In het snel
veranderende technologische landschap, heeft met de verspreiding van
smartphones binnen het taalonderwijs een nieuwe fenomeen zijn intrede gedaan:
“language-apps”. In hun artikel “Just how effective are language learning apps?”, geven Mike Groves, Diana Hopkins en Tom Reid, allen verbonden aan de universiteit van Bath enkele interessante invalshoeken en denkpistes
rond het gebruik hiervan. Language apps
gebruiken de mogelijkheden van smartphones om taalcursussen aan te bieden die
bijna hapsgewijs kunnen worden gebruikt. De kracht van deze programma’s, is dat
ze het leren van een taal toelaten waar men maar wil, op eigen tempo. Ze
zijn dan ook razend populair, Duolingo, de populairste onder de taal-apps, zou al aan meer dan 80 miljoen keer geïnstalleerd zijn, en toont daardoor aan dat men het binnen
het taalonderricht als een belangrijke speler moet zien. Blijft natuurlijk de
vraag, welke plaats kan en mag men toepassingen als Duolingo geven? Kan
Duolingo traditioneel taalonderricht vervangen? Het antwoord daarop lijkt voor
de auteurs negatief. Duolingo is een interessante bijdrage binnen het veld,
maar als men de evolutie van het taalonderricht bekijkt in een breder
perspectief, is Duolingo op een bepaalde manier ook een terugkeer naar een
manier van onderricht waar men binnen het onderwijs eigenlijk is van afgestapt,
waarbij we dichter aanleunen bij het taalonderricht voor de jaren ’60 dan anno
2016.
De auteurs halen
immers terecht aan dat we ons vandaag nog steeds binnen het taalonderricht
bevinden zoals dit vorm heeft gekregen na de ‘communicative turn’. Communicatie is hierbij het belangrijkste
aspect. Deze ‘communicative turn’ vond
net plaats omdat de limieten van vraag-antwoord onderwijs, zoals we dat vroeger kenden, duidelijk waren
geworden. Woordenschat en grammatica zijn binnen deze optiek dan ook slechts
interessant in zoverre ze de communicatie bevorderen. Met Duolingo zitten we
terug in het oude schema, waarbij het vooral een (haast steriel) herhalen van woorden en zinnen is, zonder dat het communicatieve aspect een plaats krijgt. Dat dit zijn
plaats heeft binnen het taalonderricht staat niet ter discussie, maar een
herhalen van contextloze zinnen is zeker niet het doel van het modern
taalonderricht. De auteurs stellen dan ook dat Duolingo voor hen dus ook slechts als aanvulling, eerder dan als vervanger voor het taalonderricht moet
worden gezien. De auteurs maken hierbij wel één interessante en belangrijke
kanttekening. We mogen voor hen immers het nut van een applicatie als Duolingo
in gebieden waar bijvoorbeeld, taalleerkrachten ontberen, niet over het hoofd
zien. Hier kan Duolingo wel een belangrijke rol spelen menen ze, waarbij men in
de sferen van programma’s als “One Laptop per Child” komt.
Als u nog
niet niet geheel duidelijk is wat Duolingo is, kan het filmpje dat u hier kan vinden ter illustratie dienen.
Merk op dat
men vanuit Duolingo naast het benadrukken van het mobiele aspect, ook meegeeft
dat het wetenschappelijk bewezen is dat het gebruik van Duolingo het equivalent
zou zijn van een semester intensief taalonderricht aan een universiteit. U vindt de "onafhankelijke" studie hier. Een bevinding die spreekt voor het nut van de applicatie.
Is dit echter wel helemaal zo? Op de
taal-technologie-blog “Rise of the Polyglot" weet men dit bericht van een belangrijke verduidelijking te voorzien. Het gaat hier namelijk over een specifiek
type examen, waarbij de manier waarop Duolingo aan taalonderricht doet (een
modern jasje voor een ietwat ouderwetse drill-and-repeat
methode) zeer mooi aansluit bij de geteste vaardigheden. Men mag dus wel sceptisch
blijven voor jubelberichten die de dood van het traditioneel taalonderricht
lijken aan te kondigen.
![]() |
Duolingo, oude methodes in een nieuw jasje? |
In zekere
mate onderschrijf ik de mening van de auteurs wel. Duolingo en aanverwanten
lijken mij nog niet klaar om de wereld van de taalinstructie op zijn kop te
zetten, maar zijn wel een interessante uitbreiding voor de bestaande cursussen.[Voor een lijst van de betere/bekendere “language apps" klikt u hier]. Ze lijken
tegelijkertijd ook een weg te tonen naar waar we in de toekomst heen zouden
kunnen met taalverwerving. Hierbij kan men ook denken aan taalapplicaties als
Busuu die minder het spelaspect benadrukken dan bijvoorbeeld Duolingo, maar
waarbij samenwerking tussen gebruikers en een crowdsourced tutor-veld een zeer
interessante aanvulling kunnen zijn voor lespakketten. Het orginele aan een toepassing als Busuu is immers het feit dat elke deelnemers ook tegelijkertijd een "tutor" wordt in de eigen taal. Busuu probeert op die manier de interactie tussen gebruikers te bevorderen zodat er voldoende "contact momenten" zouden zijn waarbij de taal gebruikt wordt. Dit is uiteraard interessant daar taalstudenten
consequent aanduiden dat het gebrek aan contactmomenten met sprekers van de
taal in kwestie één van de grote struikelblokken is, zie bijvoorbeeld het wijd gedeelde artikel van Vlaams laatstejaarsstudente Alice Elliott in de Standaard,
waarin het gebrek aan contact met doeltalen die niet het Engels zijn werden aangeduid
als grootste probleem voor
het Vlaamse taalonderricht.
Een andere
interessante opmerking die de auteurs maakten, verwees naar het nut van dit soort
van technologie in verder afgelegen gebieden of ontwikkelingslanden, waar
taalonderricht vaak problematisch is door het ontbreken van gekwalificeerd
personeel en materiaal. Hoewel dit zeer zeker een troef is, en ook door Duolingo wordt onderstreept, lijkt het me dat we hierbij niet enkel naar
ontwikkelingslanden hoeft te kijken, als we weten dat al binnen het Brusselse er
een tekort is aan gekwalificeerde taalleerkrachten Nederlands en Engels. Ook merkt men vaak dat het aantal uren
dat aan taalonderricht besteed kan worden binnen het traditionele curriculum
vaak veel te weinig is. Anekdotaal, studenten die klaargestoomd worden voor een
functie aan het onthaal, krijgen binnen het Brusselse slechts een schamele twee
uur Nederlands en twee uur Engels per week aangeboden. Een herhaling van de
basis zou voor dergelijke profielen het nut van de twee effectieve lesuren
enorm de hoogte in kunnen krijgen. Ook binnen het kader van het absenteïsme,
lijkt de inzet van taalapplicaties interessant, daar ze zowel een zekere
monitoring toe laten langs de kant van de leerkracht met het oog op het
bijsturen van lacunes, als dat ze niet afhankelijk zijn van een fysieke aanwezigheid
van de leerlingen en tegelijkertijd een zekere autonomie toelaten binnen het
leerproces. Men kan er de contactmomenten nog niet mee vervangen, maar zeker beter mee voorbereiden.
In
conclusie: hoewel we nog geen wonderen moeten verwachten van de nieuwe technologie
en ons moeten hoeden voor jubelberichten over de effectiviteit van de nieuwste
technologische snufjes in het overbodig maken van traditioneel onderwijs, is er
zeker een toekomst weggelegd voor taalapplicaties die via de nieuwe mobiele
technologie een belangrijke aanvulling kunnen zijn voor het traditionelere
onderricht. Ook lijkt er een zekere sociale rol te zijn die gespeeld kan worden
door deze technologie, waar we niet blind voor hoeven of mogen blijven.
Bronnen:
Primair artikel:
M. Groves, D. Hopkins en T. Reid (2015). Just How Effective Are Language
Learning Apps? Geraadpleegd: 27/03/2016. < http://theconversation.com/just-how-effective-are-language-learning-apps-42913 >
Blogberichten en krantenartikels:
Nick (2013). Duolingo Now "Scientifically" Proven. Geraadpleegd 28/03/2016 < https://riseofthepolyglot.wordpress.com/2013/06/09/duolingo-now-scientifically-proven/=>
T. Ranosa (2015) Best Apps to Learn Foreign Language: Duolingo, Babble, Memrise, Anki, Busuu and More. In: Techtimes. Geraadpleegd 27/03/2016. < http://www.techtimes.com/articles/52934/20150514/best-apps-to-learn-foreign-language-duolingo-babbel-memrise-anki-busuu-and-more.htm>
Alice Elliotte. Acht jaar Frans, Et Alors? In: De Standaard 27/02/2016. Geraadpleegd 30/03/2016
Onafhankelijke wetenschappelijke publicatie:
R. Vesselinov en J. Grego (2012). Duolingo Effectiveness Study. Geraadpleegd op 27/03/2016. <
Youtube:
Duolingo: The Best Way to Learn a Language. Geraadpleegd 27/03/2016 < https://www.youtube.com/watch?v=8OebgtUjLg4&feature=youtu.be >
Je bijdrage weegt zorgvuldig de argumenten af omtrent het gebruik van een bepaalde klasse ICT hulpmiddelen voor het taalonderwijs. Recente evoluties in de geautomatiseerde verwerking en redactie van talige producten, zet me echter aan ook mijn verbeelding los te laten op een andere piste, waarlangs de taalles wel eens geholpen zou kunnen worden. Ik ben een leek in het taalonderwijs en tracht dus mijn verbeelding in vraagvorm te gieten.
BeantwoordenVerwijderenRecentste impuls kwam van volgend artikel in De Morgen: http://www.demorgen.be/economie/veel-interesse-voor-start-up-die-copywriters-wil-vervangen-door-software-b5979719/
Ik voeg dit nieuwsje toe aan de lijst van berichten over semantische AI en de reeds bestaande ICT die we al voor vanzelfsprekend nemen (de intelligent interpretatie van zoekvragen door de Google zoekmachine bijvoorbeeld) Persado, het bedrijf waarover De Morgen schrijft, is niet alleen. Ik ontdekte onlangs ook een Qlaara (https://qlaara.com/prod/writers-tools-c )
De vraag is dus, kun je als taalleerkracht inschatten of in de nabije toekomst ook zinvolle toepassingen van dit soort software in de klas, de taak van de leerkracht kan helpen verschuiven naar een nog meer socialiserende aanpak? Ik beeld me bijvoorbeeld in, dat de ambitie die qlaara heeft - "het ondersteunen van de verrijking en stroomlijning van je schrijftaal, door stijlanalyse van je eigen productie" - ook zou kunnen helpen bij het omtalen van bronnen die dan automatisch kunnen aangepast worden aan het niveau van elke individuele leerling. Leerlingen kunnen dan eerst inhoudelijk op hun eigen niveau instappen in de les, en vervolgens van elkaar leren, omdat elk een eigen versie heeft van de bron waarmee de les vertrekt. Ook zou een leerkracht elke leerling kunnen laten zoeken naar bronnen over een onderwerp dat hij of zij vandaag interessant vindt en met een hulpmiddel als dat wat door ondernemingen als qlaara ontwikkeld wordt, die bron onmiddellijk helpen omtalen naar een niveau dat net voldoende uitdaging stelt aan de leerling.
Heb je weet van reeds bestaande educatieve implementatie van geautomatiseerde semantische en linguistische analyse?
Dag Nathaniel,
BeantwoordenVerwijderenBoeiend artikel dat je hebt geschreven. Ik ben het ermee eens dat zo'n taalapp het 'klassieke' taalonderricht niet kan vervangen. Zoals je zelf al aanhaalde, focust de app enkel op taalinstructie, terwijl er wel meer komt kijken bij het onder de knie krijgen van een taal.
Interessant hierbij zijn de four strands van Paul Nation. Hij zegt dat er ook aandacht moet zijn voor input en output, waarbij de focus volledig ligt op communicatie.
Verder kan een taalapp inderdaad wel soelaas bieden als het gaat om het herhalen van reeds geziene woordenschat en grammatica. Die herhaling komt namelijk overeen met de vierde 'strand' van Nation: fluency development.
Ook Frank Boers wijst hierop in zijn boek "Ben je zeker?" (Acco, 2011). Daar staan trouwens veel tips in i.v.m. vreemdetalenonderwijs. Kan voor jou misschien ook van pas komen :)