dinsdag 30 april 2013

Webkinderen: 'knowledgeable' of 'knowledge-able'?



 Webkinderen: 'knowledgeable' of 'knowledge-able'?



Net als Leslie Ampe, vond ook ik het interessant om de bijdragen van de medestudenten onder te brengen onder verschillende perspectieven. Daarbij viel het me op dat inderdaad vaak werd ingezoomd op concrete toepassingen van ICT in het onderwijs; tablets in de klas is daarbij duidelijk een populair onderwerp, maar ook het gebruik van games in het onderwijs of meer vakspecifieke tools (het chemisch lab, videoanalyse in de lessen lichamelijke opvoeding) werden vermeld.  Daarnaast ook algemenere tools die het onderwijs als instelling kunnen vergemakkelijken of versnellen, zoals het gechipt uniform, ICT voor leerlingen met een leerstoornis, flashcards, cloud computing enzovoort.   
Een tweede invalshoek die vaak behandeld werd, was zoals Leslie ook aangaf, het macroniveau van ICT in het onderwijs; moet het klassieke onderwijs en de rol van ICT daarbinnen hervormd worden en zo ja, wat zijn alternatieve mogelijkheden? Daarbij werden een aantal zeer tot de verbeelding sprekende initiatieven besproken (zoals de Steve Jobs-school), een aantal concrete toepassingen (zoals de flipped classroom), een aantal nobele toepassingen (zoals de Khan-academy) en een aantal erg reële verwezenlijkingen (zoals de MOOC-projecten).  
Een derde aanpak die vaak werd gekozen, was het bekijken van de ICT-ontwikkelingen door de bril van de leerlingen en die ‘generatie’ die het meest geconfronteerd zal worden met toekomstige ICT-ontwikkelingen: de iGeneration, de facebookgeneratie, de digitaal inheemse leerlingen enzoverder. Men liet daarbij dikwijls zijn licht schijnen op mogelijke gevaren voor deze generatie (technostress, Is draadloze technologie gezond?, …) en de mogelijke valkuilen van de alomtegenwoordigheid van ICT voor deze generatie (de gevaren van het internet, (de mythe van het) multitasken, het feit dat technologie een barrière kan vormen, …). 
Feit is dat het ons duidelijk allemaal wel bezighoudt: wat kan en zal ICT in de toekomst voor onze maatschappij en meer concreet voor ons onderwijs betekenen? En vooral, wat zal dat alles doen met ons en met onze leerlingen?

In haar artikel  ‘Webkinderen:relevant onderwijs in tijden van Wikipedia & Google’ (2012) beschrijft Sanne van der Beek verschillende visies op deze vraag. Ze vermeldt dat in het verleden al veel aandacht geschonken werd aan die zogenaamde nieuwe generatie; ‘generatie Z’, ‘generatie C’, ‘generatie Blah!’, ‘generatie Einstein’, ‘generatie Y’ zijn slechts enkele van de spraakmakende termen die ze aanhaalt. Misschien nogal kort door de bocht, besluit ze dat deze nieuwe generatie, de zogenaamde ‘webkinderen’, is opgegroeid met de computer en daardoor per definitie op een geheel andere wijze aankijkt op de huidige maatschappij. “Webkinderen als generatie, wiens normen en waarden voortvloeien uit de continue online aanwezigheid en die daarom een fundamenteel andere benadering van culturele systemen hebben.” Ze stelt zich daarbij de vraag hoe deze internetgeneratie staat tegenover het onderwijs en bespreekt een aantal visies op deze ‘problematiek’.
Een eerste naam die ze vermeldt is die van Michael Wesh, cultureel antropoloog, die pleit voor een vernieuwd, dynamischer onderwijssysteem, waarbij de nadruk verschuift van ‘knowledgeable’ naar ‘knowledge-able’ en van ‘meaning-seekers’ naar ‘meaning-makers’. Kennis is er volgens Wesh genoeg voorhanden, het is daarom de taak van de leraar om studenten op een juiste manier te leren omgaan met deze kennis, door hen te leren de juiste vragen te stellen, in plaats van zelf de juiste antwoorden te geven. 
Een tweede naam die aan bod komt in haar artikel (en die op deze blog ook al een aantal keer vermeld werd) is die van Ken Robinson. Ook hij pleit voor een hervorming. Een onderwijssysteem moet volgens Robinson organisch zijn en moet voornamelijk de creativiteit voeden. Het onderwijs moet dynamisch zijn en moet mensen leren zelfredzaam en kritisch te zijn, het moet leerlingen leren denken. (Ook hij heeft het in zijn theorieën over hoe multitasken onze generatie typeert - een fenomeen dat hier (terecht ?) al een aantal keer met een korreltje zout genomen werd.) 
Ten slotte vermeldt Sanne van der Beek John Hunter, een Amerikaanse leraar in het basisonderwijs. Volgens hem moet het onderwijs meer toegespitst zijn op probleemoplossend denken en op het ontwikkelen van een kritisch bewustzijn van de wereld. Concreet heeft hij dat toegepast door middel van de ‘World Peace Game’ (een voorbeeld van de gamification die op deze blog ook al werd besproken). Daarbij leren de leerlingen spelenderwijs hoe de verschillende maatschappijen en wereldmachten van deze wereld gestructureerd zijn   en hoe ze zich onderling (kunnen) verhouden tot elkaar. Het gaat om een fictieve wereld die dicht aansluit bij de onze en waarbij de leerlingen op kritische en constructieve manier moet leren oplossingen verzinnen voor een aantal wereldproblemen. Hunter geeft zelf aan dat het zijn bedoeling is de kinderen actief te leren nadenken opdat ze zo een ‘anti-autoritaire houding’ kweken die hen in staat stelt in de toekomst oplossingen voor maatschappelijke problemen te vinden, zonder daarbij te hoeven wachten op de oplossingen van ‘geijkte instituten’.

Eigen reflectie

Hoewel ik het een erg interessant artikel vond en ik de verschillende visies en toepassingen van Wesh, Robinson en Hunter heel boeiend vond, ben ik toch geneigd om een aantal zaken die van der Beek vermeldt, te nuanceren. Zo stel ik me (net als anderen op deze blog) een aantal vragen bij die zogenaamde generatie van webkinderen. Hoe van der Beek het voorstelt, zijn het bij wijze van spreken kinderen die alleen maar op, door en voor de computer leven en hierdoor fundamenteel anders in elkaar zitten dan alle vorige generaties. Zoals ze het zelf verwoordt - zij het met een kwinkslag: “Generatie Einstein, opgegroeid in gebroken gezinnen en vrije opvoedingen, welbekend met de computer, die deze vooral gebruikt voor sociale interactie zoals chatten, zelf publiceren en sharing. Generatie Y, creatief en intuïtief, geboren in tijden van hoogconjunctuur en dus behoorlijk verwend, op zoek naar verdieping en gemeenschap en wars van presetatiedrift en tomeloze ambitie”.  Dit soort uitspraken vind ik altijd een beetje schrikbarend en lijkt op een te gemakkelijke veralgemening.  Net in deze tijden van massacommunicatie, globalisering en toegankelijkheid tot allerlei soorten kennis, vind ik het een eng idee dat ‘onze generatie’ vooral gekenmerkt zou worden door het feit dat het deze middelen als doel gebruikt - en niet als middel. 
Ik ben het ermee eens dat het internet onze manier van kennisvergaring en -verwerking veranderd heeft en dat het onderwijs daarop moet inspelen, maar ik krijg soms het gevoel dat men te veel de nadruk legt op de nadelen en het verlies van traditie dat dat met zich meebrengt, in plaats van zich te concentreren op de voordelen en mogelijkheden die ermee gepaard gaan. 
Daarnaast vind ik dat dat soort uitspraken toont hoezeer onze generatie - en meer algemeen het aanpassingsvermogen en de flexibiliteit van de mens - onderschat wordt. De webkinderen (als er al zoiets bestaat) brengen het er niet beter of niet slechter vanaf dan andere generaties; omdat verschillende generaties simpelweg niet met elkaar vergeleken kunnen worden - daarvoor evolueert de maatschappij te snel. De problemen en obstakels die zich in de toekomst zullen voordoen, zullen hopelijk aangepakt worden en het zoeken naar oplossingen kan net vergemakkelijkt worden door het internet en de toegankelijkheid tot informatie - als daar uiteraard op een correcte manier mee wordt omgegaan.

En daar komt de rol van het onderwijs in dit hele proces aan bod. De vele berichten over de negatieve gevolgen van ICT-toepassingen in het onderwijs, toont dat we er duidelijk nog niet zijn. Zoals Marcel Kesselring in zijn artikel ‘Social media voor scholen in de 21e eeuw: het klavertje4model’ (2012) zegt: veel scholen (en het onderwijs in het algemeen) zitten in een overgangsfase, waarbij nog moet geobserveerd en geëxperimenteerd moet worden. 
Vandaar ook van der Beeks overzicht van verschillende mogelijkheden tot verbetering. Daarbij ben ik het over het algemeen eens met de globale boodschap van de drie besproken opties. We leren nu op een andere manier dan vroeger en kennis en informatie is nu eenmaal gemakkelijker voorhanden. Vandaar dat het er inderdaad op aankomt de leerlingen juist te leren omgaan met die kennis; ze ‘knowledge-able’ maken. Maar dat wil niet zeggen dat aan de kennisoverdracht zoals die in het klassiekere onderwijs gebeurt, geen aandacht meer geschonken mag worden. Een combinatie van beiden lijkt me dus aangewezen: leerlingen moet nog steeds kennis aangereikt worden, maar ze moeten meteen ook leren hoe die te verwerken en kritisch te benaderen. Je kan er niet simpelweg van uit gaan dat ze alle kennis en informatie uit Google en Wikipedia zullen halen (zoals Sanne van der Beek in de titel van haar artikel suggereert) omdat in de eerste plaats een correct denk- en referentiekader moet worden opgebouwd bij de leerlingen - en dat lukt niet door louter Wikipedia-websites af te schuimen. 
Tegelijkertijd vind ik het ook belangrijk dat er voldoende ruimte is voor ‘beweging’ in het onderwijs, zoals Ken Robinson zegt. Van der Beek verwoordt het als volgt: “[H]et gaat juist om het creëren van een beweging in educatie, waarbij mensen zelf leren hun oplossingen te ontwikkelen, maar met externe ondersteuning gebaseerd op hun persoonlijk curriculum. Alleen zo, gelooft Robinson, onderwijzen we onze kinderen voor de toekomst”. De kennis die aangereikt wordt, evolueert immers mee.  
De laatste toepassing die van der Beek bespreekt, vind ik een buitenbeentje. Ook hier draait het weer om de nieuwe generatie de vaardigheid van probleemoplossend denken aan te reiken en ze te leren kritisch zijn. De toepassing van Hunter lijkt me daarbij een leuke oefening; kinderen zullen inderdaad leren creatief om te gaan met problemen en zullen sneller andere standpunten verkennen. Ze zullen hopelijk ook geïnteresseerder zijn en kritischer leren omgaan met bepaalde aspecten van de maatschappij. Bovendien speelt het in op de actualiteit en wereldproblemen - een onderwerp dat naar mijn mening nog te veel wordt verwaarloosd binnen het (ASO-)onderwijs. Maar ook daar weer lijkt van der Beek zelf niet kritisch genoeg om te gaan met haar informatie. Zonder te nuanceren, besluit ze dat het spel zijn doeleinden verwezenlijkt, omdat je in een documentaire kan zien hoe negenjarigen “vol enthousiasme oorlog met elkaar voeren, watercrisissen bestrijden en vooral veel leren om verder te denken dan [hun] eigen vertrekpunt”. Ik vermoed dat een heleboel wereldproblemen al veel eerder opgelost waren geraakt, als dit spel echt zo revolutionair en doeltreffend was als ze het wil laten uitschijnen. Maar goed, het gaat hier niet om een wetenschappelijk artikel en van der Beek geeft louter haar visie op een aantal zaken die ze beschrijft. 

Om te besluiten: Er zit naar mijn mening zeker iets van waarheid achter de boodschap van de drie besproken visies; leer scholieren inderdaad op een correcte en kritische manier om te gaan met informatie, leer ze zelfredzaam te zijn en probleemoplossend te denken en leer ze mediawijsheid (emotionele intelligentie is ook van belang in de virtuele wereld!). Maar vergeet daarnaast ook een aantal andere zaken niet, zoals kennisoverdracht en het feit dat er eerst degelijke en juiste kennis aanwezig moet zijn vooraleer die op een goede manier verwerkt of aangewend kan worden. 

Bronnen:

Ahles, D. (2010). Sir Ken Robinson: huidige onderwijssysteem is ontworpen tijdens de Industriële Revolutie. http://www.dutchcowboys.nl/opleidingen/21082 
Geraadpleegd op 30/04/2013.

Kesselring, M. (2012). Social media voor scholen in de 21e eeuw: het klavertje4model.
Geraadpleegd op 30/04/2013.

Maertens, A. (2012). Hoe je jouw Emotionele Intelligentie Online kan inzetten. 
Geraadpleegd op 30/04/2013.

van der Beek, S. (2012). Webkinderen: relevant onderwijs in tijden van Wikipedia & Google. http://www.frankwatching.com/archive/2012/05/09/webkinderen-relevant-onderwijs-in-tijden-van-wikpedia-google/ 
Geraadpleegd op 30/04/2013.

website van de World Peace Game foundation. 
Geraadpleegd op 30/04/2013.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen