geschreven waar het helemaal niet moest staan en was hierdoor helemaal de draad kwijt (Spoormakers, 2012).
-> De leerkracht kreeg constant technische vragen van de leerlingen over de tablet ipv over de les. Ik denk dat dit wel maar tijdelijk is want tegenwoordig hebben de leerlingen bij wijze van spreken al een computer vanaf de geboorte.

Voor de les geschiedenis heeft de leerkracht zelf een site gemaakt waarop de leerlingen allerlei informatie moeten verzamelen. “Deze helft van de klas zoekt op wanneer Michelangelo zijn David beeldhouwde, waar het beeld staat, van welk materiaal het is gemaakt en tot welke kunststroming we Michelangelo rekenen. De andere helft zoekt naar de geschiedenis van het schilderij Guérnica van Picasso, en wanneer het schilderij naar Spanje is gekomen." (Spoormakers, 2012).
-> Dit vind ik een zeer goed idee om de leerlingen bij de lessen geschiedenis te betrekken. De meeste studenten vinden het vak ‘vrij saai’ en op zo een manier is het wel veel leuker voor de studenten.

Op de mededeling van de leerkracht wiskunde dat 'we er eerst voor zorgen dat we op ons tablet kunnen werken', klinkt een gefluisterde 'Yes!' door de klas. Veel gerekend wordt er niet, want boeken downloaden, beveiligingscodes intikken en applets installeren kost tijd.(Spoormakers, 2012).
->  Bij wiskunde heb ik de meeste vragen omtrent de tablet. Op zich vind ik het goed dat er direct een rekenmachine opstaat maar om echt de wiskundelessen te volgen/geven denk ik dat dit niet zo een goed idee is. Wiskundige bewijzen zijn niet zo evident om te begrijpen en door ze gewoon eens door te scrollen denk ik niet dat de gemiddelde student dit begrepen zal hebben. Ook oefeningen maken, lijkt een probleem want allerlei formules op een tablet schrijven, is niet zo evident.

Als laatste wil ik het nog even over L.O. hebben. “Karla Van Ruyskensvelde, leerkracht toestelturnen in het derde jaar Sport- Wetenschappen, roept Robin naar voren. Robin is turner met olympische dromen, en dus de geknipte Chinese vrijwilliger om de moderniteit in de turnles te introduceren. Hij voert een perfecte handstand-koprolcombinatie uit, terwijl de leerkracht zijn oefening filmt. "Zo zullen we jullie turnoefeningen perfect kunnen analyseren, met behulp van een speciale app die professionele sporters ook gebruiken”
->  Ik vind het zeer spijtig dat echt overal de tablet gebruikt wordt. Zelfs tijdens het sporten zijn ze niet meer gerust. Ik denk (zeker in het middelbaar) dat L.O. een uitlaatklep is voor de meeste leerlingen om eventjes weg te zijn van alles. Lekker ravotten moet ook kunnen zonder technologie vind ik.

Kortom
Voor bepaalde vakken vind ik de tablet zeker en vast een goede aanwinst zoals bijvoorbeeld voor geschiedenis en aardrijkskunde. Voor andere vakken, zoals bijvoorbeeld voor wiskunde en L.O., vind ik het gebruik van een tablet veel minder efficiënt.

Ook voor de gezondheid van de kinderen is het niet echt aan te raden om constant met de tablet te werken omdat het gewoon niet goed is voor de ogen en nek. Anderzijds hoeven de leerlingen niet meer te slepen met grote, zware rugzakken.

Hetzelfde geldt voor het papier. Enerzijds zullen ze veel minder papier verspillen wat goed is voor het milieu maar anderzijds zullen ze het schrijven verleren wat ik dan ook weer belangrijk vind.

Naar mijn mening zijn er veel voordelen maar toch ook wel veel nadelen aan verbonden. Het afwegen van de voor- en nadelen is niet evident en persoonlijk weet ik niet of ik voor of tegen de tablet moet zijn. Het is goed voor een gedeelte van de lessen maar daarbij moeten we ons ook de vraag stellen: is iedereen in staat om € 470 uit te geven aan een tablet voor een kind dat dan maar af en toe gebruikt wordt tijdens de lessen?

Bron
Spoormakers, S. (8 september 2012). Onze reporter gaat één dag naar school waar tablet boeken vervangt, Het Laatste Nieuws, p.8.

Mag ik iedereen vragen die een blog post of die een opmerking aan een blog plaats om zijn of haar profiel op blogger eerst af te werken met Voornaam / Familienaam want ik kan alleen maar blogs en opmerkingen evalueren (lees punten geven) als ik weet wie wat geschreven heeft.
Of anders geformuleerd: wie zijn blogs niet ondertekent met zijn/haar voornaam en familienaam heeft gratis iets aan de blog geleverd. Echt gratis en voor niets.
Een voornaam is niet genoeg.

dinsdag 5 maart 2013

Google Glass - het ultieme einde van privacy?


In juni 2012 heeft Google het prototype van een bril gelanceerd, Google Glass, die toelaat om je waarneming van de werkelijkheid te combineren met allerlei informatie die voor je ogen wordt geprojecteerd. Aan de hand van gesproken commando's (spraakherkenning) kan je instructies geven zoals zoekopdrachten of een berichtje dicteren en laten verzenden. Ook kan je foto's maken en filmpjes opnemen. En uiteraard ontbreekt het 'sociale' aspect niet: via deze toverbril sta je in contact met je 'vrienden' (Google+) om audiovisueel materaal te delen, enz. Last but not least kan deze bril onderwijstechnologisch aangewend worden om hoorcolleges voor de eeuwigheid vast te leggen. Het ultieme instrument van de student? ;-)

Meer informatie tref je aan op de Google Glass website en bijvoorbeeld in het volgende artikel verschenen in de kwaliteitskrant Financial Times van 28 juni 2012.

Op 20 februari 2013 heeft Google het volgende promotiefilmpje ter beschikking gesteld op YouTube:




Ook CNN  doet mee met de hype (artikel verschenen op 25 februari 2013).

Hebbeding? Alvast iets voor je wenslijstje? Please think twice.

Hoe meer mensen er met een Google Glass bril rondlopen, hoe meer mensen er andere mensen zonder enige vorm van waarschuwing of voorafgaandelijke toestemming kunnen filmen of opnemen. Ik draag geen dergelijke bril, maar kan in principe op elk moment in de publieke ruimte iemand tegen het lijf lopen die er wél eentje draagt en die mij, willens nillens, aan het filmen is of die de geluiden (laten we het gemakshalve bij 'woorden' houden) opneemt die ik op dat moment maak (uitspreek). Ook al gaat het bij wijze van spreken om onzin die ik in een heldere bui niet op papier zou zetten.

Zolang de bril mijn beelden niet aan mijn identiteit kan koppelen, is er geen probleem. Indien ik echter zo gek zou zijn om een Google+ account te openen, met naam, voornaam en foto, dan opent er zich, althans in theorie (een wat mij betreft angstaanjagende theorie!), een hele wereld van beeldherkenning. Dan kan - van meteen na het opnemen van de beelden tot vele jaren later, indien ze op de servers van Google zouden opgeslagen blijven - de link gelegd worden tussen mijn identiteit, het waargenomen feit dat ik mij op dag D op plaats P bevond, wat ik daar aan het doen was en in wiens gezelschap, en, mits de nodige spraakherkenning, een transcriptie van de (vanaf dan letterlijk!) onsterfelijke woorden die ik toen uitgesproken heb.

Dit hoeft voor mij niet!

Kom a.u.b. niet af met
indien je niets te verbergen hebt, dan hoef je niets te vrezen. 
Dit vaak gehanteerde pseudoargument in privacydiscussies is reeds uitvoerig weerlegd, met name door prof. Daniel J. Solove (George Washington University Law School) in zijn artikel Why Privacy Matters Even if You Have 'Nothing to Hide' en vooral in zijn boek Nothing to Hide: The False Tradeoff Between Privacy and Security.



Informatica schrappen in TSO en BSO?


Zeer recent is de beslissing gevallen dat men informatica vanaf september 2013 niet langer als een afzonderlijk vak zal geven in de TSO en BSO richtingen van het katholiek onderwijs. Rond deze boodschap is veel commotie ontstaan en dan vooral door de leerkrachten van deze leerlingen.

Via de site van Knack.be kwam ik terecht bij het volgende artikel:

In het artikel stelt men dat informatica voortaan meer in het bestaande lessenpakket verwerkt zal worden en h
ier zijn natuurlijk de nodige pro's en contra's rond te vinden.
Persoonlijk vind ik dat het meer en meer integreren van ICT in andere lessen enkel positief onthaald kan worden en dus ook zeker aangemoedigd moet worden. Maar is dit voldoende om de leerlingen de nodige knowhow mee te geven? En wat met de leerkrachten die zelf niet volledig mee zijn met de nieuwste ICT-mogelijkheden? Ook moet de school de nodigde uitrusting hebben in al de lokalen om op deze manier les te kunnen geven.

In de zakenkrant De Tijd werd een reactie op dit nieuws gepost door Saskia Van Uffelen. Zij stelt dat het schrappen van het vak informatica onbegrijpelijk is en een verkeerd signaal geeft aan zowel de jongeren zelf, alsook aan de economie. Lees ook:

Zelf ben ik akkoord met de kritieken die Saskia Van Uffelen aanhaalt en naar voor brengt in het artikel.
"Dat net de kinderen uit tso en bso als eersten worden uitgesloten van de ICT-lessen, is schrijnend. Want net zij zijn het gevoeligst voor wat men de digitale kloof noemt." Het is juist heel belangrijk om deze doelgroep te leren welke mogelijkheden ICT biedt en wat het internet hen kan bieden. Maar ik vind dat men hen ook vertrouwd moet maken met het belang van privacy en de gevaren van internet.

"Het afschaffen van ICT als vak is ook nefast voor de economie. Want ICT is net een van de motoren van onze economie." Ik denk dat ook dit een belangrijk aspect is dat men zeker niet uit het oog mag verliezen. Blijkbaar zullen er binnenkort 700000 vacatures beschikbaar zijn in de ICT-sector die men niet zal kunnen invullen omdat er onvoldoende technisch geschoolden zijn. Persoonlijk vind ik het dan ook onwerkelijk dat men de stap overweegt om informatica uit het lespakket van TSO en BSO te schrappen. Om met een laatste citaat van Saskia van Uffelen af te sluiten: "In dit licht daarvan een vak ICT schrappen in tso en bso is jongeren kansen ontnemen om hen slagkrachtig te maken op de arbeidsmarkt. We moeten jongeren integendeel de passie voor ICT bijbrengen. Hen tonen wat de toekomstkansen zijn voor informatica."
Saskia Van Uffelen is Digital Champion voor België en CEO van het IT-bedrijf BullSaskia Van Uffelen is Digital Champion voor België en CEO van het IT-bedrijf BullSaskia Van Uffelen is Digital Champion voor België en CEO van het IT-bedrijf BullSasS
Zij