zaterdag 2 april 2016

Actualiteitsopdracht onderwijstechologie - ELO


Ontwerp- en implementatiekenmerken van leerpaden binnen een Elektronische Leeromgeving.
Deze paper van De Smet, Valcke, Schellens en De Wever beschrijft de door hen uitgevoerde studies naar de ontwerp- en implementatiekenmerken van leerpaden binnen een elektronische leeromgeving (ELO). Hun onderzoeksopzet bestaat in het totaal uit vier verschillende onderzoeken. Van deze vier onderzoeken worden, in deze paper, het theoretisch kader, de onderzoeksmethoden en de resultaten weergegeven. De eerste studie betreft een technologieacceptatie onderzoek, vervolgens twee interventiestudies en ten slotte een kwalitatief onderzoek.

Het theoretische kader waarop elk van deze onderzoeken steunt is verschillend. Zo liggen onder andere het TAM2-model en ook de eerdere bevindingen van Venkatesh en Davis (2000) aan de basis van het technologieacceptatieonderzoek , samen met het werk van Hamuy en Galaz. De door het onderzoek gebruikte leerpadstudies zijn onderbouwd door de Cognitive Load theory, de Cognitive theory of multimedia learning en tenslotte het onderzoek rond het samenwerkend leren (CSCL). Het volledige doctoraat kan dan weer gelinkt worden aan het capaciteit framework van
Vanderlinde en van Braak (2010).

Voor hun eerste studie hebben de onderzoekers gebruik gemaakt van een vragenlijst om de leerkrachten te ondervragen. De vragenlijst is samengesteld uit de TAM2-variabelen : 'ease of use', 'usefulness' en 'subjectieve norm'. Voor de tweede studie werden er twee verschillende soorten leerpaden ontworpen. De resultaten uit de eerste studie besluiten enerzijds dat de bruikbaarheid en het gebruiksgemak cruciaal zijn in de effectieve toepassing van de ELO door leerkrachten. Anderzijds zijn ook de interne ICT-ondersteuning evenals de ICT-opleiding van groot belang. Deze resultaten zijn geanalyseerd met behulp van een pad-analyse.

Uit de tweede en derde studie wordt geconcludeerd dat de leerlingen via de leerpadinstructie beter scoren dan via een conventionele setting. Ook variabelen zoals 'gender' en 'groepssamenstelling' zijn van belang.
Bijvoorbeeld: Jongens hebben significant beter resultaten wanneer ze kunnen samenwerken met meisjes.

Bij de vierde studie maakte 'Nvivo' de analyse mogelijk. Deze software kon op schoolniveau aantonen dat er verschillende factoren bijdragen. Deze factoren zijn onder andere: de beschikbaarheid, het functioneren van de infrastructuur, het gebrek aan pedagogische steun en opleidingen voor de leerkrachten. Deze combinatie van factoren verhindert dat de leerpaden worden geïntegreerd binnen de ELO. De leerkrachten rapporteren wel dat de leerlingen goed overweg kunnen met de leerpaden. Toch zijn ze eerder verdeeld over de leerwinst.

Het wetenschappelijk belang van deze studie wordt aangetoond omdat ze een bijdrage levert aan de theorievorming aangaande de technologieacceptatie van ELO’s door de leerkrachten van het secundair onderwijs. Ook moedigt het de verdere operationalisering en integratie van de ELO aan. Daarnaast toont de studie aan dat de ontwerpkenmerken van leerpaden belangrijk zijn en dat instructie gebaseerd op dergelijke leerpaden betere resultaten kan opleveren dan via de conventionele instructiemethode.

De praktische conclusies van deze studie bevatten onder meer het advies om de ELO binnen de schoolomgeving goed te omkaderen met behulp van onder andere introductiesessies, een goede Nederlandstalige handleiding,... Verder dient ook de implementatie van de leerpaden zorgvuldig te worden aangepakt, dit om het gebruik van ELO bij de leerkrachten , die er nog niet mee vertrouwd zijn, aan te moedigen. Tenslotte wordt ook het belang van ICT integratie in het onderwijs benadrukt.

bron: 
C. De Smet, M. Valcke, T Schellens & B. De Wever (2015) 'Ontwerp- en implementatiekenmerken van leerpaden binnen een Elektronische Leeromgeving'. Onderwijs research dagen UGent, 4p. https://biblio.ugent.be/publication/6851150, geraadpleegd op 30-03-2016.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen