dinsdag 31 maart 2015

Technologie in de klas: Een vergiftigd geschenk?



Vandaag de dag is technologie haast niet weg te denken uit ons dagelijks leven. Via onze smartphone, tablet of laptop proberen we onszelf voortdurend te prikkelen met de laatste nieuwtjes. Zo zijn we slechts 1 klikt verwijderd van uitgebreide kennis over wat de huidige gemoedstoestand van onze bekende of onbekende vrienden is, wie onlangs een fantastische reis gemaakt heeft of zelfs wat de pot schaft bij de buren. Maar ook op macro niveau is het aanbod aan informatie en kennis overrompelend. Live updates over ongelukken in Frankrijk, Irak en ga zo maar door. We zijn in een stroomversnelling terechtgekomen waarbij de nood aan ‘updates’ steeds groter wordt. En degene die weigert de trein op te stappen, worden indirect buitengesloten.


Deze technologische tendens trekt zich ook meer en meer door naar het onderwijs. Het oude schrijfbord met piepende krijtjes maakt plaats voor een interactief SMART board. Wie niet lezen kan, zal horen door de hulp van voorleessoftware en op facebook bundelen ouders en leerkrachten samen om up to date te blijven over het reilen en zeilen van de school. 


Met open armen zullen studenten het gebruik van technologie en media ontvangen. De voordelen liggen voor het grijpen: het is catchy, het maakt de dingen duidelijker, versnelt het leerproces, is hip en mee met onze tijd, verbreed perspectieven,…
 
Maar ik heb hier af en toe zo mijn bedenkingen bij. 


Enkele hersenspinsels: Zorgen deze snelle, interactieve en vooral slimme technologische snufjes ervoor dat de leerling passiever wordt en de wijsheid ontnomen wordt door i.p.v. zelf slim te worden een object slim te laten zijn voor ons?  
Zorgt de over-beschikbaarheid aan informatie er niet voor dat we de informatie niet meer opslaan in ons hoofd, maar eerder beroep doen op het zoeken van informatie via technologie als deze nodig is.
Vindt er een verschuiving plaats van wat geacht wordt belangrijk te zijn? Kwalitatieve kennis t.a.v. kwantitatieve kennis. 

Kortom, komen deze inventieve technologische uitvindingen ons leerproces wel ten goede? Of creĆ«ren we hierdoor een tendens die gebaseerd is op ‘liever lui dan moe’? Geef leerlingen een gsm en ze sturen in een recordtijd blindelings een sms. Geef ze een rekenmachine en ze rekenen de moeilijkste sommen uit. Maar geef ze een potlood en een papier en ze weten niet waar te beginnen
 
Enkele voorbeelden uit de literatuur die aantonen dat men toch voorzichtig dient te zijn met het gebruik van technologie bij het leerproces: 

Vb.: Voorleessoftware helpt niet om nieuwe woorden te leren. Hoewel we ervanuit zouden gaan dat het gebruik van voorleessoftware voor leerlingen met dyslexie een groot voordeel kan bieden, blijkt onderzoek het tegendeel te bewijzen. Wanneer men een deel leerlingen nieuwe woorden laat leren met behulp van de software, blijken deze de woorden minder goed geleerd te hebben dan leerlingen die de woorden leerden zonder het programma. Het laten horen van nieuwe woorden via software heeft een negatief effect op het onthouden van de woorden. De lezer moet de woorden niet meer actief coderen, wat net heel belangrijk is bij het leesproces, waardoor de woorden niet in het geheugen blijven hangen (Staels & Van den Broeck, 2015)


Zo zie je maar dat het gebruik van dergelijke software doordacht dient te gebeuren, rekening houdend met de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van kinderen. Indien te vroeg hulpmiddelen aangeboden worden, kan dit in plaats van het leesproces te bevorderen, er net voor zorgen dat het leesproces trager verloopt omdat het kind te veel hulp krijgt. Hierdoor kan de nodige bijdrage van het kind zelf veranderen van actief naar passief, wat de leesontwikkeling niet ten goede komt.
 
Vb.: Sparrow, Liu, & Wegner (2011) deden onderzoek naar de cognitieve effecten van de steeds beschikbare informatie via google. Met 1 klik zijn we van de rest van de wereld verwijderd. Met 1 klik weten we de antwoorden op al onze vragen. We moeten niet veel moeite meer doen om dingen te weten te komen. We hoeven niet meer naar de bib te wandelen, boeken te zoeken en te doorspitten alvorens we de antwoorden op onze brandende vragen weten. Om dan dit antwoord maar best goed te onthouden omdat we anders weer heel dit zoekproces opnieuw moeten doorlopen. Is informatie deze tijd te beschikbaar waardoor onze cognitieve vaardigheden achteruit gaan?  Deze studie bevestigt mijn bezorgdheid. Wanneer men een moeilijke vraag voorgeschoteld kreeg, gaat onze pc-lamp meteen branden in ons hoofd en slagen we eerder op WAAR we de informatie gevonden hebben, dan WAT de informatie is. Internet is uitgegroeid tot een primaire vorm van extern geheugen waarbij de informatie niet meer opgeslagen wordt in ons intern geheugen, maar buiten onszelf. 

Nu is mijn vraag natuurlijk: wat denken jullie hiervan? 



Bronnen:

Staels, E., & Van den Broeck, W. (2015). Orthographic learning and the role of text-to-speech software in dutch disabled readers. Journal of learning disabilities, 48(1), 39-50.

Sparrow, B., Liu, J., & Wegner, D. M. (2011). Google effects on memory: Cognitive consequences of 
having information at our fingertips. science, 333(6043), 776-778.

http://taalschrift.org/reportage/001137.html
 

 



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen